Ivor Gurney (1890- 1937)

 

Ivor Gurney is reeds kort ter sprake gekomen in het artikel over G. Finzi. In dat artikel en ook in het artikel over Ralph Vaughan Williams, wordt uitgebreid ingegaan op de Engelse muziek eind 19de en begin 20ste eeuw. Voor de juiste achtergrondinformatie gelieve men die artikelen eerst te lezen.

 

Onderstaand artikel is ingedeeld in de volgende hoofdstukken:

1.biografie

2.nadere beschouwing van zijn liederen

3.voor mezzo/ alt geschikte uitgaven van zijn liederen:

 

1.biografie:

Ivor (Bertie) Gurney werd in 1890 geboren te Gloucester. Hij was het tweede kind van kleermaker David Gurney en zijn vrouw  Florence, die naaister was. Ivor zong op zijn achtste al in het koor van de All Saints Church en van 1900 tot 1906 – ook als solist- in de kathedraal van Gloucester, waar hij leerling werd van de organist Sir Herbert Brewer. Bij deze studeerden ook Herbert Howells en Ivor Novello.

 

Dankzij de eerwaarde (=priester)Alfred H. Cheesman en diens twee zussen, Emily en Margaret Hunt ontwikkelde hij steeds meer belangstelling voor muziek en literatuur. Op veertienjarige leeftijd begon hij met componeren en in 1911 won hij een beurs voor het Royal College of Music, waar hij studeerde bij Charles Villiers Stanford (1). Deze vond Gurney misschien wel ‘de grootste van al zijn leerlingen’, maar ‘niet te onderwijzen’.

Ivor had erg veel last van zwaarmoedige buien en stortte in 1913 voor het eerst in. Hoewel hij bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog aanvankelijk werd afgewezen voor de dienst vanwege zijn slechte ogen, werd hij in 1915 alsnog soldaat en na een training van zestien maanden vertrok hij in mei 1916 met het Gloucestershire Regiment naar Frankrijk. Aan het Somme- front, begon hij serieus poëzie te schrijven. Hij stuurde zijn gedichten naar de musicoloog en criticus Marion Scott (2), die zijn uitgever en manager was.

By A Bierside (bier=lijkbaar), op tekst van John Masefield, componeerde hij in augustus 1916 in Laventie,  In Flanders, op tekst van Will Harvey, in Crucifix Corner/Thiepval op 11 januari 1917. Severn Meadows, op eigen tekst, kwam tot stand in Caulincourt, maart 1917 en was opgedragen aan Miss Dorothy Dawe (de latere Mrs Dorothy Howells)

In april 1917 raakte hij gewond terwijl hij bezig was met het schrijven van wat later zijn (poëzie)album Severn and Somme zou worden. Hij herstelde en ging opnieuw naar het front. Het lied Even such is time - de tekst is de afscheidsrede van Sir Walter Raleigh (1552-1618) (3)-  kwam tot stand te Arras in juni 1917.

In september kwam hij bij Ieper in het gehucht Sint- Juliaan in een (mosterd)gasaanval terecht. Als slachtoffer werd hij overgebracht naar het Edinburgh War Hospital, waar hij verliefd werd op de verpleegster Annie Nelson Drummond. Deze relatie mislukte later echter. Na zijn verblijf in het ziekenhuis werd hij gelegerd in Seaton Delaval, een mijndorpje in Northumberland, waar hij gedichten schreef, waaronder  'Lying awake in the ward'.

In maart 1918 stortte hij geheel in en werd opgenomen in Gallery Ward in Brancepeth Castle, County Durham, waar hij zelfmoord dreigde te plegen. In oktober 1918 werd hij eervol uit het leger ontslagen. Marion Scott heeft altijd volgehouden dat Ivor`s geestelijke instabiliteit te wijten was aan ‘shell shock’.

 

Ivor Gurney

Alfred Cheesman

Marion Scott

 compositie vanuit de loopgraaf

severn and somme 

graf Gurney  

    Poet`s corner Westminster Abbey  

monument Ivor Gurney

Ivor Gurney

Alfred Cheesman

Marion Scott

Compositie uit

de loopgraaf

Severn and Somme / War`s embers

Gurney`s graf te Gloucester

Poet`s Corner

Westminster Abbey

Gedenkteken

bij Ieper

 

Na de oorlog studeerde hij kort bij Vaughan Williams en in 1919 verscheen zijn tweede gedichtenbundel ‘War`s Embers’.

Hij ging ook door met componeren en zijn muziek waaronder Five Elizabethan Songs (1920) werd gepubliceerd en uitgevoerd. In 1922 ging het echter zo slecht met hem (volgens de New Grove omdat hij geen vaste baan en zeker niets fatsoenlijks ‘in de muziek’ kon vinden) dat zijn familie hem krankzinnig liet verklaren, waarna hij werd opgenomen in een inrichting: eerst in Barnwood House in Gloucester en later in het City of London Mental Hospital te Dartford. Daar schreef hij nog veel poëzie en componeerde hij ook, hoewel minder dan voorheen. Eind december 1937 stierf hij ten gevolge van tuberculose en werd begraven in Twigworth Churchyard in Gloucester.

Marion Scott bewaarde zijn manuscripten en brieven en werkte samen met Ivor`s vrienden Howells,  Finzi en Ferguson aan de uitgaven van zijn werk.

Op11 november 1985 werd hij samen met 15 ‘Great War Poets’, waaronder Owen, Sassoon en Rosenberg, vermeld op een steen in de Poet`s Corner in Westminster Abbey en in 2009 werd er een gedenkteken voor hem opgericht bij Ieper vlakbij de plaats waar hij in 1917 het slachtoffer was geworden van de gasaanval.

On Somme (gedicht van Gurney)
Suddenly into the thin air burst hudding
And thudding, and cold fear possessed me all,
On the grey slopes there, where winter in sullen brooding
Hung between height and depth of the ugly fall ; Of Heaven to earth; and the thudding was illness’ own.
But still a hope I kept that were we there going over, I, in the line, I should not fail, but take recover
From others’ courage, and not as coward be known.

No flame we saw, the noise and the dread alone
Was battle to us; men were enduring there such; And such things, in wire tangled, to shatters blown.
Courage kept, but ready to vanish at first touch.
Fear, but just held. Poets were luckier once
In the hot fray swallowed and some magnificence.

Even such is Time (compositie Gurney)

Even such is Time, that takes in trust

Our youth, our joys, and (our) all we have,

And pays us but with age (earth) and dust;

Who, in the dark and silent grave,

When we have wandered all our ways,

Shuts up the story of our days;

And (but) from his (this) earth, this grave,

and dust,

My God (The Lord) shall raise me up, I trust.

 

Severn meadows (gedicht en compositie) 
Only the wanderer
Knows England's graces,
Or can anew see clear
Familiar faces.
 
And who loves joy as he
That dwells in shadows?
Do not forget me quite,
O Severn meadows.

 

              

2.nadere beschouwing van zijn liederen:

Gurney schreef bijna 900 gedichten en naast instrumentele muziek meer dan 300 liederen. Hij zette slechts een handvol van zijn eigen gedichten op muziek, waarvan Severn Meadows het meest bekend is. Zijn Five Elizabethan Songs ('The Elizas') en de liedcycli  Ludlow and Teme en The Western Playland, beide op gedichten van A. E. Housman, zijn Gurney`s meest bekende composities. Zijn muzikale idioom doet een beetje denken aan Schubert en Schumann, maar erg weinig aan het volksmuziek idioom van zijn tijd (4).

Ivor Gurney zette vaak de verschrikkingen van het front tegenover de schoonheid en rust van zijn geboortelandschap in Engeland. Over zijn leven is in 2012 een musical gemaakt: A Soldier and a Maker.

 

Gloucester

severn

Laventie

Crucifix corner

Sint Juliaan

Arras

 Gloucester(shire)

 Severn Meadows in Gloucester

        Laventie

    Crucifix Corner

       Sint-Juliaan

   Slagveld Arras

 

Trevor Hold (5) gaat veel dieper in op de persoon van Gurney en zegt dat alleen Thomas Campion (1567-1620) met Gurney te vergelijken is vanwege zijn dubbeltalent als dichter en componist, hoewel Campion alleen zijn eigen gedichten zette en Gurney zelden. ‘Zijn muziek belichaamt zijn idealen en dromen, die wortelen in de 19de eeuw; zijn gedichten echter zijn duidelijk 20ste eeuws’.

Zijn vroegste gedichten werden beïnvloed door dichters en dramaturgen uit de tijd van Elizabeth en Jacobus, vooral Ben Jonson, en verder Tennyson, Kipling en Housman. Later kwam daar de invloed van Hopkins en Walt Whitman bij.

Hij zette gedichten van meer dan tachtig verschillende dichters, maar ‘gebruikte’ vooral zijn tijdgenoten, die ook vaak dienden  in de oorlog: Wilfrid Gibson, Francis Ledwidge, Edward Thomas, Edward Shanks, John Freeman en Robert Graves. Samen met Hilaire Belloc, J.C. Squire, John Masefield en Walter de la Mare, vormden zij de ‘Georgian movement’(6).

 

Van zijn liederen zijn er meer dan 250 in manuscriptvorm overgeleverd, waarvan de meeste geschreven zijn tussen 1919, toen hij het leger verliet, en 1922, toen hij in de inrichting werd opgenomen. Bijna 100 zijn gepubliceerd. Hold vermeldt dat een aantal ervan eigenlijk niet goed genoeg was om uitgegeven te worden en meent ook dat de vijf delen, door OUP (=Oxford University Press) uitgegeven tussen 1938 en 1979, er best drie hadden kunnen zijn. Hij noemt met name de liederen ‘Snow’ en ‘Ploughman singing ‘‘halfbakken concepten’. (Dat ‘Snow’ in de ’20 favourite songs’ (compilatie Neil Jenkins), eveneens van OUP, is opgenomen, verwondert mij dan wel).

Hold meent dat Gurney`s liederen, in tegenstelling tot wat enige  commentatoren zeggen, zeker ‘echo`s van volksliederen’ bevatten, zoals ‘I will go with my father a-ploughing’ en ‘Walking song.’  Down by the salley gardens’ en ‘Bread and cherrie’s zijn volgens hem ‘Iers’.

Hij noemt Gurney`s muzikale idioom, in tegenstelling tot dat van Bax, Butterworth, Browne, Bliss en Warlock, ‘uitermate conservatief’. Net als dat van Parry en Stanford wortelt het in de Duitse klassieken: Schubert, Schumann en Brahms.

Hold meent dat Gurney`s instabiele persoonlijkheid wordt weerspiegeld in zijn liederen: enige zijn ‘halfbakken’, andere hebben technische gebreken of wel prachtige vocale lijnen maar supersaaie of te ‘dikke’ pianobegeleidingen (bijv. bij ‘Most holy night’, n.b. ook opgenomen in 20 Favourite Songs!) en soms steunen de begeleidingen in het geheel niet de tekst. Gurney gebruikte ook maar weinig ‘woord- schilderingen’, weinig verschillende lied- types en hij schreef zelden ‘lekker lopende melodieën’ (afgezien van ‘Carol of the Skiddaw yowes’, ‘Down by the salley gardens’, ‘Black Stitchel’ en ‘Sleep’). Daarnaast was hij erg slordig met de gedichten die hij gebruikte. Meestal vertrouwde hij op zijn geheugen, waardoor hij of fouten maakte in de tekst, hele belangrijke regels wegliet of soms zelfs de naam van de dichter niet meer goed wist (7).

Hold roemt daarentegen Gurney`s vermogen ‘de gedichten te laten ademen’. Hij is niet bang voor stilte, zoals te zien is bijv. in ‘The scribe’, ‘Spring’ en ‘The folly of being comforted’.

Dat slechts één van zijn eigen gedichten (‘Severn Meadows’) goed genoeg was om op te componeren (8), komt volgens hem omdat ze te ruig waren en steeds minder lyrisch werden. Voor een beknopt overzicht van de waarderingen van Gurney`s liederen zoals bij Hold weergegeven, verwijs ik naar noot 9. Een aantal (door Hold en door mij inmiddels ook) positief beoordeelde liederen is opgenomen in ‘20 favourite Songs’, waardoor deze bundel voor de Mezzo/Alt stem een aanrader is. Men dient wel te weten dat de tekst van enige ervan eigenlijk bedoeld is om door mannen gezongen te worden.

 

Na bestudering van leven en werk van Ivor Gurney kan ik niet anders dan tot de conclusie komen dat hij ondanks de handicap van een wankele geestelijke gezondheid, in en na alle verschrikkingen in de loopgraven van WO I, toch een aantal prachtige liederen (en gedichten) heeft geschreven. Het is niet voor te stellen dat iemand die zulke ellende heeft gezien nog zoveel heeft gepresteerd.

 

3.voor mezzo/ alt geschikte uitgaven van zijn werk:

 

20 favourite songs

     eleven songs medium voice

    5 elizabethan songs low voice

Ludlow and theme

 The Western Playland

                                               Voor Mezzo/ Alt geschikte uitgaven:

Ludlow and Teme(tenor)

The Western Playland (bariton)

20 Favourite Songs

All Night Under the Moon
The Apple Orchard
Black Stitchel
Bread and Cherries
Brown is my Love
The Cloths of Heaven
Desire in Spring
Down by the Salley Gardens
An Epitaph 
Even Such is Time
The Fields Are Full
I Praise the Tender Flower
Most Holy Night
A Piper
The Scribe
Severn Meadows
The Singer
Snow
To Violets
Walking Song

Eleven Songs –medium voice

The Bonnie Earl Of Murray
Captain Stratton's Fancy
On Your Midnight Pallet
Cock-Crow
Sowing
Since Thou, O Fondest And Truest
Come, O Come My Life's Delight
The County Mayo
West Sussex Drinking Song
Edward, Edward
Star-Talk

5 Elizabethan songs low* voice

Under the Greenwood Tree
Orpheus
Sleep
Spring
Tears

 

 

*deze bundel heet voor low voice te zijn, maar alleen

‘Tears’ en ‘Under the Greenwood tree’ zijn  ‘low’ genoeg. ‘Orpheus’ en ‘Spring’ zijn voor S/M en ‘Sleep’ is

alleen voor S te doen.

Op Internet is wel een echte low versie van ‘Sleep’ (in B) geschikt voor A, te vinden.

Inhoud:

Far in a Western Brookland
The Lent Lily
Ludlow Fair
On the idle hill of summer
'T is time, I think
When I was one and twenty
When smoke stood up from Ludlow

 

(Set for the Associated Board FRSM examination)

Inhoud:

The Aspens

The Far Country

Golden Friends

Is my team ploughing?  Loveliest of trees

March

Reveille

Twice a week

 

 

 

 

Op Internet is nog een Carol te vinden, geschikt voor de alt/ mezzo-stem:  Carol of the Skiddaw Yowes

 

 

25 van Gurney`s meest bekende liederen zijn opgenomen op de Hyperion- CD ‘Severn Meadows’(Paul Agnew/ Julius Drake).

 

 

 

 

Noten:

(1)Hij gaf ook les aan Ralph Vaughan Williams, John Ireland, Marion M. Scott, Rebecca Clarke, Frank Bridge, Arthur Bliss, Howells en nog veel anderen.

(2)Voor een discussie over de persoon Marion Scott zie:  http://frombeyondthestave.blogspot.nl/2009_09_01_archive.html

(3)zie hierover:  http://www.jstor.org/discover/10.2307/3818145?uid=3738736&uid=2&uid=4&sid=21101626569237

(4)Opvatting weergegeven in Wikipedia

(5)T. Hold, Parry to Finzi

(6)Over dat begrip en de betekenis van deze beweging bestaat veel discussie.

(7)Hold meldt dat men wel voorzichtig moet zijn bij ‘verbeteringen’ in de tekst: de 5delige OUP editie geeft de ‘correcte’ woorden van de dichter ook aan, maar die zijn soms ook niet goed omdat Gurney in sommige gevallen uitging van authentieke alternatieve versies van de gedichten, bijv. bij Even such is time, By a bierside en Cradle song.

(8)Gurney zette weliswaar 15 van zijn eigen gedichten op muziek, maar slechts een ervan (Severn Meadows) werd goed genoeg bevonden voor publicatie door zijn uitgevers.

(9) De Five Elizabethan Songs (1913, 1920) behoren volgens Hold tot Gurney`s vroegste belangrijke liederen. Gurney wilde ze aanvankelijk van een instrumentele bezetting voorzien, maar besloot alsnog er slechts een pianobegeleiding bij te maken, hoewel de oorspronkelijk instrumenteel gedachte zetting, af en toe nog duidelijk te zien is in de piano partij (bijv. bij Spring). ‘Sleep’ is van deze Songs het meest bekende en meest populaire lied. De liederen zijn allemaal opgedragen aan Emmy (Emily) Hunt. Zoals al in mijn tekst staat is ‘geschikt voor low voice’ erg misleidend. Verder roemt Hold ‘To violets’ (1920,1959) op tekst van Robert Herrick (1591-1674).

Een aantal zettingen op de gedichten van W.B. Yeats en met name ‘The folly of being comforted’(1917, 1938), ‘Cathleen ni Houlihan ‘(1919, 1938), ‘Down by the salley (=willow) gardens’ (1920-1938), . ‘The fiddler of Dooney’(1917,1959) en ‘Cradle song ‘(1920,1959) behoren tot Gurney`s mooiste liederen.  Hold noemt echter bij ‘The cloths of heaven’ (1920, 1979) die naast ‘The Salley gardens’ als enige wél is opgenomen in de 20 Favourite Songs (opmerking van mij), de begeleiding ‘hoogdravend’ en een ‘horrelvoet’.

The County Mayo’ (1918, 1921) en ‘I will go with my father a-ploughing’ (1921) , beide op tekst van Angels- Ierse dichters, zijn  vermeldenswaard, evenals ‘Desire in spring’(1918, 1920). Het is gezet op een gedicht van Francis Ledwidge (1891-1917) die net als hij in Vlaanderen vocht, maar er stierf. Gurney zelf wilde het de titel ‘Twilight song’ geven, maar zijn uitgever besliste anders.

Van de zettingen van de gedichten van Walter de la Mare zijn er drie uitgegeven, die Hold allemaal goed vindt: ‘The scribe’ (1918-1938), ‘An Epitaph’ en ‘Bread and cherries’. De zettingen van Hilaire Belloc vindt hij echter teleurstellend (‘West Sussex drinking song’, ‘Tarantella’ en ‘Ha’nacker Mill’), evenals die van Masefield (“Captain Stratton`s fancy’ en ‘On the downs’), terwijl hij Masefield`s gedicht ‘By a bierside (1916, 1979) wel groots gezet vindt.

Van de zettingen van Wilfrid Gibson worden geroemd: ‘Black Stitchel’(1920,1938) en ‘All night under the moon’(1918, 1938), evenals van Edward Shanks ‘The singer’(1919,1938), terwijl ‘’The fields are full’ en The Latmian shepherd’ minder waardering oogsten. Van F. W. Harvey worden positief beoordeeld de zettingen van ‘Walking song’, maar vooral ‘In Flanders’. De liederen- cycli op teksten van Housman en Edward Thomas komen niet zo gunstig uit de beoordeling en de naam cyclus verdienen ze volgens Hold ook niet, omdat het enige verbindende tussen de liederen dezelfde componist is. Het zijn eigenlijk gewoon losse liederen.

 

Bronnen:

Trevor Hold, Parry to Finzi, Twenty English Song-composers, Woodbridge 2002.

The New Grove dictionary of Music, London 1980

Diverse sites van Wikipedia

 

Er bestaat sinds 1995 ook een Gurney Society: http://www.ivorgurney.org.uk/

 

 

Terug naar de pagina    muziek     of de     home page          van Charlotte Anna Hansson