FRANCESCA CACCINI (1587- 1640)

en/aan het

Medici- hof van Florence

 

 

Voor een goed begrip van de tijd van Francesca wordt aanbevolen de artikelen over Florence/ de Medici, Giulio Caccini, Marco da Gagliano en Alfonso II d`Este eerst te lezen. Van belang is verder goed te begrijpen wat de inhoud is van de begrippen ‘le nuove musiche’, ‘monodie’ en ‘Florentijnse camarata’, zoals daarin vermeld.

Suzanne Cusick benadrukt in haar boek Francesca Caccini at the Medici Court dat daar natuurlijk allerlei personen in voorkomen, maar dat zij vooral aandacht wil vragen voor twee wel zeer belangrijke figuren in het leven van Francesca, die haar vele brieven aan hen ook bewaarden, namelijk: Michelangelo Buonarroti de Jongere, achterneef van ‘de’ Michelangelo en Andrea Cioli die trouwde met Christine de Lorraine`s ‘dama d`onore’ Angelica Badii en eerste secretaris was van Toscane van 1626 tot 1641.

Cusick maakte bij het samenstellen van haar boek gebruik van de gegevens van Francesca`s eerste biograaf en ‘proto- feministische’ schrijver Cristoforo Bronzini (1), van belastingpapieren, betalingen, inventarislijsten enz., alsmede van de brieven van Christine de Lorraine en Maria Magdalena van Oostenrijk, de regentessen van Florence van 1606- 1636. We zullen zien dat zij Francesca de kans gaven groot te worden, maar tegelijkertijd gebruikten ze haar (muziek) om hun ‘gynocratische’ bewind te legitimeren. In Cusick`s boek wordt heel diep ingegaan op de persoonlijkheden van Christine en vooral van de ‘zeer manlijke’ Maria Magdalena (2).

 

1580

1590

1600

1610

1620

1630

1640

1650

 

Francesca Caccini:

eerste

optreden

baan Fl. hof;

huwelijk Signorini

 

1616 naar

Rome

1622 kind

1623-4 naar

Rome

Signorini

overleden;

hertrouwd

zoon gekregen

Raffaeli overleden

1633 terug naar Florence

 

 

 

Fran-cesco I

Florence/

Medici

Ferdinando I in 1589 getrouwd met Christine van Lorraine

    Kardinaal Carlo de`Medici was hun tweede zoon

Cosimo II, getr. met M.M. v. Oostenrijk

Cosimo is ziekelijk en sterft in 1621; van 1606 – 1636 regeren Maria Magd. en Christine de facto

regentschap M.M. v. Oostenrijk (tot 1631) en C. v. Lorraine voor Ferdinand II (tot 1636)

Ferdinand II (1610/ in feite:1636-1670), gehuwd in 1633 met Vittoria de Rovere

Ferdinando I ontsloeg in 1588 alle vrouwelijke musici als onderdeel van zijn nieuwe politiek om het luxe hof van  Francesco I te zuiveren. Giulio probeerde in 1589 en 1592 tevergeefs in Ferrara werk te vinden voor zichzelf en Lucia; 1600 ontstond ‘le donne di Giulio Romano’

Il primo libro

(1618)

La Liberatione

en nog veel andere opera`s / balletten

 

I.Biografie van Francesca:

Francesca (‘La Cecchina’) werd op 18 september 1587 in Florence geboren in de parochie San Michele Visdomini, als oudste dochter van Giulio Caccini. Haar moeder Lucia di Filippo Gagnolandi (Giulio`s eerste vrouw), was zangeres. Zij stierf in 1593 (3). Francesca kreeg van haar vader een brede humanistische opvoeding en leerde zingen, harp, gitaar en klavecimbel spelen én componeren. Daarnaast kon ze dichten in het Italiaans en Latijn. Niemand weet precies hoe ze er uit zag: niemand prees ooit haar schoonheid of de klank van haar stem (zoals wel gebeurde bij zus en haar dochter), maar wel haar grote intelligentie, vriendelijkheid en goede manieren.

Francesca en haar zus Settimia, Margherita di Agostino Benevoli della Scala -Giulio`s tweede vrouw sinds 1594- en zijn bastaardzoon Pompeo werden allemaal onderricht door vader Giulio in de ‘nieuwe zangstijl’. De vrouwen vormden samen de ‘Donne di Giulio Romano’ toen haar vader in 1600 weer in dienst was getreden van de Medici`s (4).

Op dertienjarige leeftijd trad Francesca in datzelfde jaar voor het eerst als zangeres op, bij de bruiloft van Maria de` Medici en Henri IV, de koning van Frankrijk, in Jacopo Peri's L'Euridice. Er lijkt flink wat afgunst tussen de musici te zijn geweest: Zo verbood Caccini zijn zangers mee te werken aan Peri`s stuk, maar blijkbaar zongen ‘zijn’ vrouwen dus toch mee, en schijnt hij composities van hemzelf aan die opera te hebben toegevoegd. Ook zongen ‘Le donne’ alle vrouwenrollen in Giulio`s zetting van Gabriello Chiabrera`s Il rapimento di Cefalo.

 

In augustus 1604 vroegen koning Henry IV van Frankrijk en zijn vrouw Maria de` Medici aan de groothertog en groothertogin of ze Giulio Caccini, zijn ensemble en dochters een aantal maanden mochten lenen. Na een reis waarbij ze in Modena zongen voor de Este familie en samen mét prinses Giulia d `Este, en in Turijn waar ze zongen voor de hertog en hertogin van Savoye, arriveerden ze in december in Parijs. Giulio vermeldde het verblijf als het hoogtepunt van zijn carrière, echter volgens alle berichten was de ontvangst aanvankelijk zeer koel. Henry en Maria ruzieden over wie de uitgaven moest betalen en Giulio gedroeg zich uitermate arrogant. Toen Francesca in februari 1605 Franse liederen had gezongen voor de koning, keerde het lot: Henry was diep onder de indruk en men bood Francesca nu een baan aan bij het Franse hof. Giulio probeerde er aan alle kanten een slaatje uit te slaan voor de hele familie. Uiteindelijk zou hij zelf, door zijn aarzelen haar in Frankrijk achter te laten, zorgen dat Maria de` Medici geen zin meer had om zijn dochter in dienst te krijgen. Volgens muziekhistorici zou groothertog Ferdinando I geweigerd hebben haar te laten gaan, maar daar is geen bewijsstuk van. Het was voor Ferdinando, maar vooral voor Giulio zelf, beter als Francesca niet in Frankrijk bleef, gezien al zijn investeringen in haar en haar nut voor de toekomst (5).

 

Ruim voorzien van ‘Frans’ geld trok de familie via Lyon, Turijn, Milaan en Modena naar huis terug. Ondertussen had Giulio geprobeerd Francesca en Settimia geplaatst te krijgen in het (Romeinse) huishouden van prinses Margherita della Somaglia- Peretti, schoonzus van de (muziek)beschermheer kardinaal Montalto. Uiteindelijk besloot hij in 1607 alsnog het contract niet te accepteren en de familie keerde terug naar Florence (6).

Giulio speelde eigenlijk een soort spel om de concurrentie rond Francesca te vergroten en om groothertogin Christine de Lorraine te prikkelen. Zij was op dat moment de feitelijke regent want Ferdinando was al maanden ernstig ziek. Het had succes want op 15 september 1607 kreeg Francesca een vaste aanstelling aan het Florentijnse hof tegen een salaris van tien scudi per maand, hetwelk in 1614 al was opgelopen tot twintig scudi. Daarmee behoorde ze tot de best betaalde musici aan het hof. Ze kreeg de aanstelling vanwege het componeren van de muziek bij een barriera / intermedi voor carnaval, geheten La stavia (de slavin), een stuk van de reeds genoemde dichter Michelangelo Buonarroti de Jongere. Volgens Cusick wilde Christine van Lorraine dat men het stuk zou beschouwen ‘als zijnde gecreëerd door haar macht’ en Christine wilde er mee laten zien dat zij nu de feitelijke heerser was (7).

  

https://lh3.googleusercontent.com/jT4qBf26GVcf69IGLvOTuk41TzVTk8-_t2NzUX3Aw9k78oQZtakruMtd14cfn6xkIg-Q=s85

https://lh3.googleusercontent.com/J11Ox0J5OEr-t497hXxmZFRjdiSwIqWVTYVgMjp-o77o89WqWQ9UWcvBG8AclCHwtsnt=s85

https://lh3.googleusercontent.com/fdjXsx1lcPeWWEViJJhwRJj4w3vSaRksAtPz9huzciyR0dZFhVu1T6XnU3lSqddLSAEt=s85

https://lh3.googleusercontent.com/zCoMeTJYjbeHxeD65qZJyj4Yb9t_0FeRcuolgMFEX8HXShMG-DqhvVBWP1lvCYRpqO_V=s85

https://lh3.googleusercontent.com/l3oS8z7D2GU6n4NBupmCf1vSZ6xW6v9yYTP1i0wT6A4IDuA9HsSLI3YFzYhfKUJ0hNS6YA=s85

https://lh3.googleusercontent.com/SbfYXkDNO-YVE1juHBeWJlLJbugbvbXc4AtGSzJG32xkbrDaAYGm55e_bRnyXu8AnjQwh7s=s85

https://lh3.googleusercontent.com/wZR3-uViMGaFf4GKGixhqkvHC9ZDNlQRao3SH4jt3mXFjKS8RsmZjGnxdkvJPboIc2jL6Os=s85

https://lh3.googleusercontent.com/R89__E4ttCAWzaWa5G0gVPyl2S6R7-uukhDG2coqt7nEqWN6Nk5Wpv6ZO2sURypKlbjSLyQ=s85

https://lh3.googleusercontent.com/8oAOGKen3nGygPau0868gP91OJsCGfut_Lq2Gz6y_5sgzu4XJyla1bpQ9pIi6KKjnLxBo8I=s140

unnamed

Suzanne G. Cusick:

Francesca Caccini at the Medici Court

afbeelding van Francesca

(misschien)

camee met afbeelding

Francesca

 (?)

Cristoforo Bronzini, Della dignità et nobiltà delle donne (vanaf 1617)

Amphion

(li), Zeus’ zoon wiens gezang Thebe stichtte

Giulio Caccini

Maria de` Medici en

Henri IV

Euridice van

J. Peri tgv.  bruiloft Maria en Henri(1600)

Palazzo Pitti waar Francesca regelmatig (1607-1627)optrad  in gekostumeerde theateruitvoeringen

Ferdinando I trouwt met Christine van Lorraine

 

In hetzelfde jaar als haar vaste aanstelling (1607) huwde Francesca de –verarmde- hofzanger Giovanni Battista Signorini, een lid van de Florentijnse Camarata. Cusick geeft aan dat dat zeker gebeurde op bevel van de groothertogin (8). De toevoeging ‘Malespina’ aan zijn naam geschiedde pas in 1619, maar er is geen bewijs dat hij ook echt verwant zou zijn geweest aan de adellijke familie Signorini- Malespina (9).

Francesca gaf ook (apart betaalde) muziekles aan leden van het hof en zeker ook aan één non. Ze zong van 1608 tot 1614 regelmatig in de ‘gewijde muziekfestivals’ van de Heilige Week (=week voor Pasen) in Pisa, verdekt opgesteld in de corridoio (geheime gang), zodat ze voor het publiek in de kerk niet zichtbaar was. Tijdens het carnaval van 1615 werd een grootschalig ‘vermaakstuk’ Il ballo delle zigane’ met muziek van haar hand, opgevoerd in het Pitti Paleis en in 1616 organiseerde kardinaal Carlo de` Medici (10) een bezoek aan Rome, waarbij hij onder andere Francesca, haar echtgenoot en Peri meenam om de Romeinen te imponeren. In 1617 maakten Francesca en haar man een eigen zeer succesvolle concerttour naar Genua, Milaan, Parma, Savona en Lucca.

Het jaar daarna (1618) droeg ze haar Il primo libro delle musiche’ (zie ook onderaan dit artikel) op aan kardinaal de` Medici. Ze bleef de volgende jaren aan het hof optreden, vaak ook in de privévertrekken van de ziekelijke Cosimo II die aan tuberculose leed (11), met een zangersgroep bestaande uit zichzelf en haar eigen leerlingen, waaronder Maria Botti, Emilia Grazi, Caterina di Domenico Avanzelli, Lucrecia di Battista detto il Mancino, Suora Maria Vittoria Frescobaldi, de dochters van hofsecretaris Curtio Picchena en dokter Lorenzo Parigi.

 

https://lh3.googleusercontent.com/RYLt8--b661OqGqtjEtJhjbHMbg4ZZDHuSpCcOoB_Riql9-BJjtCBiVcJ4q8tKWZ_UPhDg=s85

https://lh3.googleusercontent.com/vzc5-GUjy2GlR9Q3rexu1hYY0VtZnW_itd63j15ftbt2fZSLAEliFMxBbqNmSQu6eSKnPQ=s85

https://lh3.googleusercontent.com/ZYm_ADehhAtKgOFhDwkU_p5EAADXDta3bh6wiUqoe_pMSMUDAB6iIPUxK4Zrfv9Fz8rvYQ=s85

https://lh3.googleusercontent.com/FirKRhoLkJ4ZDdXSiOCk4LtcAOEUZuG4fku8vcjQV5W4eYpSyOTXCAM-3gYXQVijjUMy=s85

https://lh3.googleusercontent.com/_3NKsxH0UQ80SIZNtpdSkGF887SpsvPYZ-nkKl2lxnNSFHrdHfOtPFd1MNo1ag24MJkuXTc=s85

https://lh3.googleusercontent.com/r9VZyVvzZe8Ux94ViquuNBJQ2zvTN4bPyehKPHPWF_XuiEnfsxvIsAkTSYBkeT-9FvCQ=s85

https://lh3.googleusercontent.com/xGdI2msIYMrX7xrpwNj-6YfgKMNqMDD2W_AUM15bY3nIoAazM8d8S8r98qtf-Ro8XLMwAA=s115

https://lh3.googleusercontent.com/gHCUp2coSMumEtwwAr7_vI1m-wUJ6S2D010gEL5lfWH01p1-oTTdT9cja2tDyto7xh1i=s114

https://lh3.googleusercontent.com/jDNvmsagqe5vyOy2atG_b50ElWw5GX94vCB0MgBVMbGmgpKwpnw0JA_-NGHTLzRq-AXTqw=s126

Maria Magdalena van Oostenrijk

Cosimo II

Adriana

Basile

Michelangelo

Buonarroti de Jongere

vermelding

van Andrea

Cioli

Marco da Gagliano

een landgoed der Buonvisi`s te Lucca

San Michele Visdomini te Florence…misschien ligt Francesca hier bij Settimia en Giulio?

Basilica della Santissima Annunziata; misschien ligt Settimia hier net als Giulio?

 

Bij het componeren van de ‘spektakels’ werkte Francesca samen met diverse andere componisten, waaronder Marco da Gagliano. Er was veel haat en nijd bij het verdelen van de taken bij de composities ervan. Ze schreef ook voor anderen dan de Medici, zoals madrigalen voor de dochters van Virginio Orsini en intermedi voor Caterina Picchena, de dochter van de eerder genoemde Curtio, en ze kopieerde manuscripten voor personen zoals haar vader en wellicht ook heeft ze zijn Nuove musiche (over)geschreven.

 

Francesca en Giovanni woonden in Florence in de Via Valfonda, waar ze een groot en een klein huis bezaten. Ze kregen in 1622 een dochter, Margherita, die zij ook trainde als zangeres.

Francesca maakte wederom (zie 1616) van 1623 tot 1624 een reis naar Rome door toedoen van kardinaal Carlo de` Medici, als een ‘gift’ voor de Florentijn Maffeo Barberini vanwege zijn verkiezing tot paus Urbanus VIII. Ze deed er ook mee aan een wedstrijd met een andere zangeres- componiste Adriana Basile. De dichter Giambattista Marino kwam daar tot de conclusie dat Basile een betere stem had, maar dat Francesca meer over muziek wist (12).

Francesca`s meest beroemde werk, La liberatione di Ruggiero dall`isola d`Alcina (zie ook verderop), op tekst van Ferdinando Saracinelli naar Ariosto. Het stuk hoorde bij een aantal maanden ‘vermaak’ ter ere van het bezoek van Maria Magdalena`s broer aartshertog Karl van Styria (okt. 1624) (13) en van de Poolse prins Ladislaus Sigismondo, de toekomstige koning Wladislaw IV van Polen (14) in 1625. Deze bezoeken waren vooral politiek getint: Maria Magdalena wilde Toscane en de Pauselijke Staten samen met het Habsburgse rijk in een ‘katholieke liga’ verbinden tegen de lutherse ketterij en de Franse territoriale ambities in Italië, met welke politiek ze direct stopte na Karl`s overlijden.

 

Na het werk aan La liberazione bleef Francesca nog een tijd het Medici hof dienen: ze leidde het koor dat zong vanuit de corridoio tijdens de Heilige Week, vermaakte de aartshertogin als ze ziek in bed lag en trad op in Magdalena`s appartementen in het Pitti Paleis en de Villa Imperiale, voor de belangrijkste gasten in 1625 en 1626, waaronder Magdalena`s broer aartshertog Leopold van Oostenrijk. Daarna kreeg Francesca een opdracht voor twee toneelwerken van prins Wladislaw, maar helaas overleed haar echtgenoot Giovanni Signorini op 29 december 1626. Hij liet haar niets na behalve schulden, want alles wat het echtpaar bezat, was verworven door Francesca`s geld.

Francesca zat als weduwe nu in een moeilijke positie: ze kon teruggaan naar de Caccini clan, die vast een nieuw huwelijk zou arrangeren voor haar, of ‘onafhankelijk’ proberen te leven zodat ze voor haar –bruidschatloze- dochter kon zorgen. Maar vermoedelijk zouden de Medici prinsessen zich ook gaan bemoeien met haar toekomst, gewend als deze waren huwelijksverkeer in vrouwen te regelen.

Wat er ook allemaal gezegd en geregeld is over en weer: de hofbetalingen aan Francesca stopten na mei 1627 en ze trouwde op 4 oktober van dat jaar met de 56 jarige muziekminnende landeigenaar van lage adel,  Tommaso Raffaelli uit Lucca, in wiens huis zij ging wonen en met wie ze een zoon kreeg, ook Tommasso geheten.

 

Ze had daarna een ‘muziekrelatie’ met, of was in dienst van (?) Vincenzo Buonvisi, telg van een belangrijke bankiersfamilie in Lucca. Zingen wilde ze niet meer publiekelijk, maar (waarschijnlijk) schreef ze wel intermedi voor het carnaval van 1628 voor de Accademia degli Oscuri, de literaire academie van haar echtgenoot en van Buonvisi,.

 

Tommaso overleed in 1630, haar beter verzorgd achter latend dan Signorini had gedaan. Hij schonk ook haar dochter Margherita wat geld voor een eventuele bruidschat. Hierna schreef Francesca een uitgebreide brief aan Cioli om Christine de Lorraine over te halen haar weer het volledige moederschap over haar dochter te geven en haar weer toe te laten in Florence zodat ze haar dochter kon onderwijzen, wat werd toegestaan.

Francesca moest echter met Margherita en haar zoon vanwege de pest tot 1633 in Lucca blijven.

In juni 1633 kreeg Christine de Lorraine bericht van paus Urbanus VIII dat zij zich mocht terugtrekken in het klooster La Crocetta (15), evenals ‘de weduwe Francesca Caccini, met haar dochter’. Christine bleef echter in Castello wonen, hoewel zij en haar hof dagelijks in La Crocetta gingen bidden en er voor de Medici prinsessen gingen zorgen die daar verbleven. Francesca huurde voor zichzelf en haar kinderen een appartement op Borgo Pinti, vlak achter La Crocetta, in welk klooster zij vrij waarschijnlijk de prinsessen, waaronder Vittoria de Rovere -de toekomstige groothertogin-, les gaf en in ieder geval nonnen ‘canzonette spirituale’ onderwees. Vittoria probeerde Margherita te dwingen op te treden bij het huwelijk van haar en Ferdinando II, maar Francesca verzette zich daar tegen omdat een publiek podiumoptreden Margherita`s kansen op een huwelijk of haar intrede in een klooster enorm zou verkleinen. In 1635/36 verzocht Francesca Christine haar aan het hof te benoemen als ‘dama’, maar dat werd geweigerd. Het overlijden van Christine in 1636 betekende een grote slag voor Francesca en haar dochter.

Margherita woonde in mei 1641 reeds zeven maanden in het Franciscaner Monastero di San Girolamo sulla costa (16), toen Francesca op 8 mei opnieuw de bescherming van het Medici hof verliet. Op 18 juni 1641 schreef Francesca een brief aan Paolo Giordano Orsini waarin ze om een tijdelijke logeerplaats vroeg in zijn Romeinse paleis op de Monte Giordano. Hij antwoordde ‘dat hij helaas geen ruimte had omdat hij naast zijn familie ook de hertog van Sforza met gevolg moest huisvesten’. Hierna zijn er geen vermeldingen meer met betrekking tot Francesca.

In februari 1645 kreeg Girolamo Raffaelli de voogdij over zijn neefje Tommaso. Dat zou er op kunnen duiden dat Francesca onlangs was overleden. Het kan ook zijn dat ze weer was getrouwd en daarmee haar rechten op het Raffaelli landgoed was kwijtgeraakt. Maar het kan ook zijn dat ze ingetreden was in een kloostergemeenschap, of dat ze in het gevolg van een of andere prinses was opgenomen zoals van bijvoorbeeld prinses Anna toen die trouwde en naar Innsbruck ging, of van de hertogin De Guise toen die vanuit La Crocetta terugkeerde naar Frankrijk. Misschien ook was zij de ‘Francisca (dochter van) J: Romani’ die de laatste sacramenten ontving in de San Concordio bij Pontetetto, ten zuiden van Lucca op 21 aug. 1646 en die de volgende dag werd begraven vanuit de bijbehorende parochie San Piero Maggiore, waar Tommaso Raffaelli toen bij hoorde (17).

Volgens andere bronnen werd ze te ruste gelegd in de San Michele Visdomini vlak bij de tombe van haar vader Giuilio en haar zuster Settimia (18) maar weer een andere bron vermeldt dat Settimia is begraven in de Basilica della Santissima Annunziata, waar haar vader ook lag (19).

II.De werken van Francesca:

Francesca zette geen teksten van vrouwelijke dichters op muziek. Ze gebruikte meestal werk van mannen die ‘in de mode’ waren en die ze zelf kende.

A. Haar ‘Il primo libro delle musiche’(1618)  bestaat uit tweeëndertig sololiederen en vier duetten voor sopraan en bas. Het zijn madrigalen, canzonettas, sonnet- zettingen, strofische variaties en zeven stukken gewijde muziek met Latijnse woorden. Het ‘libro’ is waarschijnlijk geschreven als een soort lesboek (20) en ‘gedragsboek’ voor haar leerlingen. De inhoudsopgave (‘tavola’) correspondeert niet met de volgorde van de daarachter opgenomen stukken, maar is verdeeld in ‘Spirituali’(geestelijke liederen) en ‘Temporali’ (wereldlijke liederen) die ook weer per soort gebundeld zijn, zodat gebruikers er makkelijk hun weg in zouden kunnen vinden. Er staan geen stukken in die ze zelf heeft uitgevoerd.

Haar motieven om de muziek te publiceren zijn niet gedocumenteerd. Het is ook niet bekend hoe ze er in slaagde de financiering, de toestemmingen en de distributie rond te krijgen. Wellicht wilde ze met de publicatie haar artistieke onafhankelijkheid ten opzichte van haar vader bewijzen. Het is niet geheel duidelijk hoe Giulio op ‘Il primo libro’ reageerde. Francesca verspreidde haar boek veelal als relatiegeschenk.

 

https://lh3.googleusercontent.com/TuB_-uLxvO_O8jNYH-TmAyhJn9lUPeI80Ed6qwigbUbXLQyhO-JNF6icWrGf4A5Hf7W_7YQ=s85

Il primo libro

delle musiche

foto

‘Tavola’ van de primo libro delle musiche: links ‘spirituali’

rechts ‘temporali’

https://lh3.googleusercontent.com/KhgARPnmQ0P6AQrhG7tkzaPNmx1PNDtobqRPoMMsCqyvteS2d6DSb7U-K2hPaB8hg1hHjS4=s85 

De ‘Echo’ met ‘O che nuovo stupor’

https://lh3.googleusercontent.com/nk1GrjuL2qg1w9_wtOpLTfDg7OplfBk7jL1J7lLxIS9ZBM6Xbvco7s86Airsnys76iAYPJ0=s85

moderne uitgave

Il primo libro

https://lh3.googleusercontent.com/_XR1lnX0vldoGnwHFYaVFcQq-FR1JW-pZGLUj_Ns5UM7fQrJ_kskEki4nQ36fjPTAlUu=s85

Il primo libro: seculiere aria`s

https://lh3.googleusercontent.com/iMcTxdfcHrENTX1qLZyllfaR9OXKGKgOS6ILx4OHuRZwEeG0AudtJcTX5EGEnHIlWm-W=s85

Alte Meister met ‘Lied eines Hirten’

https://lh3.googleusercontent.com/0lx9T_LRCSq2imZbCHsICJ3n8OyFoKPI_9OePLMJdGz2jh6QGN5yV9o60mz52ksNlokZ_UY=s85

John Glenn, Italian Arias of the Baroque

and Classical Eras (low)

https://lh3.googleusercontent.com/aeO7fVpCJx2gtTXRWnceodImufzM-9Tglqk4zD8kW4FIxS6xEe51Q23owFNmj-CUccmAmQ=s85

Historical Anthology

of Music by Woman ed. 1987

 

1 Chi è costei, che qual sorgente aurora- Sonnet

2 Che fai, misero core, ecco ch’in croce - Sonnet

3 Ardo infelice, a palesar non tento  -  Ottave

4 Maria, dolce Maria -  Madrigal

5 Nel camino aspro, et erto - Madrigal 

6 Pietà, mercede aita-  Madrigal

7 Ferma, Signore, arresta-  Madrigal

8 Ecco, ch’io verso il sangue-  Aria

9 Deh, chi già mai potrà, Vergine bella-  Ottave romanesca

10 Nube gentil che di lucente velo-  Ottave sopra la romanesca

11 Io mi distruggo, et ardo-  Madrigal for 2 voices

12 Lasciatemi qui solo-  Aria

13 O che nuovo stupor mirate intorno-  Aria allegra

14 Su le piume de’ venti - Aria allegra

15 Giunto è’l dì, che dovea’l cielo-  Aria allegra

16 Io veggio i campi verdeggiar fecondi-  Ottave sopra la romanesca

17 La pastorella mia-  Ottave sopra la romanesca

18 Rendi alle mie speranze Il verde, e i fiori - Ottave sopra la romanesca

19 Dove io credea le mie speranze verde-  Sopra la romanesca

20 Laudate Dominum- Motet

21 Haec dies- Motet

22 Regina Caeli laetare- Motet

23 Adorate Dominum- Motet

24 Beate Sebastiane Motet

25 Te lucis ante terminorum- Hymn

26 Jesu corona virginum- Hymn

27 S’io men vò- Canzonatta for 2 voices

28 Non so se quel sorriso- Canzonatta

29 Chi desia di saper che cosa è Amore- Canzonatta

30 Che t’ho fatt’io?- Canzonatta 

31 O vive rose- Canzonatta for 2 voices

32 Se muove a giurar fede- Canzonatta

33 Ch’Amor sia nudo, e pur com l’ali al tergo- Canzonatta

34 French’aurette- Canzonatta for 2 voices

35 Dispiegate- Canzonatta

36 O chiome belle- Canzonatta

 

De oorspronkelijke uitgave van ‘Il primo libro’ voor sopraan en b.c. is geheel te vinden op internet/ISMLP en ook, ‘modern genoteerd’ door André Vierendeels, op cpdl.org.

Nr. 1 ‘Chi è costei staat in een transcriptie van Angelina Figus, met luit/ klavierbegeleiding op www.csmusicalicarbonia.it.

Nr. 4 ‘Maria dolce Maria’ en nr. 20 ‘Laudate Dominum’ staan met klavierbegeleiding (handgeschreven door Carolyn Raney) in: James Briscoe, Historical Anthology of Music by Women, ed. 1987

Nr. 13 ‘O che nuovo stupor mirate intorno’ is (nog) te koop in de serie ‘Echo’ onder redactie van Marius Flothuis, in een uitvoering voor klavier of orgel met een klein ritornello (te spelen door fluit of viool, maar kan ook door het klavier gespeeld worden). Samen met 14 en 15 is het een groep liederen voor Kerstmis, Jezus` Hemelvaart en Maria Ten Hemel Opneming. ‘O che nuovo’ was een parodie op ‘o che nuovo miracolo’, het laatste nummer van de intermedi voor ‘La pellegrina’ van Bargagli, voor het huwelijk van Christine de Lorraine met Ferdinando I in 1589; later werd het bekend als de ‘aria van de Groot Hertogin’.

Nr. 19 ‘Dove io credea le mie speranze vere’, is verschenen (in oude zangsleutel) met klavierbegeleiding, in een uitgave geheten ‘Ghirlandetta amorosa, Arie, Madrigali etc. di diversi eccellentissimi autori, etc.. Libro Primo, In Orvieto, Per Michel`Angelo Fei & Rinaldo Ruuli 1621’ (zie bronnen). Met enig knip- en plakwerk is er een ‘moderne’ uitgave van te maken.

Nr. 30 ‘Che t`ho fatt`io’ is verschenen in een uitgave met klavierbegeleiding in: John Glenn, Italian Arias of the Baroque and Classical Eras (low version) (21).

Nr. 1, 4, 13 en 19 zijn voor mezzo redelijk tot goed  ‘te doen’; nr. 30 is heel erg geschikt voor een alt/ mezzo!

Minstens zeventien dramatische werken zijn van Francesca bekend, maar ze zijn, op één na, allemaal verloren gegaan: La stiava-1607; Ninfe de Senna- 1611; La Tancia-1611; Il passatempo-1614; Ballo della zingare- 1615; La fiera- 1619; Lode della Befana- 1620; Fiume Danubio- 1620; Ballo delle nazione- 1620; pastoralina- 1620; Martirio di Sant`Agata- 1622; Festicina- 1623; Allegoria della nascita di Maria Maddalena-1623; La regina S. Orsola- 1624; mascherata-1635. Misschien van Francesca, maar ook verloren: Stanze in Lode d`Austria-1624; Il Martirio di S. Caterina-1627; S. Sigismondo-?; Intermedi -1628-te Lucca.

 

https://lh3.googleusercontent.com/l6_4aZgW4OEJC-tXoizc2vpJODT9vc6uPCyv2gqG7Ie5SZpFHUGX8Y_sH5C1k3qicxNs=s85

https://lh3.googleusercontent.com/ouKon0pnKUkJkKoP8pWB07ZWyoTEM9WUSUs8xf9JzsiBvCPO0DOEZnpLueQ0wRwDPPGaYgM=s85

https://lh3.googleusercontent.com/DOsRadNdfnFf3LocW3MpcaQc3gilXc2v7wrS7TNDjuBx_A2_qpkKmh5TXSOVlZuYcN6GPg=s85

https://lh3.googleusercontent.com/wYGEAVNWMlkqZvtBQpBVUMPO7CT0GSo1d_Sn34LLyxra5htDf8gANYONLax653GCy1LBX6w=s109

https://lh3.googleusercontent.com/EFLVIF4McRjFcT3Imq6uLhfXROus3SLXJ9ixR-F_tOP57gwqECbsJ9OGm5UzDK4r28Y9GDE=s113

https://lh3.googleusercontent.com/1FETatm4xi9qD9Q4TsNiPiRF3UuuzORwRtxigPvpgu88f_H94GOtjHt8oEr4pMloma_PiPY=s128

Aartshertog/bisschop Karl von Styria/ Oostenrijk

De toekomstige

Poolse  koning Wladislaw IV

La liberazione:

opdrachtpagina

La liberazione: 3de scène:

Alcina`s eiland in lichterlaaie

Villa Imperiale met paardenballet,

wellicht uit La liberazione

De Villa Imperiale waar La liberazione werd opgevoerd.

B. Alleen ‘La liberazione di Ruggiero dall`isola d`Alcina’ is bewaard gebleven. Het is de eerste Italiaanse opera (eigenlijk een ‘balletto composto in musica’) die ook buiten Italië werd opgevoerd, in 1628 te Warschau. Het stuk werd in 1625 samen met La regina Sant`Orsolo en La precedenza delle dame (een barriera i.e. een zwaardgevecht achter een afsluitboom) opgevoerd in de Villa Imperiale van Maria Magdalena. Het was eigenlijk –zie de uitgebreide toelichting bij Cusick (22)- een propagandawerk voor het toenmalige regentschap van Christine en Maria Magdalena. Het beschreef vrouwelijke kracht, gelijkheid en weerstand bieden aan manlijke passie en ‘heilig heldendom’ en zelfopoffering ten behoeve van anderen. Cusick noemt het een weerspiegeling van het vrouwelijke patriarchaat.

In Alte Meister des Bel Canto, Edition Peters (zie A.), is een aria er uit opgenomen, namelijk ‘Lied eines Hirten’: ‘Per la più vaga e bella’.

III. Korte biografie van Settimia Caccini:

Francesca`s zus Settimia (1591- ca. 1638), eveneens zangeres en componiste, zong met het familieconsort in Parijs in 1604-1605 en later met Francesca aan het Florentijnse hof. In 1608 zong ze de partij van Venus in de eerste opvoering van Monteverdi`s Arianna. Ze trouwde in 1609 met Alessandro Ghivizzani en samen traden ze op 3 november 1609 in dienst van het Florentijnse hof waar ze tot oktober 1611 bleven. De reden van het stoppen was dat Settimia werd ontvoerd door haar schoonfamilie en als gijzelaar werd gehouden vanwege het feit dat haar bruidschat nog niet was betaald (23).

Haar grote successen kwamen toen ze in 1612 met haar echtgenoot verhuisde naar het Gonzaga hof in Mantua. Ze zong ook in Lucca en Parma toen Alessandro daar in de jaren `20 in dienst was. Toen hij in 1632 stierf, trok ze zich terug in Florence en kwam weer in dienst van het hof als zangeres op 24 december 1636 tegen een salaris van 15 scudi per maand.

De naam Settimia Ghivizzani komt in de hof verslagen voor tot december 1660, maar dat betreft waarschijnlijk een dochter. 

Er zijn een paar wereldlijke liederen met continuo overgeleverd van (Francesca`s zus) Settimia, samen met een paar van Ghivizzani, in twee handschriften.

 

Noten:

(1). https://books.google.nl/books/about/Della_dignit%C3%A0_e_nobilt%C3%A0_delle_donne_di.html?id=m765nQEACAAJ&redir_esc=y: Della dignità et nobiltà delle donne. Settimana prima e giornata prima. Di nuovo ristampata e corretta, Firenze 1624 (irreperibile è la prima stampa che il frontespizio fa supporre). Legate insieme alla precedente sono le, giornate II e III, che nel registro recano la data 1622 (anche la dedicatoria a Maria Maddalena d'Austria, madre del granduca Ferdinando II e reggente in suo nome, è datata 14 luglio 1622). Il secondo volume contiene le giornate IV-VI, con data 1625 (già preannunciate però come in corso di stampa e imminenti alla fine della III giornata);Settimana seconda e giornata ottava, Firenze 1628; Della virtù e valore delle donne illustri. Settimana seconda,giornata settima (dedicata a Cristina di Lorena, ava di Ferdinando II),ibid. 1632.L'intera opera è accuratamente descritta da G. B. Passano, I novellieri ital. in prosa, Torino 1878, I, pp. 151-53;zijn beschrijving van Francesca is 23 pagina`s lang en dat is verhoudingsgewijs heel lang. Hij beeldde muziek af als ‘middel waardoor elite vrouwen en hun muziekdienaren konden samenwerken om weldadige politieke verandering te bewerkstelligen’. Hij verwijst regelmatig naar Amphion als hij Francesca`s muzikale kracht wil duiden.

(2). Cusick. p. 197 e.v.

(3). zie ook enige info hierover in het artikel over Giulio Caccini

(4). Cesare Tinghi hield de hofdagboeken bij, zie ook Jane Donawerth p. 93; hij vermeldde de naam ‘Donne di Giulio Romano’.

(5).Cusick geeft op p. 22 en 23 ook aan welke belangen er voor Ferdinando speelden: de uitwisseling van musici/artistieke dienaren was een onderdeel van de Toscaans- Franse  alliantie van 1600 geweest. Als Francesca in Frankrijk bleef zou ze onder bevel van de Franse koning komen en dat zou de symbolisering van de onderwerping van Toscane aan de grotere Franse macht lijken.

(6). Cusick geeft op p. 23 e.v. een uitgebreide uitleg van alle belangen die er speelden zowel van de kant van Giulio als van de Orsini- Peretti- Montalto zijde. E.e.a. gaat te diep voor dit artikel, maar is wel interessant!

(7) Cusick p. 28 e.v. en p. 40 e.v.

(8). Cusick p. 35 e.v.

(9). Cusick vermeldt op p. 87 en noot 29 dat Giovanni Malespina aan zijn naam toevoegde toen hij Florentijnse algemene belasting ging betalen (Decima Granducale)

(10). Hij was de zoon van Ferdinando I de' Medici  en  Christina de Lorraine. Hij werd geboren in Florence en had een succesvolle carrière in de kerk. Hij werd kardinaal bisschop van Ostia en deken van het College van Kardinalen. Cosimo II benoemde uiteindelijk voor zijn dood hem niet tot regent vanwege zijn spilzucht, maar zijn vrouw Maria Magdalena (naast Christine de Lorraine)

(11). Cusick p. p. 282 e.v.

(12). Ook Monteverdi vond haar een betere zangeres dan Francesca, zie: https://en.wikipedia.org/wiki/Adriana_Basile

(13). zie: https://en.wikipedia.org/wiki/Charles_of_Austria,_Bishop_of_Wroclaw: Karl/Karel van Oostenrijk, bijgenaamd de Posthume, (Graz, August 7, 1590 – Madrid, December 28, 1624) was Prins- Bisschop van Wrocław, Bisschop van Brixen en Grootmeester van de Teutoonse Ridders.

(14). Aartshertogin Maria Magdalena wilde haar 12-jarige dochter Margherita de Medici aan hem uithuwelijken. ‘La Liberazione’ was een opdrachtstuk van haar en het werd in 1625 gedrukt onder haar bescherming; zie verder noot 22.

(15). http://www.churchesofflorence.com/east.htm#croc : ‘The convent of La Crocetta, more formally known as the Monastero di Santa Croce, got its nickname from the small red cross the nun's wore on their robes, was founded by Suor Domenica da Paradiso, in 1511. Formally approved by Pope Leo X in May 1515, building work was finished by 1519, with the financial help of Cosimo de 'Medici. Expanded and renovated by Giulio Parigi in 1612, work which included the building of the corridors over the road which still remain. From the late 16th Century into the first half of the 17th the convent was a notable centre of musical performance’.

Voor de situatie in kloosters in het algemeen: Cusick bespreekt op p. 53 e.v. uitgebreid de losbandige situatie in vrouwenkloosters. Christine van Lorraine hield zich ook veel bezig kloosterzaken. Het waren ‘oorden van verderf’ volgens het Concilie van Trente (1545- 1563)

(16). Margherita trad officieel in bij het klooster op 30 september 1642 onder de naam Suor Placida Maria. Midden 17de eeuw was zij een van de meest bekende zangers in Florence. Zij woonde in San Girolamo tot haar dood in 1690.

(17). Cusick p. 276 geeft duidelijk aan dat niemand weet waar of wanneer Francesca is gestorven; zie verder ook Cusick p. p.407-nt. 62

(18). volgens: http://www.thefamouspeople.com/profiles/francesca-caccini-521.php  in de San Michele Visdomini

(19).volgens: http://www.findagrave.com/cgi-bin/fg.cgi?page=gr&GRid=21521596 in de San Annunziata; volgens https://nl.wikipedia.org/wiki/Giulio_Caccini werd Giulio begraven in de Santa Annunziata

(20). zie: http://scholarworks.gsu.edu/cgi/viewcontent.cgi?article=1005&context=music_theses   p. 32 e.v.; zie Cusick p. 114 e.v.; de vertaling van zeer veel liederen van Il primo libro is opgenomen in h. 7 van Cusick`s boek

(21). Op:  http://www.adamoli.org/libri/pianoforte-bra-fiu/PAGE0139.HTM: Ariette / di Francesca Caccini e di Barbara Strozzi ; trascritte e armonizzate da Arnaldo Bonaventura (per canto e pianoforte); Roma - Casa Edit. Musica, 1930 (Firenze, Mignani). Ik ben er nog niet in geslaagd deze uitgave te achterhalen!

(22). Cusick p. 199 e.v. (hoofdstuk 9 en 10) beschrijft en detail de omstandigheden van ontstaan ervan , de inhoud en vooral de betekenis die aan de verschillende scènes gehecht moet worden.

(23). Zie Jane Donawerth and Adele Seeff, Crossing Boundaries etc. p. 93

 

Bronnen:

Gedrukte:

.Suzanne G. Cusick, Francesca Caccini at the Medici Court. Music and the Circulation of Power, University of Chicago Press, London 2009; paperback edition 2015

.Carolyn Raney`s artikel over Francesca (en Settimia) Caccini, in The New Grove Dictionary of Music and Musicians, London 1980

.Carolyn Raney, Francesca Caccini (1587-c.1630) in: James R. Briscoe (ed): Historical Anthology of Music by Women, Bloomington: Indiana University Press, 1987 p. 22-34

.Jane Donawerth and Adele Seeff, Crossing Boundaries: Attending to Early Modern Women, University of Delaware Press, 2001

.‘O che nuovo stupor’aria voor (mezzo)sopraan in Echo: Een verzameling liederen en aria`s met obligate instrumenten, onder redactie van Marius Flothuis, uitgave Broekmans en Van

  Popell

.John Glenn, Italian Arias of the Baroque and Classical Eras (low version)

.‘Dove io credea le mie speranze vere’ met klavierbegeleiding is verschenen in een uitgave geheten Ghirlandetta amorosa, Arie, Madrigali etc. di diversi eccellentissimi autori, et. Libro

 Primo, In Orvieto, Per Michel`Angelo Fei & Rinaldo Ruuli 1621. Aria à una voce (soprano) con basso continuo. In: Luigi Torchi ed. E arr. L`Arte musicale in Italia Secolo XVII Vol. 5 p.

 212-3, Milaan 1898-1907; reprint Milaan, Ricordi 1968; er is ook een uitgave te vinden op internet in oude sleutel.

.Alte Meister des Bel Canto, (Ludwig Landshoff), Edition Peters, nr. 3348 b; Alt (Mezzosopran):’ Lied eines Hirten’ aus dem Festspiel ‘La liberazione di Ruggiero dall` isola d`Alcina

 

Websites:

Diverse Wikipedia-sites

http://brunelleschi.imss.fi.it/itineraries/biography/AndreaCioli.html

http://www.nieuws.leidenuniv.nl/nieuws-2015/de-florentijnse-medicifamilie-kon-het-niet-alleen.html

http://www.thefamouspeople.com/profiles/francesca-caccini-521.php

http://www.musicacademyonline.com/composer/biographies.php?bid=99

http://www.francescacaccini.com/

https://en.wikipedia.org/wiki/Charles_of_Austria,_Bishop_of_Wroclaw

http://www.sbn.it/opacsbn/opaclib?db=solr_iccu&nentries=10&from=1&resultForward=opac%2Ficcu%2Fbrief.jsp&searchForm=opac%2Ficcu%

 

Dit artikel is het laatst bijgewerkt op 22-01-2017

 

 

Terug naar de pagina     ‘muziek’