REBECCA CLARKE (1886- 1979)

 

1880

1890

1900

1910

1920

1930

1940

1950

1960

1970

 

 

 

 

WOI

 

 

 

WOII

 

 

 

 

 

1886

Studie+

comp.

R. professioneel violiste en

componiste

affaire +

paar comp.

 

weinig comp.

huwelijk met James Friskin

nauwelijks composities

nauwelijks

composities

 

Rebecca Helferich Clarke werd op 27 augustus 1886 in het Engelse Harrow geboren. Haar vader, Joseph Thacher Clarke, een Amerikaan, was architect en haar moeder, Agnes Paulina Marie Amelie Helferich, was van Duitse afkomst (1). Volgens Rebecca`s memoires zou haar vader nogal wreed zijn geweest (2), maar haar familie stimuleerde wel haar muzikale aspiraties. Toen haar 15 maanden jongere broer Hans vioolles kreeg, mocht zij daar bij aanwezig zijn en in 1903 begon Rebecca haar studie aan de Royal Academy of Music (RAM). Toen haar harmoniedocent Percy Hilder Miles echter met haar wilde trouwen, haalden haar ouders haar in 1905 van school af. Joseph stuurde toen enkele composities van haar naar Charles Stanford, die haar accepteerde als zijn eerste vrouwelijke leerling aan het Royal College of Music (RCM). Later ging Rebecca altviool spelen.

Volgens de New Grove (3) kon ze weer niet afstuderen omdat haar vader haar het huis uitjoeg, omdat ze kritiek had op zijn buitenechtelijke relaties (4). Dit botst nogal met de opmerking dat Rebecca in 1910 afstudeerde (5). In 1912 vormde zij met enkele medeleden van het Royal College of Music – onder andere haar latere man James Friskin en George Butterworth – de Palestrina Society. Die wijdde zich aan het uitvoeren van 'oude muziek'. Ralph Vaughan Williams was een tijdje hun dirigent.

Rebecca in 1919

Charles Villiers Stanford

Ralph Vaughan Williams

George Butterworth

Queen's Hall Orchestra

Elizabeth Sprague Coolidge

May Henrietta Mukle

Myra Hess

Adila Fachiri

 Rebecca 1919

  Ch. Stanford

R. Vaughan Williams

G Butterworth

     Queen`s Hall Orchestra

Elizabeth

Coolidge

May Mukle

Myra Hess

     Adila Fachiri

tenor

Gervase Elwes

 

Rebecca onderhield zichzelf nu door als professioneel violist op te treden en in 1912 werd zij lid van Henry Woods, voorheen alleen voor mannen toegankelijke, Queen's Hall Orchestra. Daarnaast voerde zij kamermuziek uit met het Nora Clench Quartet. In 1916 maakte ze haar eerste reis naar de Verenigde Staten. Hier ontmoette zij Elizabeth Sprague Coolidge, promotor en geldschieter van 'nieuwe muziek'. Hiertoe aangemoedigd door o.a. Coolidge, schreef Rebecca onder het pseudoniem Anthony Trent  ‘Morpheus’, voor altviool en piano. In 1918 liet zij dat stuk in New York, in haar gezamenlijke recital met de celliste May Henrietta Mukle, in première gaan. Datzelfde jaar deed zij mee aan de Coolidge Competition met de Sonata for Viola and Piano, waarmee zij de tweede prijs won. De componist Ernest Bloch won de eerste prijs en een aantal verslaggevers meende nu dat ‘Rebecca Clarke’ een pseudoniem van Bloch was. Rebecca`s sonate bleek een groot succes. In 1918-1919 gaf ze met May Mukle vele uitvoeringen in Hawaii.

In 1920 schreef ze een pianotrio, dat opnieuw de tweede prijs in de Coolidge Competition won (6). In 1923 was Rebecca de enige vrouw die ‘gesponsord’ werd door Coolidge. In 1922-23 maakte ze een wereld- tournee langs de Britse kolonies.

In 1924 ging ze in Londen wonen, waar ze optrad als ensemble speler en soliste met musici als Myra Hess, Adila Fachiri, André Mangeot, Gordon Bryan, Adolphe Hallis, Guilhermina Suggia en May Mukle. In 1927 vormde ze samen met Marjorie Hayward, Kathleen Long en Mukle, het English Ensemble en speelde ze op muziekavonden in Chelsea. E.J. Moeran droeg een strijktrio aan haar op en Walter Leigh schreef een altvioolsonate voor haar. Ze trad op in uitzendingen van de BBC en maakte verschillende opnames. In de jaren dertig schreef Rebecca nauwelijks muziek. Dat had vooral te maken – zoals ze in een interview ter gelegenheid van haar negentigste verjaardag onthulde- met het feit dat ze tussen 1927 en 1933 een –alle energie slurpende- affaire had met de –getrouwde, acht jaar jongere- Britse bariton John Goss. Hij had de premières gezongen van verschillende van haar latere liederen, waarvan er twee -June Twilight en The Seal Man- aan hem waren opgedragen. Het lied Tiger voltooide ze toen haar relatie was afgelopen en dat bleek meteen haar laatste compositie voor solostem te zijn tot begin jaren (19)40.

Guilhermina Suggia jpg

Marjorie Hayward

Kathleen Long

Moeran

John Goss

James Friskinjpg

Rebecca in 1976

B&H songalbum

OUP

Guilhermina Suggia

Marjorie Hayward

Kathleen Long

E.J. Moeran

John Goss

James Friskin

Rebecca in 1976

Boosey & Hawkes

   Songs OUP

 

Terwijl Rebecca in 1939 haar broers in de Verenigde Staten bezocht, brak in Europa WOII uit. Daarom kon zij niet terugkeren naar Engeland en bleef zij in Amerika. Ze begon weer te componeren (7), maar ze moest daarmee stoppen toen ze in 1942 werk vond als kinderjuffrouw in Connecticut. Hier ontmoette zij James Friskin weer, die zij nog kende van het Royal College of Music en die nu docent was aan de Julliard School in New York. In 1944 trouwden zij en het huwelijk betekende opnieuw een einde aan haar creativiteit. Zij zette zich nu in voor haar mans carrière en leed daarnaast (daardoor?) aan een chronische vorm van depressiviteit. Tegen de jaren zeventig werd haar werk niet meer gedrukt. Friskin overleed in 1967. In 1976 werd Rebecca herontdekt door een radiopresentatrice in New York, die haar uitnodigde voor een interview en werk van haar uit 1919 uitzond. Dit betekende een serieuze opleving van haar populariteit.

Rebecca overleed op 13 oktober 1979 in New York City. In haar werk zijn impressionistische, expressionistische en later meer ‘contrapunctische’ (=neoclassicistische) tendensen te vinden. Ofschoon ze bijna 100 werken schreef: 52 liederen, 11 koorstukken, 21 stukken kamermuziek, een Piano Trio, en een Viola Sonata, werden tijdens haar leven slechts 20 hiervan gepubliceerd en toen ze stierf waren die al lange tijd niet meer herdrukt. Een groot deel van haar composities is in het bezit van de Clarke Estate. In 2000 werd de Rebecca Clarke Society opgericht.

 

Hieronder een tabel met Rebecca`s liederen. Ik zal nog uitzoeken in hoeverre deze geschikt zijn voor de alt/mezzo stem.

Jaar compositie

Titel

Auteur tekst

Opmerkingen

Uitgegeven door

Ik zing

? 1903

Wandrers Nachtlied

Goethe

 

 

 

? 1904

Chanson

Maeterlinck

 

 

 

1904

Ah, for the red spring rose

?

 

 

 

1904

Shiv and the Grasshopper

Kipling, (from The Jungle Book)

 

 

 

1904

Aufblick

Dehmel

 

 

 

? 1904

Klage

Dehmel

 

 

 

? 1904

Stimme im Dunkeln

Dehmel

 

 

 

? 1904

O Welt

?

 

 

 

? 1905

Oh, dreaming world

?

 

 

 

1905

Du

Richard Schaukal

 

 

 

? 1905

The moving finger writes

Khayyám, from the Rubaiyát, trans. Fitzgerald

 

 

 

? 1905

Wiegenlied

Detlev von Liliencron

(Voice, violin, piano)

 

 

? 1906

Nach einem Regen

Dehmel

 

 

 

1906

Durch die Nacht

Dehmel

 

 

 

1907 (april)

Vergissmeinnicht

Dehmel

 

 

 

1907 (aug.)

Nacht für nacht

Dehmel

Two voices, piano

 

 

1907

Magna est veritas

Patmore

 

 

 

? 1909

Spirits

R.Bridges

Two high voices, piano

 

 

? 1910

The color of life

Old Chinese Words

 

 

 

? 1910

Return of spring

Old Chinese Words

 

 

 

? 1910

Tears

Chinese words, Wang Seng-ju as transl. by L. Cranmer-Byng in A Lute of Jade (1911)

The result of a contest between Clarke, Eugene Goossens, and May Mukle, to see who could write the best setting of this text

 

 

? 1911

The folly of being comforted

Yeats

 

 

 

? 1912

Shy one

Yeats

To Gervase Elwes 

Boosey & Hawkes (B&H) 1920/1994

x

? 1912

The Cloths of Heaven

Yeats

To Gervase Elwes

B&H 1920/1994

x

? 1912

Weep you no more sad fountains

Dowland

To Dora [Clarke, the composer's sister]

OUP, 2002

 

? 1912= 1913

Away delights

Fletcher

Two voices and piano; To Dora

 

 

? 1912= 1913

Hymn to Pan

Fletcher

Tenor, baritone, piano; to Dora

B&H 1994

 

? 1913

Infant joy

Blake

 

 

 

1919 ( 1 febr)

Down by the salley gardens

Yeats

 

B&H, 1994

x

1920 (dec)

Psalm 63 (A Psalm of David when he was in the wilderness of Judah)

 

 

OUP, 2002

 

1922 ( 24 jan)

The seal man

Masefield

23 Oct 1925 by John Goss, Bar, and Reginald Paul, piano

B&H, 1994

 

1924 (jan)

Three Old English Songs arr. for voice and violin: 1.It was a lover and his lass (Morely) 2.Phyllis on the new mown hay 3.The tailor and his mouse

1.Shakespeare

 

B&H 1994

 

1925 (jan)

June twilight

Masefield

To John Goss

B&H 1994

 

1926 (jan)

Come, O come, my life's delight

Campion

Based on Clarke's own earlier choral setting

OUP, 2002

 

1926

A dream

Yeats

 

B&H, 1994

 

1926

Sleep

Fletcher

Tenor, baritone, piano; To David Brynley and Norman Notley, members of the English Singers

 

 

? 1926

Sleep (versie II)

Fletcher

idem

 

 

? 1926

Take, O Take Those Lips Away

Fletcher

To David Brynley and Norman Notley, members of the English Singers. First perf. at the home of Julian Huxley

 

 

1926 (apr)

Three Irish Country Songs, arr. for voice and violin 1. I know my love 2. I know where I'm goin 3. As I was goin to Ballynure

From the edition by Herbert Hughes

 

OUP, 1928, reprinted 2002

 

1927

The cherry-blossom wand

A. Wickham

To Anne Thursfield

OUP, 1929, 2002

 

1927

Eight o'clock

Housman

To Lawrence Strauss/ perf. by John Goss, 23 Nov. 1927, London.

B&H, 1994

 

? 1928

Greeting

E. Young

 

B&H, 1994

 

1929 (6 mrt)

Cradle song

Blake

 

OUP, 2002

 

1929

The aspidistra

C. Flight

 

OUP, 2002

 

1929-33; herz.1972

Tiger. tiger

Blake

 

OUP, 2002

 

1941

Lethe

St. Vincent Millay

 

OUP, 2002

 

? vroeg 1940`s

Daybreak

John Donne

high voice, string quartet

 

 

1942 (nov)

The donkey

Chesterton

To Povla Frijsch

OUP, 2002

 

? 1940s

Binnorie

traditional ballad, also known as 'The twa sisters 'and The cruel sister'

Perf. on Oct. 27, 28, 2001 by Eileen Strempel (sop) and Sylvie Beaudette (piano), Boston

OUP, 2002

 

1954

God made a tree

K. Kendall

 

OUP, 2002

 

1950 s

Down by the Salley Gardens,

Yeats

Arr. of Clarke s 1919 song for Helen and Howard Boatwright (voice/violin)

OUP, 2002

 

?

Up-Hill

Christina Rossetti

Discovered in Clarke estate ca. 2000.

 

 

.

 

 

Koorwerken voor SA combinatie(s):

 

 

1937

Ave Maria

traditional, based on Luke 1:28

SSA

OUP, 1998

 

? 1943

Chorus from Shelleys ‘Hellas’

Shelley

SSSAA

OUP, 1999

 

 

Aan deze tekst is het laatst gewerkt op 10 juni 2019

 

 

Noten:

(1). Ze was een nicht van de Duitse historicus Leopold von Ranke

(2). https://www.rebeccaclarke.org/her-life/; zie ook: http://theartsongproject.com/rebecca-clarke/

(3). In 1907 she began a composition course at the RCM, where she was Stanford’s first female student. Again, she was unable to finish her studies, as her father suddenly banished her from the family home; zie ook: http://theartsongproject.com/rebecca-clarke/

(4). https://en.wikipedia.org/wiki/Rebecca_Clarke_(composer)

(5). Nederlandse Wikipedia site (https://nl.wikipedia.org/wiki/Rebecca_Clarke)

(6). Verder schreef ze nog een rapsodie voor cello en piano (1923) op persoonlijke commissie van Elizabeth Sprague Coolidge, Epilogue voor cello en piano voor Guilhermina Suggia en Midsummer Moon voor viool en piano voor Adila Fachiri

(7). Uit deze periode stammen de muziekstukken Prelude, Allegro, and Pastorale (1942) voor altviool en klarinet, Dumka voor viool, altviool en piano, Passacaglia on an Old English Tune voor altviool en piano, en enkele liederen.

Bronnen:

Gedrukte:

New Grove Dictionary of Music and Musicians

 

Websites:

https://www.rebeccaclarke.org/?doing_wp_cron=1559209284.4527580738067626953125

https://en.wikipedia.org/wiki/List_of_compositions_by_Rebecca_Clarke

Terug naar de pagina ‘muziek