Mélanie Bonis (1858- 1937)

 

Net als het geval was bij Cécile Chaminade, vond ik de inspiratie om meer te weten te komen over Mélanie (Mel) Hélène Bonis in het boek van Veerle Janssens ‘Vrouw aan de piano’ (1). Ik verwijs gaarne naar dit boek en naar het boek van Christine Géliot Mel Bonis’ voor nog meer details over Mélanie en/ in haar tijd.

 

1850

1860

1870

1880

1890

1900

1910

1920

1930

 

 

 

*Frans- Duitse oorlog

*

 

1ste compositieperiode

        2de compositieperiode

WOI

 

3de periode

 

 

Hettich

      Huwelijk met Albert Domange

 

                                                                  

Mélanie Bonis werd op 21 januari 1858 geboren, als eerste van drie dochters, in een streng katholieke kleinburgerlijke familie die woonde in een klein appartement aan de Rue Rambuteau nr. 24 in het 4e arrondissement van Parijs. Haar vader, Pierre, was opzichter in een horlogemakerbedrijf en haar moeder, Anne Clémence Mangin,  een -vooral thuiswerkende- passement(=soort kant)werkster, die het huishouden met strenge hand leidde (2)  .

Van kleins af aan speelde Melanie in haar eentje op de oude piano van haar ouders, hoewel haar moeder het pianodeksel vaak genoeg dichtsloeg. Haar ouders verwachtten dat ze naaister of verkoopster zou worden, maar geen muzikante.  Ze ontsnapte aan die toekomst dankzij Jacques Maury, een vriend van haar ouders, die docent kornet was aan het Conservatoire de Paris. Omdat hij telkens wees op Mélanies uitzonderlijke pianotalent en daarbij betoogde dat dát de kansen op de huwelijksmarkt verhoogde, mocht ze vanaf haar twaalfde uiteindelijk toch muzieklessen volgen.

In 1876 werd Mélanie voorgesteld aan César Franck, die de orgelklas van het Parijse conservatorium leidde. Aanvankelijk was ze privéleerling bij hem maar later zorgde Franck ervoor dat ze werd toegelaten aan het conservatorium voor de vakken harmonie en compositie, pianobegeleiding en later ook orgel. In 1877 kreeg ze een eervolle vermelding bij harmonieleer en pianobegeleiding. Daarna studeerde ze bij Auguste Bazille, waar ze klasgenoot was van Claude Debussy. Ze was erg gezien bij haar medestudenten, onder wie naast Debussy ook Ernest Chausson. Ze behaalde in 1879 een tweede prijs voor begeleiding en in 1880 een eerste prijs voor harmonieleer en in januari 1881 schreef Bazille  dat ze ‘de meest begaafde van de klas was, maar helaas te schuchter’ terwijl Debussy in de rapporten als ‘zeer begaafd maar lui’ werd beschreven.

 

melboseptans

Cesar Franck

Auguste Bazille

Claude Debussy

Mel op conservatorium 1877-82

Ernest Chausson

Amédée Hettich

Albert Domange

Mélanie Bonis

7 jaar oud

César Franck

Auguste Bazille

Claude Debussy

Mel op het conservatorium

Ernest Chausson

Amédée Hettich

Albert Domange

 

In 1879 ontmoette Mélanie Amédée Louis (Landely) Hettich (1856-1937), zangleerling uit de klas van Jean-Jacques Masset en tevens dichter. Hij schreef voor het muziektijdschrift L`art musical om in zijn levensonderhoud te voorzien en werd zeer verliefd op haar.

Mélanie had haar eerste compositie (1881), een Impromptu voor piano, met ‘Mel Bonis’, haar artiestennaam, ondertekend, omdat ze niet als vrouw herkend wilde worden. Hierna schreef ze twee liederen samen met Amédée op twee van zijn gedichten: Villanelle en Sur la Plage. Na het behalen van zijn diploma wilden ze gaan trouwen en naar Italië vertrekken. Amédée besloot alvast haar hand te gaan vragen, maar Mélanies familie, die al afwijzend stond tegenover haar muzikale loopbaan, was fel tegen een huwelijk met een zanger. Het gevolg was dat ze het conservatorium direct moest verlaten zodat ze hem niet meer kon ontmoeten.

Mélanie probeerde te overleven in haar muziek, maar lag steeds overhoop met haar ouders en om onafhankelijk te kunnen zijn werd ze naaister of verkoopster (3). Amédée Hettich vertrok ondertussen naar Italië waar hij vrij snel met een Poolse harpiste trouwde. Hun eerste (en enige kind) overleed kort na de geboorte.

 

Begin 1883 dachten Mélanies ouders een goede partner voor hun 25 jarige dochter gevonden te hebben, namelijk de rijke industrieel Albert Domange,  47 jaar, twee keer weduwnaar en vader van vijf zonen. Zijn firma, huis Scellos (vanaf 1883 Domange & Co) was gespecialiseerd in lederwaren en telde 500 werknemers. Mélanie verafschuwde hem, maar ze liet zich ompraten: ‘Als men mij de liefde verbiedt, ga ik voor het geld’ zou ze gedacht hebben (4) en trouwde met Albert op 15 september. Naast de verantwoordelijkheid over zijn drie huizen: een herenhuis in de buurt van het Parc Monceau te Parijs, een huis in Sarcelles en een villa in Étretat, kreeg ze ook die over Alberts vijf zonen -tussen drie en zeventien jaar oud- en acht dienstbodes. Samen met hem ging ze vanaf toen vaak op zakenreis en naar het theater, maar Mélanies componeren vond Albert louter tijdsverspilling. In 1884, het geboortejaar van haar eerste zoon Pierre (5), verschenen wel haar twee -met Amédée gecomponeerde- liederen in druk.

 

In 1886 hoorde Mélanie dat Amédée weer in Parijs was en opnieuw voor l`art musical werkte en hoewel ze hem probeerde te ontwijken, zag ze hem onverwacht in de muziekhandel van Alphonse Leduc, die l`art musical toen uitgaf. Amédée overtuigde haar ervan dat er belangstelling was voor haar muziek en nadat ze in 1891 als ‘M. Bonis’ een eerste prijs had behaald op een compositiewedstrijd in Parijs, liet ze zich toch overhalen. Leduc, gespecialiseerd in het werk van levende Franse componisten, gaf haar opdrachten. 

Volgens Christine Géliot heeft Amédée Hettich haar vanaf dat moment zeven jaar lang het hof gemaakt (6), terwijl ze samenwerkten aan de eerste twee banden van de zeventiendelige Anthologie des airs classiques, een verzameling van grote aria`s uit het Italiaanse, Engelse en Duitse repertoire. Amadée vertaalde ze en Mélanie paste ze aan aan de muziek en vaak ook verzorgde ze de pianobegeleiding. Ze ging elke vrijdag biechten omdat de omgang met Amadée haar enorm dwarszat, maar ze bleef hem ontmoeten!

Thuis echter werd ze steeds wanhopiger en kwam niet meer tot componeren. Ook keek ze niet om naar haar pasgeboren zoon Edouard. Albert was zo weinig mogelijk thuis en op een gegeven moment verdween ook Mélanie om rond Kerst weer energiek terug te komen. Ze componeerde toen (1897) de eerste van zeven concertstukken die samen de cyclus ‘Femmes de légende’ vormen (7): Phoebée, Viviane, Salomé, Desdémone, Mélisande, Omphale en Ophélie: allemaal vrouwen die haar hartstochten en innerlijke conflicten symboliseerden.

 

Melanie en Albert in Sarcelles

Etretat

Mélanie en haar drie kinderen

kwartet

Mel Bonis ca. 40 jaar

Orientale

Salle Berlioz

Madeleine Bonis quatorze

Albert en Mélanie in Sarcelles

De villa in Étretat

1898: Mélanie en haar 3 kinderen: Jeanne, Edouard en Pierre

Mélanie speelt in een kwartet (Rue de Monceau)

-1908-

Mélanie 43 jaar oud

Mélanie ‘Oosters’ gekleed

De Salle Berlioz waar Mel in 1910 speelde

Madeleine

14 jaar oud

 

Na het overlijden van haar vader in 1897 brak ze weliswaar met Amédée omdat haar christelijke waarden haar dat geboden, maar toen hij haar eind 1898 weer opzocht, had dat tot gevolg dat ze, na een verblijf in Zwitserland of in Italië, op 7 september 1899 in het grootste geheim te Parijs beviel van hun dochter Madeleine. Het kind werd ondergebracht bij pleegouders (Gervais/ Verger), een voormalig kamermeisje van Mélanie en haar man, een schoenmaker, ergens op het platteland, vermoedelijk in Neuilly-sur-Seine.

Mélanie deed boete -ze verkleedde zich bijv. nooit meer ‘exotisch’- en zocht haar toevlucht -nog meer dan ooit-  tot God. Hoewel ze vermoedelijk behoorlijk depressief was, componeerde ze toch tussen 1901 en 1905 erg veel en organiseerde ze concerten. Ze sloot zich –als enige vrouw- aan bij de Société des compositeurs de musique (SCM), onderhield contacten met componisten als Fauré en Saint Saëns en won prijzen, maar haar familie had nog steeds geen interesse voor haar muzikale werk. In 1910 werd ze zelfs secretaris van de SCM.

Tot 1914 schreef ze vooral ernstige muziek, liederen en religieuze koormuziek naast concertmuziek en kamermuziek voor allerlei bezettingen (piano, viool, cello, harp en fluit). En toen brak WO I uit, waarna Pierre en Edouard direct werden opgeroepen voor de dienst. De oorlog maakte een eind aan haar creatieve periode. Van 1914- 18 legde ze zich vooral op liefdadigheid. La cathédrale blessée, geschreven naar aanleiding van het bombardement op de kathedraal van Reims in 1915 (1ste uitgave 1929), is een van de weinige werken tijdens de oorlog door haar gecomponeerd, naast het lied Élégie sur le mode antique (1918).

 

Mélanie-Amédée-Madeleine-Edouard:

Toen de wettige echtgenote van Amédée in 1905 of 1906 (8a) overleed, kon hij zich – als ‘peter’- meer met Madeleine gaan bezighouden. Vlak daarna vertelde Mélanie aan Madeleine dat haar ouders bij een treinongeluk om het leven waren gekomen en dat zij, Mélanie, had beloofd haar te adopteren. Madeleine bleek de muzikaalste van haar kinderen en Mélanie droeg in de loop der jaren veel pianowerk aan haar op (8b). Toen Madeleine veertien jaar was, overleed haar pleegmoeder en kwam ze te logeren bij Jeanne Domange (haar twaalf jaar oudere zus) en in 1915 mocht ze –‘als oorlogsvluchteling’- ook mee op vakantie naar het buitenhuis van de familie in Étretat.

Na de dood van haar man op 31 maart 1918 kon Mélanie Madeleine, die als enige op 29 maart 1918 zou zijn ontsnapt aan een Duitse bom op de Église Saint-Gervais te Neuilly, eindelijk bij zich in huis nemen.

Maar na zijn terugkeer uit krijgsgevangenschap werd zoon Edouard verliefd op Madeleine. Hij wilde met haar trouwen en Mélanie had daarom geen andere keuze dan hen beiden de waarheid te vertellen. Edouard schikte zich in zijn lot en trouwde al snel met zijn jeugdvriendin Françoise. Uiteindelijk stierf hij in 1932 in Caïro op 36-jarige leeftijd aan een blindedarmontsteking, vier jonge kinderen achterlatend. Mélanie schreef in 1934, ter nagedachtenis aan hem, Cantique de Jean Racine ‘Par quelle erreur, âmes vaines’(9).

Met Madeleine ging het minder goed: ze kreeg last van stemmingswisselingen en speelde geen piano meer. Ze had vooral last van het feit dat Mélanie aan haar andere kinderen niet de waarheid over haar wilde vertellen. Madeleine trouwde op haar vierentwintigste met Pierre Quinet. Ze ging in de buurt van Mélanie in Sarcelles wonen en bezocht haar iedere dag. Samen met anderen voerde ze de muziek van ‘Mel Bonis’ uit.

Mélanie overleed in 1937 op 18 maart, na in de laatste levensjaren veel last te hebben gehad van keelontstekingen, ischias en migraine.

 

Pierre in de loopgraven

Mel weduwe

Mel einde leven

Haar graf in Montmartre

Christine Géliot

Geliot Femme et compositeur

Duitse vertaling

DVD

Pierre in de loopgraven van WO I

Mélanie in 1918

als weduwe

Mélanie in haar laatste jaren

Haar graf in Montmartre

Christine Géliot

C.Géliot, Mel

Bonis: Femme

et Compositeur

Zelfde werk in

Duitse vertaling

van I. Mayer

DVD over vier

Compositrices

 

Na haar dood raakte ‘Mel Bonis’ in de vergetelheid. Haar kinderen Jeanne en Pierre ordenden zo goed mogelijk haar nalatenschap, schreven een korte biografie en probeerden de rechten op haar werk te verkrijgen van de verschillende uitgevers.

De Duitse cellist Eberhard Mayer vond ca. 1984 – op zoek naar werk van onbekende componisten- in de Bibliothèque nationale de France in Parijs drie van Mélanies werken. Door zijn toedoen ontstond het Ensemble Mel Bonis.

Sinds 2000 spant L`association Mel Bonis zich o.l.v. Christine Géliot in om meer aandacht te krijgen voor haar werk. Van haar hand verscheen de reeds genoemde biografie Mel Bonis- Femme et ‘Compositeur’, bij Furore Verlag in Duitse vertaling onder de titel Mel Bonis – Leben und Werk einer aussergewőhnlichen Frau und Komponistin. De Duitse vertaling is van Ingrid Mayer, de vrouw  van Eberhard (10). Op dit moment wordt er gewerkt aan een nieuwe biografie over Mel Bonis door een aantal auteurs (11).

 

Inmiddels is er (in 2018) ook een DVD uitgebracht: quatre femmes brillantes/ quatre histoires exceptionnelles ‘Compositrices’ Une recherche de traces filmique et musicale , waarin het werk van Emilie Mayer, Lili Boulanger, Fanny Hensel Mendelssohn en Mel Bonis

wordt belicht.  

 

Mélanies compositieloopbaan is te verdelen in drie periodes:

1.      De periode tot 1899

2.      1899- 1914; hierna van 1914- 1922: periode van weinig composities

3.      1922- 1937

 

Zij schreef hierin ongeveer 300 werken, in allerlei stijlen: van romantisch, religieus, tot impressionistisch:

1.      Wereldlijke- en geestelijke liederen voor één of meer stemmen, met piano en/ of orgel of harp en motetten

2.      Kamermuziek voor drie en meer instrumenten (belangrijkste werken van M. dateren uit 2de periode! - Géliot p. 132), stukken voor viool en piano en cello en piano

3.      (27) stukken voor Orgel

4.      (60) werken voor Piano

5.      Werken voor Orkest en werken voor zang en orkest

 

Een groot aantal van bovengenoemde werken is te verkrijgen via http://www.mel-bonis.com/oeumbpaypal.htm. Hier is ook haar vocale muziek  -veertig liederen in drie banden, op stemsoort geordend-  te bestellen. De voor alt- mezzo prettigste uitgave is: Mel Bonis, Les Mélodies, volume I Voix moyennes ou graves, Collection Christine Géliot.

Hierin zijn de volgende liederen opgenomen: Ave Maria, Chanson d'amour, Couboulambou à Paris, Dès l'aube, Elégie sur le mode antique, Immortelle tendresse, Le Chat sur le toit, Le Dernier souvenir, La Mer, Noël pastoral, O salutaris, Pourriez-vous pas me dire ?, Sur la plage, Un soir + Recueil original de trois mélodies pour mezzo-soprano ou baryton: Viens, Mirage, Chanson de printemps

 

Overzicht van bovengenoemde alt- mezzo liederen- volume I- (per periode);

(niet in deel I opgenomen, maar apart verkrijgbaar):

(combinatie - overzicht wereldlijke en geestelijke liederen)

 

Opus

nummer.

Jaar manuscript (m) of uitgave(u)

Titel compositie

Op tekst van:

Opgedragen aan:

Opmerkingen:

5

1887 (m)

Invocation (mezzo)

Postume uitgave2001

6

1888 (m)

Viens (ou Barcarolle)

Edouard Guinand (?)

Ma fille  (Jeanne)

 

20*

1892 (u)

Noël pastoral  (voor orgel of piano)

Amédée Hettich

 

Kerstlied/ Bretons

17

ca. 1893 (m)

Berceuse (mezzo)

Edouard Guinard

Madame Eugène Domange

18

ca.1893 (m)

Dès l`aube

Edouard Guinand

 

Postume uitgave 2002

.

 

49

1901(u)

Reproche tendre (mezzo)

Amédée Hettich

Monsieur Paul Daraux

50

1901 (u)

O Salutaris (voor orgel/ harmonium of piano)

 

Monsieur Decam

Geestelijk lied

55

1901 (u)

Pourriez vous me dire?

Amédée Hettich

Madame Winter-Cottin

 

57

1903 (m)

Berceuse de Noël (mezzo en orgel)

Mel Bonis, onder pseudoniem van Léon de Poular Feuntun

 

 

58 - 2

1903 (u)

La mer (en si b majeur)

Mel Bonis, onder pseudoniem van Léon de Poular Feuntun/ 2de ed. identiek: M. Pape-Carpantier

 

Mélodie Italienne

68 (12)

1905 (u)

Ave Maria (voor orgel of piano)

 

Mon Petit Edouard

Geestelijk lied

77

1908 (m)

Un soir

Anne Osmont

 

Postume uitgave 1998

79

1909 (m)

Le dernier souvenir

Leconte de Lisle

 

Postume uitgave (2013)

88

1910 (u)

Immortelle (Eternelle) tendresse

André Godard

 

 

93 -1

1911 (u)

Le chat sur le toit

Edmond du Costal

Gabriel Paulet

 

94

1912 (m)

Chanson d`amour

Maurice Bouchor (Chanson de Shakespeare)

 

Postume uitgave 2002

.

 

 

 

 

 

110

1918 (u)

Elégie sur le mode antique

Georges Rivollet

Madame Pierre Weber

 

.

 

135

ca.1927/30 (m)

Couboulambou (of Pouboulambou?), à Paris; onder pseudoniem Jacques Normandin

Mel Bonis

 

Chanson légère;

Postume uitgave 2012

137

1931 (m)

Chanson Catalane (mezzo)

 

Postume uitgave 2014

171

?

Mirage

Edouard Guinand

 

Oosterse inspiratie;

Postume uitgave 2000

172

?

Chanson de printemps

Edouard Guinand

 

Postume uitgave 2000

        20*

1892 (u): de volgorde van de opusnummers klopt hier m.i. niet: opus 17 en 18 worden beschreven als uit 1893 stammend

 

Uit volume 3: deux (SA) ou plusieurs voix; (niet in deel 3 opgenomen, maar apart verkrijgbaar):

(combinatie – overzicht wereldlijke en geestelijke liederen)

  ?

1886 (u)

Le Moulin  SA

Edouard Guinand

 

Recent teruggevonden: is opus 191

  21

1894 ( u)

Le Ruisseau  SA

Amédée Hettich

Madame Georges Aboilard (=zwager M.)

 

  45

1899 (u)

Regina Coeli (en fa majeur)

 

‘mon amie’ Lucie Lange

 

  53

1901 (u)

Madrigal SA

Madeleine Pape- Carpantier

Mesdames Jumel et Legrand

 

  74

1907 (u)

L`Oiseau bleu SA

Amédée Hettich

Mademoiselle Courtier d`Artigues

 

  75

1907 (u)

Epithalame SA

Victor Hugo

 

 

132

1921 (m)

Sub Tuum SA (orgel)

 

Pour ma fille

Geestelijk lied; koorstuk?

Uitgave 1930

169

?

Salve Regina SA  (orgel)

 

Monsieur l`Abbé Gardette

Geestelijk lied

Postume uitgave 2000

191

Le Moulin SA

Edouard Guinand

 


             Aan dit artikel is het laatst gewerkt op 28 oktober 2018

 

 

Noten:

(1) Veerle Janssens noemt Mélanie Hélène Bonis ‘een vrouw met een geheim’. Dat geheim werd definitief geopenbaard toen Christine Géliot in 2009 haar biografie over haar overgrootmoeder publiceerde; Veerle Janssens, Vrouw aan de piano p. 127

(2). Veerle Janssens p. 128

(3). Veerle Janssens/ V.J. p. 130

(4). V.J. p. 130

(5). Uit het huwelijk werden drie kinderen geboren: Pierre, Jeanne –geboren 1888- en Edouard, geboren 1893.

(6). V.J. p.131

(7). V.J. p. 132

(8a).Veerle Janssens noemt op p. 137 het jaartal 1905, Christine Géliot –in Duitse vertaling- op p. 117 het jaartal 1906. Ik ben geneigd, gezien de bron, 1906 aan te houden.

(8b). V.J. p. 137 ‘voor Madeleine Quinet, organiste in Sarcelles

(9). ‘Paroles de Jean Racine (1689)’; opus 144, postuum uitgegeven; opmerkingen: Chrostine Géliot p. 193 (Duitse vertaling)

(10). Ik vermoed dat Ingrid, de vertaalster van Christine`s boek, de vrouw van de in 2005 overleden Eberhard is (Mel Bonis Leben und Werk p. 5). Mocht dit onjuist zijn

dan zal ik dat direct rectificeren.

(11). Zie: Association Mel Bonis, Bulletin No 38 (Juillet 2018)

(12). Volgens de Inleiding bij Mel Bonis, Les Mélodies, volume I p. 6, heeft Ave Maria opusnummer 176, terwijl Christine Géliot Mel Bonis, Leben und Werk p. 210 het vermeldt als opus 68. Dit laatste nummer lijkt me, gezien de volgorde der opusnummers gerelateerd aan de datering van het manuscript/ jaar van uitgave, het juiste. Opus 176 is het opusnummer van het Motet Ave Maria (Ch. Géliot p. 211)

 

Bronnen:

Gedrukte:

Christine Géliot, Mel Bonis, Leben und Werk einer aussergewőhnlichen Frau und Komponistin (aus dem Franzősischen von Ingrid Mayer), Kassel, Furore Verlag, 2015

Oorspronkelijke titel: Mel Bonis. Femme et ‘Compositeur’ (1858- 1937), Paris, 2009

Association Mel Bonis, Bulletins

Inleiding van Christine Géliot bij CD-boekje bij Mel Bonis ses mélodies (Musique impressioniste romantique Eliane Geiser mezzosopraan, Anne-Marie Aellen piano, Flurin Tschurr, basse

Mel Bonis, Les mélodies Edition en 3 volumes: Volume 1: voix moyennes ou graves, Collection Christine Géliot

Veerle Janssens, Juni: Een verlammend geheim. Hoofdstuk over Mel Bonis in: Vrouw aan de piano, Antwerpen, 2018

The New Grove, London, 1980

 

Websites:

www.mel-bonis.com

http://www.musimem.com/bonis.htm

 

Terug naar de pagina   muziek