MUZIEK AAN HET HOF VAN FRANÇOIS (FRANS) I VAN VALOIS (1494 - 1515 – 1547)

HET FRANSE CHANSON, CHANSONS NOUVELLES : HET ‘CHANSON PARISIENNE’

 

Frans I geboren in Cognac in 1494 en in 1515 in Reims tot koning van Frankrijk gekroond, was de enige zoon van Karel van Angoulême en Louise van Savoye. Hij behoorde tot de linie Valois- Angoulême van het Huis Valois. Frans regeerde tot zijn dood in 1547.

Hij huwde in 1514 Claude van Frankrijk (1499 – 1524), dochter van koning Lodewijk XII en Anna van Bretagne. Claude kreeg in die tien huwelijksjaren 7 kinderen, waaronder Hendrik II, die in 1547 Frans opvolgde. In 1530 trouwde Frans opnieuw, nu met Eleonora van Oostenrijk (Eleonora van Castilië:1498 – 1558), de oudste dochter van Filips de Schone en Johanna de Waanzinnige en de oudste zus van keizer Karel V. Dit huwelijk bleef kinderloos.

 

In het kader van ons onderwerp is de buitenlandse politiek van Frans I wat minder relevant en wordt derhalve slechts zeer kort besproken:

Frans vocht zeer regelmatig in Noord- Italië, vooral tegen Karel V van Habsburg, waarbij hij ook eens gevangen werd genomen. Meestal hadden deze gevechten weinig resultaat, behalve dan dat ze leidden tot enorme verliezen aan geld en manschappen. Tijdens ‘gevechtspauzes’ stuurde Frans mensen naar de Nieuwe Wereld om daar ook een plek te veroveren tussen de andere kolonisatoren.

 

 

 

 

Frankrijk 15de  eeuw (Putzger Weltatlas)

Frankrijk 16de eeuw (Putzger Weltatlas)

 

 

 

In zijn binnenlandse politiek hield hij zich bezig met de centralisatie van de staat en hij slaagde er onder meer Auvergne aan zijn gezag te onderwerpen. In 1539 werd het Frans de officiële bestuurstaal.

Aanvankelijk was Frans tolerant tegenover de reformatie en probeerde zelfs de eenheid in het christendom te herstellen, maar na 1534 veranderde zijn houding (1). Dankzij het Concordaat van Bologna (1516) dat hij sloot met paus Leo X, kreeg Frans de macht om zelf kandidaten voor belangrijke functies in de katholieke kerk te benoemen.

Frans` voorgangers, Karel VIII en Lodewijk XII, hadden ook zeer veel gevochten in Italië en maakten daar de ontwikkeling van de Italiaanse renaissance mee. Enige van zijn (Frans) leraren beïnvloedden hem met de (in Frankrijk nieuwe) ideeën van het humanisme. Direct na 1515 gaf hij opdracht tot de bouw van het kasteel van Chambord en hij betrok Leonardo da Vinci bij het ontwerp. Rond 1530 nam hij twee Italiaanse kunstenaars in dienst, die in het Kasteel van Fontainebleau werkten aan de decoratie, de fresco’s de  gipspleisterornamenten die de wandtapijten moesten vervangen. Frans bracht er vervolgens een deel van zijn kunstcollectie onder, inclusief de Mona Lisa.

In 1539 gaf hij ook de aanzet tot het – onderzoeksinstituut - Collège Royal, het latere Collège de France. Hij stimuleerde ook de vertaling van klassieke werken in de Franse taal.

 

De ontwikkeling van een nationale stijl (qua tekst én muziek)

I.De Franco- Vlaamse School (Vlaamse Polyfonie of Nederlandse School) en het einde ervan

II.De betekenis van hofdichter Clément Marot

III.De Franse muziekuitgeverijen:  Pierre Attaingnant e.a.

IV.Het nieuwe chanson: in hoeverre was er invloed van de Italiaanse frottola`s en canti carnascialeschi ?

V.De belangrijkste componisten van de nieuwe chansonstijl en waar hun werk te vinden

VI.Duetten uit deze tijd. Voor deze duetten in oude en moderne notatie, volg deze link

 

I.De Franco- Vlaamse school en het einde ervan

In de Renaissance werd de polyfone Franco- Vlaamse school zeer belangrijk (2). In de religieuze muziek waren motet en mis de belangrijkste genres. Aanvankelijk was de polyfonie 4-stemmig met de cantus firmus in de tenor, maar werd later 5- of  6-stemmig met de cantus firmus verspreid over alle stemmen. Er werd steeds meer gebruik gemaakt van imitatie, waardoor de polyfonie steeds sterker werd en de helderheid verloor. Het Concilie van Trente (1545- 1563) maakte een einde aan het gebruik van polyfonie in de kerk.

 

II.De betekenis van hofdichter Clément Marot

Frans streefde het renaissancistische ideaal van de universele mecenas na. Lodewijk XII had in 1501 al Josquin des Prez (1450 -1521) gedurende enige jaren aan de Chapelle Royale weten te verbinden (3). Antoine de Févin (c. 1470 – 1511/12), afkomstig uit Arras en waarschijnlijk priester geworden in de jaren 1490, werkte daar ook rond 1507 als zanger en componist (4). 

Frans` moeder, Louise van Savoye, bracht hem de liefde voor de kunsten bij en zijn zus Margaretha van Navarra (1492-1549), die zelf ook poëzie schreef, nam in 1518 de protestantsgezinde Clément Marot (1496-1544) in dienst. In 1527 werd deze ‘valet de chambre du roi(hofdichter) van Frans. Marot was zeer populair vanwege zijn ‘chansons’ (meestal liefdesliederen, zonder te veel passie). Veel van zijn wereldse chansons werden in zijn tijd al geregeld van christelijke teksten voorzien, zodat ook de hugenoten ze konden zingen, zoals bijv. Tant que vivray &c (5). Marot kan beschouwd worden als de dichter die de Middeleeuwen afsloot en de nieuwe tijd inluidde. Door de nieuwe generatie dichters die opkwam midden 16de eeuw  (Pléiade: Ronsard, zie IV B.) werd hij als oppervlakkige rederijker beschouwd, maar bijna alle gerenommeerde componisten van zijn tijd hebben chansons van hem getoonzet: o.a. Clément Janequin, Pierre Regnault Sandrin, Claudin de Sermisy, Pierre Certon en Claude Le Jeune (en nog heel veel anderen), tot in de 17de en 18de eeuw. De 19de eeuw verkoos Ronsard en de Pléiade, maar in de 20ste eeuw werden Marots gedichten voor stem en piano gezet door Ravel, Warlock en Martelli e.a.(6).

 

III. De Franse muziekuitgeverijen

Uitermate belangrijk voor de verspreiding van de chansons werden de uitgeverijen van

A.Pierre Attaingnant (c. 1494 – 1551/2) in Parijs. Attaingnant was vermoedelijk de eerste die in 1528 beweeglijke lettervormen gebruikte, waardoor in één keer een muziekvel met notenbalknoten en tekst kon worden gedrukt, wat tijd- en geld bespaarde. Hij kreeg in 1538 een koninklijk, herhaaldelijk verlengd exclusief recht op het drukken van muziekboeken en werd hij uiteindelijk benoemd tot imprimeur et libraire du Roy en musique. Attaingnant bracht tussen 1528 en 1552 meer dan vijftig chansonbundels uit, met zo`n 1500 composities.

Voor meer info over hem en het drukproces, zie: https://walterbitner.com/2017/01/13/music-printer-to-the-king-pierre-attaingnant/

B. Jacques Moderne (1495 - 1562) in Lyon. Moderne nam het drukprocedé van Pierre Attaignant over.

C. Le Roy & Ballard in Parijs. Deze firma kreeg in 1551 een koninklijk privilege van Hendrik II om muziek te drukken (beweeglijk systeem, zie A.). In 1553 nam het Attaignants titel van ‘Imprimeur du Roy en musique’ over. Na 1570 had Roy & Ballard een monopolie positie.

D. Pierre Phalèse (Petrus Phalesius; ca. 1510 - 1573) in Leuven (en later ook Antwerpen).

E. Tylman Susato (c.1515 – c. 1570) in Antwerpen.

 

IV. Het nieuwe chanson: in hoeverre was er invloed van de Italiaanse frottola`s en canti carnascialeschi ?

Josquin des Prez was in de Franco- Vlaamse school ‘progressief’, want hij verliet de ‘formes fixes’’. Alexander Agricola, Loyset Compère, Pierre de la Rue en Antoine de Longueval bijvoorbeeld waren hier wat voorzichtiger mee, terwijl Obrecht, Isaac, Mouton Févin, Ninot le Petit en Antoine Brumel deze formes geheel afzwoeren. De vroegste druk met stukken hiervan was de (Harmonice Musices) Odhecaton van Petrucci (1501)

Volgens een aantal musicologen hebben frottola`s (en canti carnascialeschi) (7) invloed gehad op het ontstaan van een nieuwe stijl van de chansons. De New Grove (Chanson) benadrukt echter dat deze inderdaad oppervlakkig op elkaar lijken vanwege de akkoordstructuren, maar dat er geen direct verband is omdat ze op heel verschillende manieren zijn ontstaan. Ik durf daar – momenteel - geen uitspraak over te doen.

A.De ‘nieuwe chansons’ in de eerste bundels van Attaingnant (III.A) zijn ‘licht polyfoon’, en hebben een lichtvoetige, snelle, sterk ritmische  vierstemmige, syllabische zetting. Er zijn veel herhaalde noten, vooral binaire metra, snel declamerende passages en de structuur is homofoon: een meerstemmigheid waarbij de stemmen grotendeels tegelijkertijd (homoritmisch) bewegen. De chansons zijn meer vanuit akkoorden gecomponeerd. De melodie ligt meestal in de bovenste stem en het schema is duidelijk herkenbaar: AABC of ABCA. Het eind van elke regel wordt benadrukt met relatief lange tonen, cadensen en/of toonherhalingen. Het beginritme is vaak lang- kort- kort, meestal met toonherhaling. In feite is het contrapunt gebaseerd op een duet tussen sopraan en tenor, waar een harmonische bas en complementaire alt zijn toegevoegd. De tekstuitbeelding heeft zulke toonschilderingen dat men wel van programmatische chanson spreekt en liefdesscènes zijn zeer geliefde onderwerpen.

Dit Parijse chanson werd vanaf c. 1530 het belangrijkste chanson- genre, met componisten als – zie V - Clément Janequin, Claudin de Sermisy,, Pierre Certon, Pierre Passereau en Pierre Sandrin.

B.In de tweede helft van de 16de eeuw kwam in Frankrijk als variant van het chanson de vaudeville (voix de ville, stem van de stad) op, volkse strofische liederen met eenvoudige zetting, die leidden tot de airs de cour (1570- 1650). Het air de cour werd aan het Franse hof gezongen en later ook in sociëteiten voor de burgerij. Het kenmerkt zich door ingetogen, seculiere liederen op poëtische teksten, meestal meerstemmig uitgevoerd in een homofone stijl met een verticale structuur, waarbij alle stemmen gezamenlijk in akkoorden bewegen en de verstaanbaarheid van de liedtekst centraal staat. Pas veel later werden de liederen gecombineerd met instrumentale muziek. Componisten hiervan waren o.a. Adrian Le Roy (ca.1520–1598), Nicolas de La Grotte (1530–ca.1600), Charles Tessier (ca.1550–na 1604), en Jacques Mauduit (1557–1627).

Daarnaast bestonden er de chansons van de Pleíade- dichters (8): zeven jonge dichters hadden zich tot doel hadden gesteld de poëzie uit de klassieke oudheid nieuw leven in te blazen en zo mogelijk te verbeteren. Het taalgebruik moest niet langer zo elegant mogelijk zijn (zoals bij Marot), maar vooral de boodschap van het humanisme uitdragen. Hun Vers mésurés zijn poëtische verzen, ontwikkeld door m.n. Jean-Antoine de Baïf en Pierre de Ronsard (Académie de Poésie et de Musique) en specifiek geschreven om op muziek te worden gezet (noot). Ze waren gebaseerd op de kwantitatieve metriek van de klassieke oudheid (lange en korte lettergrepen) in plaats van op rijm of lettergreeptelling. De duur van de muzieknoten weerspiegelde de lengte van de lettergrepen (lange lettergrepen krijgen langere noten, korte lettergrepen kortere). De chansons waren vaak polyfoon en homoritmisch. Het doel was de eenheid tussen dichtkunst en muziek na te bootsen. De air de cour nam principes van deze stijl over, maar gebruikte wel rijmende verzen.  Claude Le Jeune (1528 – 1600). componeerde veelal in deze stijl, net als Guillaume Costeley (1530/1 – 1606).

 

 De chansons die in Antwerpen werden uitgegeven waren meestal van – polyfone - Frans- Vlaamse componisten, als Nicolas Gombert (c.1495 – c.1560), Clemens non Papa (c.1510 -1555/6), Pierre de Manchicourt (c.1510 – 1564) en Thomas Crecquillon (c.1505 -c.1557). Deze chansons waren meer contrapuntisch dan de Parijse en hadden een vollere textuur, meer melismatische lijnen en een minder geprononceerd ritme. 

 

V.De belangrijkste componisten van de nieuwe chansonstijl en waar hun werk te vinden

Over de jeugd van Clément Janequin (1484 – 1558) is niet veel bekend (9). Vanaf 1505 was hij in Bordeaux en werkte hij als klerk en vanaf 1523 bij de bisschop van Bordeaux. Inmiddels was hij tot priester gewijd. In 1534 werd hij kapelmeester van de kathedraal van Angers. In 1549 kwam hij naar Parijs en werkte er in dienst van Hertog Jean de Guise. Vanaf 1555 was hij lid van de hofkapel van koning Hendrik II en in 1557 werd hij ‘compositeur de musique de la chapelle du Roy’ genoemd. In 1558 verscheen van hem een bundel met vierstemmige toonzettingen van 82 van de 150 Geneefse psalmen, psalmvertalingen van Clément Marot. Clément J. was tijdens zijn leven al beroemd, vanwege zijn – vaak lange – programmatische chansons vol geluidsnabootsingen (vogelgezang, de jacht, de straatgeluiden van Parijs en de oorlog) en de wat kortere, meer verfijnde chansons in de stijl van Claudin de Sermisy op teksten van o.a. Marot (en verder Mellin de  Saint- Gelais, Frans I en Ronsard), tezamen ruim 250.

Onduidelijk is – voor mij – of Clément Janequin een leerling van Josquin des Prez is geweest, zoals enige sites beweren, met Pierre de Ronsard als bron (10). In de New Grove wordt hier niets over gezegd.

Pierre Regnault Sandrin (c. 1490 – na 1561), werd waarschijnlijk niet ver van Parijs geboren. Hij was in 1506 koorknaap aan het Franse koninklijke hof en in 1517 zanger van Louise van Savoye. Van 1517 tot 1539 ontbreekt zijn naam in de hof verslagen (en was toen vermoedelijk acteur), maar in 1539 zong hij in de Chapelle Royale en in 1547 wordt hij genoemd als ‘compositeur de musique de la chapelle du Roy’ (zie ook Janequin en Certon) genoemd. Hij werd een van de meest bekende lied componisten, samen met Claudin de Sermisy. In stijl lijkt hij ook op Claudin. Later ging Sandrin nog in Ferrara werken. Zijn 4-stemmige Doulce memoire, in 1538 gepubliceerd - op tekst van Clément Marot, maar soms toegeschreven aan Frans I - werd een van de meest populaire stukken van de 16de eeuw. In totaal schreef hij 50 – alleen wereldlijke, vierstemmige - chansons en 1 madrigaal (11).

Claudin de Sermisy (c. 1495 – 1562), rond 1508 zanger in de Sainte- Chapelle, werd in dat jaar door Lodewijk XII toegevoegd aan de Chapelle Royal. Samen met Frans I ging hij in 1515 naar Italië. Hij  was ook aanwezig bij het Champ du drap d'or in 1520, waar Frans en Hendrik VIII van Engeland elkaar ontmoetten en waar de musici van beide vorstenhoven met elkaar musiceerden. Vanaf 1530 was hij sous-maistre van het koor van de Sainte-Chapelle. In 1533 werd hij kanunnik en in 1547 kapelmeester. Hij schreef drie bundels motetten, elf missen en één passie en ruim 160 (wereldlijke) chansons, heel vaak op teksten van Marot. De onderwerpen zijn onbeantwoorde liefde, het genot van de drank, epigrammatische en scabreuze teksten (12). Voor gratis partituren voor stem, waaronder naast veel 3- en 4- stemmige stukken, ook enige duetten, zie noot 13.

Pierre Certon (c. 1515 – 1572) (10) zong circa 1530 in de St. Chapelle in Parijs. Hij was bevriend met Claudin de Sermisy. Pierre werd in 1536 koormeester, in 1548 kapelaan en 1560 kanunnik in Melun. In 1567 wordt hij genoemd als ‘compositeur de musique de la chapelle du Roy’. Certon componeerde, naast een aantal 4-stemmige missen en 4, 5 en 6-stemmige motetten, meer dan 300 wereldlijke chansons, waaronder ook 2- en 3- stemmige, opgenomen in ‘Le parangon des chansons’, boek 4 (van 10). Een paar duetten zijn uitgewerkt voor AT (14).

Van Pierre Passereau (1490/1495?? / 1509 – 1547) (15). is niet zo heel veel bekend. Hij zou priester in Parijs geweest zijn en zong in 1509 als tenor in de kapel van de Hertog van Angoulême (later Frans I). Hij componeerde bijna uitsluitend ‘lichtvoetige’, ‘rustieke’ chansons, met snelle declamatie, akkoordfragmenten en soms afgewisseld door polyfonie, met onomatopeeën, dubbelzinnigheden en veel obsceniteit. Zijn Il est bel et bon heeft hij misschien in navolging van Janequin geschreven. Men heeft Passereau vaak als een mindere componist gezien, maar Attaingnant heeft aan hem  en Janequin samen een heel boek gewijd!

Claude Le Jeune (1528 – 1600) (16) was de laatste Franse componist die tot de hugenoten behoorde. Hij schreef veel religieuze muziek (347 psalmen) maar is weinig bekend. Claude was in dienst van verschillende hervormingsgezinde Seigneurs, aan wie hij ook zijn composities opdroeg. Hij experimenteerde met de musique mesurée à l'Antique en schreef 143 airs in deze stijl, waaronder Le Printans/ Le Printemps (1603). Toen in 1598 de voormalige protestant Hendrik IV van Frankrijk koning werd, werd hij diens hof componist. De meeste composities van Lejeune zijn postuum uitgegeven.

Waar kun je hun werken vinden?

Op https://imslp.org/index.php?title=Category:Chansons&transclude=Template:Catintro zijn heel veel (4-stemmige) chansons te vinden uit de renaissance. Via CPDL voicing  zijn deze ook in andere samenstellingen vindbaar. Zie verder ook VI. B. Daniel van Gilst die ook moderne transcripties heeft verzorgd van 3, 4 of 5 stemmige chansons

Zie https://shs.hal.science/tel-02299475/file/catalogue%20septembre%202015_7.pdf voor achtergronden, versies en vermeldingen in (dicht)bundels uit die tijd.

VI. Voor uitgaves van vocale duetten uit deze tijd volg deze link

 

Aan deze pagina is het laatst gewerkt op 28 mei 2026

 

Noten:

(1).door de affaire des placards ('affaire van de affiches'): De Franse predikant Antoine Marcourt had in Neuchâtel affiches laten drukken die in felle bewoordingen de katholieke mis veroordeelden en bespotten. Deze affiches werden verspreid in Parijs, Orléans en Amboise, en werden zelfs aan de deur van het koninklijk hof bevestigd. Frans deelde in de verontwaardiging over deze actie en ondersteunde vanaf toen de repressie tegen de protestanten.

(2). zie ook: http://www.charlottehansson.nl/Vlaamse%20polyfonie_Guillaume%20Dufay.htm

(3). bestaande uit de Chapelle du Roi en de Chapelle de la Reine. Twee jaar later vertrok Josquin echter naar Italië om kapelmeester te

worden aan het hof van hertog Ercole d’Este (1431-1505). Een culturele wedloop tussen Italië en Frankrijk was op gang gebracht

(4). https://www.cpdl.org/wiki/images/9/94/Fevin-Beatus_homo_quem.pdf; 1545 in Bicinia gallica, latina et germanica 2 (Georg Rhau),

no. 56; een contrafact van het 'Pleni sunt caeli' van Févin's Missa Mente tota.

(5). https://dick.wursten.be/revius-marot.htm, https://nl.wikipedia.org/wiki/Cl%C3%A9ment_Marot; https://nl.wikipedia.org/wiki/Cl%C3%A9ment_Marot

(6). Frank Dobbins, Clément Marot, in de New Grove

(7). Canti carnascialeschi zijn carnavalsliederen voor maskerades en optochten in Florence, eind 15de eeuw, met satire en allegorieën. Ze zijn drie- tot vierstemmig van volkse eenvoud, overwegend homofoon met de melodie in de bovenstem.

De frottola (in het Italiaans praatje, leugen) is een schijnbaar volkse, meerstemmige liedvorm van de aristocratische en burgerlijke kringen, eind 15de, begin 16de eeuw in Midden- en Noord- Italië. De frottola werd later vervangen door de villanella en het madrigaal. Liefdespoëzie is dominant. De zetting is vierstemmig, overwegend homofoon, later deels polyfoon. De sopraan is hoofdstem en heeft als enige tekst. Alt en tenor zijn ‘vulstemmen’. De bas vormt een tonale tegenstem. Zie: https://edutheque.philharmoniedeparis.fr/contexte-la-musique-vocale-a-la-renaissance.aspx?_lg=fr-FR en Geschiedenis van de Westerse muziek en de Sesam Atlas van de Muziek. Naast de mening van de New Grove, zie ook bijv. : ‘Pierre Passereau's chansons are mostly light-hearted affairs, similar in content to the Italian frottola, although no direct influence from the earlier popular Italian form has been reliably demonstrated (https://en.wikipedia.org/wiki/Pierre_Passereau )

(8). https://en.wikipedia.org/wiki/Musique_mesur%C3%A9e

(9). https://segadicanto.nl/Janequin_Touteslesnuits.htm ; voor veel meer info: Howard Mayer Brown, Clément Janequin (New Grove)

(10).https://www.ensie.nl/klassieke-muziek/clement-janequin ; https://nl.wikipedia.org/wiki/Cl%C3%A9ment_Janequin

(11).Voor meer info: Howard Mayer Brown, Pierre Sandrin (New Grove)

(12).https://nl.wikipedia.org/wiki/Claudin_de_Sermisy; voor veel meer info: Isabelle Cazeaux,  Claudin de Sermisy

(13).http://nl.instr.scorser.com/CC/Alle/Claudin+de+Sermisy/Chansons+polyphoniques.html:

-Au pres de vous secretement demeure (A/T)

-Aies pitié du grant mal que j’endure (A/T)

-D’amour je suis desheritée (A/Bar)

(14).https://en.wikipedia.org/wiki/Pierre_Certon, http://cornegidouille.be/bio/certon.htm, https://theses.fr/1993PA040245, maar vooral het artikel over hem in de New Grove

-Fini le bien , gebaseerd op een oorspronkelijk 4 stemmig lied; een antwoord op Douce Memoire (tekst van Marot, of Frans I)

(https://www.notamos.co.uk/detail.php?scoreid=148525)

-Au joli bois, en l`ombre d`un souci (https://www.notamos.co.uk/detail.php?scoreid=148516); Certon: 2 -stemmig in Le Parangon des chansons livre 4 (1538);

  Sermisy schreef (1529) 4 stemmige versie; versie voor 1stem met begeleiding zie: https://www.formationvocalenantes.fr/partitions-pdf/Sermisy-Au-Joli-Bois.pdf

  Voor veel meer achtergronden en versies: https://shs.hal.science/tel-02299475/file/catalogue%20septembre%202015_7.pdf : Chanson no. 78 : 

 -Contentez vous (https://vmirror.imslp.org/files/imglnks/usimg/4/48/IMSLP202006-WIMA.5fc0-Contentez-vous-TB_Certon.pdf ); TB,

 maar op IMSLP ook uitgave voor SA en SB.

(15). https://en.wikipedia.org/wiki/Pierre_Passereau; meeste tekst hiervan is overgenomen uit artikel van Isabelle Cazeaux in de New Grove

(16). Paul-André Gaillard, Frank Dobbins, Claude Le Jeune

 

Bronnen:

Gedrukte:

Donald J. Grout, Claude V. Palisca, Geschiedenis van de Westerse muziek, Olympus, 1988, 2004

Ulrich Michels, Sesam Atlas van de muziek, Baarn, 1990

Putzger Historischer Weltatlas, Berlin 2001, 103. Auflage

The New Grove Dictionary of Music & Musicians, London, 1980, waar uit :

- Frank Dobbins, Clément Marot

- Howard Mayer Brown, Nigel Wilkins, Chanson

- Howard Mayer Brown, Clément Janequin

- Howard Mayer Brown, Pierre Regnault Sandrin

- Isabelle Cazeaux, Claudin de Sermisy

- Isabelle Cazeaux, Pierre Passereau

- Aimé Agnel,  Pierre Certon

- Paul-André Gaillard, Frank Dobbins, Claude Le Jeune

 

Websites :

https://nl.wikipedia.org/wiki/Frans_I_van_Frankrijk

https://dick.wursten.be/revius-marot.htm

https://walterbitner.com/2017/01/13/music-printer-to-the-king-pierre-attaingnant/

https://nl.wikipedia.org/wiki/Cl%C3%A9ment_Marot

https://nl.wikipedia.org/wiki/La_Pl%C3%A9iade

https://nl.wikipedia.org/wiki/Claudin_de_Sermisy

https://en.wikipedia.org/wiki/Pierre_Passereau

https://s9.imslp.org/files/imglnks/usimg/4/40/IMSLP901532-PMLP109238-Parangon-IV.pdf

 

Terug naar de pagina  muziek