RONDREIS SARDINIE en CORSICA

aan deze pagina wordt nog gewerkt

 

A.Geschiedenis SardiniŽ:

 

Nuraghe verspreiding††††††††††††††††††††††††††††

Romeinen en feniciers

Romeinse rijk

Afbeeldingsresultaat voor Byzantijnse rijk

Giudicatijpg

tn_IMG_2624

tn_IMG_2627

Vandalen rijk

Aragon

verspreiding Nuraghe`s in SardiniŽ

FeniciŽrs/ PuniŽrs en Nuraghe bevolking

Boven: Romeinse rijk

Onder: invallen 400 nC

Boven: Byzantijnse Rijk

Onder: Rijk van Aragon

De 4 Giudicati

1720: Corsica bij Genua (1769 bij Fr.)

SardiniŽ bij Savoye

(Lomb.Venet. K. rijk)

1860 Savoye en Nice geruild tegen Lomb.- Venetiaans Koninkrijk;

Italiaanse eenwording .

 

400.000-3000vC: Prehistorie:

Paleo-, meso- en neolithicum

3000vC: late neolithicum

Kopertijd/

klokbekercultuur

2000vC††† Bronstijd

1000vCIJzertijd: FeniciŽrs, PuniŽrs en

†††††††††††††††††††††† Romeinen

0†††††† Middeleeuwen:

Vandalen/O-Rom.Rijk,

††††††††††††††††††† Giudicati

1000nC Moderne tijd: Spanje(Aragon),

Oostenrijk, Savoye

2000nC

ItaliŽ

Paleo-, meso- en neolithicum

dolmen de coveccada

Dolmen de Caveccada (Mores)

SardiniŽ werd 600 miljoen jaar geleden gevormd. Het eerste volk op het eiland kwam waarschijnlijk via een natuurlijke landengte die ooit Toscane met SardiniŽ verbond, zoín 450.000 - 150.000 jaar geleden. Sporen hiervan zijn gevonden in de streek Anglona, bij Perfugas.Bij Oliena in de Corbeddu grot zijn sporen gevonden van menselijke activiteit gedurende de periode 14000 - 12000 v.C. Voor de tussenliggende periode zijn geen gegevens beschikbaar. SardiniŽ had enige groepen jagers-verzamelaars die op herten en de -nu uitgestorven- Prolagus Sardus jaagden. De uitgedoofde vulkaan van de Monte Arci was (en is) een van de centrale vindplaatsen van obsidiaan dat in het Neolithicum gebruikt werd voor pijlpunten, speerpunten en snijwerktuigen, die Ėdankzij de handel- ook elders in het westelijke M. Zeegebied zijn gevonden. De bekendste culturen uit die tijd zijn de cultuur van Bonu Ighinu en de cultuur van Ozieri. Hiervan zijn sporen teruggevonden in de vorm van keramiek, aardewerk, bewerkte botten en stenen. Daarnaast zijn er veel Dolmen (o.a. de Caveccada) en Domus de Janas (laatstgenoemde cultuur).

Tijdens de Kopertijd nam de activiteit van het delven van metalen toe. De Ozieri cultuur ging over in de culturen van Filigosa (Monte D'Accoddž) en Abealzu, de cultuur van Monte Claro en Campaniforme (klokbekercultuur). Van deze culturen zijn vele sporen teruggevonden in de vorm van o.a. vazen met decoratie, knopen, wapens, wijnflessen, kommen en diverse koperen voorwerpen.

tn_barumini04

Nuraghe van Barumini

De Bronstijd (1800 - 538 v. C.)wordt gekenmerkt door de typische bouwwerken in natuursteen die Nuraghi genoemd worden. Er zijn daarvan nog steeds zoín 7000. De meest bekende zijn die van Barumini in de provincie van Cagliari. Van de N. tijd zijn vele sporen teruggevonden o.a. keramiek, glas, sieraden, wapens, beeldjes in brons, vazen, gedecoreerd aardewerk en grote potten. De N. tijd is onderverdeeld in 5 periodes:

Periode I: 1800 - 1500 v.C. / Bonnannaro cultuur: de eerste bouwwerken met een simpele structuur (platformen met een doorgaande gang) ontstonden (Protonuraghe of nuraghi a corridoio passante). Het waren pastori-guerrieri (herder-krijgers), die gebruik maakten van versterkte plaatsen om hun gebied onder controle te houden. Veeteelt was het belangrijkste bestaansmiddel. Waterbronnen hadden een centrale plaats in het religieuze leven van de mensen.

Periode II: 1500 - 1200 v.C: met een groot aantal simpele Nuraghi (monotorre), soms wel negen op zoín 10 km≤. Door het ontbreken van hiŽrarchie wordt verondersteld dat de Nuraghi bewoond werden door een familie van ca.6 personen met een familiehoofd (clanhoofd). Er waren ook contacten tussen SardiniŽ en de MyceniŽrs.

Nuraghe periode III: 1200 - 900 v.C.: een onrustige periode in het Middellandse Zeegebied: Griekenland werd binnengevallen waardoor de Myceense cultuur verdween en de Zeevolken vielen Egypte aan. In deze periode ontstaan van complexe Nuraghi (een complexere samenleving met meer macht i.h.v. het stamhoofd. De contacten met het oostelijke Middellandse Zeegebied, m.n. Cyprus, bleven bestaan. Naast landbouw en veeteelt nu handel en bewerking brons belangrijk.

Nuraghe periode IV: 900 - 538 v.C. en V: 538 - 238 v.C. Rond 1000 v.C. gingen Fenicische schepen inhammen in de Sardijnse kust gebruiken als haven. 8ste E v.Chr. stichtten zij Nora, Sulcis, Tharros en Olbia, en later Bithia en Karalis (het huidige Cagliari). Verstandhouding met plaatselijke stamhoofden snel slechter: de Nuraghische volken gingen de Fenicische nederzettingen aanvallen, die daarom in 509 v.C. Carthago om hulp vroegen.

amfitheater

Romeins amfitheater Cagliari

Na de FeniciŽrs namen rond 538 v.C. de PuniŽrs (uit Carthago) de macht over. Zij breidden hun invloed uit tot bijna geheel SardiniŽ. Door de Punische overheersing werden de Sardische stammen die vasthielden aan hun eigen cultuur naar de binnenlanden gedrongen. Tot 238 v.C. was het gebied o.l.v. Carthago en leefde de bronstijdcultuur naast de Fenicische/Punische cultuur. SardiniŽ heette in Carthago ĎIchnusaí. In Tharros werden

sieraden van goud, zilver, jaspis en koraal gemaakt die overal in het westelijke deel van het M. Zee zijn teruggevonden. De eerste munten werden geslagen (3e eeuw v.C.), naar voorbeeld van Carthago die daarmee begon om huurlingen te betalen.

De Romeinen wonnen de 1e Punische oorlog en annexeerden na SiciliŽ, in 238 v.C. SardiniŽ en Corsica. Samen werden deze de 2e provincie van het Romeinse Rijk dat vervolgens legers naar SardiniŽ moest sturen om het gebied volledig te onderwerpen. Er waren talrijke opstanden van de Fenicische bevolking die samenwerkten met de Nuraghe bevolking tegen de Romeinen. De Nuraghe cultuur stierf uit, maar de bewoners vergaten hun achtergrond niet en verzetten zich nog vele malen tegen de Romeinen. Van 177 -115 v.C. werden duizenden Sarden gedood ofafgevoerd naar Romeals slaaf. Het grote aanbod had tot gevolg dat de prijzen van slaven sterk daalden en sindsdien noemden de Romeinen dit fenomeen sardi venales.

Bijna 700 jaar lang regeerden de Romeinen er. Het leverde graan, zout, olijfolie, graniet, lood en zilver.
De Romeinen verbeterden de infrastructuur op het eiland, maar beperkten zich vaak tot de kuststreek. De grote heirbaan op het eiland liep in een grote S-vorm door de dalen en er werden veel tempels, thermen en amfitheaters gebouwd. De Romeinen gebruikten S. ook als verbanningsoord voor politieke tegenstanders en misdadigers. Zij moesten in de mijnen werken: ertswinning (ijzer, lood, koper, zilver en goud in de omgeving van Iglesiente) en zoutwinning (in de omgeving van Cagliari/Sinis). Rond 27 v.C. werd SardiniŽ gescheiden van Corsica en werd het een senaatsprovincie.

Oristano Sinis bij S. Giovanni

San Giovanni de Sinis

(bij Oristano)

Tegen het jaar 400 n.C. was het Romeinse Rijk definitief verdeeld geraakt in een oostelijk en westelijk deel. Het oostelijk deel (later Byzantische Rijk) bleef een belangrijke macht, maar het West-Romeinse Rijk verviel door allerlei interne en externe problemen al snel tot chaos: De Vandalenveroverden Carthago en stichtten een eigen Koninkrijk in Noord-Afrika, het Vandaalse Rijk en onderwierpen SiciliŽ, SardiniŽ, Corsica en de Balearen in 455 n.C. Bijna een eeuw lang bleven de Vandalen een belangrijke macht in het Middellandse Zeegebied. In 533 n.C. werden zij door de Oost-Romeinse troepen, onder leiding van de Byzantijnse generaal Belisarius, verslagen in de omgeving van Carthago. Als volk verdwenen de Vandalen daarna. Vanaf 455 n.C. spreekt men niet meer van provincie SardiniŽ maar van eiland SardiniŽ.

SardiniŽ werd toen een van de zeven Afrikaanse provincies. De Byzantijnen hielden het eiland lang bezet en in Karalis, dat tegen 600 Cagliari werd, kwam een aartsbisdom. Vanaf 711 vielen de Arabieren regelmatig het eiland aan. Om die reden werd in de 9e eeuw Tharros verlaten en werd het huidige Oristano gebouwd. In naam maakte het eiland nog steeds deel uit van het Byzantijnse Rijk, maar in de praktijk vormde er zich, vanaf 900 een uniek politiek bestelwaarbij het gebied verdeeld werd in 4 ĎGiudicatií (vorstendommen): Gallura, Torres, Arborea en Cagliari.

Victor Emmanuel II

Cavour

Victor

Emmanuel II

Cavour

Garibaldi

 

Garibaldi

 

Paus Bonifatius VIII ondertekende in 1295 de pauselijke bul waarbij Jacobus II van Aragon werd benoemd tot koning van Corsica en SardiniŽ. Op 12 juni 1323 landde het Aragoneze leger op SardiniŽ, maar de Spaanse verovering verliep langzaam: de heersers van Arborea voerden langdurig oorlog tegen de indringers, er waren opstanden in Alghero en in 1355 werd de Spaanse Kroon gedwongen de zes grootste steden een vorm van parlement toe te staan. De Aragonezen kregen pas in 1409 definitief de macht in handen, toen het vorstendom Arborea na de Slag van Sanluri was verwoest en werd vervangen door het markizaat Oristano.

De eerste universiteiten werden gesticht: die van Sassari in 1562, van Cagliari in 1620. Na de Vrede van Utrecht in 1714 werd het eiland, door de Spanjaarden afgestaan aan Oostenrijk, dat het vervolgens bij het Verdrag van Londen (1718) overdroeg aan koning Vittoro Amedeo II van Savoye, toen SiciliŽ met Spanje geruild werd voor het eiland SardiniŽ. Van 1720 tot 1861 vormde SardiniŽ met PiŽmonte het Koninkrijk SardiniŽ, een misleidende term omdat het grootste deel van het rijk - inclusief de hoofdstad Turijn - op het vasteland lag. Reden: Savoye was een hertogdom, maar met het eiland SardiniŽ was vanouds de koningstitel geassocieerd. Om het hele rijk nu tot koninkrijk te verheffen werd de naam veranderd in SardiniŽ. In 1796 veroverde Napoleon Bonaparte heel Noord- ItaliŽ, waarop de Savoyes naar het eiland SardiniŽ vluchtten. Het Koninkrijk kwam in 1814 terug op de kaart en werd uitgebreid met de Republiek Genua als bufferstaat tegen Frankrijk.

In 1850 installeerde Victor Emanuel II, koning van Piemont ĖSardiniŽ, er een liberale regering onder graaf Camillo Benso di Cavour. Deze werd de drijvende kracht achter de Italiaanse eenheidsbeweging (Risorgimento). SardiniŽ vocht in de Krimoorlog met Turkije, Engeland en Frankrijk tegen Rusland. In 1859 trok Victor Emanuel II samen met Frankrijk ten strijde tegen Oostenrijk. SardiniŽ verkreeg in 1860 het door Napoleon veroverde Lombardisch- Venetiaans Koninkrijk door een ruil met Frankrijk tegen Savoye en Nice. Datzelfde jaar sloten Parma, Toscane, Modena en Romagna zich bij SardiniŽ aan en begon Giuseppe Garibaldi met zijn campagne om Zuid-ItaliŽ te veroveren.

Op 17 maart 1861 werd het koninkrijk ItaliŽ uitgeroepen met Victor Emanuel II als koning. SardiniŽ als land hield op te bestaan.

vlag sardinie i

vlag sardinie ii

De vlag van SardiniŽ, of de Vier-Moren-Vlag, is het officiŽle embleem van de autonome regio SardiniŽ. Er gaan verschillende verhalen dat het symbool terug gaat tot 1017 n.C., maar het eerste verband met SardiniŽ stamt uit de 14e eeuw, als officieel symbool van het koninkrijk. Sinds de 18e eeuw hielden de Moren hun hoofd naar links en hielden zij de witte band voor hun ogen. De officiŽle erkenning van de vlag van SardiniŽ binnen ItaliŽ kwam in 1952. Een regionale wet veranderde in 1999 de vlag: de Moren kijken nu naar rechts en de witte banden bedekken de voorhoofden. Op het wapen van SardiniŽ kijken de Moren nog steeds de andere kant op en zijn hun ogen bedekt door een blinddoek.

 

B.Geschiedenis Corsica:

 

Corsica vroege ijzertijd

Corsica Focaers

Corsica ijzertijd

Corsica en Carthago

Corsica Italie 1494

tn_IMG_2625

Corsica nu

Corsica bij LiguriŽ

Focaiers, vanuit Griekenland, in Corsica

De Etrusken op Corsica

De invloed v. Carthago

Corsica bij Genua

Corsica bij Frankrijk

(1769)

††††† Corsica nu

 

10.000?- 3000 vC. Prehistorie

††††††††††††††††† Meso-, neolithicum

3000- 2000: Laat neolithicum

2000 vC:†† Bronstijd

1000vC: Bronstijd

Torreanen, Focaiers, Carthagers, Etrusken

0Middeleeuwen:

Vandalen, Goten, Longobarden, Byzantijnen, Grieken,Saracenen, Moren,

Toscane

1000nC Moderne Tijd:

Paus, Pisa, Genua, Aragon, Genua, Frankrijk, Engeland

Frankrijk

2000nC

Frankrijk

Corsica Bonifacio

Wanneer de eerste mensen zich precies op Corsica vestigden is niet bekend, maar er zijn aanwijzingen gevonden dat het 9.000 tot 10.000 jaar geleden was. Het bewijs hiervoor is het skelet van de Ďdame van Bonifacioí ( gedateerd 6570 vC).Het waren grotbewoners levend van jacht en visserij en waarschijnlijk afkomstig waren van Toscane en van SardiniŽ. Corsica behoorde rond die tijd tot LiguriŽ. Vanaf 6000vCleerden de Corsicanen granen te verbouwen, schapen en geiten te houden en gebruikte men stenen wapens en gebruiksvoorwerpen.

Met behulp van de vele op het eiland liggende grote stenen werden ook de eerste huizen gebouwd in de laat- neolithische periode. Kenmerkend voor deze periode zijn de zogenaamde Ďalignementsí, rijen tot menselijke figuren omhoog geplaatste grote stenen of menhirs (dolmens). Menhirs werden ook bij graven geplaatst als eerbetoon aan de gestorvene.

Corsica menhirs 3

Tijdens de Bronstijd (2000-500 v.Chr.) was Corsica bevolkt met stammen die in krijgerverband leefden: de sterkste stam kon het meeste macht bezitten. De rijkste stammen konden hun dorpen ombouwen tot versterkte plaatsten (zoals Filitosa). De cultuur van de stammen op Corsica had veel gemeen met die op SardiniŽ en de Balearen. Op alle eilanden zijn nuraghe`s teruggevonden, waarmee er bewijs is dat er contact was tussen de eilanden. Corsica verschilde wel op ťťn punt sterk met de andere twee: de cultuur op Corsica was laat-Megalithisch, terwijl SardiniŽ en de Balearen tot de Klokbekercultuur behoorden. Dit betekende dat de volkeren op Corsica verder gingen met hun megalithische kunst, zoals de megalithische graven in Settiva en Fontanaccia, terwijl de andere eilanden in een verder stadium zaten. In de bronstijd van 1800-700 voor Chr. werden er al kleine gefortificeerde dorpen gebouwd door in die tijd gevormde stammen. In die periode kwamen ook de goed bewapende Torreanen op Corsica, waardoor de Corsicanen gedwongen waren om te vluchten naar Noord- Corsica. De Torreanen hadden in tegenstelling tot de Corsicanen bronzen dolken en zwaarden tot hun beschikking. Ze bouwden ook tempels in de vorm van torens. Ca. 550 v. Chr. landden de Focaiers, door de Perzen verjaagd uit Griekenland, op de oostkust van Corsica. Het waren handelaren die veel zaken deden met SiciliŽ, Spanje, Frankrijk en ItaliŽ, en zij stichtten de nederzetting Alalia, waar nu Alťria gelegen is. Deze Focaiers werden weer verjaagd door de Carthagers en de Etrusken. Doordat Carthago en Rome met elkaar slaags raakten kreeg De Romeinse veldheer Scipio de opdracht de Corsicanen uit Alalia te verjagen en de stad te vernietigen. Dit lukte zonder veel moeite en vanaf 221 v. Chr. werd Corsica een provincie van het Romeinse Rijk. De Corsicanen waren al die tijd genoodzaakt zich in het binnenland terug te trekken en deelden af en toe wat speldenprikken uit tegen de diverse indringers. Het lukte hen ook om enkele steden in het binnenland te bouwen.

Sambucuccio de Alando

Sambucuccio de Alando 2

Het christendom werd in de Romeinse periode geÔntroduceerd maar de verspreiding verliep moeizaam door de gewelddadige tegenwerking van de Romeinen. In 410 werd Rome door de Goten veroverd en werd Corsica bevrijd van het Romeinse juk. Lang duurde die vrijheid echter niet want vervolgens werd Corsica bezet door Vandalen, Goten, Longobarden, Byzantijnen en Grieken. De Grieken bleven het langst en onder hen hadden de Corsicanen het zeer moeilijk o.a. vanwege hoge belastingen die men aan de Grieken moest betalen. De Griekse overheersing duurde ongeveer twee eeuwen. In 713 werden de Grieken verjaagd door de Saracenen die zich alleen zouden bezighouden met het plunderen van het eiland. In 807 werd Corsica door de Moren bezet, die de bevolking nog meer de duimschroeven aanzetten. Vele Corsicanen vluchtten dan ook naar het Franse vasteland. Pogingen van andere landen om de Moren te verjagen, mislukten vooralsnog.
In 833 lukte het echter de Toscaanse graaf Bonifacio een vesting te bouwen op het zuidelijkste puntje van Corsica. Toch zou het nog meer dan 150 jaar duren voordat de Moren door Italianen verjaagd zouden worden. Als dank voor bewezen diensten kregen een aantal Italiaanse soldaten en gevluchte edelen een kasteel en een stuk land toegewezen. Maar ook deze zogenaamde Ďbaronnení onderdrukten de Corsicaanse bevolking en vochten ook onderling vele oorlogen uit. De Corsicanen pikten het niet langer meer en onder leiding van Sambucuccio de Alando lukte het om de Italiaanse baronnen een tijdje buitenspel te zetten. Er werd een verbond opgericht, de Terra del Commune, waarin elke Corsicaanse provincie een of twee burgemeesters mocht afvaardigen. Helaas grepen de baronnen na de dood van Sambucuccio weer de macht.

Sinucello de Cinarca

Sinucello de Cinarca

Arrigo della Rocca

Arrigo della Rocca

In 1077 kreeg paus Gregorius VII van de Franse koning het recht op Corsica. De paus gaf het eiland echter als leengoed aan de kardinaal van het Italiaanse Pisa, toen de grootste handelsconcurrent van Genua. Er werden steden herbouwd, wegen en bruggen aangelegd en veel kerken gebouwd. Langs de kust kwamen wachttorens om vijanden op tijd te kunnen zien. In 1217 veroverden de Genuezen Bonifacio en stichtten er een Genuese handelskolonie. Met behulp van de Corsicaanse vrijheidsstrijder Sinucello de Cinarca werden de Genuezen verslagen, maar in 1221 werd het leger van Sinucello verslagen. De paus schonk Corsica, samen met SardiniŽ aan de koning van Aragon in Spanje. Het lukte hen echter ook niet om de Genuezen te verjagen. Nu kwam echter de bevolking weer in opstand onder leiding van Arrigo della Rocca. Na een mislukte poging versloeg hij in 1392 de Genuezen, werd al snel weer verslagen door diezelfde Genuezen, maar veroverde daarna weer geheel Corsica met uitzondering van deBonifacio en Calvi. Deze geschiedenis herhaalde zich nog enkele malen totdat het verzet van de Corsicanen in 1515 definitief door de Genuezen gebroken werd. In 1547 werd weer een poging gedaan om Corsica van de Genuezen te bevrijden. Dit keer was het koning Hendrik II samen met de Turkse vloot en de Corsicaan Sampiero Corso, die een poging waagden. In 1553 werd Corsica, op Calvi na, ingenomen door de Fransen maar in 1559 werd Corsica tijdens de vrede van Cateau- Cambrťsis weer aan de Genuezen toegewezen. Sampiero deed nu nog een laatste poging met een klein maar sterk leger, maar die mislukte. De Genuezen bouwden nu nog sterkere en hogere torens (12-17 meter hoog) langs de kust. Enkele daarvan staan nog steeds op o.a. Cap Corse.
Rond 1730 werd het weer onrustig op het eiland, o.a. door de belastingverhogingen die de Genuezen steeds doorvoerden. De Genuezen kregen echter hulp van Karel VI die een groot leger Duitse huursoldaten stuurde. In 1732 werd er tot een wapenstilstand besloten, maar er volgde nog een zeer roerige periode, waarbij o.a. ook de Engelsen om hulp werd gevraagd.
Pasquale Paoli werd in 1755 de nieuwe leider van het Corsicaanse verzet en hij zou uiteindelijk de Vader des Vaderlands worden. Hij had gestudeerd, had nieuwe ideeŽn en voerde ze ook uit: er kwam stemrecht voor iedereen boven de 25. Er werd verder een algemene vergadering uitgeroepen, hij verbood de ďvendettaĒ (de bloedwraak), stichtte volksscholen en in 1765 de universiteit van Corte. Hij wilde ook een eigen vloot hebben. In 1768 werd Corsica door de Genuezen aan Frankrijk verkocht voor 200.000 pond. Het verzet was woedend over deze koehandel. Carlo Bonaparte, de vader van Napoleon Bonaparte, verklaarde Frankrijk de oorlog. De slag bij Borgo werd door de Corsicanen gewonnen, maar op 8 mei 1769 werd het Corsicaanse leger in de pan gehakt door het leger van Lodewijk XV. Op 12 juni 1769 werd Corsica tot Frans grondgebied verklaard. Aangespoord door de Franse Revolutie reisde Paoli naar Parijs om de vrijheid van Corsica te bepleiten. Deze missie lukte, alleen het C. volk was erg verdeeld en een burgeroorlog dreigde. Paoli riep onmiddellijk de onafhankelijkheid van Corsica uit maar vroeg de Engelsen weer om hulp. Met vereende krachten werd de rust hersteld en de oude grondwet werd weer aangenomen, hoewel de eigenlijke macht in handen was van de Engelse koning George III. George III benoemde Gilbert Elliott tot onderkoning van Corsica maar de Engelsen trokken zich al na een jaar terug uit Corsica.
Ondertussen vocht Napoleon Bonaparte mee in het C. leger. Na een mislukte poging om de citadel van Ajaccio op de Engelsen te veroveren vluchtte hij naar het vasteland waardoor hij door de meeste Corsicanen als een landverrader beschouwd werd. In Frankrijk aangekomen maakte hij al snel furore in het leger en werd hij uiteindelijk keizer. Tijdens zijn veldtocht in ItaliŽ maakte hij in 1799 een einde aan de Engelse overheersing van Corsica en bezette het eiland. In 1811 benoemde hij zijn geboorteplaats Ajaccio tot hoofdstad van Corsica. Het eiland verfranste al snel hoewel Parijs de nieuwe aanwinst eigenlijk links liet liggen. Dit veranderde pas tijdens het bewind van Napoleon III, halverwege de 19e eeuw. Hij stichtte ziekenhuizen,legde wegen en spoorwegen aan en veel Corsicanen werden in openbare functies benoemd.

Sampiero Corso

Pasquale Paoli

S. Corso

P.Paoli

 

 

 

les maquisards

Les Maquisards

Evengoed trokken veel Corsicanen naar het Franse vasteland op zoek naar werk. Veel Corsicanen vochten met de Fransen mee in WO I. Er zouden er meer dan 40.000 van sneuvelen op de slagvelden. Bij WO II vond Mussolini dat Corsica bij ItaliŽ hoorde. De Corsicanen dachten hier anders over maar de Duitsgezinde Vichy- regering ging op 11 november overstag en stond Corsica af aan de Italianen. Dezelfde dag nog werd het bezet door de Italianen en even later door de Duitsers. Verzet werd beantwoord met intimidaties, plunderingen en de oprichting van een concentratiekamp, wat leidde tot de oprichting van een verzetsbeweging (maquisards) die vanuit de maquis het de Italianen en de Duitsers steeds moeilijker maakten. Ze werden daarbij geholpen door de geallieerden die veel wapens en munitie aan land smokkelden. Ondanks hevig verzet van de Duitsers werden zij op 4 oktober 1943 in de Golo-vallei verslagen. De Italianen hadden zich al enkele maanden eerder overgegeven zodat voor Corsica de oorlog al vrij snel voorbij was.

Vanaf 1955 werd door de Franse regering besloten tot modernisering en uitbreiding van de landbouw, maar veel Corsicanen gingen toch nog naar Frankrijk. In 1959 werd het Action Rťgionaliste Corse (ARC) opgericht en in 1975 het Front de Libťration Nationale de Corse (FLNC). In 1975 werd Corsica in twee departementen onderverdeeld. Bastia werd de hoofdstad van het departement Haut-Corse en Ajaccio van het departement Corse du Sud. In 1982 kreeg Corsica een eigen parlement met 61 zetels en mocht beslissingen nemen op het gebied van cultuur, onderwijs en milieu. Een kleine minderheid streeft echter nog steeds naar autonomie en maakt dat regelmatig duidelijk via o.a. bomaanslagen (111 in 1973, 463 in 1980). Begin jaren negentig viel het FLNC uit elkaar door o.a. persoonlijke conflicten en economische en politieke belangenverstrengelingen. In 2001 kwam er een akkoord tussen de Franse regering en alle Corsicaanse partijen, waarbij Corsica uiteindelijk meer autonomie kreeg.

 

 

†††††††††††††† tn_62232-landkaart-2018-62232_corsica_en_sardinie_rr_2018

 

 

 

 

Bronnen:

Geschreven:

Putzger Historischer Weltatlas, Berlin, 2001

Bosatlas van de Wereldgeschiedenis, WN Groningen, 1997 (2de druk)

 

Websites:

https://www.go-enjoysardinia.eu/sardinie/geschiedenis/

https://www.tharros.info/ViewText.php?id=1301†† (over de nuraghe)

http://www.corsicavakantieinfo.nl/geschiedenis/

https://www.landenweb.nl/corsica/geschiedenis/

 

Terug naar de pagina ĎEerdere reizení