Robert Burns 1759-1796

 

Talrijke componisten uit de Romantiek en latere tijd als L. van Beethoven, J. Haydn, R. Schumann, B. Britten en P. Grainger hebben de gedichten van Robert Burns gebruikt als basis voor hun liederen (1). Burns componeerde zelf ook. Hij is een nationaal symbool van Schotland en wordt bijna als een godheid vereerd: Op zijn verjaardag die nog steeds jaarlijks door Schotten over de hele wereld gevierd wordt, serveert men een haggis (2), die ceremonieel onder begeleiding van doedelzakmuziek naar de tafel wordt gedragen.

In deze biografie van Robert Burns die in een heel kort leven veel tot stand heeft gebracht, een leven vol hoogte- en dieptepunten, wordt natuurlijk ook ingegaan op de historische achtergronden van zijn poëzie.

 

Hoofdstukken:

  1. De geschiedenis van Schotland/ de economische situatie in Ayrshire
  2. Biografie van Robert Burns/ het belang van Burns voor de Muziekgeschiedenis
  3. Belangrijke gedichten/ composities van Burns voor de solo alt/ mezzo-stem en duetten S/A (A/A)

 

1a. De geschiedenis van Schotland

Burns` gedichten zijn niet te begrijpen zonder goede kennis van de Schotse –vooral 18de eeuwse- geschiedenis.

Reeds eerder is in Nieuwsbrief 22 (3) hiervan een beschrijving gemaakt. Een groot deel van de tekst is daar uit overgenomen:

 

 

    1450-1625                                                     ca 1625-                                             ca.  1750                                       na 1800

Renaissance/ vroeg Barok                                                               Barok                                 (rococo)                            Romantiek

        Hendrik VIII   (Tudor)                          Karel I     / O. Cromwell                                                                                (grote groei nationalisme)

           Mary/   Elizabeth I                              restauratie:  Karel II

                            Jacobus I/ VI  (Stuart)                          Jacobus II (VII)

                                                                                               Willem & Mary/ Anna

                                                                                                     1714: Huis Hannover:

                                                                                                                       George I 

                                                                                                                                George II / Jacobitische opstanden       

                                                                                                                                                                    George III

                                

                                                                                                                                          Robert Burns (1759- 1796)

 

‘Onze’ geschiedenis begint met de koningen uit het huis Tudor (1485-1603). Onder Hendrik VIII Tudor (1509-1547) ontstond de ‘eerste’ Engelse reformatie (hervorming), die brak met de kerk van Rome. De kloosters werden ontbonden en de grond kwam in handen van de ‘bourgeoisie’.

Na een korte regeringsperiode van Maria (de Katholieke), bevestigde Elizabeth I (1558-1603) de reformatie door de stichting van de Anglicaanse Kerk, een kerksoort behorend tot de Protestante kerken.

Tijdens de regering van Elizabeth I bereikte Engeland een grote economische en culturele bloei. Zij werd opgevolgd door James (Jacobus in het Latijn) I uit het huis Stuart (1603-1625) . Hij, een katholiek, was al koning van Schotland onder de naam Jacobus VI en hij regeerde absolutistisch. Onder zijn opvolger Karel I (1625-1649) ontstond de Engelse Burgeroorlog, waarbij Oliver Cromwell overwon.

Na diens dictatuur werd het huis Stuart gerestaureerd in de persoon van Karel II ((1660-1685) en de afzonderlijke parlementen van Engeland, Schotland en Ierland  -door Cromwell samengevoegd-  werden weer hersteld net als het Anglicanisme als staatsgodsdienst. Karel II sympathiseerde met het katholicisme.

De Restauratieperiode was politiek gezien een stap terug: hard optreden tegen mensen met andere meningen, uitspattingen aan het hof, geheime diplomatie enz., maar voor wetenschap en kunst was het een zegenrijke periode. Karel`s katholieke broer Jacobus II (in Schotland Jacobus VII) regeerde van 1685-1688 en hij bevoordeelde de katholieken zeer en hield er wederom zeer absolutistische gedachten op na.

Daarom wendde in 1688 het parlement zich tot (de protestantse) stadhouder Willem III van Holland, die getrouwd was met Maria, de dochter van Jacobus II. Willem versloeg Jacobus in Ierland in 1688 en werd zelf koning (Glorious Revolution). Jacobus vluchtte naar Frankrijk, gevolgd door 10.000 Ieren.

Na Willems dood in 1702 volgde zijn schoonzus Anna I (1702-1714) hem op.  In 1707 werden  Engeland en Schotland verenigd tot één rijk met één parlement. De Schotten, van wie velen tegen de Unie waren, behielden op godsdienst- en onderwijsgebied een grote zelfstandigheid. De Unie betekende voor Schotland een economische en culturele opbloei.

In 1714 kwam het ‘Duitse” huis Hannover aan de macht in de persoon van George I (tot 1727). Hij werd opgevolgd door zijn zoon George II (1727-1760). Het parlement had wel meer macht gekregen maar over het algemeen was de regering toch nog zeer aristocratisch van karakter.

 

georgeII

  jamesVIII

   charlesedwardstuart

  Duke of Cumberland

  king-george-iii

  PittYoungerTate

George II van

Hannover

   Jacobus  VIII (III)

   The Old Pretender

  Bonnie Prince Charlie

  The Young Pretender

  Duke of Cumberland

  The Butcher (Slager)

George III van Hannover

    William Pitt de 

         Jongere

 

Van 1715- 1719 en van 1745- 1746 vonden wederom Jacobitische opstanden plaats. In de eerste periode om James III/ (Jacobus) VIII, ‘the Old Pretender’, de zoon van Jacobus VII op de troon te krijgen.                                                                                                                     

In 1745 landde Charles Edward Stuart (The Young Pretender), de zoon van James III, ook Bonnie Prince Charlie genaamd, in Schotland. In de daaropvolgende strijd wonnen de Jacobieten van de Engelse troepen, maar in een volgende strijd in 1746 te Culloden, tegen de Duke of Cumberland (de zoon van koning George II), ook bekend als ‘de Slager’, verloren ze totaal .

De ‘Slager’ verbood het dragen van de kilt en tartan en het bijeenkomen van clans. Bonnie Prince Charlie kon ontsnappen met de hulp van Flora MacDonald, die hem gekleed als haar dienares ‘Betty Burke’,  naar Frankrijk smokkelde, waarna hij, verlaten door zijn vrouw en aan de alcohol verslaafd, ten slotte in Rome stierf.

 

 tochten Bonnie 1745-46

 Cuuloden Cairn

  -geheel

  250px-MapOfAyrshire

          Culloden Cairn

     Ligging Ayrshire in 

           Schotland

     Standbeeld Flora MacDonald voor Inverness Castle

 robert-burns

     De tocht van Bonnie 1745-1746

        Flora MacDonald

       Robert Burns

                            Ayrshire

 

 

George III, de kleinzoon van George II, regeerde van 1760 – 1820 (4a). In deze periode  vonden militaire conflicten plaats in Europa, Afrika, Amerika en Azië: de Zevenjarige Oorlog tegen Frankrijk, de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog, de Franse Revolutie en de strijd tegen Napoleon. George III moest al snel een groot deel van zijn macht afstaan aan het parlement. Vanaf 1788 leed hij aan aanvallen van krankzinnigheid.

Veel Schotten steunden de Franse Revolutie. Zij sloten zich aaneen onder de naam van ‘Vrienden van het Volk’ en riepen openlijk om politieke hervormingen. Hiertegen over stond het establishment, geleid door Dundas die Schotland regeerde uit naam van William Pitt (4b) en de regering in Londen. Toen de Franse Revolutie uitbrak in 1789 werd er door het parlement van Pitt besloten om zich zo lang mogelijk buiten de politieke spanningen in Europa te houden. De agressie van de Franse revolutionaire regering liet niet toe dat het Verenigd Koninkrijk neutraal bleef. In 1793 verklaarde Frankrijk, zelf gelovend dat het de revolutie in Engeland kon versnellen, de oorlog aan het Verenigd Koninkrijk. Samen met Oostenrijk, Pruisen, Sardinië, Spanje en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ging men toen tegen Frankrijk vechten.

 

 

1b. De economische situatie in Ayrshire

De situatie in de Schotse economie en met name in Ayrshire, was midden 18de eeuw als volgt:

Er waren wat nieuwe landgoederen gesticht door welvarende mensen, zoals teruggekeerden uit de koloniën en pioniers van de opkomende Industriële Revolutie. Echter onder andere ten gevolge van het mislukte Schotse koloniale avontuur in Panama en vervolgens door de tweede Jacobitische opstand, had de stad Ayr enorme financiële problemen gekregen. Om deze situatie wat te verlichten besloot de stad gronden te verkopen aan kooplieden die toen enorme ‘landhonger’ hadden.

Deze gronden werden van oudsher bewerkt en bemest als ze dicht bij de huizen lagen, maar het ‘outfield’ werd nauwelijks bemest en als de grond was uitgeput werd deze verlaten en werd een nieuw stuk ontgonnen. Op het resterende land graasde wat hongerig, vaak ziek vee. Er was geen geldeconomie: de huur werd betaald in natura of door het verrichten van werkzaamheden en men was bijna geheel zelfvoorzienend.

Eind 18de eeuw ontstond een beweging die streefde naar allerlei vernieuwingen in de landbouw (improvement). Deze zou uiteindelijk zorgen voor meer welvaart van de boeren.

 

2. Biografie van Robert Burns

Te Alloway in Ayrshire vestigde zich William Burnes, afkomstig uit de Highlands, geheel berooid na de slag bij Culloden, om een nieuw bestaan op te bouwen. Dat lukte verhoudingsgewijs goed want hij slaagde er zelfs in een betaalde baan te vinden en hij huwde in 1757 Agnes Brown uit Maybole (5).

In 1759 werd Robert uit dit huwelijk als oudste van zeven kinderen geboren.

William en Agnes gaven Robert en de andere kinderen een goede opleiding. Zijn vader gaf hen zelf les en later zorgde hij dat er een school kwam voor hen en de buurkinderen (6). Zijn moeder zong – naar verluidt- de hele dag thuis de plaatselijke volksliederen. Dat moet toch invloed hebben gehad!

En hoewel de pachtboerderij Mount Oliphant ondanks alle inspanningen nauwelijks rendeerde en William steeds dieper in de schulden raakte, zorgde hij er in 1772 voor dat Robert en zijn broer Gilbert nog een tijd naar de parochieschool gingen om hun handschrift te verbeteren. In 1775 stuurde William Robert naar Kirkoswald om landmeetkunde te studeren. In 1776 kon de familie verhuizen naar een nieuwe grotere, gunstiger gelegen pachtboerderij  -Lochlie- , waarbij tevens werd bepaald dat ze hun oude schulden niet direct hoefden af te betalen. Lochlie lag bij Tarbolton in het noordelijke deel van Ayrshire waar de industriële en agrarische revolutie zich wel snel ontwikkelde, maar ook hier gold dat het een permanente strijd was tegen slecht ontwikkelde grond. Daarnaast was er voortdurend gebrek aan kapitaal om ook maar iets te verbeteren.

In 1780 stichtte Robert de Tarbolton Bachelors` Club, een debatgenootschap dat elke maand bij elkaar kwam en

in 1781 werd hij vrijmetselaar in de St. Davids Lodge, later in de St. James Lodge te Tarbolton.

Via deze beweging kwam hij in contact met belangrijke, invloedrijke personen.

 

geboorteplaats Robert

Mount Oliphant

Lochlie

 Mossgiel begin 19de eeuw

   Monument voor Highland Mary

  Frances Anna Dunlop

 Margaret Chalmers

Geboortehuis Robert

  Mount Oliphant

        Lochlie

          Mossgiel

 Mrs. Dunlop

M. Chalmers

 

 

 

 

       Standbeeld  

      Highland Mary

 

 

 

Robert begon naast zijn gewone werkzaamheden met het schrijven van poëzie in 1783. William stierf in 1784 geheel uitgeput van het vechten tegen de landheren die steeds meer geld wilden zien. Vlak daarna veranderden Robert en Gilbert hun naam van Burnes in Burns en de de familie verhuisde naar een nieuwe pachtboerderij te Mossgiel bij Mauchline, die ze konden huren van Gavin Hamilton, een liberaal en lid van de vrijmetselaarsloge.

 

Ondertussen had Robert zijn eerste kind ‘Dear- Bought Bess’ verwekt bij de verzorgster van zijn zieke vader Elizabeth Paton, maar hij wilde niet met haar trouwen omdat hij bang was dat zij zijn literaire carrière zou tegenwerken. Bess werd uiteindelijk grootgebracht door Gilbert en Robert`s moeder.

In 1785 maakte hij Jean Armour het hof, maar hoewel ze zwanger van hem was, mocht ze onder druk van haar vader hem niet meer zien. Zij beviel in 1786 van een tweeling, waarvan het meisje na vier maanden stierf en de zoon door Robert`s moeder werd grootgebracht.

Daarna ontmoette hij ‘Highland’ Mary Campbell (7), een kindermeisje in het huishouden van Hamilton.

Robert wilde met haar naar Jamaica emigreren om aan al zijn problemen te ontsnappen, maar helaas, zij stierf, wellicht ook zwanger van hem, in 1786 aan koorts. Hoe groot Roberts liefde voor haar is geweest, is niet duidelijk, maar de meeste schrijvers vermelden wel dat hij een tijd lang flink van slag was. Veertig jaar later werd een monument opgericht boven haar graf waar Burns` aanhangers haar vereerden terwijl zij Mary`s ‘story’ uitbouwden tot een legende.

Met Frances Anna Dunlop (8)  heeft Robert tot zijn dood gecorrespondeerd.

 

Zijn gedichten, vaak gericht tegen kerkelijke kwesties als de predestinatieleer en het benoemingsrecht van dominee`s (9)-  werden intussen lokaal goed ontvangen en in 1786 onder de naam Poems, Chiefly in the Scottish dialect uitgegeven door een drukkerij in Kilmarnock. Hierdoor werd hij beroemd in Schotland en hij vertrok op uitdrukkelijk verzoek naar Edinburgh waar hij iedereen van naam en faam (zoals Walter Scott bijv.) ontmoette. Hij werd daar lid van de Crochallan Fencibles, oorspronkelijk een drankgenootschap voor mannen, dat door Robert ‘literaire trekken’ kreeg. Tezelfdertijd kwam de tweede editie van de Kilmarnock uitgave uit. In 1787 kwam hij terug na een rondreis door de Highlands waar hij ook Culloden bezocht (10). Ondertussen was hij  begonnen alle ‘Schotse Liederen al dan niet op muziek gezet’ te verzamelen (11) en vroeg al zijn vrienden hem daarbij te helpen. Aan bestaande (dans-)melodieën voegde hij ook woorden toe.

Robert kon maar niet beslissen of hij zelf een boerderij zou gaan pachten en met welke vrouw hij een vaste relatie aan zou gaan. Aanvankelijk zat hij achter Margaret (Peggy) Chalmers aan, die hem echter afwees (12). Daarna liet hij zijn oog vallen op nog een paar vrouwen, waaronder ook getrouwde. Toen Jean Armour weer in verwachting van hem bleek, ontkende hij aanvankelijk dat ze ook maar enig recht op hem als echtgenoot had, maar in 1788 trouwde hij toch met haar.

Robert verwekte voor en na zijn huwelijk nog diverse andere kinderen bij verschillende vrouwen, waarvan de in 1791 geboren Elizabeth (Betty) uiteindelijk werd grootgebracht door Jean. We weten veel over al deze relaties omdat er brieven over en weer bewaard zijn gebleven.

Robert en Jean bleven eerst in Mauchline wonen en daarna trokken ze naar Ellisland Farm. De tweeling die werd geboren vlak voor hun huwelijk, stierf kort erna en van de volgende negen kinderen in tien jaar, bereikten maar drie zoons hun puberteit.

 

Inmiddels was hij in contact gekomen met Robert Riddell van Glenriddell. Deze was bezig een verzameling Schotse e.a. melodieën  voor viool en pianoforte aan te leggen. Burns leverde de woorden voor een aantal liederen. Verder zond Riddell hem hulp bij zijn oogst en verschafte hem een rustige plaats om aan zijn gedichten te kunnen werken, introduceerde hem in de Monkland Friendly Society, een rondreizende bibliotheek voor pachtboeren, en bij zijn vrienden.

Robert Burns schreef ook over politiek en verhulde niet dat hij een hekel had aan koning George III die regelmatig aanvallen van gekte had.  Zijn roem leverde echter geen geld meer op en Ellisland Farm –in die tijd niet omheind en met uitgeputte grond-  was ondanks al zijn geploeter niet winstgevend. Het mistige klimaat was ook zeer slecht voor zijn gezondheid. Moegestreden slaagde hij er in 1791  in van zijn verplichtingen met betrekking tot Ellisland Farm af te komen en in Dumfries een baan op de afdeling Accijnzen (13) te verkrijgen.

 

In 1792 vroeg George Thomson in Edinburgh hem mee te helpen bij het samenstellen van een nieuwe verzameling Schotse liederen, wat hij deed.

Toen de Fransen in 1793 de oorlog aan het Verenigd Koninkrijk (zie 1a) verklaarden, zat Robert in een moeilijke positie: in zijn hart stond hij aan de kant van de Vrienden van het Volk, maar vanwege zijn functie kon hij niet te openlijk tegen de regering in gaan. Ten gevolge van de Franse oorlogen stokte de handel en dat betekende dat Robert`s geldzorgen ook toenamen.

Rond die tijd kwam de vriendschap met de Riddells en met name met Maria, waar Robert zeer regelmatig op bezoek kwam (14), om niet geheel duidelijke redenen tot een eind, maar later werd deze weer enigszins hersteld.

Daarnaast werd zijn dochter Elizabeth steeds zieker. Door al wat er gebeurde,  kwam zijn hypochondrie waar hij regelmatig last van had, weer terug en werd zijn drankprobleem steeds groter. Uiteindelijk werd ook zijn vriendschap met mrs. Dunlop verbroken (15)

Omdat een Franse invasie steeds dichterbij kwam, werd hij lid van de plaatselijke vrijwilligersbrigade, waarmee hij twee keer per week oefende. Ten gevolge van de Franse blokkades braken in Dumfries heftige voedselrellen uit.

 

Omdat hij zich steeds zieker voelde, nam hij op medisch advies in 1796 een bad in een koude bron. Hierna kreeg hij enorme koorts en stierf drie dagen later. De vrijwilligersbrigade uit Dumfries en diverse andere regimenten droegen hem ten grave, terwijl Jean tegelijkertijd beviel van een zoon.

 

Direct na zijn dood verschenen veel artikelen waarin men Robert aanviel: ze noemden hem een dronkeman en overspelige, die zijn vrouw en kinderen, zijn werk als boer en als belastingambtenaar verwaarloosde.

Zijn vrienden John Syme (16) en Alexander Cunningham (17) probeerden geld te verzamelen om Jean en haar kinderen van een fatsoenlijk bestaan te verzekeren en ze vatten het plan op al zijn gedichten uit te geven, aangevuld met een biografie.  Er waren voor Dr. James Currie (18) die deze onbezoldigde taak op zich nam echter twee problemen: de hoeveelheid materiaal was enorm en daarnaast wilden velen met wie Robert gecorrespondeerd had hun brieven niet afstaan of ze vernietigden ze. Currie stuurde de geleende papieren na de publicatie niet terug naar de eigenaren en omdat hij kort daarna stierf, verdween heel veel materiaal vervolgens voor altijd.

Binnen vijf jaar na Burns dood ontstond er vrij plotseling een cultus die hem een halfgoddelijke status toekende en elke kritiek op zijn dichtkunst afwees. In 1801 ontstond de eerste Burns Club en het eerste Burns Supper. Het eeuwfeest van zijn geboortedag in 1859 werd in Schotland, de hele Engelssprekende wereld en zelfs in Europa groots gevierd.

 

Vrijmetselaarsoptocht

Jean Armour

Burns_Ellisland

riddell-maria

Burns Mausoleum Dumfries

Eeuwfeest Burns Crystal Palace Londen

Vrijmetselaarsoptocht

    Jean Armour

       Ellisland Farm

Maria Riddell

 Mausoleum Dumfries

Eeuwfeest Crystal Palace

 

Burns belang voor de (muziek) geschiedenis is als volgt kort samen te vatten:

Hij was de allergrootste verzamelaar van volksliederen in en uit heel Schotland. Hij herzag ze of paste ze aan, maar hij componeerde ze zelf ook.  Hij schreef enorm veel gedichten, zowel in het Schots (19) als in het Engels, over allerlei soorten onderwerpen.  Veel van deze gedichten zijn door andere componisten op muziek gezet.

Vanwege al deze werkzaamheden wordt hij gezien als een belangrijke voorloper van de Romantiek.

Op politiek terrein zagen zowel liberalen als socialisten hem na zijn dood als een bron van inspiratie.

 

3. Belangrijke gedichten/ composities van Burns voor de solo alt/ mezzo-stem en duetten S/A (A/A)

Robert Burns schreef circa vierhonderd gedichten. Via de site van de Robert Burns stichting zijn ze allen terug te vinden inclusief hun achtergronden. In het boek van N. Watters worden nog wat andere verhalen met betrekking tot de gedichten van Burns (en enige van zijn tijdgenoten als Lady Nairne en Sir Walter Scott) weergegeven, uitgesplitst in: a. Place, b. Romance, c. Battles, d. Islands and Rivers, e. People, f. Nature and Folk en g. National.

On line zijn gedeeltes uit het boek van Watter raadpleegbaar.

 

Voorbeelden van gedichten zijn bij

  1. My Heart `s in the Highlands
  2. O My Love `s Like a Red Red Rose, Highland Mary en Will Ye Go to the Indies My Mary,

Ye Banks and Braes o’ Bonnie Doon, Afton Water

e.        McPherson`s Farewell

f.         Ca’ the Yowes to the Knowes

g.        Scots Wha Hae, Killiecrankie, Over the Water to Charlie, Highland Widow`s  Lament

en vooral:  Auld Lang Syne

 

Veel volkliederen op teksten van Burns of door hem bewerkt, hebben een ligging die voor elk stemtype haalbaar is.  Het is niet moeilijk ze te verkrijgen. Voor een overzicht van boeken en verzamelbundels waarin ze staan afgedrukt kan bijvoorbeeld doorgeklikt worden via http://www.recmusic.org/lieder/b/burns/.

Op deze site staan ook, in alfabetische volgorde, veel gedichten die door andere componisten zijn getoonzet. Deze liederen zoals bijvoorbeeld Highland Widow`s  Lament, in het Duits vertaald als  Die Hochländer-Witwe  en door Schumann van muziek voorzien, zijn wel voor verschillende stemtypes geschreven. Omdat veel liedbundels van  de ‘Grote Romantische Componisten’  in verschillende liggingen zijn uitgebracht, zijn die liederen ook voor de alt/ mezzo stem beschikbaar.

 

Duetten op teksten van Burns zijn ook verkrijgbaar, maar minder makkelijk. Een aantal ervan, geschikt voor de combinatie SA maar soms ook zingbaar door AA , staan bijvoorbeeld in The Scottish Duet Book. Dit is een verzameling van 32 favoriete liederen met piano(forte)begeleiding, als duet gearrangeerd door Alfred Moffat en Purcell J. Mansfield.

Antiquarisch is deze bundel nog wel verkrijgbaar, maar verder wordt het wel goed zoeken in muziekbibliotheken.

 

Noten:

1. Voor een overzicht van de componisten die gebruik gemaakt hebben van de gedichten van Burns zie; http://www.recmusic.org/lieder/b/burns/

2. voor het begrip haggis: http://www.worldburnsclub.com/begin/address_to_a_haggis.htm

3. zie voor de hele nieuwsbrief: http://www.charlottehansson.nl/nieuwsbrief%2022.htm

4a.. zie voor George III http://nl.wikipedia.org/wiki/George_III_van_het_Verenigd_Koninkrijk

4b.  voor William Pitt zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/William_Pitt_de_Jongere

5. Voor een uitgebreide beschrijving van de (voor)vaderen, woonplaatsen en werkzaamheden van de Burns` zie bijv. het boek van Hugh Douglas,

6. De schoolmeester John Murdoch heeft veel bijgedragen aan de ontwikkeling van Robert. Hij hielp hem ook zijn Engelse grammatica te verbeteren en bracht hem wat Frans bij.

7. Mary Campbell bezongen als  ‘The Highland Lassie O’; ‘Will Ye Go to the Indies, my Mary’ en ‘To Mary in Heaven’. Gilbert zegt dat ‘Flow Gently Sweet Afton’ ook op haar geschreven is, maar dit wordt vaak betwist; zie voor meer uitleg bijv. Hugh Douglas.

8. Voor Frances Anna Dunlop zie: http://www.robertburns.org/encyclopedia/DunlopMrsFrancesAnna17301511815.321.shtml

9. Benoeming in handen van de congregatie (zoals aanvankelijk door de Kerk van Schotland was voorgeschreven) of door (een niet geestelijke) lokale landeigenaar; de strijd tussen Burghers en anti-Burghers ontstond en op theologisch gebied: New Lights versus Old Lights; het satirische gedicht ‘Holy Willie`s Prayer’schreef hij naar aanleiding van de strijd van Gavin Hamilton tegen de Kerk: men verweet hem o.a. vijf zondagen zonder goede reden niet in de kerk te zijn geweest en het gezinsgebed thuis niet te verwaarloezen;

Andere gedichten tegen de Old (Auld) Lights (Lichts) zijn bijvoorbeeld The Holy Fair, The Kirk`s Alarm

10. Ook al schreef hij nationalistische gedichten en liederen, hij was geen Jacobiet…dwz hij wilde geen restauratie van hun geslacht: hij wilde wel de onafhankelijkheid van Schotland zoals die was onder Jacobus VI (Stuart), maar hij vond dat de latere Stuarts de troon die zij claimden niet waard waren.

11. Veel ervan verschenen in The Scots Musical Museum; James Johnson was hier mee begonnen.

12. Peggy Chalmers was van alle vrouwen intellectueel gezien de meest gelijkwaardige. Zij vond Roberts liefdesverklaringen te heftig en wees hem af. Later schreef hij nog diverse gedichten voor haar, o.a. ‘Fairest Maid on Devon`s Bank’.

13. Het diploma hiervoor had hij in de tussentijd behaald; het werk was zeer complex: er waren veel verschillende tarieven en er was veel papierwerk. Men moest per week ca. 200 mijl rijden op het eigen paard en alle kosten zelf betalen, maar..het salaris was behoorlijk

14. Voor Maria Riddell zie: http://www.robertburns.org/encyclopedia/RiddellMariaBanksWoodley17721511808.745.shtml

15. Mrs. Dunlop had twee dochters die getrouwd waren met Franse (koningsgezinde) vluchtelingen . Robert schreef haar een brief waarin hij Lodewijk XVI een domkop noemde en Marie Antoinette een hoer. Dit was voor mrs. Dunlop een te erge belediging.

16. Voor John Syme zie: http://www.robertburns.org/encyclopedia/SymeJohn1755-1831.838.shtml

17. Voor Alexander Cunningham zie: http://www.robertburns.org/encyclopedia/CunninghamAlexanderd1812.252.shtml

18. Voor James Currie zie: http://www.robertburns.org/encyclopedia/CurrieDrJames17561511805.260.shtml

19. Zie voor uitleg hiervan: http://en.wikipedia.org/wiki/Scots_language

 

 

Bronnen:

 

Websites:

Alle info over Burns gedichten/ liederen/ encyclopedie enz. : http://www.robertburns.org/encyclopedia/index.shtml

Info over een aantal van Burns gedichten: zie ook: http://www.robertburns.plus.com/Stories.htm

Korte biografie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Robert_Burns

                              http://www.usefultrivia.com/biographies/robert_burns_001.html

Poetry archive:  http://www.poetry-archive.com/b/burns_robert_bibliography.html

Overzicht van (heel veel) gedichten die door allerlei componisten op muziek zijn gezet:  http://www.recmusic.org/lieder/b/burns/

 

 

Literatuur:

M. J. M. de Haan,  Robert Burns, dichter en vrijmetselaar. Den Haag, 1997

Ian McIntyre, Robert Burns: A Life, (Classic Biography), Londen, 2001

Norman Watters, Stories Behind Some of Burns`Songs and Other Scottish Songs, Durham, 2000

 

 

 Terug naar  boven          naar de pagina   muziek    of      naar de      homepage van Charlotte Anna Hansson