HANNS EISLER (1898- 1962)

 

Het ‘gehele’ verhaal over Hanns Eisler vertellen, is ondoenlijk: onderstaand artikel is een poging tot een biografie, waarbij het vooral de bedoeling is zijn liederen ‘in de tijd’ te plaatsen. Andere werken van hem – muziek bij toneelstukken en films, symfonieën en pianomuziek- komen incidenteel ter sprake omdat een aantal van de genoemde liederen bij bepaalde toneelstukken of films hoort, maar er was hierbij geen enkel streven naar volledigheid. Voor een nóg beter begrip van zijn oeuvre wordt aangeraden wat meer te lezen over Bertolt Brecht, die ook nauw samenwerkte met Kurt Weill.

 

Onderstaand artikel bevat de volgende hoofdstukken:

1.Jeugdjaren (1898-1916)

2.De periode van Wereldoorlog I (1914/1916-1918)

3.De studie bij Schönberg/ Twaalftoonstechniek (1919-1927)

4.De periode van de ‘strijdmuziek’ (1928- 1933/1937)

5.Ballingschap in Europa (1933- 1937)

6.Verblijf in de VS (1938- 1946)

7.Verblijf in de VS:  De Koude Oorlog/ veldtocht tegen het communistische gevaar (1946- 1948)

8.Wenen (1948-1949) en Berlijn (1949- 1957/ 1962)

9.Mijn (voorlopige) keus uit de liederen van Hanns` Eisler (ligging alt/mezzo)

10.Overzicht van (een aantal van) Hanns`werken op vocaal gebied/ uitgaves ervan

 

 

IMG.jpg

 

 

1.Jeugdjaren (1898- 1916):

(Johannes) Hanns Eisler werd op 6 juli 1898 in Leipzig geboren. Zijn vader, de Oostenrijkse filosoof Rudolf Eisler (1873- 1926), behoorde tot een Boheems- joodse burgerfamilie en zijn moeder, Ida Maria Fischer (1876- 1929), een slagersdochter, stamde uit een Zwabische boerenfamilie.

Het gezin verhuisde in 1901 naar Wenen, waar zijn vader vanwege zijn atheïsme geen baan kon krijgen en dus in het privé circuit zijn brood moest verdienen. Daarnaast ontving hij wat geldsteun van zijn broer. Hanns bezocht de volksschool van 1904-1908 en vervolgens het katholieke Rasumofsky –gymnasium waar hij steeds meer belangstelling kreeg voor muziek. Thuis zong zijn vader en speelde piano, maar die moest weg omdat hij de huur ervan niet meer kon betalen. Toen Hanns 10 jaar was kocht hij een boek over algemene muziekleer en componeerde zijn eerste stuk, in zijn hoofd….  Zijn vroegste composities zijn echter verloren gegaan. Toen hij 14 was begon hij concerten en opera`s te bezoeken, speelde fanatiek voetbal en trad toe tot de socialistische organisatie van middelbare scholieren.

 

https://lh3.googleusercontent.com/ypfmjzMmpf6hYGt8TUUMlz_W6SEvCKIPCLDzkhjCbBajOPYY_aytqfRrn9u9avrZLWxymQ=s114

https://lh3.googleusercontent.com/nHqHalff0uDhmILK_mXD3K4tVXzDqyDMhuKPWukjJmXt61uWgbV1Mr7aEyE1SW2pxvFBTw=s85

https://lh3.googleusercontent.com/MjPXG8WAH67MBVYPJIcIFx0TxgS5nccWt8hpfNwrqzTpKuo3h7jDteh-syocnUYFWBUcug=s85

https://lh3.googleusercontent.com/0lQV3133snNTW7h_HB8ePgmcK7e9jJE3um-yozFdIh3hhsOmzrLl6Dk_qf5LRrX1LAAF8A=s85

https://lh3.googleusercontent.com/P6_W6idvA5_T9u1lhAYjTB2y-HEVsXh3OLzLWwRhUM2xkeY7y_zKOr3E7HFOZo6tCO_FJkY=s85

https://lh3.googleusercontent.com/HqDfiofuSXVSgKa7_8eObGDV8ivJWI0pb1cXwd9v-_nkRO0V5TCleia9EHW8YKvm_hH5WA=s111

https://lh3.googleusercontent.com/hTTIYQfp_xMuH2SSvAaI4oKOrPoSlJIWVsPUaBzyFHm_USTJNa9IgyAOVQpbr9FApFtfPw=s85

Afbeeldingsresultaat voor e-book: brecht collected plays: 3 - isbn 9781408177419

Geboortehuis Leipzig

Hanns in dienst 1917

Rudolf,

zijn vader

Elfriede,

zijn zus

Gerhart,

zijn broer

Arnold Schönberg

Charlotte Demant,

Hanns`eerste vrouw

Bertolt Brecht

 

2.De periode van Wereldoorlog I (1914/1916-1918):

In 1916, een jaar voor zijn eindexamen, kreeg Hanns zijn dienstoproep. Omdat zijn broer Gerhart in 1914 een anti- oorlogstijd-schrift uitgaf, gold de hele familie sindsdien als verdacht en werd door de geheime politie in de gaten gehouden. Hanns moest naar een Hongaars infanterieregiment, nadat hij tweemaal bestraft was op de reserveofficierenschool voor het weigeren van een bevel. In een Hongaars regiment kon hij minder makkelijk politiek opruiend zijn dacht men. In zijn vrije tijd hield hij zich bezig met componeren. Aan het oratorium Gegen den Krieg dat hij later herschreef in de Twaalftoonstechniek, was hij al voor zijn diensttijd begonnen, maar datgene wat hij nu produceerde, ging verloren in het oorlogsgeweld. Hij raakte diverse keren gewond aan het front.

Toen de Oktoberrevolutie uitbrak in Rusland (1917) beschreef hij hoe de soldaten verwachtten dat de oorlog snel zou eindigen nu de Russen niet meer tot de vijand behoorden. Uit 1917 stamt zijn –vroegst bewaard gebleven fragment- Dumpfe Trommel und berauschtes Gong en uit 1918 Die Mausefalle en Von der Armut und vom Tode. In december 1918 pas kon hij naar huis terugkeren, echter daar voelde hij zich niet meer thuis. Op 12 november werd de republiek Oostenrijk uitgeroepen.  De sociaaldemocratie beantwoordde niet erg aan de verwachtingen van de teruggekeerden (1). Hanns trok met zijn vriendin, de lerares Irma Friedmann, naar de militaire barak bij Grinzing, waar veel leiders van de communistische partij van Hongarije verbleven. Hij woonde er samen met de schrijver Béla Illés en de germanist Georg Lukács. Irma huurde een piano en begeleidde hem terwijl hij zong.

 

3.De studie bij Schönberg/ Twaalftoonstechniek (1919-1927):

In 1919 schreef hij zich in aan het Neuen Wiener Konservatorium voor de studie compositie en nam pianoles. Hij was zo goed in harmonieleer dat professor Karl Weigl hem opnam in zijn contrapuntklas. Van 1919 tot 1923 studeerde hij bij Arnold Schönberg, die les gaf volgens de klassieke regels en de voorbeelden van Bach, Brahms en Beethoven. Hanns woonde zelfs een tijdje bij Schönberg in huis en deze bezorgde hem een baantje als corrector bij de muziekuitgeverij Universal Edition. Even later kreeg hij de leiding over verschillende Weense arbeiderskoren: het koor van de Siemens- Schuckert- Werke (Stahlklang) en toen dat werd opgeheven, van het Karl- Liebknecht- Chor in Wien-Floridsdorf. In dat koor werden voor het eerst revolutionaire liederen uit het Oosten gezongen, zoals de Rotgardistenmarsch. Tegelijkertijd nam hij nog het koor van de arbeiders- zangbond Elektra over.

In 1920 trouwde hij met de communistische zangeres Charlotte Demant (2), die bij Anton Webern had gestudeerd en van september 1920 tot maart 1921 nam Schönberg hem als assistent mee naar Nederland, waar hij uitgenodigd was om compositie-cursussen te geven en concerten in het Amsterdamse Concertgebouw. Op de terugreis via Berlijn ontmoette Hanns Bertolt Brecht die de Legende vom toten Soldaten zong en zichzelf aan de piano begeleidde.

In de herfst van 1921 werkte Hanns bij de Weense Verein für volkstümliche Musikpflege en hij begon zich af te vragen voor wie hij eigenlijk muziek maakte. Hier begon in feite zijn conflict met Schönberg: de kleinburgerlijke ideeën van Schönberg tegenover de (door Schönberg belachelijk gemaakte) revolutionaire opvattingen van Eisler. Eisler vond dat de muziek een sociale functie had, terwijl volgens hem Schönberg –nogal elitair- uitging van: L`art pour l`art.

 

In 1922 begon Schönberg met de verdere uitwerking van zijn ‘demokratische’ Twaalftoonstechniek, de Dodecafonie (de Moderne Musik). Omdat dat al zijn tijd kostte, stuurde hij enige leerlingen waaronder Eisler voor enige maanden naar Anton Webern. Na de compositie van  -een Schönberg welgevallige- pianosonate (maart 1923) en de uitvoering daarvan, werd Hanns opgenomen in het uitgeverijprogram van Universal Edition in Wenen (net als Kurt Weill, die hij nog niet persoonlijk kende). In 1924 verscheen zijn eerste werk in de Twaalftoonstechniek en werd hij geroemd in de Schönberg- kring  naast Alban Berg en Webern (2de Weense school).  Hij schreef ook drie mannenkoren op woorden van Heinrich Heine voor Webern en kreeg een kunstprijs van de gemeente Wenen. Ondanks dat alles kreeg hij er geen aanstelling als musicus, componist of dirigent. Om in zijn levensonderhoud te voorzien besloot hij in 1925 alleen naar Berlijn te gaan, waar de Gouden Jaren `20 begonnen waren. De stad was op dat moment een broedplaats van experimentele vormen van muziek, theater, film, kunst en politiek. Daar ging hij les geven aan het Klindworth-Scharwenka- Konservatorium. Zijn vrouw bleef in Wenen wonen en hij ging pendelen. In 1925 begon hij aan een cyclus van tien liederen, de Zeitungsausschnitten opus 11 (1925-1927), met Kinderreimen, Heiratsannouncen en het Liebeslied eines Grundbesitzers enz., als tegenwicht tegen de ‘burgerlijke’ concertpraktijk.

Zijn zus Ruth (Elfriede) en zijn broer Gerhart hadden in die tijd belangrijke posities in de KPD (communistische partij). Toen Hanns in 1926 daar ook lid van wilde worden, lukte dat niet en daarna ‘heeft hij het ook nooit meer geprobeerd’.

Op het muziekfestival in Baden- Baden ontmoette hij nu voor de tweede keer  -de inmiddels ook tot het marxisme bekeerde- Bertolt Brecht, maar pas drie jaar later kwam het tot een samenwerking. Naast componeren begon Hanns ook te schrijven, zoals in 1927 een artikel ter gelegenheid van de honderdste sterfdag van Ludwig van Beethoven. Hoewel hij nog werd gezien als vertegenwoordiger van de Schönberg-school, was hij zelf de weg ingeslagen van de nieuwe cultuur van de Agitpropbewegung (3) in zowel theater- als de zangersbeweging. Hij werd o.a. muziekcriticus voor de Rote Fahne en hield lezingen op de Marxistischen Arbeiterschule (MASCH).  Hij ging voor amateur- en spreekkoorgroepen (Agitkas) componeren voor op de ‘Bühne’ en de Ballade vom Soldaten werd de eerste opvoering van een gedicht van Brecht (1928).

 

4.De periode van de ‘strijdmuziek’ (1928- 1933/1937):

Zijn ‘strijdmuziek- periode’ begon met de Vier Stücken für gemischten Chor op. 13 (1928). Hij gaf daarbij aan hoe men ze moest uitvoeren: ‘met een sigaret in de mondhoek, handen in de broekzakken en licht spottend, om het niet te mooi te laten klinken’. Zijn liederen, ‘Auf den Straßen zu singen’ , kregen echter een première in 1929 in de concertzaal van de Hochschule für Musik in Berlijn. Hoewel zijn liederen voor amateurkoren bestemd waren en zeker niet makkelijk, werden ze een succes en een grote uitdaging voor de arbeiderskoren.

Hanns werkte kort samen met Karl Kraus en de toneelspeler en zanger Ernst Busch voor wie hij het Kominternlied, Roter Wedding, Stempellied, Seifenlied en het Solidaritätslied schreef, stukken die pasten bij de economische crisissituatie van 1929. De (net uitgevonden schellak) grammofoonplaten met opnames van Busch werden verboden wegens ‘opruiing’.

Toen men doorkreeg welke economische potentie de grammofoonplaten konden hebben (de arbeiders!) en het componeren voor films interessant werd, verbeterde Hanns financiële situatie eindelijk.

Met Brecht schreef hij Die Maßnahme (1933), het eerste grote werk voor de arbeiderszangvereniging (4) en de Rote Revue ‘Wir sind ja sooo zufrieden’ (1931), het gemeenschappelijk werk van Brecht, Ernst Ottwalt, Erich Weinert, Eisler en Friedrich Hollaender, met liederen als Das BankenliedDas Lied vom SA-MannDie Ballade zu § 218 en Das Lied des SA-Proleten.

In 1931 kreeg Eisler opdrachten voor geluidsfilmmuziek: Das Lied vom Leben en Niemandsland en daarna werkte hij samen met Brecht aan het toneelstuk Die Mutter (5), met het zeer bekende nummer Lob der dritten Sache en de film Kuhle Wampe oder: Wem gehört die Welt? met Ernst Busch als belangrijkste acteur. Het centrale thema van deze film is solidariteit (Solidariteitslied in 3de deel film). Omdat de Duitse censuur de film verbood vond de première ervan plaats in Moskou, waar hij duidelijk geen onbekende meer was. Zijn vriendin Hedi Gutmann kreeg een baan bij de Russische omroep maar werd door de Stalinistische zuiveringen in 1938 tot 18 jaar strafkamp veroordeeld en ze kwam pas in 1957 terug naar Berlijn.

Eind 1932 was Hanns weer in Berlijn en schreef samen met Brecht en Helene Weigel de Vier Wiegenlieder für Arbeitermütter, waarvan O Fallada, da du hangest (Ein Pferd klagt an) een aanklacht was tegen de steeds groter wordende economische nood.

 

https://lh3.googleusercontent.com/dUbvMLUKzbbuNUTvkRVsWjFSOhn4OUrKBNgsDc9mg9Fp1djEscStZvA3EAg9cDYkSyVwEuU=s108

https://lh3.googleusercontent.com/6OtLB71Zs6bzFFG2S5-CM5mXFRnaL2MUpJqWNmOhNZjN-yrv4XGUVxBIxPkTF801ePog=s85

https://lh3.googleusercontent.com/nqWcRMlrds2sSkWyQzlCwg1yxTNZOaul6sNUv6pkGbh1XCmTXsPGYNuRhgUTNw3dB4FEXA=s85

https://lh3.googleusercontent.com/hoYrdczvuI2GjjpCXlj54PEN7BIvm9crtIsLj7IJmloioivWv6T2609gGIXA7O8iJynN=s85

https://lh3.googleusercontent.com/t8tpysH4x7UE8bF5mnk7buK-1drgY8A0Nl2AAaeE-aKrU8DFnQzCjXITQbcV6UVaDFtdJA=s85

https://lh3.googleusercontent.com/yCmMI0dBIsPOC0q8KLze34aofBwPLegFEBgkoA_LMT3KYa2Abzbwx3G8T6wVIcrvh2qhqA=s128

https://lh3.googleusercontent.com/w0JUSttCJvzx84MYggT7SPuS6RP3KnVGuz1eSikOb9hl_kC8tGql32BwvnljnifBPVbRPTg=s110

https://lh3.googleusercontent.com/W9FPGZz6OKSvnT4too0jaMWl9nNc9g2tZor0G0g9QwBINEoJf_3n7geZk0oMmL5iwtoM=s152

Klindworth-Scharwenka- Konservatorium

Agitprop-

bewegung

Die Rote Fahne

Ernst Busch

              Die Maßnahme 

       Die Mutter

Kuhle Wampe oder: Wem gehört die Welt?

 

Vlak voor de machtsovername van Hitler in 1933 ontstond het lied Der Marsch ins Dritte Reich. Ondertussen hadden de Nazi`s gezien hoeveel kracht er in de linkse (Musikbolschewisten) strijdliederen school. Ze zetten nieuwe teksten op de bestaande muziek, zodat bijv. uit de  Internationale de Hitlernationale ontstond, en op de melodie van Brüder, zur Sonne, zur Freiheit werd de tekst van Brüder, formiert die Kolonnen gezongen, en op het aan Karl Liebknecht und Rosa Luxemburg gewijde lied Auf, auf zum Kampf  kwam de tekst Dem Adolf Hitler haben wir’s geschworen.

 

5.Ballingschap in Europa (1933- 1937):

Brecht emigreerde een dag na de brand in de Rijksdag en Eisler een maand later, aanvankelijk naar Wenen; zijn werk en dat van Brecht werd in de ban gedaan en Entartet verklaard. Ernst Busch vertrok naar Holland. Nog eenmaal ging Hanns terug naar Berlijn om zijn huis te verkopen en zijn spullen naar Wenen over te brengen. Vlak na een door Anton Webern geleid Arbeiders- Symfonie- Concert in Wenen op 19 maart 1933 kwam het tot een treffen met de politie en zes maanden later werd het Oostenrijkse parlement ‘uitgeschakeld’ en werden alle politieke partijen verboden. Meteen daarna reisde Eisler naar Tsjecho- Slowakije voor een nieuwe filmopdracht: over het leven in de Karpato- Oekraïne (Roethenië). Bij een bezoek aan de Hoge Tatra leerde hij de -getrouwde- communiste Louise (Lou) Jolesch (geb. Gosztonyi von Abalehota) kennen. Eind 1933 bezocht zij Hanns in Parijs en hierna was ze steeds bij hem, tot ze op 7 december 1937 in Praag trouwden. Hanns was in die tijd om financiële redenen gedwongen muziek te componeren voor projecten waar hij zelf niet zo `n interesse voor had. Brecht woonde in die tijd in Denemarken en stuurde hem steeds nieuwe teksten om te bewerken: de Svendborger Gedichte. In januari 1934 reisde hij met Lou van Parijs naar Skovsbostrand naar Brecht en Hanns werkte daar met hem aan de bewerking van Die Spitzköpfe und die Rundköpfe oder Reich und reich gesellt sich gern. Wat later ontstonden de Ballade vom Wasserrad, Das Lied von der belebenden Wirkung des Geldes en Das Lied von der Tünche.

Vanaf eind augustus woonde Hanns met Lou in Londen, waar hij met Ernst Busch de Kalifornische Ballade opnam.

De KPD en de Komintern besloten tot een sterk antifascistisch eenheidsfront te komen van communisten en sociaaldemocraten en vroegen Brecht om een tekst en Eisler om de muziek: het werd het Einheitsfrontlied.

Van februari tot mei 1935 maakte Hanns een concerttournee door de VS ten behoeve van de noodlijdende kinderen van de Saar- vluchtelingen. Tot het Amerikaanse hulpcomité behoorden o.a. Hemingway, Chaplin, Aaron Copland en Charles Seeger. Bij de concerten sprak Hanns eerst over het Duitse fascisme en de crisis in de moderne ‘burgerlijke’ muziek en daarna werd er gezongen. Hanns maakte kennis met de directeur van de New York New School for Social Research en die nodigde hem (o.a.) uit voor een lezingenserie over Die Krise der modernen Musik. Eisler begon ook te denken aan een plan voor een grote Konzentrationslagersinfonie (die later werkelijkheid werd als Deutsche Sinfonie) en ging in mei met Lou weer terug naar Parijs, daarna naar Londen en in juni naar Straatsburg voor de 1ste. Arbeiter- und Gesangsolympiade. Die werd beëindigd met het Einheitsfrontlied, een vechtpartij met de politie en een - kort- verblijf in de gevangenis van Hanns. Daarna trok hij naar Moskou voor het VIIde Wereldcongres van de Komintern. Na optredens en radio-opnames in België, Frankrijk en Nederland vertrok Hanns in januari 1938 naar het belegerde Madrid, waar Ernst Busch ook was. Even later trok hij naar Murcia naar de XIde brigade waartoe ook het Thälmann bataljon behoorde en componeerde er enige nieuwe liederen, die voor een deel door gewonde soldaten werden uitgevoerd: niet mooi maar met veel overtuiging!

 

https://lh3.googleusercontent.com/4wAfXgAFXKdzlrBzJt8EcQsSYYvByuzn0iZkmyssi0XfeEuwqqHG5X3y7gI_CfcLsA3G=s114

https://lh3.googleusercontent.com/z-bAMU5Nr3Gj6uor8h4eJ6AxbJW39De96alW1D-1nDG1k2EEzx_oDulplYi8XZdi-ZFaaQ=s112

https://lh3.googleusercontent.com/EqD0G7iLAEbuRv4fdqKhpPECv7QXX6Ak8PD6UK0LbyPshMcC6j7XXqDpSMiS0l3MEPaQ=s107

https://lh3.googleusercontent.com/Gwz_Rr_Z6pBe5XePkxAKc3aVw543gXwaV-Nf3ZrWmSom-9q6gVkP-y82veULJyVFbLcHAdY=s120

https://lh3.googleusercontent.com/gx3JgK37L8rkGC7GoeiylRBD6QVchb3tvGetOXR3o8yoCiAHHroxOychvVRbnSsCyf4xXw=s97

https://lh3.googleusercontent.com/nr3YJf7fWBq3-9LYMN3Wn0mxrVWWf8TN8-jd98pzOxe-wrO635zZdYyVZGexoGdHV-IVOQ=s137

https://lh3.googleusercontent.com/6DyzAdUypX4NAGxKunjOxKjjMIEO7_j7kWrQo4qvgytpcoJMJ-lGF-nZgYqaCQ7XSneoahw=s85

Komosomol was een van de films waarbij Eisler met Joris Ivens samenwerkte

The 400 Million van Ivens en Losey, over de Chinees- Japanse oorlog van 1937, met muziek van Hanns

Louise Eisler-Fischer née Louise Anna Gosztonyi von Abalechota (1906 –98)

Hanns in Spanje waar anti-oorlogsliederen worden gezongen (1938)

Hanns: ‘Cantata auf den Tod eines Genossen’,een van de negen kamer- of seculiere cantatas

Hanns`Mexicaanse reispas

‘Vierzehn Arten, den Regen zu beschreiben’

 

6.Verblijf in de VS (1938- 1946):

Eind januari vertrokken Hanns en Lou voor de derde keer naar de VS op een 6 maanden geldig, niet verlengbaar, bezoekersvisum: op grond van de uitnodiging uit 1935 had hij beter een non-quota visum kunnen aanvragen: dat had hen later veel bureaucratische ellende bespaard!

Het salaris aan de New School for Social Research was nogal laag en Hanns had zelf geen geld. Daarom was hij aangewezen op vrienden en hulporganisaties. Ernst Toller die in 1939 zelfmoord pleegde, bezorgde hem nog een werkbeurs van het American Guild for German Cultural Freedom, waarmee hij de huur van het appartement in Greenwich Village kon betalen. Ondertussen probeerde hij Engels te leren, wat niet zo goed lukte.

Hij gaf al snel enige concerten. Zijn contacten met de Amerikaanse arbeiders- muziek- beweging bleef hij onderhouden, maar zeer voorzichtig, want contacten met de communistische partij konden uitwijzing betekenen. Daarom nam hij voor dat soort gevallen het pseudoniem John Garden aan. Eind 1938 maakte hij samen met Hoffmann R. Hays A Song about America, een soort negro-spiritual. Het werd dé hymne van de Amerikaanse communistische partij (cf. Einheitsfrontlied).

Eind 1938 schreef Hanns, streng twaalftonig, de filmmuziek voor The 400 Million (over de Chinees-Japanse oorlog van 1937) van Joris Ivens en Joseph Losey. Later ontmoette hij Ernst Bloch met vrouw en 1-jarige zoon weer, met als gevolg het ontstaan van de Kantate zu Herrn Meyers erstem Geburtstag. Over het eventuele schrijven van composities voor een politiek cabaret in het Theatre Arts Committee, daarvan is niets bekend. Hij schreef wél in 1939 de muziek voor de poppenanimatiefilm Pete Roleum and his Cousins die Losey maakte in opdracht van de Amerikaanse olie-industrie: een opdracht van het Grootkapitaal!

Ondertussen kreeg Hanns grote problemen in verband met zijn verlopen visum. Mexico bood hem uiteindelijk tijdelijk asiel aan.

Uiteindelijk kreeg hij van de VS consul Willis Meyer, die duidelijk niet wist welke problemen er rond hem speelden in de VS, een non- quota- visum, waarvan Lou en hij pas na een tijdje gebruik durfden te maken.

Dankzij een tweejarige beurs van de Rockefeller-Stichting voor ‘Experimentele demonstraties van muziek in de filmproductie’  waarbij ook een geluidsfilmarchief zou moeten worden aangelegd, kreeg Hanns de kans (tijdelijk) eens genoeg te verdienen. In deze tijd bewerkte hij o.a. Amerikaanse kinderliedjes voor een film van Joseph Losey over crèches. Voor de natuurfilm White Flood componeerde hij een twaalftonige vijfregelige kamersymfonie, die hij opdroeg aan Theodor W. Adorno. Ondertussen werkte hij aan een documentairefilm in Mexico ‘The Forgotten Village’ (6), schreef hij zomer 1941 in Woodbury het Woodbury-Liederbüchlein en in New York –het streng twaalftoonse- Vierzehn Arten, den Regen zu beschreiben, dat hij beschouwde als een hommage aan Arnold Schönberg (7).

 

Gelukkig voor Hanns arriveerde Brecht op 21 juli 1941 in Los Angeles. Hij had voor hem een non-quota-visum kunnen regelen. Uit hun hernieuwde samenwerking ontstonden de Deutsche Sinfonie en het Hollywooder Liederbuch.

Tussen 1942 en 1945 ontstonden in Hollywood meer dan 300 films, die allemaal min of meer tot het type Anti- Nazifilm behoorden en mede bedoeld waren de bevolking voor de oorlog te mobiliseren. Samen met Fritz Lang als regisseur schiepen Hanns en Brecht in 1943 de succesvolle film Hangmen Also Die!. Inmiddels konden Hanns en Lou een eigen huis kopen in Pacific Palisades, vlakbij Thomas Mann, Theodor W. Adorno en Vicky Baum. Hij werkte daar aan het vierde deel van het Hollywooder Liederbuch dat de humanistische Duitse traditie van Hölderlin, Goethe, Schubert, Mörike, Eichendorff en Schumann als thema had (8).

De actuele situatie in Europa kreeg ook zijn weerslag: De Kälbermarsch uit 1942 toont de eigenlijke positie van de soldaten die vrijwillig ten oorlog trokken. Dit lied, een deel van Schweyk im Zweiten Weltkrieg (1943) was Brecht`s parodie op het Horst- Wessel- Lied, bijna een nationale hymne toen. Eisler heeft de melodie daarvan in het refrein gebruikt en na de Slag bij Stalingrad (1943) componeerde hij Deutsches Miserere en In Sturmesnacht op Brecht- teksten.

Hun huis werd het trefpunt van de emigrantenkolonie: Theodor Adorno, de acteurs Fritz Kortner, Peter Lorre, Oskar Homolka en Brecht, Helene Weigel, Lion Feuchtwanger en Charlie Chaplin.

In 1944 kreeg Hanns een gastprofessoraat aan de Universiteit van Californië (UCLA). Opvallend was dat hij woorden die hij niet kende in het Engels, uitsprak in ‘Amerikaans’ Duits. Om zijn Amerikaanse levensstijl te kunnen handhaven, moest hij soms (film-) opdrachten aannemen waar hij helemaal niets mee had.

Nazi-Duitsland capituleerde en in oktober 1945 verhuisden de Eislers naar een veel kleiner huis aan het strand van Malibu. Hanns kreeg een professoraat aan de Universiteit van Zuid- Californië in contrapunt en compositie, begon een filmproject over het Verzet met Jean Renoir en werkte aan de voltooiing van de Deutschen Sinfonie.

 

https://lh3.googleusercontent.com/gEPTxEt4G73AC2GwJkoXpwVdTq64d1v4f5wV7h3D52XdXtmgt7NCQTLzVIr5cWCxzn1K=s85

https://lh3.googleusercontent.com/uRWy2EpkN6TKs3jviTdpksMMjskn1jTqcKOmTHp8AOv6MI2mYtZMegYRXwXmVYA_nGDElg=s133

https://lh3.googleusercontent.com/Tiyxk5vtRDs1Dc8JJ4vqxbA_M2rHnh5g8xB_V-pAwJOLDHYqzOp_ntfjpJxWLOFReEZI=s115

https://lh3.googleusercontent.com/3z3CDJyC1fBqutD0XR5c5dg8MJmxpSvq7avcXh7-9_VD93HKXyiagRxdQ8JAzorBr1nKYtg=s105

https://lh3.googleusercontent.com/bYtr-QyCS8Kjg9luoFKlWKYiJvG18QuDGIDswbjUInvZR2o6DEOJeHw5YrpGVhMa6cCi=s85

https://lh3.googleusercontent.com/WU79ggIpPBiUVwqQq0TBDXG-wO1NteP75LQjsSHyiG6aNWDZhgl5NLiQZoax0ABMF6kWlbk=s85

https://lh3.googleusercontent.com/vkIRwGFNpgw6aYSC1pEx0YnFjrcRU2m617z57-X0IJGEKvY3iQZRcmX2RSucjg2UwCQyUw=s114

https://lh3.googleusercontent.com/T8SsWFQDJyrhCxeJtovGeI1yYfZ_no-ae5V-TW8D0377GLx1bJjWJnLu_sAs-RzKb5Ka=s85

Helene

Weigel in ‘Mutter’

H.Weigel, Hanns, Charlie Chaplin en Bertolt Brecht

Aanklacht van Elfriede Eisler (Ruth Fischer) tegen haar broer Gerhart

Concert in aid of Hanns Eisler met Leonard Bernstein, Aaron Copland,DavidDiamond

Eisler On the Go is een muziek-theatraal commentaar op de HUAC-verhoren van Hanns op 24, 25 en 26 sept 1947, met ‘The Red Plot Against America’ van hoofdaan-klager Robert Stripling

The Hollywood Ten:

de Hollywood Blacklist

Hanns en Lou

verlaten de VS in 1948

 

7.Verblijf in de VS:  De Koude Oorlog/ veldtocht tegen het communistische gevaar (1946- 1948):

Sinds 1943 werden Hanns c.s. voortdurend door de FBI in de gaten gehouden: telefoons werden afgeluisterd, de post werd geopend enz. 13 oktober 1946 werd echter het keerpunt in de Amerikaanse binnenlandse politiek: er begon een veldtocht tegen het communisme. De Commissie voor on-Amerikaanse Activiteiten van het Huis van Afgevaardigden (HUAC) werd opnieuw geactiveerd: Hanns` broer Gerhart werd er van beschuldigd onder de schuilnaam Hans Berger een samenzwering tegen de Amerikaanse regering op touw te hebben gezet. Men geloofde dat omdat Ruth Fischer in allerlei berichten Gerhart verweet terrorist en atoomspion te zijn (9). Eind oktober 1946 begon de hetze tegen Hanns: hij zou genoeg werk hebben en daardoor Amerikaanse componisten benadelen; hij zou niet vakbekwaam zijn enz. In feite waren het dezelfde min of meer antisemitische haatgevoelens waardoor ze eerder uit Duitsland en Oostenrijk verbannen waren. Gerhart werd vastgezet en vanaf april 1947 begon het HUAC -waartoe ook Richard Nixon behoorde-  aan de verhoren van Hanns. Nixon noemde Eisler ‘het belangrijkste commissiegeval’. Hanns noemde het ‘een campagne tegen alle liberale en progressieve krachten in de VS’. Ruth Fischer was in het tweede proces tegen Gerhart getuige voor de aanklagers, Hanns voor de verdediging: een familiedrama!

Ondertussen werkte Hanns samen met Charles Laughton, Joseph Losey aan Life of Galileo (op een opnieuw bewerkte tekst van Brecht). Het stuk werd een groot succes, maar Losey kon voor de verfilming ervan in Hollywood geen producenten vinden. Hanns` laatste speelfilmmuziek was die voor de film So Well Remembered, een sociaalkritisch werk onder de regie van Edward Dmytryk die behoorde tot de ‘Hollywood Ten’ (10).

Aanklager Robert Stripling noemde Hanns ‘de Karl Marx van het communisme op muzikaal gebied’ en hoopte dat hij uitgewezen zou worden.  Hiertegen werd onder leiding van Aaron Copland en Leonard Bernstein in oktober 1947 een National Committee for Justice for Hanns Eisler geformeerd. Op 30 oktober werd Brecht verhoord en deze verliet de volgende dag de VS en ondanks alle solidariteitsverklaringen, o.a. van Albert Einstein, Thomas Mann en een groep Franse intellectuelen rond Pablo Picasso, werden Hanns en Lou in februari 1948 uitgewezen. Gerhart Eisler ontkwam naar Oost- Berlijn door zich op een boot te verstoppen.

 

8.Wenen (1948-1949) en Berlijn (1949- 1957/ 1962):

Op 1 april 1948 bereikten Hanns en Lou Wenen, met al zijn Amerikaanse ‘originelen’ –behalve de filmpartituren. Hanns zag er zijn eerste vrouw Charlotte met zijn inmiddels 20jarige zoon Georg en hij leerde er Stephanie Wolf (geb. Peschl) kennen. De situatie in het in 4-en gedeelde Wenen was zeer moeilijk en er was weinig ruimte voor ‘objectieve’ kritiek. Hanns kon er geen vaste aanstelling krijgen en moest uit financiële overwegingen af en toe zelfs de muziek in het voorprogram van een bioscoop begeleiden. Het feit dat hij een leerling van Schönberg was, zei de muziekbazen in Wenen niets. In juni 1949 verhuisde hij net als Brecht en diens echtgenote Helene Weigel, naar Oost-Berlijn, maar hij behield zijn Oostenrijkse nationaliteit. Zijn gesprekken met de DEFA (de filmstudio van de DDR), met vertegenwoordigers van de Humboldt universiteit over een mogelijk professoraat en het feit dat Ernst Busch er een uitgeverij en platenfirma begonnen was begonnen, gaven de doorslag.

Vooral dankzij Johannes R. Becher, die (de eerste) minister van cultuur werd in de DDR, kregen veel teruggekeerde kunstenaars steun in de vorm van woningen en de benodigde papieren en de Aufbau-Verlag (de Opbouw-uitgeverij) drukte veel van hun werken in grote oplage. Hanns woonde aanvankelijk met Lou in een gespaard gebleven zijvleugel van Hotel Adlon en vanaf 1950 in een huis in Pankow-Niederschönhausen, vlakbij Arnold Zweig en Ernst Busch. Al snel ontstond de filmmuziek voor de DEFA-film Unser täglich Brot.

Vlak daarvoor was Duitsland officieel verdeeld in de BRD en de DDR. Bij het door Becher geschreven gedicht Auferstanden aus Ruinen componeerde Hanns een melodie en dat werd uiteindelijk het volkslied van de DDR. De nieuwe staat had geen behoefte meer aan oorlogs- strijdliederen, maar aan liederen ten behoeve van de socialistische opbouw, met ‘vriendelijke tonen’. Hanns maakte daarom symfonische bewerkingen van het Solidaritätslied en het Einheitsfrontlied. Samen met Becher ontstond het Lied von der blauen Fahne en nog veertien andere liederen, tezamen de cyclus Neue deutsche Volkslieder, waarvan de lyriek volgens sommigen te pathetisch was. Met Brecht werkte hij aan o.a. Die Pappel vom Karlsplatz en het Friedenslied der Kinder.

In 1950 werd Hanns lid van de Deutschen Akademie der Künste (die zich zag als de opvolger van de Pruisische Academie der Kunsten) en medestichter van de sectie Muziek, waarvan Arnold Zweig uiteindelijk president werd (10). Hij ging ook compositieles geven aan het staatsconservatorium Berlijn (sinds 1964 de Hochschule für Musik Hanns Eisler).

Ondertussen was er een enorme politieke campagne tegen zijn operaproject Johann Faustus ontstaan: de DDR leiding duldde niet ‘dat een van de bekendste werken van onze grote dichter Goethe tot karikatuur werd gemaakt’. Hanns had in zijn ontwerp gebruik gemaakt van het poppentheater en het Weense figuur Hanswurst en hij ‘beschreef klassenstrijd en verraad’ in plaats van ‘religie, god, duivel en zonde’.

Een heftige reactie volgde: men mocht in de DDR op dat moment alleen nog maar ‘socialistische realistische’ en ‘optimistische kunstwerken’ maken! (11) en er kwamen showprocessen en zuiveringen op grond van het SED besluit van 29 juli 1948 over de ‘organisatorische Festigung der Partei und ihre Säuberung von entarteten und feindlichen Elementen’. Een enorm debat over Goethe tussen enerzijds Becher, Helene Weigel en anderen die zich van Hanns afkeerden en anderzijds de Hanns` aanhangers Brecht, Zweig, Felsenstein en Hermann Duncker, een functionaris bij de arbeidersbeweging, ontstond. De directeur van de DEFA, Hans Rodenberg, zag in (Hanns`) Faust een ‘titoistisch mens’.

De Academie der Kunsten (en m.n. Eisler en Brecht) deed daarna voorstellen om de cultuurpolitieke situatie te veranderen. Hanns suggereerde in het gedicht Die Lösung zonodig een nieuwe regering te kiezen.

 

https://lh3.googleusercontent.com/gq-f9vNz22ZNFUzQkab2mYRCrzDwy4MQsAE9wpNm3PRpYhEjRmlskx_FXhapqoGgt6Y9a8M=s85

https://lh3.googleusercontent.com/l3tsHRN4-Gj-LCOCbz-iSD8P-_1ujF2ZssY0-dq-Bkn4HUmSJrHjdlFIQNanol_7P6c2UQ=s113

https://lh3.googleusercontent.com/s2yN_n5XPhZh9AErp6UZjTjVQJLRCB6XhKFLiJywfNhUkYVCbBsVtpm_-TH-6rB-2HeTMh0=s85

https://lh3.googleusercontent.com/AWGusxR-K1wDaisT4kwzIItl3MnvuK353HqoUsjSn4TOKP7JtFxk6USzt_dkQ6iFpGqLgN8=s85

https://lh3.googleusercontent.com/4-dOdXOiJ3MLpRfA4mWhLjK8OBlDsodgCL3abr8aNK2MILWXv6zt8Cc87rJJRlcuuNHEyg=s85

https://lh3.googleusercontent.com/DwOnHTDFqg2hl90JbfLdLASU9BnYmkbrYDc9gVvTlo9Opxk0ytmbcRq9AhibtLxRBzDvNw=s126

https://lh3.googleusercontent.com/wbZFqcsK79WUzpPvummvoauDtzRADci24AroGnoOo5EkIIKuqB6tCt5yB2jUn_AbpxDT=s85

https://lh3.googleusercontent.com/UF-_AjEFoKXt8rFbaQ12MT8_XVvLZaG7ZssUmAXuPKnfHE9cqDvviCZwUf3-sXWDsU_0Iw=s85

https://lh3.googleusercontent.com/CW8NYOJoMgOS4FKJV8ksmNVk5sfusN2Z5ueE9I-iK35I4j-qEBsplQKj2gqnZdIHeozORw=s114

Johannes R. Becher

Hochschule für Musik

(Hanns Eisler)

Neue Deutsche Volkslieder

Eisler`s Johann Faustus

Hanns en Stephanie    

Gisela May

Roswitha Trexler

        Hanns`graf

 

Om wat afstand te nemen reisde hij juli 1953 naar Wenen om verder te werken aan ‘zijn’ Dr. Faustus. Enige maanden later kreeg hij toestemming voor de geplande meerdelige Eisler uitgave en reisde terug naar Berlijn om te werken aan het eerste deel, Lieder und Kantaten, dat in 1955 verscheen.

In maart 1955 werd zijn huwelijk met Lou in Wenen ontbonden. Inmiddels had hij Stephanie Zucker-Schilling (eertijds Wolf) weer ontmoet, die in 1958 van haar man scheidde. In 1956 componeerde hij de muziek voor de film Nuit et Brouillard (over Auschwitz) waar hij de ‘Prix Jean Vigo’ voor kreeg. Ingestuurd als Franse bijdrage voor het filmfestival van Cannes 1956, werd de toestemming alsnog ingetrokken omdat de Duitse ambassade bezwaar had gemaakt: de film was anti- Duits!.

In 1956 begon de destalinisering. In hetzelfde jaar stierf Bertolt Brecht, aan wie Hanns zich nu verplicht voelde diverse projecten alsnog af te maken, zoals Schwejk im Zweiten Weltkrieg. Ook ontstonden de cantates Die Teppichweber von Kujan-Bulak voor mezzo-sopraan en orkest, de Legende von der Entstehung des Buches Taoteking auf dem Weg des Laotse in die Emigration voor zang en piano en Bilder aus der Kriegsfibel voor soli, mannenkoor en orkest.

In 1953 en opnieuw in 1957 kwam het tot een boycot van Brechts` stukken in de BRD. De Westduitse minister van buitenlandse zaken Heinrich von Brentano vergeleek de ‘late lyriek van Brecht met Horst Wessel’, waarna Hanns hem terechtwees: ‘Horst Wessel was toch jouw lievelingsdichter wiens lied jij vaak zong? Je moet je uitspraak corrigeren hoor!’

Hanns leerde Gisela May kennen op een Brecht- matinee. Met haar en met de sopraan Irmgard Arnold volgde een nauwe samenwerking. Vlak voor zijn 60ste verjaardag trouwde Hanns met Stephanie, die enige jaren eerder naar Berlijn was verhuisd.

In 1959 werd in West-Duitsland voor het eerst Schweyk im Zweiten Weltkrieg opgevoerd, wat een groot succes werd en vroeg Ernst Busch Hanns om opnames van de teksten van Tucholsky. Hanns had het te druk om ziek te zijn, maar kreeg in februari 1960 in Wenen een hartinfarct. Met de bouw van de muur in 1961 begon de derde Brecht-boycot in de BRD.

De cyclus Ernste Gesänge voor bariton en strijkorkest was het laatste werk dat Hanns voltooide, waarbij hij noteerde dat de zangers ‘vriendelijk, hoffelijk en licht moesten zingen, zonder valse objectiviteit en uitdrukkingsloosheid’.

Hij stierf 6 september 1962 in Berlijn aan een hartaanval en hij werd begraven op het Dorotheenstadt-kerkhof, vlakbij Brecht en Helene Weigel. De sopraan Roswitha Trexler (1936-  ) heeft ook veel werk van Hanns Eisler uitgevoerd.

 

9.Mijn keus uit de liederen van Hanns` Eisler (ligging alt/mezzo):

Jaar van

compositie- uitgave

Titel lied:

Tekst van:

In bundel/uitgave van:

Mijn commentaar:

1919- 1932

Spartakus

Richard Schulz

Keenen Sechser in der Tasche

ok (historische achtergronden!)

1926- 1928

Der Graben

Kurt Tucholsky

Gisela May, Ein Porträt in Noten

Oorspr. oud volkslied, bewerkt door Eisler

mooi

1929/30

Solidaritätslied

Bertolt Brecht

In Lieder nach Texten von Bertolt Brecht

Voor de film ‘Kuhle Wampe oder: Wem gehört die Welt?’

ok

1931- 1934

Das Lied vom S.A. Mann

Bertolt Brecht

In Lieder nach Texten von Bertolt Brecht

Voor een ‘Rode Revue’

ok

1934/36

.Lied eines Freudenmädchens

 (Lied der Nanna)

.Das ‘Vielleicht’-Lied

Bertolt Brecht

Zehn Lieder aus Die Rundköpfe und die Spitzköpfe, Opus 45 (voor gelijknamig toneelstuk)

Bekende tekst / melodie! (K. Weill)

Mooi

1935- 1957

Ballade von der 'Judenhure' Marie Sanders

Bertolt Brecht

Hanns Eisler, Ausgewählte Lieder III

 

ok! (historie!)

1935/42 – 1956

Hölderlin Fragmente:

Elegie 1943

Friedrich Hölderlin

ISMLP

niet zo simpel!

1936

Deutsches Lied 1937

(Marie, weine nicht, 1936)

Bertolt Brecht

Ändere die Welt, sie braucht es

 

x

1943- 1956

Im Sturmesnacht

Bertolt Brecht

In Lieder nach Texten von Bertolt Brecht

Geschreven na Slag bij Stalingrad

ok!

1948

Aberglauben-Lied

Johann Nestroy

Keenen Sechser in der Tasche; oorspr. hoort lied bij toneelstuk Höllenangst van Nestroy (1848); na verbanning uit VS in Dl. door Hanns opnieuw op muziek gezet

x

1950

Anmut sparte nicht noch Mühe

(Kinderhymne)

Bertolt Brecht

Ändere die Welt, sie braucht es

(na eenwording BRD en DDR is een poging gedaan er het gezamenlijke volkslied van te maaken)

x

1950- 1959

Friedenslied (Kinderlied)

Pablo Neruda

Gisela May, Ein Porträt in Noten

x

1956

Von den Helden Irlands

Peter Hacks/

Anna E. Wiede

Keenen Sechser in der Tasche; hoort bij The Playboy of the Western World/ Der Held der westlichen Welt 

leuk

 

10.Overzicht van (een aantal van) Hanns` werken op vocaal gebied/ uitgaves:

.

 

1922

Sechs Lieder op. 2 

 1. So schlafe nun, du Kleine (Matthias Claudius)
2. An den Tod (Matthias Claudius)
3. Das Alter (Hans Bethge)
4. Erhebet euch, Freunde (Klabund)
5. Der Mond (Klabund)
6. Ich habe nie vermeint (Klabund) 

6 Lieder für hohe

Stimme und Klavier 

 

-

 

1926

Zeitungsausschnitte op. 11
1. Mariechen
2. Kinderlied aus dem Wedding
3. Liebeslied eines Kleinbürgermädchens – Heiratsannonce
4. Kriegslied eines Kindes
5. Aus einer Enquête: 1. Die Sünde 2. Mutter und Vater 3. Der Tod
6. Liebeslied des Grundbesitzers – Heiratsannonce
7. Aus einer Romanbeilage ("Schwejk" von J. Hašek, Predigt des Feldkuraten)
8. Frühlingsrede an einen Baum im Hinterhaushof (Text von Erwin Ratz)

Zeitungsausschnitte

für hohe Stimme und Klavier 

 

-

 

1929-

1931

Balladenbuch op. 18 (1929–1931)
1. Ballade von der Krüppelgarde (David Weber)
2. Ballade zum § 218 (Bertolt Brecht) 
3. Anrede an den Kran "Karl" (Bertolt Brecht) 
4. Song von Angebot und Nachfrage (Bertolt Brecht)
5. Lied vom Trockenbrot (Walter Mehring)
6. Ballade vom Nigger Jim (David Weber) 

Balladenbuch für

Gesang und Klavier: UE3742

 

 

 

 

1937

Zwei Elegien;  Text: Bertolt Brecht 
1. "In die Städte kam ich"
2. "Ihr, die ihr auftauchen werdet"

Zwei Elegien für

Gesang und Klavier: UE11631

 

 

 

1942-

1947

Hollywooder Liederbuch 
1. Der Sohn (Brecht) 
        I. "Wenn sie nachts lag und dachte"
        II. "Mein junger Sohn fragt mich"
2. In den Weiden (Brecht)
3. An den kleinen Radioapparat (Brecht)
4. Frühling (Brecht)
5. Speisekammer 1942 (Brecht)
6. Auf der Flucht (Brecht)
7. Über den Selbstmord (Brecht)
8. Die Flucht (Brecht)
9. Gedenktafel für 4000 Soldaten, die im Krieg gegen Norwegen versenkt wurden

     (Brecht)
10. Epitaph auf einen in der Flandernschlacht Gefallenen (Brecht)
11. Spruch (Brecht)
12. Panzerschlacht (Brecht)
13. Ostersonntag (Brecht)
14. Der Kirschdieb (Brecht)
15. Hotelzimmer 1942 (Brecht)
16. Die Maske des Bösen (Brecht)
17. Zwei Lieder nach Worten von Pascal 
      I. "Despite these miseries"
      II. "The only thing"
18. Winterspruch (Brecht)
19. Fünf Elegien ("Hollywood-Elegien") (Brecht)
      I. "Unter den grünen Pfefferbäumen"
      II. "Die Stadt ist nach den Engeln genannt"
      III. "Jeden Morgen, mein Brot zu verdienen"
      IV. "Diese Stadt hat mich belehrt"
      V. "In den Hügeln wird Gold gefunden"

 

20. Die letzte Elegie (Brecht)
21. L’automne californien / Kalifornischer

      Herbst (Berthold Viertel) 
22. Anakreontische Fragmente (Mörike nach

      Anakreon) 
      I. Geselligkeit betreffend
      II. "Dir auch wurde Sehnsucht nach der

      Heimat tödlich"
      III. Die Unwürde des Alterns
      IV.
Später Triumph
      V. In der Frühe
23. Erinnerung an Eichendorff und Schumann

       (Eichendorff) 
24. Hölderlin-Fragmente 
      I. An die Hoffnung
      II. Andenken.
      III. Elegie 1943
      IV. Die Heimat
      V. An eine Stadt
      VI. Erinnerung
25. Der Mensch (Bibelworte)
26. Vom Sprengen des Gartens (Brecht)
27. Die Heimkehr (Brecht)
28. Die Landschaft des Exils (Brecht)
29. Rimbaud-Gedicht
30. Der Schatzgräber (Goethe) 
31.
Nightmare (Hanns Eisler) 
32. Hollywood-Elegie Nr. 7 (Brecht)

 

Onderstaande uitgaves zijn slechts een voorbeeld van de vele bestaande (en deels komende) uitgaves. Er kan door mij geen volledig overzicht geleverd worden.

n.b.veel van onderstaande liederen zijn wel ergens op Internet te vinden (IMSLP), echter de toelichtingen in de gedrukte uitgaves zijn zeer essentieel!

 

https://lh3.googleusercontent.com/nixHzastBSptmpFMRAS0We7kFge_LL96huZPpnxf-Qs446NYD2hQNaDR-BDZMEsLBKv3Iw=s85

https://lh3.googleusercontent.com/5jz-IM_r2qeBHzXilk3Nyr9SsF9D8uo1cV-eiV3TpTObllEkArO9RH4EhgIkM_-nzpgUzQ=s85

https://lh3.googleusercontent.com/NWVdttrfpyoXj6_KlJs9jIMJzRIUcmX0f9dQrroVVBDMGPKWzBxUtwlHNp0jDHJW3IdtNw=s85

https://lh3.googleusercontent.com/jm9YwH65W_NYTncRfXVdSrUTbPh3NhR8cwS9gcADgqrG5etFd00UIL5iCR1RGGmn-hYG8g=s85

https://www.koebl.de/bussbildextern/Thumbnail/_05031707X.jpg

https://lh3.googleusercontent.com/CyvRUFf4UUfZy1GleSdYPPyGIZAjAmiWyuX93wTE1tKbBpOi9tp-dg-r1v_vs81acGcEj84=s85

https://lh3.googleusercontent.com/6IokowG0CFM5EX82-B18gAPoptTHeEBB9-26Y1Y4Cb-cI6tTSr8ouEMlAIL7AKZa3rVo=s85

https://lh3.googleusercontent.com/pfkbW1bgbmLDkw0rrJWHtaV0_4WpBSCo5QJ3ptES3tLW4QTWdMw5MWge1FXCbGR-Bhhn4A=s85

https://lh3.googleusercontent.com/tVQhIQsq-TN_-1xnzJbqyCNIslGFAOuZr4IEklQei9U9QUCTkJAb216BwSk3qYjst5dr=s85

1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

Hollywooder Liederbuch 

8.

1.Ändere die Welt, sie braucht es:
20 Lieder für Singstimme und Klavier nach Texten von Bertolt Brecht;
Breitkopf & Härtel / Deutscher Verlag für Musik, Leipzig 2006 (DV9066):

1. Ändere die Welt, sie braucht es (1930)
2. Lob des Lernens (1931)
3. Grabrede für einen Genossen, der an die

    Wand gestellt wurde (1932)
4. Schlussballade (1932)
5. Ballade von den Seeräubern (1933)
6. Das Lied vom Anstreicher Hitler (1933)
7. Chorlied von der nützlichen Missetat (1934)
8. Auch ein Schuhmacher (ca. 1934)
9. Das Saarlied (1934)
10. Deutsches Lied 1937 ("Marie, weine

      nicht", 1936)
11. Wo soll das hin? (1937)
12. Vom Kind, das sich nicht waschen wollte

      (1937)
13. Die Mutter liegt im Krankenhaus (1937)
14. Hoppeldoppel Wopps Laus (1937)
15. Das Lidicelied (1942)
16. Anmut sparet nicht noch Mühe (1950)
17. Die Gräfin und der Förster (1955)
18. Père Josèphe (1956)
19. Ostern ist Bal sur Seine (1956)
20. Die Krücken (ca. 1958

2.Lieder nach Texten von Bertolt Brecht;
Breitkopf & Härtel / Deutscher Verlag für Musik,

Leipzig 1998 (DV9087)

– Die Spaziergänge ("Das Spiel der

   Geschlechtererneuert sich") (1931)
– Solidaritätslied ("Vorwärts! und nicht vergessen")

   (1931) 
– Das Lied vom SA-Mann (1931) 
– Lied der Mariken (1932) 
– O Fallada, da du hangest (1932) 
– Ballade vom Baum und den Ästen (1933)
– Sklave, wer wird dich befreien? (1934)
– Einheitsfrontlied (1934) 
– Mutter Beimlein (1935) 
– Bettellied (1937) 
– Ulm 1592(Herr Bischof, ich kann fliegen)(1937)
– Spanisches Liedchen 1937
– Der Räuber und sein Knecht (1937) 
– In Sturmesnacht (1943) 
– Lied einer deutschen Mutter (1943) 
– Das Lied vom kriegerischen Lehrer (1950) 
– Die Pappel vom Karlsplatz (1950) 

3.Die Rundköpfe und die Spitzköpfe (Brecht), 10 Lieder aus der Bühnenmusik von Hanns Eisler; Autorisierter Klavierauszug von Erwin Ratz; Breitkopf & Härtel / Deutscher Verlag für Musik, Leipzig 1998 (DV9089):

– Das "Vielleicht"-Lied 
– Die Ballade vom Knopfwurf 
– Die Ballade vom Wasserrad 
– Duett ("Ach, ich wünscht’ mir stets")
– Kavatine der Isabella 
– Lied der Kupplerin (Kuppellied) 
– Lied eines Freudenmädchens 
– Lied eines Großen
– Lied von der belebenden Wirkung des Geldes 
– Lied von der Tünche

6.Keenen Sechser in der Tasche. Songs und Balladen;  20 songs (to texts by Arendt, Brecht, -Gilbert, Tucholsky, Weinert and others)

-Stempellied (Lied der Arbeitslosen) / 1929

-Lied der Bergarbeiter / 1929

-Gustav Kulkes seliges Ende / 1929

-Ballade von den Baumwollpflückern / 1930

-Ballade von den Säckeschmeißern / 1930

-Wenn die Igel in der Abendstunde (Anna-Luise) /

 1930

-Die Heinzelmännchen / 1932

-Der Marsch ins dritte Reich / 1932

-Spartakus 1919 / 1932

-Die Osseger Witwen / 1935

-Kuppellied / 1936

-Mutter Beimlein / 1937

-Deutsches Miserere / 1943

-Kälbermarsch / 1943

-Gruß an die Mark Brandenburg / um 1945

-Der Butterräuber von Halberstadt / um 1945

-Aberglauben-Lied / 1948

-Moritat vom Vatermörder Christopher Mahon /

  1956

-Von den Helden Irlands / 1956

-Bleib gesund mir, Krakau / 1962

4.Schweyk im zweiten Weltkrieg (Brecht)
12 Lieder aus der Bühnenmusik von Hanns Eisler für Gesang und zwei Klaviere
;
Breitkopf & Härtel / Deutscher Verlag für Musik, Leipzig 1998 (DV9090):

– Das Lied vom Weib des Nazisoldaten

   ("Und was bekam des Soldaten Weib")
– Das Lied vom kleinen Wind 
– Schwarzer Rettich
– Lied der Anna Tauser ("Tauser Tor und Türen")
– Lied von der Moldau 
– Bei der Kanone dort 
– Kälbermarsch 
– Als wir nach Jaromersch zogen 
– Lied vom Kelch 
– Deutsches Miserere 
– Schweyks Abgesang ("Ja, du kannst nicht

   zurück")
– Schlussgesang ("Es wechseln die Zeiten")

5.Vier Kantaten für Gesang und Klavier
Texte: nach Ignazio Silone 
(UE11664):

1. Die römische Kantate op.60 (1937)
2. Kantate im Exil op.62 (1937)
3. Kantate auf den Tod eines Genossen op.64

    (1937)
4. Kriegskantate op 65 (1937) 

7.Lieder nach Texten von Kurt Tucholsky

(2 Hefte);  Breitkopf & Härtel / Deutscher Verlag

für Musik DV9062 und/oder DV9063:

Inhalt DV9062: 

– In Weißensee (1930) 
– Wenn die Igel in der Abendstunde (Anna-Luise)

   (1930)
– Feldfrüchte (1930) 
– Einkäufe (1956) 
– Das Lied vom Kompromiß (1959) 
– Der schlimmste Feind (1959) 
– Die freie Wirtschaft (1959) 
– Die Unentwegten (1959) 
– Die weinenden Hohenzollern (1959) 
– Immer raus mit der Mutter ...! (1959)

– Marburger Studentenlied (1959) 
– Mutterns Hände (1959) 
– Nach der Schlacht (1959) 
– Olle Kamellen (1959) 
– Revolutions-Rückblick (1959) 
– Rosen auf den Weg gestreut (1959) 
– Rückkehr zur Natur (1959)
– Sehnsucht nach der Sehnsucht (1959) 
– Sommerlied (1959) 

Inhalt DV9063:
– Wohltätigkeit (1929) 
– Der Smokingmann (1956)
– Frohe Erwartung (1956)
– Ideal und Wirklichkeit (1956) 
– Weihnachten (1956) 

– An den deutschen Mond (1959) 
– Couplet für die Bier-Abteilung (1959) 
– Das alte Vertiko (1959) 
– Der Graben (1959) 
– Der Priem (1959) 
– Die Mäuler auf (1959) 
– Einigkeit und Recht und Freiheit (1959) 
– Gebet für die Gefangenen (1959) 
– Heute zwischen Gestern und Morgen (1959) 
– Merkt ihr nischt ? (1959) 
– Ruhe und Ordnung (1959) 
– Sozialdemokratischer Parteitag (1959) 
– Vor acht Jahren "Ja, damals!" (1959) 
– Zuckerbrot und Peitsche (1959)
– Die Nachfolgerin (1960) 
– Deutsches Lied ("Blasse Kinder auf dem Hof") (1961)

Gesammelte Werke – Band I/16 Lieder für eine Singstimme und Klavier
VEB Deutscher Verlag für Musik, Leipzig 1976 (DV4867)  en
Gesammelte Werke – Band I/18 Neue deutsche Volkslieder, Chansons, Kinder- und Jugendlieder VEB Deutscher Verlag für Musik, Leipzig 1976 (DV9086)
 

Inmiddels vervangen door nieuw uit te geven serie:

8. Hanns Eisler Complete Edition (HEGA)

ed. by “Internationale Hanns Eisler Gesellschaft“ together with Stephanie Eisler and the “Stiftung Archiv der Akademie der Künste Berlin; zie:

http://www.hanns-eisler.de/index.php/en/complete-edition

 

Noten:

(1). In Wien wurde  am 3. November 1918 die erste und älteste Kommunistische Partei Westeuropas gegründet, die KPÖ. Eislers Schwester Elfriede war dort Mitglied der Roten Garden, sie musste nach der Besetzung einer Zeitungsredaktion für mehrere Wochen ins Gefängnis. Eislers Bruder Gerhart trat ebenfalls der Kommunistischen Partei bei.

Elfriede war seit 1915 mit dem Journalisten Paul Friedländer verheiratet und hatte mit diesem ein Kind, Friedrich Gerhart. Sie sah keine Möglichkeit, ihre politische Vorstellung einer radikalen Umwälzung in Wien zu verwirklichen, und ging nach Berlin. In Berlin nannte sie sich Ruth Fischer und nahm damit den Geburtsnamen ihrer Mutter an. Gerhart Eisler folgte ihr kurz darauf.

(2). Aus der Ehe zu Charlotte ging 1928 ein Sohn hervor, der Künstler Georg Eisler. Da Eisler sich aufgrund der langen Trennung und wegen seiner Beziehung zu Hedi Gutmann mit seiner Frau auseinandergelebt hatte, suchte er sich eine eigene Unterkunft, zwei Jahre später wurde die Ehe geschieden.

(3).Agitprop (teils auch Agiprop) ist ein Kunstwort aus den Wörtern Agitation und Propaganda und bezeichnet einen zentralen Begriff der kommunistischen politischen Werbung seit Lenin.). Agitprop stand später (und steht zum Teil noch) für die Gesamtheit der Vermittlung kommunistischer Politik leninistischer Ausprägung. Der Begriff ist für Leninisten positiv geprägt.

(4) Ist bis heute, aufgrund eines Aufführungsverbots durch Bertolt Brecht nach 1945 und später durch die Brecht-Erben, nur ganz wenigen Menschen bekannt ist. Brecht befürchtete zu Recht, dass dieses Werk im gerade beginnenden Kalten Krieg missverstanden und als Beweis für Grausamkeit der kommunistischen Sache eingesetzt wird. Ruth Fischer hatte gerade in ihrem Buch „Stalin and the German communism“ Brecht als Minnesänger des Kommunismus verunglimpft und gleichzeitig darin mit ihren Brüdern Gerhart und Hanns – in völligem Missverständnis des Stückes – abgerechnet. Dieses Buch trug wesentlich zu den Aufführungsverboten von Brecht bzw. Eisler in den 1950er und 1960er Jahren bei. Das Aufführungsverbot betraf vor allem die Musik Eislers, da der Text selbst in den Brecht-Ausgaben ständig verfügbar war. Text und Musik der Maßnahme weisen Merkmale geistlicher Musik auf. Die Verwendung von Eingangschor, Arien, Rezitativen, kanonischen und homophonen Chorsätzen sowie kirchentonartlichen Wendungen sind im Vergleich zu den anderen Lehrstücken Brechts einmalig. Mehrere deutliche Zitatbezüge auf bedeutende Werke geistlicher Musik verdeutlichen die Parallelen: Während sich der brechtsche Eingangstext an Johann Sebastian Bachs Johannes-Passion orientiert, kopiert Eisler in seiner Eingangsmusik die der Matthäus-Passion. Der Chor: Ändere die Welt, sie braucht es bezieht sich auf den Schlusschor des ersten Teils von Georg Friedrich Händels Israel in Ägypten.

(5). Die Mutter dramatisering van Maxim Gorkis Roman über die vorrevolutionäre Maidemonstration in Nischni Nowgorod im Jahr 1902 zielten Brecht und Eisler direkt auf die Situation der Arbeiterbewegung in Deutschland. Die Uraufführung fand am 17. Januar in Berlin im Theater am Schiffbauerdamm mit Helene Weigel, Ernst Busch und Theo Lingen als Polizeikommissar statt. Dem Premierenabend folgten 30 weitere ausverkaufte Aufführungen, damit wurde die Mutter neben Die Mausefalle von Gustav von Wangenheim das erfolgreichste Stück des proletarischen Theaters vor 1933. Die letzte Aufführung fand mit ständigen Unterbrechungen durch die Polizei statt, trotzdem spielte das Ensemble um Helene Weigel und Ernst Busch das Stück ohne Requisite und Kostüme bis zum Ende durch.

(6).Nach einer Erzählung von John Steinbeck beschrieb die furchtbaren Zustände in einem indianischen Bergdorf in Mexiko. Eisler übernahm die Filmkomposition unter sehr schwierigen Bedingungen, da der dafür vorgesehene mexikanische Komponist verstorben war. Dazu sah er es für notwendig an, sich mit der dortigen Kultur und Musik und all ihren Einflüssen auseinanderzusetzen. Die Komposition stellte er in New York fertig, Teile davon verwendete er für sein Nonett Nr. 2, das Originalmaterial gilt jedoch als nicht rekonstruierbar und als verlorengegangen

(7). der seit 1934 in Kalifornien unterrichtete und dem er es 1944 zu dessen 70. Geburtstag übereignete.

(8). Trotz seiner musikalischen Bedeutung ist das Hollywooder Liederbuch als Gesamtes erst in den 1980er Jahren in größerem Rahmen aufgeführt worden, so zum ersten Mal von Roswitha Trexler in Leipzig 1982 und von Dietrich Fischer-Dieskau 1988.

(9). Hintergrund ihrer unhaltbaren Anschuldigungen war der immer noch aktive Kampf zwischen Stalin und den Anhängern Trotzkis († 1940). Übereinstimmende Dokumente belegen, dass bei Ruth Fischer allgemein – und speziell in ihrem Verhältnis zu Hanns – in hohem Maß von krankhafter Paranoia auszugehen ist. Ein Brief aus dem Nachlass von Ruth Fischer, der im HUAC-Verhörprotokoll von Eisler in teilweiser Übersetzung abgedruckt ist, verdeutlicht dies. Ihr Verhältnis zu Gerhart war bereits seit 1926 aus der Berliner Zeit sehr gespannt, zu Hanns hatte sie ein gutes Verhältnis, über die ganzen Jahre hatte er sie finanziell unterstützt, und sie war mehrfach Gast der Eislers in Kalifornien.

(10). zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Zwarte_lijst_van_Hollywood

(11). Heinrich Mann, der sich zu diesem Zeitpunkt noch in Kalifornien aufhielt, wurde als Akademiepräsident angefragt und sagte zu. Während der Vorbereitungen für den Umzug nach Berlin starb Mann 14 Tage vor der Akademiegründung.

(12). Formalismus-Beschluß des Zentralkomitees der Sozialistischen Einheitspartei Deutschlands (SED) vom März 1951.

 

Bronnen:

Gedrukte literatuur:

Albrecht Betz, Hanns Eisler, Musik einer Zeit die sich eben bildet, München, 1976

David Blake`s artikel over Hanns Eisler in The New Grove Dictionary of Music and Musicians,  London 1980

 

Websites:

https://de.wikipedia.org/wiki/Hanns_Eisler

http://www.hanns-eisler.de =Internationale Hanns Eisler Gesellschaft (IHEG)  

https://forbiddenmusic.org/2014/07/27/the-kaleidoscopic-contradictions-of-hanns-eisler-1898-1962/

http://eislermusic.com/   

http://www.lieder.net/lieder/get_settings.html?ComposerId=3958

http://imslp.org/wiki/Category:Eisler,_Hanns

https://nl.wikipedia.org/wiki/Zwarte_lijst_van_Hollywood

 

 

Dit artikel is het laatst bewerkt op 14 maart 2017

 

Terug naar de pagina ‘Muziek’