Ralph Vaughan Williams (1872-1958)

 

 

Zoals al eerder aangegeven in de biografie van Charles Villiers Stanford en Gerald Finzi, is het essentieel nu Ralph Vaughan Williams te beschrijven.

 

Het verhaal bestaat uit de volgende hoofdstukken:

  1. Een biografie van Ralph Vaughan Williams en zijn era geplaatst in de internationale politiek
  2. Vaughan Williams ‘muzikaal geplaatst’
  3. Een kort overzicht van al zijn werken
  4. Een overzicht van zijn sololiederen in de alt/ mezzo ligging, zijn duetten in S/A ligging en de

bladmuziekuitgaven hiervan.

 

1870                  1880                     1890                        1900                      1910                      1920                    1930                          1940                      1950                  1960

             Victoria (1837-1901) –Huis Hannover

Edward VII

 George V  Saksen Coburg en Gotha/ Windsor

Edw.VIII/  George VI

Elizabeth II

 

                                                                                                         leven van Ralph Vaughan Williams

 

 

 

                                       huwelijk met Adeline Fisher

 

Ursula

 

 

meestal wonend in :             Dorking

                                                      Londen

                Dorking

             Londen

 

 

*

 

 WO I

 

WO II

 

 

 

solo (volks)liederen (alt/mezzo)       

 

    idem

   

idem

 

 

                        

Linden Lea  1ste publicatie: 1901; Songs of Travel 1904

 

Gebruiksmuziek: unisone  volksliederen op staatsscholen/   vanaf 1940: film-  en radiomuziek

 

 

 

 

zware (Wagneriaanse) begeleidingen

Invloed 1 Ravel  en

2. Engelse Folksong:

meer keuze voor Georgian dichters;

ontsnappen aan Duitse invloed

heroriëntatie na WO I : korter,

beknopter?; liederen vaak met heel weinig begeleiding

 

‘terug

naar

Linden Lea’

 

 

 

                                              The Pilgrim`s Progress**

 

 

 *    Boerenoorlogen

** ‘summarizing in three hours virtually the whole creative output of a great composer" (1)

 

1. een biografie van Ralph Vaughan Williams en zijn era geplaatst in de internationale politiek:

De internationale politiek in zoverre als deze relevant is voor het leven van Vaughan Williams – te weten de periode 1900 -1940- is reeds beschreven in de biografie van Stanford (2); op de periode van de Tweede Wereldoorlog, waarin RVW zelf niet meer actief aan het front vocht en waarover elders zeer veel informatie beschikbaar is, wordt in dit verhaal niet nader ingegaan.

Ralph Vaughan Williams was van Welshe en Engelse afkomst. Vaughan was oorspronkelijk een tweede voornaam. Zijn grootvader, Sir Edward Vaughan Williams, zou deze als eerste toegevoegd hebben aan zijn achternaam.  Arthur Vaughan Williams (1834-1875) was Ralphs vader,  Margaret Wedgwood (1843-1937) zijn moeder.

Hervey (1869-1944) en Meggie (1870-1931) waren zijn broer en zus.

RVW heeft er in zijn leven steeds profijt van gehad dat hij een Wedgwood was, want dankzij (bescheiden) geldelijke voorzieningen van die kant, kon hij redelijk ongestoord componist worden en ook medecomponisten helpen die zo`n ‘achtergrond’ niet hadden.

 

Hieronder volgt een korte biografie, verdeeld in de hoofdstukken van de Vaughan Williams Society (3):

a. van geboorte tot student: 1872- 1909;  b. Wereldoorlog I en daarna: 1910- 1929;  c. prestaties en erkenning: 1930- 1950; 

d. de laatste jaren: 1951- 1958

 

a.   geboorte, jeugd, student: 1872- 1909

Ralph bracht de eerste tweeënhalf jaar van zijn leven door in Down Ampney, Gloucestershire, waar zijn vader dominee en schoolmeester was. Na de dood van haar man in 1875, verhuisde zijn moeder met de kinderen naar haar ouderlijk huis, Leith Hill Place, waar zij introk bij haar ouders en haar vrijgezelle zus, Sophy Wedgwood.  Deze leerde hem pianospelen en in 1878 schreef hij zijn eerste compositie . In 1879 begon hij met vioolles en ontdekte zijn voorkeur voor strijkinstrumenten boven de piano. Zijn interesse in de architectuur kwam naar boven in 1882 tijdens een vakantie in Normandië.

In 1883 ging Ralph VW naar Field House School in Rottingdean (Sussex). De 'second master' (onderdirecteur) van de school liet hem kennismaken met de muziek van Bach, Berlioz, von Weber, Beethoven en Wagner. Daarnaast kreeg hij er vioolles van een Ier. In 1887 ging hij naar de  Charterhouse School, een kostschool, en vanaf 1890 studeerde hij aan de Royal Academy of Music in Londen bij Hubert Parry en Charles Villiers Stanford. Daarna vervolgde hij zijn studies van 1892 tot 1895 bij Charles Wood aan het Trinity College van de Universiteit van Cambridge en in 1896 opnieuw in Londen, waar hij bevriend raakte met Gustav Holst aan wie hij veel van zijn composities voor advies voorlegde. Dit voorleggen aan anderen zou RVW in de toekomst steeds blijven doen.

Hij reisde in 1897 naar Berlijn, waar hij de ‘Ring’ van Wagner wilde horen. Hij studeerde er daarna een tijd compositieleer bij Max Bruch. Deze reis  was ook zijn huwelijksreis met Adeline Fisher.

Van 1896 tot 1899 werkte hij in Londen als organist. In 1901 verscheen zijn eerste publicatie ‘Linden Lea’.  In 1903 begon hij met het verzamelen en publiceren van een collectie volksliederen (Bushes and Briars). Hij had daarbij veel (brief)contact met Lucy Broadwood en Cecil Sharp, die samen met hem medeoprichters werden van The English Folk Song Society.

RVW maakte later bij vaak gebruik van oude toonladders als de Dorische en Mixolydische, die ook in veel volksliederen voorkomen.

The House of Life en (delen van)The Songs of Travel kwamen rond 1904 tot stand (4). Naast belangstelling voor volksliederen, kreeg hij steeds meer interesse  voor de Britse Renaissance muziek. Samen beïnvloedden zij zijn compositiestijl. In 1905 werd hij muzikaal leider van het Leith Hill Musical Festival in Dorking (tot 1953). Vanaf die tijd schreef hij zeer veel stukken voor koren. In 1906 stelde hij op verzoek een nieuwe christelijke liedbundel, The English Hymnal, samen. Dat was des te opvallender omdat men vast wel wist dat hij een atheïst (of misschien eerder een agnost) was. In deze bundel nam hij allerlei oude en moderne melodieën op, Engelse, maar ook Franse, Duitse, Finse, Hebreeuwse en Amerikaanse. In het boek van M. Kennedy worden ze allen genoemd.

In 1908 ging hij naar Frankrijk en was er de laatste leerling van Maurice Ravel, die hem duidelijk maakte dat “the heavy contrapuntal Teutonic manner was not necessary’, hoewel deze later af en toe toch weer de kop bij hem opstak. Hij leerde hem de ‘dikheid’ uit zijn  composities weg te halen en bracht hem in contact met de muziek van Borodin en Rimsky-Korsakov. De liederen cyclus On Wenlock Edge weerspiegelt dat wat RVW van Ravel leerde: ‘schilderen met muziek’, hoewel RVW zelf deze

invloed ontkent.

b.   Wereldoorlog I en daarna: 1910- 1929

In 1910 publiceerde hij zijn eerst grote werk, A Sea Symphony en vervolgens zijn Fantasia on a Theme of Thomas Tallis .

In het begin van de Eerste Wereldoorlog ging hij vrijwillig in dienst (o.a. bij de medische troepen) in Frankrijk waar hij een koor oprichtte waar iedereen die wilde lid van kon worden. Deze oorlogsjaren en vooral het sneuvelen van Adeline`s broer Charles en van George Butterworth in 1916 maakten diepe indruk op hem. Ze beïnvloedden zijn derde (‘war requiem’) symfonie, de Pastoral Symphony (1922). In 1919 werd hij docent compositie aan het Royal College of Music in Londen (tot 1938). Na de Grote Oorlog wilde men ‘ kortere en beknoptere’  muziek en dat leidde  bij RVW tot een periode van zelfreflectie. 

In 1928 kwam, mede onder zijn leiding, The Oxford Book of Carols tot stand. De opera Sir John in Love werd in 1929 voor het eerst opgevoerd.

 

 ca 1907

revel

george butterworth

in WO I

   Leith Hill Festival na WO I

oxford book of carols

william barnes

   RVW ca. 1910

     Maurice Ravel

 George Butterworth

   RVW in WO I

RVW op Leith Hill Festival na WO I  

       Book of Carols

W.Barnes  ‘Dorset’-taal dichter;  Dorset-dialect

is het echte Engels!

 

c.   Prestaties en erkenning: 1930- 1950

In 1932 werd RVW voor de tweede keer uitgenodigd lezingen te geven in de VS over ‘National Music’. Hij zag muziek niet als ‘universele taal’ want stijl was voor hem ‘nationaal’ maar hij vond zichzelf geen chauvinist.  Adeline kreeg steeds meer last van artritis en kon hem op deze reis niet meer vergezellen. Een grote klap voor hem was de dood van Holst in 1934.

Dona Nobis Pacem kwam in 1936 tot stand, zijn angst weerspiegelend over Mussolini`s inval in Abessinië, Hitlers vervolging van de Joden en de Spaanse Burgeroorlog.

In 1937 ontving hij het verzoek enige werken te schrijven voor de kroning van George VI. Vanwege Ralphs anti-nazi propaganda werd het uitvoeren van zijn werk in Duitsland na 1938 verboden.

In hetzelfde jaar maakte hij kennis met de -veel jongere dichteres en schrijfster- Ursula Wood waar hij na de dood van Adeline in 1951,  in 1953 mee zou trouwen.

Bij het uitbreken van de oorlog hielp hij bij de opvang van evacués en vluchtelingen. Hij ging over op het componeren van allerlei nieuwe soorten ‘Gebrauchsmusik’: filmmuziek (o.a. de 49th Parallel over de ontsnappingspoging van overlevenden van een Duitse onderzeeboot vanuit Canada naar de VS) en radiomuziek op verzoek van de BBC  (Six Choral Songs to be sung in Time of War). In 1945 werd bij de bevrijding zijn, op verzoek van de BBC geschreven, Thanksgiving for Victory uitgezonden.

 

walt whitman

gustav holst

 Leith Hill in 1947

ralph en ursula       

Roy Douglas

ralph_vaughan_williams3

W. Whitman (1819- 92)-1925

Gustav Holst; zijn

vriend tot 1934

         Leith Hill Festival in 1947

    RVW en Ursula

Roy Douglas aan het werk met

RVW

     RVW jaren `50

 

 

Roy Douglas, zelf ook componist, was muziekassistent van RVW van 1944 tot 1958. Hij hielp hem bij het klaarmaken van zijn werk voor publicatie en uitvoering. Hij schreef hierover een boek (zie de bronnenlijst). RVW` manuscripten waren namelijk zeer moeilijk leesbaar en Roy moest er exacte en leesbare kopieën van maken en bovendien de fouten erin verbeteren. Mede omdat Ralph zo vaak zijn muziek (gedeeltelijk) herschreef als hij een uitvoering ervan had gehoord, had hij zeer veel werk hieraan.

(n.b. Het slechte handschrift van RVW was ontstaan omdat hij linkshandig was, maar men hem gedwongen had rechtshandig te schrijven)

d.   de laatste jaren: 1951- 1958

RVW uitte in deze jaren duidelijk zijn afkeer van de nieuw ontstane trend om 18de eeuwse muziek ‘authentiek’ uit te voeren op gereconstrueerde instrumenten. Hij had een hekel aan een klavecimbel en gebruikte liever een piano voor de continuo partij. Ook van de herleving van de vroeg 19de  eeuwse bel canto opera moest hij niets hebben.

Voor de troonsbestijging van Koningin Elizabeth II in 1953 schreef hij een arrangement van het koraal All people that on earth do dwell.  In deze jaren bleef hij nog steeds grote wereldreizen maken, nu samen met Ursula.

Tot aan zijn overlijden in 1958 componeerde hij vele stukken van allerhande soort ( voor brassband, viool, liederen, marsmuziek en filmmuziek). Zijn as werd in Westminster Abbey naast Purcell begraven.

 

 

2. Vaughan Williams ‘muzikaal geplaatst’:

Muzikaal gezien behoort RVW tot de periode van de (laat)-Romantiek.

Omdat in de biografieën van Stanford (5), Dvořák (6) en Finzi (7) al een uitgebreide inleiding op de Romantiek staat, wordt voor informatie daarheen verwezen. Slechts een globale tijdsindeling wordt hieronder weergegeven.

 

Fr. Revolutie         Restauratieperiode       Liberale grondwetswijziging     steeds sterker wordend nationalisme +    patriottisme   modern imperialisme

                                                                        opkomst socialisme

                                                                                                           Duitsland wint Frans.-Duitse oorlog     impressionisme/  WO I                                                  WO II

 

  1800    -                 1814       -                  1848                                                  1870         1880                  1914

 

Componisten ‘zelfstandig’, dus onzekerder bestaan

Concerten tegen betaling

Muziek voor groot publiek

i.p.v. ‘hof’

Men gaat op tournée/  geeft recitals en muziekonderwijs

 

‘piano’ ontstaat

Liederen vooral in salons gezongen

Solistische recitals

 

én

Massale orkestraties

Welvaart bourgeoisie neemt toe

Industriële revolutie nu ook in Frankrijk

 

Muziekdrukkunst ontwikkelt zich

Grote publieke concerten

en beroepsdirigenten

Invloed van folklore en traditionele muziek

Muziek meer ‘ klassiek’

Overdrevenheid van vormen

Gigantische werken en orkesten

 

Vroege Romantiek

1800-1830

Hoog Romantiek

1830-1850

Laat Romantiek

                     1850-1890

Eeuwwisseling/ Impressionisme

1890-1920

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Neudeutsche Schule : invloed Berlioz, /Mozart,  Bach, Beethoven: op Franz Liszt (1811-1886) + Wagner (1813-1883) : voorloper atonaliteit 

 

Frankfurt Groep: groep studenten die eind 1890 studeerde in Frankfurt a/ M aan het Hoch conservatorium : afkeer van Beethoven; richtte zich op de  ‘klassieken’:  Schubert,  Schumann, Brahms, Grieg en Fauré  (the French Connection)

 

Verisme of Realisme: Comte Vincent d'Indy (1851 - 1931), Leoš Janácek (1854 - 1928),  Ernest Chausson (1855 - 1899), Giacomo Puccini (1858 - 1924),

 

                                                                                                                    2de Weense school : ca.1920-1935;  teruggrijpen op 1ste

                                                                                                                                                           Weense school: Mozart, Haydn en Beethoven

 

Romantiek+ Nationalisme

                                    In Tsjecho-Slowakije: Bedrich Smetana (1824-1884)/ Antonin Dvorak(1841-1904)

                           In Groot-Brittannië  : Charles Villiers Stanford; Hubert Parry- zie aparte tabel hieronder

                                    In Noorwegen: Edward Grieg ( 1843-1907)

                                    In Finland: Sibelius ( 1865- 1957)

                                    In de V.S.: Edward MacDowell (1860-1908)-studeerde ook in Frankfurt

                                                      Charles Ives (1874-1954)

 

(Franse) Impressionisme :                                M. Ravel (1875-1937)

  gaf stimulans aan impressionisme elders                                G. Fauré ( 1845-1924)

                                                                                                 P. Dukas (1865-1935)

                                                                                                 C. Debussy (1862- 1918)

 

       Nationalisme/ Impressionisme in Rusland: Groupe des Cinq, m.n. A. Scriabin ( 1872-1915)

 

       Impressionisme in Duitsland                    : Hugo Wolf (1860-1903); Gustav Mahler (1860-1911)

 

       Impressionisme in Italië                           :  O. Respighi (1879-1936)

 

       Impressionisme in Spanje                         :  I. Albéniz (1860-1909)

 

Romantiek/ nationalisme in Groot- Brittannië:

 

Frederick Delius (1862-1934);  invloed van Wagner en  Grieg; zie : Impressionisme /  Duitse Late Romantiek     (ook Neudeutsche Schule)

 

Charles Orr (1893-1976) –m.n. gericht op H.Wolf;

Peter Warlock (1894-1930)-studeerde ook bij Quilter en v. Dieren; Bartók en Schoenberg;  veel invloed van 17de eeuwse Engelse luit-liederen;

E.J.Moeran (1894-1950) vriend van Warlock; Patrick Hadley;  Th. Armstrong;   John Ireland (1879-1962 ); invloed van Beethoven, Brahms én van Debussy, Ravel, Stravinsky en Bartok;

Frank Bridge (1879-1941)- leraar van Ernest Farrar

3Ireland/ Bridge/ Bax:

de kosmopolitici    +

B. Britten (1913-1976)

 

Michael Head (1900-1976)

ll. van Ireland

Ch. Villiers Stanford ( 1852-1924)

 

Herbert Howells ( 1892-1983)-zie ook Wood;  invloed van Delius én Vaughan Williams ; A. Bliss;  Ivor Gurney (1890-1937;

Gustav Holst (1874-1934)

3Ralph Vaughan

Williams + Holst:

Folksong nationalisten +

 

Gerald Finzi (1901-1956):

 

A. Somervell (1863-1937).

Ralph Vaughan Williams (1872-1958); ook ll. van Wood;

George Butterworth (1885-1916) vriend van Vaughan Williams

Hubert Parry (1848-1918)   

Edward Elgar (1857-1934)—zie ook Verisme (invloed v. Wagner)

 

 

Charles Wood (1866-1926): medeoprichter van de Irish Folk Song  Society te Londen, schreef ook veel muziek voor de Anglicaanse kerk

Arthur Bliss (1891-1975) ook ll. van  R. Vaughan Williams en Holst

Denis Browne (1888-1915)

Armstrong Gibbs (1889-1960) studeerde ook bij Vaughan Williams

 

 

Frankfurt Groep (zie boven)

Balfour Gardiner, Norman O`Neill, Cyril Scott

Roger Quilter (1877-1953) –zie ook Warlock

Percy Grainger(1882-1961)

Neudeutsche Schule (zie boven)

Arnold Bax ( 1883-1953)

 

 

               

Samengevat: Vaughan Williams was een belangrijk persoon in het Engelse muzikaal nationalisme. De Engelse traditie ziet hem als opvolger van Parry en Stanford en van componisten als Elgar en Delius. Anderen plaatsen hem daarnaast ook in een kosmopolitische traditie met Debussy en Ravel (8).

 

         

3. Een kort overzicht van al zijn werken:

In de New Grove en het boek van J. Day staat een uitgebreide beschrijving van al zijn werken. Digitaal staan ze op de website van de Ralph Vaughan Williams Society.

Ze omvatten werken:

  1. voor toneel (ballade- opera, masques, opera) 
  2. voor orkest
  3. kamermuziek
  4. incidentele muziek (voor het theater, voor films en radio
  5. voor solostem(men), (klein)koor met orkest
  6. koorwerken (met orgel of zonder begeleiding); arrangementen van Engelse volksliederen, hymne melodieën en carols
  7. sololiederen (9)

Omdat het uitgangspunt van mijn componistenportretten vooral is de solo -(duo) liederen in alt/ mezzo-ligging met pianobege-leiding te bekijken in relatie tot de (persoonlijke/ historische) situatie op bepaalde momenten, zijn onder 4. slechts dié liederen opgenomen. Koormuziek of een beschrijving van liederen in andere ligging of met andere begeleiding valt derhalve buiten de opzet. Het is belangrijk te weten dat RVW, omdat hij zelf liever viool speelde dan piano, ook relatief veel sololiederen heeft voorzien van begeleidingen door andere instrumenten dan piano, of de piano begeleiding soms (bijna) wegliet.

 

4. Sololiederen in de alt/mezzoligging; duetten in S/A ligging en de bladmuziekuitgaven hiervan:

Bij de beschrijving van de gepubliceerde liederen met piano begeleiding, wordt grotendeels de chronologische indeling van

J. Day gevolgd. Deze wijkt op een aantal punten af van die van de New Grove en van de publicatielijst van de RVW Society. Deze verschillende dateringen hebben te maken met het feit dat RVW zijn composities zeer regelmatig herschreef omdat hij er niet tevreden over was. Derhalve is een exacte datering soms niet zo makkelijk. 

Voor de complete tekst van de liederen en bestaande vertalingen, volg deze link.

In het boek van M. Kennedy staat heel precies aangegeven wie diegenen waren die voor hem de volksliederen zongen op zijn speurtochten (en waar en wanneer)  en ook wie de zangers waren van de eerste uitvoeringen van al zijn eigen liederen

 

De in de tabel onder ‘opmerkingen’ weergegeven tekst is voor een groot deel ontleend aan opmerkingen uit het boek van Day,

maar ik heb nu inmiddels (november 2011) ‘voor eigen (les) repertoire’ keuzes gemaakt met deze opmerkingen in het achterhoofd en in een tabel mijn motivatie van de keuzes weergegeven.

 

 

 Liederen (en duetten):

 Ontstaan(speriode ):          titel van cyclus/ lied(eren):                                  gedicht(en)van :    uitgave in:                         opmerkingen:

1894

A Cradle Song (The Virgin`s Cradle Song)- zie 1905

Coleridge

2

Eenvoudige melodie; de pianobegeleiding dubbelt de zangstem voor een groot deel;’ Student Work’volgens Day (publicatie 1905)

1896

How can the tree but wither (a)

Thomas Lord Vaux

(1510-1556)

4

A re-creation  of the pre-baroque English ayre, with elastic phrase-lenghts, hemiola …and a period melancholy, perhaps written for incidental performance in a play (Day p. 110)

Mellers: ‘Modal Tudor recreation’; Hold: a concert song accompaniment

1896

The Splendour Falls- zie 1905

Tennyson

1

 

1898

Dream-Land- zie 1905

C. Rossetti

1

 

1899

 

Claribel  ((1896 volgens de New Grove)

Tennyson

1

A kind of plainsong touch (= eenstemmig kerkgezang/ gregoriaans)

1901

 

Linden Lea (b) , A Dorset Song (dedicated to Mrs.Edmund Fisher)  Er zijn minstens 13 arrangementen van (n.b. volgens de New Grove is het geen Dorset Folksong)  

W. Barnes

1

Eerst gedrukte werk ; grootste commerciële succes.

‘Related to the domestic (drawing-room) song forms of the time ‘(the New Grove); Mellers: Fusie van het landelijke/ stedelijke; in feite (Hold:)  ‘pre-folk’folksong

1902

(1901?

Blackmwore by the Stour , A Dorset Song

W. Barnes

1

Barnes noemde het A Dorset Folksong (echter pas in 1903 ging RVW zich met Folksong bezighouden!) wederom een  ‘pre-folk’folksong;  Scheen aanvankelijk beter te verkopen dan Linden Lea

1902

Whither must I wander? In Songs of Travel --1904

Stevenson

6

 

1902

Boy Johnny

C. Rossetti

1

‘voor J. Campbell McInnes, Esq.’  (was een zanger)

1902

If I were a Queen

C. Rossetti

2

Delightful but lightweight ..whose ingenious simplicity

and catchy rhythm exactly capture the mood of the childlike poem (Day p. 111)

1903

Tears, Idle Tears

Tennyson

2

Maudlin and heavy in texture, save for the effective exploitation of ‘Tchaikovskian throbs of pathos’ propelled by a ‘symphonic’ four-note motif (Day p. 110); ‘Wagneriaans’ aanvoelend

1903

Silent Noon ©. In The House of Life - 1904

D.G. Rossetti

7

De meest beroemde!, maar Hold: still embedded in the sounds of the previous century

1903

Orpheus with his Lute (Day: 1902)-zie ook 1925

Shakespeare

3

Dedicated to Miss Lucy Boadwood (die cf. VW ook volksliederen verzamelde); volgens Hold  A disappointment!

1903

When I am Dead, my Dearest

C. Rossetti

-

 

1903

The Winter`s Willow, A Country Song (in Dorset Dialect )

W. Barnes

1

 

1904

The House of Life  (zie 1903 Silent Noon)

 

 

Love`s minstrels

 

Love`s Last Gift

D.G. Rossetti

7

Volgens Hold: echo`s van Brahms, Schumann en Wagner; De stem krijgt in deze gedichten ( Sonnetten) weinig kans een emotie uit te drukken; De sonnetvorm geeft weinig ruimte.; volgens Day met weinig grootheid, maar wel ‘personaliteit’;

Naast Silent Noon, is Love`s minstrels een goede tweede:

Hold: we hear the composer deliberately exploring new territory; weinig begeleiding in begin: a new feeling for space and silence.

1904

Songs of Travel  (zie 1902 Whither must I wander?); ook  bevattend The Vagabond (1) , The Roadside Fire (2)

Stevenson

6

(meestal niet door een vrouw gezongen); Hold: Stevenson schreef de teksten zeker with a melody in his ear.

1905

Ye Little Birds

T. Heywood

-

All tracé of this song has vanished. It is possible that the composer destroyed it because he preferred Holst`s setting (1902) of the same verses. (Kennedy)

1905

A Cradle Song (zie 1894 )

Coleridge

2

A rather beautiful unsentimental song(Kennedy)

1905

The Splendour Falls (zie 1896)

Tennyson

1

Words by Tennyson from the Princess, IV, i.

1905

Dream-Land (zie 1898)

C. Rossetti

1

 

1908

Buonaparty

T.Hardy

2

Oorspronkelijk uit Hugh the Drover

1908

The Sky above the Roof  (d)      (transcr. Mabel Dearmer van:

P. Verlaine

1

Verlaine: Le ciel est pardessus le toit

1895-

1922

Dirge for Fidele . Fear no more the heat of the sun; Song for two mezzo-sopranos (met piano-  en orgelbegeleiding); (ook SA aangegeven)

Shakespeare

 

Edwin Ashdown Limited én  Classical Vocal Reprint

1922

It was a lover and hiss lass –duet (SA)

Shakespeare

 

Classical Vocal Reprint

1925

Three Songs from Shakespeare:1. Take o take those lips away; 2.When Icicles Hang by the Wall ;3. Orpheus with His Lute (zie ook 1903) ; 1 en 2 ook als unisono in 1926; 3 ook voor SATB én unisono met strijkorkest

Shakespeare

3

Aangename liederen met, zie Walt Whitman: zoeken naar helderheid; begeleiding is lichte steun voor vocale lijn (Day p. 115); Hold: the Shakespeare settings, though pleasant and simple, are not important

1922-1925

Four Poems by Fredegond Shove: 1. Motion and Stillness

2. Four Nights, 3. The New Ghost,  4. The Water Mill (e)

Fredegond Shove

4

Fredegond was een nicht van Adeline; door RVW ‘meer uit plichtsbesef op muziek gezet’(Day p. 114); vocale lijn is ‘folky’ maar niet makkelijk; New Ghost is meest bekende:

‘een ziel die na de dood naar de Heer gaat’;  lichte begeleiding

1925

Two poems by Seumas O`Sullivan: The Twilight People (f),

A Piper; alleen The Twilight People is opgenomen in de bundel(O` Sullivan is pseudoniem van James Starkey)

Seumas

O` Sullivan

4

(Zie Shakespeare): Een van de twee Poems van Seumas O `Sullivan; kan desgewenst helemaal zonder begeleiding gezongen worden; heeft ‘vage’charme (Day p. 115); Hold:  interesting examples of VW attitude to piano accompaniment

1925

Three Poems by Walt Whitman: 1. Nocturne ,  2. A Clear Midnight, 3. Joy, Shipmate, Joy!

Walt Whitman

3

Deze zijn volgens Day (p. 115) nog simpeler dan die van Shove; ze onderstrepen de woorden meer in plaats van ze te ‘zetten’. Hoort bij streven naar ‘Clarity’ Hold: they lack definition and clarity and rely too much on the use of ostinato figures in the piano accompaniment.

1952

In the Spring  (dedicated to the Members of the Barnes Society)

W. Barnes

4

 

1954

Menelaus on the Beach at Pharos –gelijk aan Menelaus in

Four last Songs? Dedicated to Keith Falkner

Ursula V. Williams

3?

Deze liederen zijn fragmenten van geplande liederencycli en geschreven tussen 1954 en 1958; ze zijn geschikt voor mezzo en bariton; nr. 3 dient echter alleen door een vrouw gezongen te worden; titel lijkt op die van Richard Strauss, maar (Day p. 116) hier tederheid zonder nostalgie, strengheid van uitdrukking, maar niet van gevoel; de passie van de vroege Rossetti liederen met nu ‘ervaren oren’/.nieuwe helderheid (noot 10); Hold: Procris en Menelaus are oblique commentaries on Greek myths ans legends;created by strangely altered modes;  the other two songs are personal  love-songs.

1955

Hands, Eyes and Heart

Ursula VW

3

1958

Four Last Songs: 1.Procris  2.Tired ,  3.Hands, Eyes and Heart (g)  4.Menelaus

Ursula VW

3

 

  Arrangementen van Engelse volksliederen (inclusief duetten) (noot 11)

  (de onderstaande opsomming is niet uitputtend en vermeldt slechts wat gepubliceerd is in de onderstaande bundels)

1902

Blackmwore by the Stour , A Dorset Song

W. Barnes

1

bij New Grove een arrangement, bij Day een lied

1903

Adieu (duet) ; vertaald Duits volkslied

 

2

S-Bariton (ook door M/A uitvoerbaar)

1903

Think of me (duet) ; vertaald Duits volkslied

 

2

S-Bariton (ook door M/A uitvoerbaar)

1903

Reveillez-Vous Piccarz  (h) ; 15de  eeuws Frans strijdlied

 

2

Franse en Engelse tekst

1903

L `Amour De Moy; 15de eeuws Frans chanson

 

1

Franse en Engelse tekst

1912

The Spanish Ladies

 

1

 

 

Arrangementen van volksliederen/ bewerking van operaliederen:

1924-1928

Greensleeves  - Alas my Love (Version from Clement Robinson`s A Handful of Pleasant Delites, 1584) ; bij VW opgenomen in zijn opera ‘Sir John in Love’ (acte 3 scène 3) voor de inhoud van deze opera en andere wetenswaardigheden: http://en.wikipedia.org/wiki/Sir_John_in_Love (inhoud)

 http://albionrecords.org/sleevenotes.php?ID=1

 

 

 

3

 

Greensleeves is in 1913 door VW reeds gebruikt als entr`acte bij zijn incidentele muziek voor Richard II

 

See the chariot at hand  (i) (adapted from  ‘Sir John in Love’)

(acte 4  Wedding Chorus)

B. Jonson

(from the  Triumph)

4

B. Jonson: 1572-1637: ‘A Celebration of  Charis : Her Triumph’ ; Charis was vermoedelijk de vrouw die Venus speelde in de Masque ‘Hue and Cry after Cupid’, opgevoerd bij het huwelijk van Lord Haddington in 1608

vóór 1951 (Grove)

Seven Songs from The Pilgrim`s Progress- inclusief duet (M/A) dedicated to Bryan Drake: 1.Watchful`s Song; 2.The Song of the Pilgrims; 3.The Pilgrim`s Psalm; 4.The Song of the Leaves of Life and the Water of Life (duet); 5.The Song of Vanity Fair; 6.The Woodcutter`s Song; (i) 7.The Bird`s Song

Psalmen/

Boek Jesaja

5

Aangepaste versies; ze verschillen aanzienlijk van die in het gelijknamige Moraalstuk;; S. Pakenham (p. 153) noemt Woodcutters song  een van meest simpele en perfecte melodieën van RVW

 

De toelichting op mijn keuzes:

 

Titel Lied

Commentaar

a.How can the tree but wither

Aangenaam lied om te zingen; de begeleiding komt soms wat vreemdsoortig over, maar kwestie van aantal keren samen doen

b.Linden Lea

Inderdaad soort volkslied, mooie begeleiding,; gewoon heel lekker om af en toe te zingen

c.Silent Noon

Zie b.

d.The Sky above the Roof       

Zie b.

e.The Water Mill

Dit lied is een verhaal over het rurale leven ; mooie zang- en pianopartij met verschillende ‘stemmingen’.

f.The Twilight People

Erg leuk om te zingen ; eerste keer (deels) zonder begeleiding uitvoeren geeft apart effect.; in de OUP uitgave is het  onduidelijk welke voortekens gebruikt dienen te worden in de frase ‘For under the quiet grass the wise are lying, and all the strong ones are gone over the seas”; eigenlijk zou de uitgever hierover geraadpleegd moeten worden, maar met luisteren naar een uitvoering op You Tube is het wel mogelijk een zeer acceptabele versie te reconstrueren.

g.Tired ,+ Hands, Eyes and Heart

Beide prachtige melodieën; voor de begeleiding van Tired  moet men wel ‘uitgeslapen zijn’; Hands, eyes, Haert: juweeltje!

h.Reveillez-Vous Piccarz 

(in het Frans) lekker volkslied met historische inhoud; niet speciaal mooi , maar zingt wel lekker; beetje “stamperig”

i. See the chariot at hand 

(voor een echte alt) is de ligging wat aan de hoge kant;  door de duolen in de zangpartij tegen de driedelige maatindeling bij de piano wordt het niet makkelijker; een van de moeilijkste stukken tot nu toe, maar mooie zang- en pianopartij; je ziet een toneelstukje (masque) voor je

j. Seven Songs from The Pilgrim`s

    Progress

Prachtige liederen : niet vreselijk moeilijk maar mooie melodielijn en goede pianopartij. De achtergrond van de tekst

van de Pilgrim`s Progress vond ik ook  ‘historisch gezien’ erg interessant (noot 12)

 

Uitgaven:

Veel van RVW`s sololiederen met pianobegeleiding zijn geschikt voor ‘medium’ stemmen en zijn samen met enige duetten uitgegeven in twee  –elkaar niet overlappende-   series:

1 en 2 van Boosey & Hawkes : Song Album Volume I en II

3, 4 en 5 van Oxford University Press: Collected Songs in three volumes

in de Song Albums Volume I en II zijn enige van de ‘Songs of Travel’ opgenomen; hiervan bestaat een aparte Hoge en Lage versie; de Low Voice (6)  is geschikt voor de alt/mezzo stem, maar wordt er zelden door  uitgevoerd, hoewel enige liederen ervan qua tekst zeker door een vrouw gezongen zouden kunnen worden.

Van The House of Life bestaan diverse uitgaven: Edwin Ashdown Limited en Master Music Publications (7)

      Song Album Volume I

      Song Album volume II

     collected songs volume 1

    collected songs volume 2

   collected songs volume 3

1. Blackmwore By the Stour • Boy Johnny • Claribel • L'Amour De Moy • The Spanish Ladies • The Winter's Willow • Dream-Land • Linden Lea • The Sky Above the Roof (Vaughan Williams) • The Splendour Falls • The Vagabond.

2. Adieu, Think of Me  (2 duetten) • Cradle Song • Bright is the Ring of Words • Buonaparty • If I Were a Queen • Reveillez-Vous Piccarz • Tars, Idle Tears • The Roadside Fire.

(nieuwe dubbel zo dure uitgave

als deel 1)

3. Three Songs from Shakespeare:

1. Take, O Take

2. When Icicles Hang by the Wall

3. Orpheus with His Lute

Three Poems by Walt Whitman :

1. Nocturne

2. A Clear Midnight

3. Joy, Shipmate, Joy!

Greensleeves

Four Last Songs:

1.Procris  2.Tired  3.Hands, Eyes and Heart  4.Menelaus

4. Four Poems by Fredegond Shove

1. Motion and Stillness

2. Four Nights

3. The New Ghost

4. The Water Mill

See the Chariot at Hand

In the Spring

How can the Tree but Wither?

The Twilight People

5. Seven Songs from ‘the pilgrim`s progress’:

1.Watchful`s Song

2.The Song of the Pilgrims

3.The Pilgrim`s Psalm

4.The Song of the Leaves of Life and the Water of Life (duet)

5.The Song of Vanity Fair

6.The Woodcutter`s Song

7.The  Bird`s Song

       songs of travel -low voice

           the house of life

   6.  The Songs of Travel

         – low voice-

      (Boosey & Hawkes)

  7.    The House of Life

  (Master Music Publication)

 

 

 

Noten:         (n.b. er zijn geen hyperlinken in het notenapparaat)

(1) http://en.wikipedia.org/wiki/The_Pilgrim's_Progress_(opera)

(2) http://www.charlottehansson.nl/Stanford%20Charles%20Villiers_%20situatie%20Britse%20Rijk%20en%20Ierland.htm

(3) De New Grove hanteer een indeling in vijf periodes: --tot 1908; 1909-1914; 1919-1934; 1935- 1944; 1945- 1958

(4) http://en.wikipedia.org/wiki/Songs_of_Travel; volgens Day een van VW beste vroege stukken, met het thema van rusteloos zoeken  naar een

      onbekend  ideaal

(5) http://www.charlottehansson.nl/Stanford%20Charles%20Villiers.htm

(6) http://www.charlottehansson.nl/Antonin%20Dvorak%20biografie%20en%20werken.htm

(7) http://www.charlottehansson.nl/Gerald%20Finzi%20geplaatst%20in%20zijn%20tijd.htm

(8)  Vaughan Williams's music has often been said to be characteristically English, in the same way as that of Gustav Holst, Frederick Delius, George 

      Butterworth and William Walton. In Albion: The Origins of the English Imagination, Peter Ackroyd writes, "If that Englishness in music can be

      encapsulated in words at all, those words would probably be: ostensibly familiar and commonplace, yet deep and mystical as well as lyrical, melodic,

       melancholic, and nostalgic yet timeless." Ackroyd quotes music critic John Alexander Fuller Maitland, whose distinctions included editing the second

       edition of the Grove Dictionary of Music and Musicians in the years just before 1911, as having observed that in Vaughan Williams's style "one is

       never quite sure whether one is listening to something very old or very new."

       His style expresses a deep regard for and fascination with folk tunes, the variations upon which can convey the listener from the down-to-earth

       (which he always tried to remain in his daily life) to the ethereal. Simultaneously the music shows patriotism toward England in the subtlest form,

       engendered by a feeling for ancient landscapes and a person's small yet not entirely insignificant place within them.

     (http://en.wikipedia.org/wiki/Ralph_Vaughan_Williams)

(9)  Een aantal werken voor koor, maar ook voor solostem is te downloaden als Freescore:

  • Free scores by Ralph Vaughan Williams in the Choral Public Domain Library (ChoralWiki)
  • Free scores by Ralph Vaughan Williams in the International Music Score Library Project

(10) Procris : studie in impressionisme ; geeft de jaloezie van de vrouw die haar man ervan verdenkt een rendezvous met zijn maîtresse te hebben en die

         wordt gedood door zijn onfeilbare speer (Day p. 117); Tired: liefdes lyriek met lullaby ritme in de bas; lijkt beetje op luit-lied

         Hands,Eyes, and Heart : simpel, ritmisch soepel en soort wereldlijk gebed.; Menelaus heeft uitgewerkte en illustratieve begeleiding

(11) In tegenstelling tot Britten en Holst, maakt RVW geen eigen begeleidingen bij de Volksliederen maar probeert zo goed mogelijk weer te geven wat

         hij vond (Day p. 120); hij illustreert zelden details van de tekst en maakt ook geen beschrijvende  of dramatische begeleiding

(12)  In Wikipedia staat een goed uitgewerkt verhaal over het schrijven ervan door John Bunyan in 1678. Het bestond oorspronkelijk uit één deel welke de

          zoektocht beschrijft van ‘Christian’. Het latere, tweede deel (uit 1684) vertelt de pelgrimstocht van zijn vrouw ‘Christiana’, hun zonen en de meid.

       Bunyan laat hiermee zien dat ook vrouwen echte pelgrims kunnen zijn. In het artikel worden ook alle mythische  plaatsen uitgelegd. The Pilgrim`s

         Progress is een voorbeeld van (toentertijdse) expliciete Engelse Protestantse theologie gericht tegen de Rooms Katholieke Kerk. In 1693 is er nog een

         derde deel van verschenen, geschreven door een anonieme auteur.

         De liederen voor solostem geven natuurlijk lang niet alle informatie van de opera, maar enige elementen zijn er wel in te ontdekken.

 

Bronnen:

Websites:

De Ralph Vaughan Williams Society: http://www.rvwsociety.com/aboutsociety.html

Wikipedia over Ralph Vaughan Williams: http://nl.wikipedia.org/wiki/Ralph_Vaughan_Williams

 

Boeken:

H. Cobbe, Letters of Ralph Vaughan Williams, 1895-1958, Oxford (OUP), 2008

T. Hold, Parry to Finzi; Twenty English song-composers, Woodbridge 2002

S. Heffer, Vaughan Williams, Londen 2000

 J. Day, Master Musicians: Vaughan Williams, Oxford (OUP), 1998

J. N. Moore, Vaughan Williams, A Life in Photographs, New York (OUP)  1992

W. Mellrs, Vaughan Williams .and the vision of Albion., Londen 1989

R. Douglas, Working with Vaughan Williams (their correspondence), Londen 1988

S. Pakenham, Ralph Vaughan Williams. A Discovery of his Music, Londen 1957

Michael Kennedy, The Works of Ralph Vaughan Williams,  Londen 1964

The New Grove – 1995-  Ralph Vaughan Williams, artikel van Hugh Ottaway

                                                                                                         

  Terug naar    pagina    Muziek                    of                   naar de          Homepage                         van Charlotte Anna Hansson