HENRIETTE BOSMANS (1895- 1952)

 

Er zijn niet heel veel boeken geschreven over vrouwelijke componisten, laat staan over Nederlandse vrouwelijke componisten. Helen Metzelaar verzamelde in 1991 zes biografieën van componistes uit de 19de en 20ste  eeuw, waaronder Henriëtte Bosmans in één boek en ze schreef in 2002 zelf een biografie over haar. In 2016 kwam er een eerste grote Engelstalige biografie over Henriëtte uit van Juanita M. Becker ‘A Biography of Henriette Bosmans’. Voor de internationale bekendheid van Henriëtte Bosmans is dat natuurlijk enorm belangrijk.

Ik heb me echter moeten beperken tot het werk van Helen Metzelaar, omdat het boek van Becker aan de prijzige kant is en (nog) niet verkrijgbaar via enige bibliotheek. Mocht iemand echter het boek in bezitten en nog nuttige aanvullingen op onderstaand verhaal hebben, dan houd ik mij ten zeerste aanbevolen!

 

1890

 

1900

1910

1920

1930

1940

52

 

relatie met:

 

 

 

F.Belinfante

 

 

K.

 

 

N.Perugia

 

contact met/les van

 

 

 

D

 

Pijper

 

 

Britten/Pears

beïnvloeding door :

                 Duitse (laat)romantiek    ……  Debussy   -      Ravel -       Pijper

                                     modernistische  periode

D = C. Dopper; K = F. Koene; Brit.= B. Britten;  J.V.= Jo Vincent

 

Henriëtte Hilda Bosmans werd op 6 december 1895 geboren als dochter van Henri Bosmans, solocellist bij het Concertgebouworkest en leraar aan het Amsterdams Conservatorium. Er waren al eerder twee meisjes geboren, maar deze waren zeer jong gestorven. Haar vader stierf toen ze acht maanden oud was. Haar moeder, de –Joodse- pianiste Sara Benedicts (1861- 1949), die nog met Brahms quatre-mains speelde en uiteindelijk veertig jaar werkte aan het Amsterdams Conservatorium, gaf haar –als enige in haar (H.) leven- van jongs afaan pianoles. Over H. jeugd is niet veel bekend: Sara en haar dochter verhuisden al gauw vanuit de ruime Weteringschans 49 waar Edvard Grieg ooit over de vloer kwam, net als Joseph Joachim, Brahms’ favoriete violist en veel andere musici, onder wie Julius Rőntgen, Carl Flesch, Johannes Messchaert en Willem Kes, naar een bovenhuis op de Nicolaas Witsenkade 11.

Henriëtte kreeg harmonie- en contrapuntles van de componist J.W. Kersbergen en behaalde op zeventienjarige leeftijd cum laude het Toonkunstdiploma B voor piano-onderwijs en vanaf toen trad ze geregeld op in het Concertgebouw. De Duitse laatromantiek had nog steeds haar voorkeur. Ze begon ook stukken voor piano- solo en viool en piano te componeren, waarbij vooral de uiterste registers van de piano werden gebruikt. Ze had een voorkeur voor parallelle en vaak ‘open’ akkoorden, met octaven met alleen een kwart of kwint er in, zonder terts. In 1918 (1) werd voor het eerst een werk van haar, een vioolsonate, publiekelijk uitgevoerd. Verder schreef ze vooral liederen.

 

Toen Henriëtte achttien jaar was ging ze op kamers wonen in de Johannes Verhulststraat, maar bleef wel pianoles nemen bij haar moeder Sara. Deze bleef zich tot haar dood verantwoordelijk voelen voor haar (H) op financieel gebied. Henriëtte was namelijk een chaoot en gaf steeds alles uit.

https://lh3.googleusercontent.com/6GLSV0tiCaEQz3Ifo3MR8c7y2ILWOnF9lDXaXyev9NbvF5l82SwThqMpyLjc82nddyHQ=s85

https://lh3.googleusercontent.com/9hdLRdv5tnw-Nuu-ev95hFw8nFWeqbrd7lK1ffTIMUvY_9wJZJgSaYSnNClNNY-NSEMoBg=s85

https://lh3.googleusercontent.com/JzhTR4mco6TAStS21_mfDvUzqhhv5Y_q0YDmd92HJmagUDmZmPwm0cCmUSm5bt_qZn_B4A=s85

https://lh3.googleusercontent.com/72uFkoMwL-L05rkWaw9y_DWu7kxBAi4Kf6SLjHolTnVVHWabtKdgYC4gL-Afk4511ZU1vQ=s85

https://lh3.googleusercontent.com/5dr1veHSiTpu2CctRNa_UGuL7NuXWTg3NjSU1U534DcucF16PnzZuuEis6wGEF_Bb88enQ=s85

https://lh3.googleusercontent.com/L7M2O07i51hohdTDANOp9e4_4XAcoRZO6kPnawS04vVR0gIuPdz0v-rO83hA57iIsiVR3IM=s85

https://lh3.googleusercontent.com/tBZWKLNH-bIODa22fufXn2tz7yhIkAN6-y0HvskBya76q__D-_MXcTbHGbOPtrOwlyudbw=s85

https://lh3.googleusercontent.com/IbeI-dHTjvGGXHwN_Yc5HZLeMuw43VStpxEzRwCHOTBzWBonJa9feuYBY3pLWT2S28paBxs=s85

https://lh3.googleusercontent.com/AsXMqj6XIuJQlOQXtgOJUPk0KMMTpXmKSzWP4ys4o2sYGSOEb8t98sPPyuKZ4VIHbQAc=s85

https://lh3.googleusercontent.com/6uIhUJoxjQgARMvgEV2S52o4T-Zbm8yIq1k-21ZuiRsMI3W8L-chJqRyGibUTgmEZvK0bvc=s85

Henri Bosmans

E.Grieg

(1843- 1907)

Joseph Joachim

Henriette

Bosmans

Julius Rőntgen

Willem Kes

Cornelis

Dopper

Pierre Monteux

Willem Pijper

Marix Loevensohn

 

Henriëtte was nauw bevriend met de Belgische cellist Marix Loevensohn en droeg in 1919 en 1921 twee (cello)werken aan hem op. Bij het uitwerken ervan was ze tot de conclusie gekomen dat ze het instrumenteren niet genoeg beheerste en daarom nam ze in 1921-22 orkestratielessen bij Cornelis Dopper. Haar tweede celloconcert droeg ze in 1923 op aan de negen jaar jongere lesbische celliste Frieda Belinfante, met wie ze samenwoonde van 1922- 1929 op een hele reeks Amsterdamse adressen.

Henriëtte was (2)‘mooi en aantrekkelijk, maar ook trots en onafhankelijk, veeleisend en dominant en vaak somber gestemd’. Haar huishouden en financiële en administratieve zaken liet ze graag aan anderen over. Nu deed Frieda dat werk voor haar (3). Helaas wilde Henriëtte zich nooit aan een officiële muziekinstelling verbinden, wat haar geldproblemen vast had kunnen oplossen! Ze moest haar zaakjes weer alleen opknappen toen Frieda in 1929 trouwde met de fluitist Johan Feltkamp. Vermoedelijk had Henriëtte in deze tijd een verhouding met Eduard van Beinum die enige jaren duurde, maar waarover weinig bekend is (4).

 

Omdat ze ernaar streefde een meer eigentijdse stijl te creëren en los te komen van de Duitse romantiek, nam Henriëtte van 1927 tot 1930 les bij Willem Pijper. Door hem werd haar schrijfstijl beknopter, ging ze polyritmiek toepassen en begon ze te experimenteren met polytonaliteit. In 1929 vertegenwoordigde ze zeer succesvol Nederland op het muziekfeest van de International Society for Contemporary Music in Genève (5). Hierna ging ze voor het eerst naar Parijs. In 1931 won ze met haar Concertstuk voor fluit en orkest de tweede prijs in de Concertgebouwprijsvraag en was daarna erg druk met haar concertpraktijk. Ze trad regelmatig op met Ferdinand Helmann en Henk van Wezel onder de naam ‘Hollandsch Trio’ en had in die tijd wellicht een relatie met Eduard van Beinum. Daarnaast was ze bevriend met de pianist Julius Rőntgen.

In 1934 verloofde ze zich met violist Francis Koene, met wie ze al vaak samen gespeeld had. Hij stimuleerde haar tot het spelen van eigentijdse muziek, zoals bijv. het dodecafonische Kammerkonzert für Klavier und Geige mit dreizehn Bläsern van Alban Berg. In november 1934 gaven Francis en Henriëtte een aantal sonaten- avonden en eind die maand een recital in Londen, maar toen Francis

in januari 1935 overleed aan een hersentumor, viel Henriëtte in een ‘emotioneel gat’. Toch componeerde ze dat jaar nog vier vocale werken, waarvan drie op teksten van Heine en één op tekst van de Franse dichter Paul Fort. De mezzo Hans Gruys bracht ze ten gehore, begeleid door Felix de Nobel.

Volgens sommigen zou ze in 1938 een verhouding gehad hebben met Ignaz Oljenick, Koene`s neurochirurg en muziekliefhebber (6).

Ze trad in deze tijd regelmatig op met Louis Zimmermann (viool) en Lanes (cello) onder de naam ‘Concertgebouw Trio’ en in 1937 ging ze op tournee naar Praag met de mannenzangvereniging Apollo onder leiding van Fred Roeske.

 

https://lh3.googleusercontent.com/XjccqHb2JGn5ReoDM_dtTu0de6Zo9Jx4zg5E-3la4UazKsCydvd3nHczLdo40-NR4MCZFQ=s85

https://lh3.googleusercontent.com/SBlNHdayLJK0wt_8mjeRhVFDL7a_1QgqeNilu1Nq-eJ2SF0iiDnQIlWmVcaqiRX1ZjzbCg=s142

https://lh3.googleusercontent.com/UGwM9OiWR_lsq6qMAvTtx7isqKRC0VI6stUaeKN9B-1wqe1_HwpyhDMypU7EMfSzYtptQA=s106

https://lh3.googleusercontent.com/mcvI__op5nS-t45OKJ_NlMUM19Ivsfroon6N2n7F7d8Hfc-d-41jsnxAP_ysXGkypOZjPBw=s85

https://lh3.googleusercontent.com/twR9kF4AdZueJoIJp99k02yNbI7tpWocrB8NaUPoQmsoW3dnyWR8Y4WnECxXXmPWz8UgSw=s85

https://lh3.googleusercontent.com/qr6wOKvK9yM9csSHMvd1HMcKGTDh2mqSo5xiG2ptt-OLo33tQDCfcAqwlSITG_27XOUG7w=s85

https://lh3.googleusercontent.com/T5C7nM2iB_VgOQniXxaBU82Vkfbe6_sIgsUYVVETHP8BSbcyGVbPZPbX5AGOWA2p6AnF3A=s85

https://lh3.googleusercontent.com/z0NCCmx7-OYCp_3gv0uzKUiSoBpOQTUnWzmDotBqnDavm8_5bvsRSi2kwnAwHXb8QcvX9MY=s85

De alt/ mezzo

Hans Gruys

Louis Zimmermann en Ferdinand Hellman

Henriette en Francis Koene

Fred Roeske

Eduard van

Beinum

Willem

Mengelberg

Charlotte

Kőhler

Jo Vincent

 

Van 1936 tot 1945 schreef Henriëtte (bijna) niets meer. Dat kwam enerzijds door de dood van haar man, maar het had ook veel te maken met de Tweede Wereldoorlog. Veel musici waren eigenlijk best blij dat het toen nieuw ontstane Departement van Volksvoorlichting en Kunsten (DVK) de salarissen van orkestmusici drastisch verhoogde en lang niet iedereen kwam in verzet toen de ‘arisering’ begon. De actrice en voordrachtskunstenares Charlotte Kőhler en de sopraan Jo Vincent weigerden lid te worden van de Kultuurkamer en mochten niet meer optreden, maar Pijper werd wel lid. In 1942 werd het Henriëtte –als halfjoodse- door de Duitse bezetter verboden om op te treden, hoewel ze daarna gelukkig nog regelmatig kon spelen op de huisconcerten, de zgn. ‘zwarte avonden’, die musici zoals de zangeres Ré Koster in Amsterdam -maar ook andere mensen-, die voor hun werkeloze collega`s organiseerden. Henriëtte werd dus in april 1942 niet gevraagd om mee te gaan naar Wenen met het Concertgebouworkest en Willem Mengelberg. Cor de Groot, Gerard Hengeveld, Marinus Flipse, George van Renesse en nog verschillende andere pianisten traden wel op in recitals waar erg veel belangstelling voor was in de oorlogsjaren. Henk Badings had inmiddels van de DVK een grote som geld ontvangen voor het componeren van een opera en Gerard Hengeveld, Jaap Kool, Alexander Voormolen en nog veel anderen kregen ruime financiële tegemoetkomingen voor hun composities.

Charlotte Kőhler hielp in deze tijd Henriëtte die vijf maanden lang met een zenuwontsteking in haar been worstelde en in de Valeriuskliniek was opgenomen en ze zorgde ook nog voor Sara.

Maar het was ook dankzij dezelfde Willem Mengelberg dat Sara, die op 1 april 1944 geïnterneerd was in Westerbork, na enige dagen weer vrij kwam. Sara schreef hierover -en over nog veel meer dingen- aan Fenna Abbing- Haas, getrouwd met Johan Abbing, jurist en pianist, haar –en ook Henriëtte`s- beste vrienden (7).

 

Direct na de oorlog trad Henriëtte weer op door heel Nederland, ook vaak in combinatie met Charlotte Kőhler. Er werd wel regelmatig geklaagd over haar (H) hoge honoraria en andere eisen, maar ze deed ook gratis mee aan diverse benefietconcerten samen met Charlotte en Jo Vincent.

Bij de bevrijding had Henriëtte twee liederen op teksten van Fedde Schurer geschreven: Gebed en Daar komen de Canadezen. Jo zong ze en ze werden snel zeer populair, hoewel sommige klassieke- muziekliefhebbers laatstgenoemd lied eigenlijk een beetje te banaal vonden voor een serieuze componiste. Daarna voltooide Henriëtte nog twee vocale werken met piano, maar ook door orkest uitvoerbaar, waar ze in de oorlog reeds mee begonnen was: Lead kindly light en Doodenmarsch. In 1946 werd ze lid van de beoordelingscommissie van nieuwe muziek van Donemus, naast o.a. Matthijs Vermeulen (8). Vaak was men positief over haar werk, maar haar pianospel op uitvoeringen kreeg nu wel regelmatig slechte kritieken zoals dat ze ‘slordig speelde’.

 

In deze tijd ook kwam Magda Swart voor haar werken: Magda, een onderwijzeres, had lang secretarieel werk voor Charlotte K. gedaan, maar zij koos nu voor Henriëtte omdat die haar meer nodig had (9).

In 1947 kreeg Henriëtte een regeringsopdracht voor het schrijven van een aantal liederen. Het resultaat, dat enige tijd op zich liet wachten, werd een bundel met de naam Terugblik. Van 1948 tot 1950 correspondeerde ze met Benjamin Britten. Zij stuurde hem regelmatig etenswaren (chocola!) die na WOII niet beschikbaar waren in Engeland. Hij en de tenor Peter Pears, zijn levensgezel, kwamen ook regelmatig naar Nederland en Henriëtte begeleidde Peter dan vaak. Britten die 20 jaar lang ‘huiscomponist’ van het Holland Festival zou worden, moedigde haar aan zich aan ‘grote vocale vormen’ te wagen en stuurde haar de tekst The Artist`s Secret van de Zuidafrikaanse Olive Schreiner, met het verzoek er een muziekstuk op te schrijven. Henriëtte voldeed (voor een deel) hieraan en droeg het stuk op Peter. Ze schreef ook regelmatig aan Britten over collega-musici: ze vond bijv. de finales in pianoconcerten van Honneger en Hindemith afschuwelijk en kon Bartók en Poulenc ook niet waarderen. Ze sprak ook zeer negatief over Kathleen Ferrier. Echter, toen Britten`s carrière een grote vlucht nam, verminderde zijn belangstelling voor haar: ze was vooral nuttig voor hem geweest als contactpersoon in het Nederlandse muziekleven.

 

https://lh3.googleusercontent.com/6vwg0fx5nCSZXzUcYV3D4Dx7fYRKucjGGlMGTZnKIuVx32Kjqfa--HbDGM9J9M15YLFg=s85

https://lh3.googleusercontent.com/7b5dI8Ayz3fjjBAy2Tr3GWU0lT-BPhYgdOn1HzDmqmHXpR4BF1BSRhGJYKgKt19_S_zZdg=s85

download

https://lh3.googleusercontent.com/zgEnpsyeUYI7Y6LNKoqOmrVCw4Fqb8Sty9-o8BhHr7MWRK3GAiIdDqklAdNlrIEJG8weYg=s85

alexanderswaap

https://lh3.googleusercontent.com/rmxInES98S0Hk_gNCJ9gUspVlnycQEkjlNOT1BBYOMKBX0h6Bp3SyqOXd1vmqq4EPBvh_Ts=s85

https://lh3.googleusercontent.com/-xC_hMGeoBtlff21uKmk5Mk4k0_ZOk3BckKFqQ6wzS9GXMWlNeQr5W7LQTxj5t6feOdvLA=s85

download (1)

https://lh3.googleusercontent.com/crH_ksLOzD-sa1W-sDEgCZNnL2APeTybRdIKXcsKnMunJcvzP4wVn30N2NPLH51ljm3g=s85

https://lh3.googleusercontent.com/bbPENwhkK8BlUvqsyIkXV7F-GpZUyaTOpVes4DKDnxTR03Fi-E1Bda99wdGr4VOUZRfnB-Q=s85

Ré Koster

Frieda

Belinfante     

(1904-95) 

Benjamin

Britten en

Peter Pears

Matthijs Vermeulen

Componist

Lex van

Delden

Noëmie Perugia

(1903-1992)

                Henriette`s grafsteen

Zes vrouwelijke

componisten

H. Metzelaar

Henriette Bosmans

 

In 1948 leerde Henriëtte de Franse mezzosopraan Noëmie Perugia kennen, iemand die haar muzikaal inspireerde net als Peter Pears dat bij Britten deed. Ze kregen een zeer intense, maar ook zeer problematische relatie: Noëmie woonde meestal in Parijs en sprak alleen Frans en Henriëtte woonde in Amsterdam maar had geen problemen met de Franse taal. Ze zagen elkaar alleen als ze samen recitals gaven, maar Noëmie was daarna nog niet vertrokken of Henriëtte miste haar al. In Frankrijk en Engeland trad Noëmie op met de pianist- componist Daniël Lesur en Henriëtte was daarover zeer teleurgesteld: ‘Ik ben alleen maar goed genoeg voor Holland’ (10).

 

In 1949 schreef Henriëtte na het overlijden van haar moeder vier liederen over ‘de spanning tussen de liefde en de dood’ opnieuw op teksten van Paul Fort en in 1950 muziek bij twee teksten van Jacques Prévert: Le Sultan en Chanson des Escargots. Noëmie vond de muziek ervan te romantisch en wilde de liederen niet zingen. Hetzelfde gebeurde bij On Frappe en Aurore, Henriëtte`s lievelingslied,  - waarna H. dreigde de muziek op te sturen naar Pierre Bernac- maar Les Médisants en Le Chiffonnier konden wel Noëmie`s  goedkeuring wegdragen. Dat (laatstgenoemde) chanson dat Henriëtte schreef, geïnspireerd door een optreden van Edith Piaf en uit een soort ergernis over hoe Noëmie met haar stukken handelde, eigende deze laatste zich echter direct toe ter uitvoering. Henriëtte zond het lied uiteindelijk ook naar Edith Piaf, maar heeft er, behalve van haar manager dat ‘zij er in september aan zou gaan werken’, van Piaf zelf niets meer op gehoord. Ter ere van de mezzo Julia Culp die in 1950 zeventig jaar werd, schreef Henriëtte een zeer lovend artikel en ook nog het lied Je ne suis pas seul.

Henriëtte schreef behalve dit artikel nog  meer dan 30 andere voor verschillende kranten en periodieken –over Willem Pijper, van Beinum, Britten, Vermeulen, Jennie Tourel enz., waarvan de helft voor Vrij Nederland.

 

Eind 1950 kreeg ze last van haar ingewanden, maar de artsen konden niet echt een oorzaak vinden. Op 13 januari 1951 nam ze desondanks samen met Noëmie voor het eerst deel aan de serie liederenavonden in het Amsterdamse Concertgebouw door internationaal vermaarde duo`s als Kathleen Ferrier- Gerald Moore, Pierre Bernac- Francis Poulenc, Jo Vincent- Gerard Hengeveld en Elisabeth Schwarzkopf- Jean Antonietti.

Later dat jaar werd ze, omdat ze in een moeilijke financiële positie verkeerde en men van overheidswege nog snel iets voor haar wilde doen, benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje- Nassau (11). Ze kreeg ook weer een regeringsopdracht voor het componeren van een lied. Dat werd uiteindelijk ‘Een lied voor Spanje om op te marcheren’, klinkend als een habanera, met de Spaanse Burgeroorlog als thema. Henriëtte droeg het op aan de mezzo Ré Koster die vlak bij haar woonde, haar af en toe eten bracht en die vooral veel eigentijdse muziek zong, waaronder vaak liederen van Henriëtte.

Begin 1952 presenteerden Henriëtte en Noëmie nog een reeks nieuwe liederen, waaronder Das macht den Menschen glücklich. Duits wilde Noëmie nog wel zingen, maar liever geen Nederlands, hoewel Noëmie wel van plan zou zijn geweest Verzen uit Maria Lécina voor haar te zingen (8). Daarom heeft Henriëtte Gebed (1945) ook voor haar omgewerkt tot een Ave Maria. Ondanks haar pijn –ze bleek maagkanker te hebben- speelde ze nog af en toe piano en begeleidde ze Noëmie in recitals, waarvan de laatste in maart.

In april sloot ze zich weer aan bij Donemus en in mei 1952 verscheen ze, tot ieders verwondering, nog op het Gabriel Fauré Concours waar ze in de jury zitting had.

Uiteindelijk stierf Henriëtte op 2 juli 1952 in het Prinsengracht Ziekenhuis in het bijzijn van Noëmie. Ze had vlak voor haar overlijden te kennen gegeven dat zij slechts acht naaste vrienden bij de uitvaart wilde hebben (12): Noëmie Perugia, Charlotte Kőhler, Matthijs Vermeulen, Johan en Fenna Abbing, (haar pianoleerling) Jenny Müller, (de componist) Lex van Delden en Magda Swart.

Henriëtte werd begraven op de Amsterdamse begraafplaats Zorgvlied, bij haar vader en moeder.

 

In 1994 werd de Henriëtte Bosmansprijs, een aanmoedigingsprijs voor Nederlandse componisten, ingesteld.

 

Henriëtte`s oeuvre is niet omvangrijk en kan duidelijk in een laat- romantische en een meer modernistische periode worden onderverdeeld. Zij heeft wel wat pianoleerlingen, maar geen compositieleerlingen gehad.

Een overzicht van haar sololiederen, in chronologische volgorde:

Stemtype:

uitgave door:

X= in Oba:

1920

Beau chevalier, tekst van  Alfred de Musset; opgedragen aan Mimine Mathey (autograaf)

H/M

 

1921

Ici bas; tekst: Sully (Lully?)  Prud`homme; opgedragen aan Mimine Mathey (13)(ongedateerd)

H/M/L

Manuscript

 

1921

Pieusement, tekst:Emile Verhaeren

H/M

Manuscript

 

1921

***Mon rêve familier, tekst: Paul Verlaine

M/L

Donemus

X

1927

Drie liederen op Duitse tekst: Der Kaiser, tekst Thu-Fu; Liebestrunken, tekst Li-Tai-Po,

Schmied Schmerz, tekst: Otto J.Bierbaum

M; L/M;

M

Donemus

 

vóór

1933

*Le diable dans la nuit, tekst: Paul Fort (nb. eerder gedateerd in 1935)

M

Br.& v P.

X

1935

Im Mondenglanze ruht das Meer, tekst: Heinrich Heine (geen datering op autograafmanuscript)

Die heil`gen drei Kőnige aus Morgenland, tekst: Heinrich Heine

M/H

Br.& v P.

 

1944/5

Doodenmarsch, tekst Clara Eggink, declamatorium met orkest; ook voor stem en piano

M/L

Donemus

1945

Lead kindly light, tekst: kardinaal H.C. Newman

H

Br.&

1945

Gebed, tekst: Fedde Schurer; opgedragen aan Jo Vincent

M/H

Br.& v P.

X / X

1945/6

Daar komen de Canadeezen, tekst: Fedde Schurer; opgedragen aan Jo Vincent

H

Br.& v P.

X

1947

**Drie brieven,tekst: J.W.F. Werumeus Buning

M

Donemus

X

1947

**Dit eiland, tekst: Adriaan Roland-Holst

M

Donemus

X

1947

**In den regen,tekst: Adriaan Roland- Holst

M

Donemus

X

1947

**Teeken den hemel in het zand der zee,tekst: J.W.F. Werumeus Buning

M

Donemus

X

1948

The artist`s secret, tekst: Olive Schreiner (from ‘Dreams’); opgedragen aan Peter Pears

M/H

Donemus

 

1948

Méditation, tekst: Paul Géraldy; opgedragen aan Noëmie Perugia

M

 

1949

Les deux enfants du roi, tekst: Emile Verhaeren; opgedragen aan Noëmie Perugia

M

 

1949

*La chanson des marins hâlés, tekst Paul Fort; opgedragen aan Noëmie Perugia

M

Br.& v P.

X

1949

*Le regard éternel, tekst: Paul Fort; opgedragen aan Noëmie Perugia

M

Br.& v P.

X

1949

*La chanson fatale, tekst: Paul Fort; opgedragen aan Noëmie Perugia

M

Br.& v P.

X

1949

*Complainte du petit cheval blanc, tekst: Paul Fort; opgedragen aan Noëmie Perugia

M

Br.& v P.

X

1950

Automne/op 18.3(autograaf/ onvolledig)

H/M

 

1950

***Le Sultan, tekst: Jacques Prévert

M

Donemus

X

1950

***Chanson des escargots qui vont à l`enterrement, tekst: Jacques Prévert

M

Donemus

X

1950

Chanson (quel jour sommes nous),tekst: Jacques Prévert; opgedragen aan Rosemary (Kahn) en Arnold (Weijel)

M

Br.& v P.

1950

Verzen uit Maria Lécina, tekst: J.W.F. Werumeus Buning (pas na Henriëtte`s dood uitgevoerd)

M

Donemus

X

1950

***La comtesse Esmérée,tekst: Jean Moréas

M

Donemus

X

1950

Pour toi mon amour, tekst: Jacques Prévert

M

Br.& v P.

 

1950

On frappe, tekst: Jacques Prévert

L

Br.& v P.

 

1950

*Le naufrage,tekst: André Verdet; opgedragen aan Noëmie Perugia

M

Br.& v P.

X

1950

Je ne suis pas seul,tekst: Paul Eluard; opgedragen aan Madame Julia Culp

M

Br.& v P.

 

1950

Aurore, tekst: André Verdet; opgedragen aan monsieur et madame Abbing   (autograaf)

L

Br.& v P.

          

1950

La chanson du chiffonnier, tekst; Jules Jouy

L/M

Br.& v P.

 

1951

Das macht den Menschen glücklich; tekst H. Heine; opgedragen aan Noëmie Perugia

M

Br.& v P.

X

1951

*Chanson (Je l`ai tenue), tekst: Ferdinand Mazade; opgedragen aan Noëmie Perugia

M

Br.& v P.

X

1951

*L`Anneau, tekst: Ferdinand Mazade; opgedragen aan Noëmie Perugia

M

Br.& v P.

X

1951

*Les médisants, tekst: M. Desaugiers

M

Br.& v P.

X

1951

On ne sait rien, tekst: Hélène Vacaresco; opgedragen aan Charlotte Kőhler

M

Br.& v P.

 

1951

Een lied voor Spanje, tekst: J.W.F. Werumeus Buning; opgedragen aan Ré Koster

M

Br.& v P. X

 

1951

*Rondel, tekst: Raoul Ponchon; opgedragen aan Noëmie Perugia

M

Br.& v P.

X

.

 

 

1950

Copla, (duet voor) sopraan en mezzosopraan, tekst: Hendrik de Vries

 

Donemus

 

.

 

 

* in de bundel Recueil, dix Mélodies

(gedrukte muziek)

**in Terugblik

***in 4 Liederen op Franse tekst

X: https://www.prestoclassical.co.uk/sheet-music/composers/25061--bosmans

X: in Samenklank II Liederen op Nederlandse teksten voor l/m stem en piano

 

Aan deze tekst is voor het laatst op 24 maart 2018 gewerkt.

 

Noten:

(1). Wikipedia: 1919? , Helen Metzelaar, Zes vrouwelijke componisten p. 124: 1918. Wordt hiermee hetzelfde werk bedoeld?

(2). Ze vrouwelijke componisten, p. 121-122. Zie ook het boek van Toni Boumans, Een schitterend vergeten leven. De eeuw van Frieda Belinfante

(3). Zes vrouwelijke componisten, p. 122: en ‘de onderwijzeres Magda Swart de laatste tien jaar’;  idem: Frieda, Johan en Henriëtte vormden het Amsterdamsch Trio

(4). H. Metzelaar p. 61

(5). Samen met Emmy Frensel Wegener; H. compositie ‘Concertino’ voor piano en orkest (uit 1928) werd uitverkozen om tijdens het festival te worden uitgevoerd en ze

speelde zelf de pianopartij.

(6). De gehuwde Ignaz Oljenick vroeg haar naar de Duitse inval met hem en zijn gezin mee te gaan naar de VS, wat H. bijna deed, maar op het laatste moment keerde ze toch om (Metzelaar p. 90 en 99). Zie ook: http://www.jodeninnederland.nl/id/P-7429

(7). Zie https://www.genealogieonline.nl/stamboom-driessen/I7355435.php

(8). Hij stimuleerde Henriëtte waarschijnlijk om artikelen te gaan schrijven. Zij vond het namelijk maar niets dat de meeste muziekrecensenten, zonder enige opleiding,

vakmensen mochten beoordelen. Daarom ging ze zelf over muziek en musici schrijven (Zes vrouwelijke componisten, p. 132)

 (9). Metzelaar p. 136; Magda deed werkelijk alles voor H,.maar H. is niet altijd erg dankbaar: ‘Magda is lief, maar ze kan niet koken of huishouden’ (Metzelaar p. 213)

(10).Metzelaar p. 192

(11).Volgens het artikel in the New Grove van H. Metzelaar kreeg Henriette postuum een onderscheiding: de vraag is: Is dat een andere dan die ze in 1951 ontving?of is er sprake van een vergissing? In het boek van Metzelaar uit 2002 wordt op p. 215 16 juni 1951 genoemd als datum

(12). H. Metzelaar p. 232

(13). zie: http://www.nederlandsmuziekinstituut.nl/en/archives?task=listhandschriften&tmpl=lexicon&id=024&start=20

Bronnen:

Gedrukte:

Zes vrouwelijke componisten, onder redactie van Helen Metzelaar, Centrum Nederlandse Muziek, Zutphen, 1991: Ellen Looyestijn: Henrëtte Bosmans

Helen Metzelaar, artikel over H. Bosmans in the New Grove Encyclopedia of Music and Musicians, London 2001 (2d edition)

Helen Metzelaar, Zonder muziek is het leven onnodig. Henrëtte Bosmans, een biografie, Zutphen, 2002

Juanita M. Becker, A Biography of Henriette Bosmans, 2016

Toni Boumans, Een schitterend vergeten leven, De eeuw van Frieda Belinfante, uitg. Balans, Amsterdam, 2015

Catalogus van werken van Nederlandse Componisten, deel 7: Henriette Bosmans, Donemus (=documentatie in Nederland van muziek), met inleiding van Lex van Delden

Websites:

http://www.leosmit.org/componisten.php?DOC_INST=12#.WnQ6xlTibIU

http://imslp.org/wiki/Category:Women_composers

http://nederlandsecomponistes.zierikzeenet.nl/homepage/show/pagina.php?paginaid=225550

http://www.forbiddenmusicregained.org/search/composer/id/100018

https://webshop.donemus.com/action/front/composer/Bosmans%2C+Henri%C3%ABtte

http://www.nederlandsmuziekinstituut.nl/en/archives?task=listhandschriften&tmpl=lexicon&id=024

http://en.likefm.org/artists/video?name=Henri%C3%ABtte+Bosmans&page=7

http://www.jodeninnederland.nl/id/P-7429

 

Terug naar de pagina ‘muziek