ETHEL SMYTH (1858- 1944)

 

Van Ethel Smyth weten we heel veel omdat zij haar eigen memoires (zie R. Crichton, The Memoirs of Ethel Smyth) én ontelbare ellenlange brieven schreef.

 

1850

1860

1870

1880

1890

1900

1910

1920

1930

1940

 

           strijd om te mogen studeren

                        componeerperiode

 

  WOI

  toenemende doofheid/Ethel vooral schrijfster

 

 

Ethel Mary Smyth werd geboren op  22 of 23 April (1) 1858 in Sidcup, Kent (2), in een Victoriaanse familie uit de bovenste middenklasse. Haar vader was John Hall Smyth, generaal- majoor in de Royal Artillery. Haar moeder, Mary Emma (Nina) Struth (3), was opgevoed in Frankrijk, was zeer muzikaal en kende veel talen. Ethel was de vierde van acht kinderen (4), waarvan zes meisjes. Ze kreeg met hen thuis les in Frimley (bij Aldershot- Z-Eng), maar van 1872 tot 1875 ging ze in Putney naar school, waarna ze weer terugkeerde naar Frimley. Omdat er in de familie een gouvernante was die aan het conservatorium van Leipzig afgestudeerd was als pianiste, leerde Ethel al vroeg –op 12 jarige leeftijd-  de muziek van Ludwig van Beethoven, Franz Schubert en Robert Schumann kennen en daarom wilde ze ook in Leipzig gaan studeren.

Ethel begon ook hymnes en andere kerkmuziek te componeren, maar afgezien van haar orgel koraalpreludes is er geen kerkelijke instrumentele muziek van haar gepubliceerd. Belangrijk om te weten is ook dat in deze tijd vrouwen geen kerkorganist konden zijn.

 

dameethel

Carl Reinecke

Lisl Herzogenberg

Clara Schumann

Ethel componeert the Wreckers

Ethel Smyth 1908

Rhoda Garrett _1872

Beecham

Ethel en Emmeline 1913

Ethel met hond

Carl Reinecke

Elisabeth en

Heinrich von Herzogenberg

Clara

Schumann

Ethel schrijft

The Wreckers

Ethel in

1908

Rhoda Garrett -1872

Thomas

 Beecham

Ethel en Emmeline

Pankhurst 1913

 

Haar vader was echter fel gekant tegen het idee carrière in de muziek te maken en wilde dat ze ging trouwen. Van 1875-1877 was hun verstandhouding redelijk omdat Ethel haar intrede had gedaan in de maatschappij. Ze was zelfs drie weken heimelijk verloofd met William Wilde, de broer van Oscar, maar ze gaf toe dat ze zijn aanzoek alleen maar geaccepteerd had uit lichtzinnigheid en niet uit liefde!

Omdat haar vader zich bleef verzetten tegen haar plannen, ging ze  in staking: ze kwam haar kamer niet meer uit, ging niet meer naar de kerk en wilde ook niet meer samen eten, tot dat hij toegaf.

 

In 1877 kon ze dan eindelijk compositie gaan studeren op de Hochschule für Musik und Theater in Leipzig. Ze was er echter niet gelukkig omdat ze vond dat de leraren, o.a. Carl Reinecke (compositie) niet ernstig genoeg waren en vaak te laat kwamen. Na iets meer dan een jaar verliet ze het conservatorium, maar ze hield wel contact met de families Rőntgen en Herzogenberg . De sopraan Livia Frege, Felix Mendelssohn`s dochter Lili Wach en de pianiste- componiste Elisabeth ‘Lisl’ Herzogenberg (5) waren haar muzikale vriendinnen. Heinrich von Herzogenberg gaf haar privécompositielessen en in zijn huis ontmoette ze onder andere Clara Schumann, Anton Rubinstein, Max Friedländer, Edvard Grieg en Johannes Brahms, die weinig van haar gecharmeerd was.

 

In de herfst van 1882 vertrok Ethel voor korte tijd naar Florence en woonde daar bij een zus van Elisabeth von Herzogenberg, Julia Brewster. Zo leerde zij ook de echtgenoot van Julia kennen, de filosoof en schrijver Henry ‘Harry’ Brewster, waarschijnlijk haar enige mannelijke geliefde. Zij werkten verschillende malen samen en hij schreef enkele libretto's voor haar.

In 1887 kwam ze naar Leipzig terug, waar zij kennis maakte met Pjotr Iljitsj Tsjaikovski. Hij gaf haar het advies haar eigen stijl te ontwikkelen en zich vooral op het gebied van de instrumentatieleer verder te bekwamen. Het leidde ertoe, dat zij zich – naast zingen- steeds meer bezig ging houden met muziek voor groot orkest, in een ‘Brahms` stijl.

In 1890 kwam Ethel weer terug naar Engeland en woonde bij haar ouders in Frimley. In hetzelfde jaar maakte ze haar debuut met haar Serenade in D in Crystal Palace. Ook haar Mis in D in 1893 in de Royal Albert Hall had veel succes. Dit mede dankzij koningin Victoria en de –in ballingschap wonende- keizerin Eugénie die de drukkosten betaalde van Ethels vroegste werken. Maar geen enkel Engels theater wilde haar opera`s programmeren. Haar opera Fantasio kreeg wel een première in Leipzig evenals Der Wald -gecomponeerd op het jacht van keizerin Eugénie-  in Berlijn. Men vond haar muziek eigenlijk ‘te mannelijk’ voor een vrouwelijke componist! In 1894 stierf haar vader en Ethel verhuisde nu naar een cottage (One Oak) bij Frimhurst.

Ze bezocht Augusta Holmès twee maal in Frankrijk: in 1900 en 1901. Ethels liederen waren na 1908 succesvol in Frankrijk en Duitsland, maar in Engeland hoorde men ze alleen maar op besloten bijeenkomsten.

 

Ethels opera die het meeste bijval kreeg, was The Wreckers (De strandjutters), met een première in Leipzig in 1906. Brewster schreef het originele libretto in het Frans (Les Naufrageurs). Dat The Wreckers uiteindelijk ook in 1909 in Engeland werd opgevoerd was te danken aan de dirigent Thomas Beecham en aan de financiële steun van de Amerikaanse miljonaire (en vriendin van Ethels zus Violet) Mary Dodge, die alle kosten voor zes uitvoeringen betaalde. Dodge gaf haar ook een jaarlijkse toelage van 100 pond en een cottage (Coign) in Hook Heath bij Woking, waar Ethel tot haar dood woonde.

 

Ethel woonde van 1880- 1882 in Surrey in een cottage (Firs Cottage bij Rustington) bij de drie zussen Millicent Garrett Fawcett, Elizabeth Garrett Anderson, Agnes Garrett en hun oudere nicht Rhoda Garrett. Zij waren allen grote voorstanders van vrouwenkiesrecht (6). Ondanks deze strijdlustige voorbeelden, onttrok Ethel zich lange tijd aan de steun van de vrouwenbeweging in Engeland, want ze vond een politiek engagement niet verenigbaar met haar creativiteit als kunstenaar en componist. In 1908 verliet zij opnieuw Engeland om niet bij de toenemend radicale debatten over het vrouwenkiesrecht betrokken te raken, nadat zowel Emmeline Pankhurst als Rhoda Garrett geprobeerd hadden haar voor hun doel te winnen. Pas in 1910 werd ze lid van de militante Engelse feministen en van de organisatie The Women's Social and Political Union, nadat Henry Brewster (in 1908) was overleden, wat een langdurige crisis bij haar veroorzaakte. 

Zij componeerde in 1910/1 de Songs of sunrise, voor vrouwenkoor a cappella met Laggard Dawn en 1910 als deel 1 en 2. Het 3de  lied daaruit, The March of the Women, werd de hymne en het strijdlied van de Suffragettes waarvan ze ook lid was (7). Zelf zat ze twee maanden in de cel van Holloway vanwege allerlei acties, alwaar Thomas Beecham haar opzocht. Tot 1912 steunde ze de doelen van de Britse vrouwenbeweging.

 

Rond 1914 concentreerde Ethel zich weer geheel op het componeren. Tijdens een reis naar Egypte begon zij met een nieuwe, vierde, opera, The Boatswain’s Mate, die draaide rond de vraag of de weduwe Mrs Waters gelukkiger zou zijn als onafhankelijke vrouw of als hertrouwde. Vanwege de uitbraak van WO I werd de première verdaagd naar 1916 in Londen. Emmeline Pankhurst had ondertussen haar aanhang opgeroepen de strijd om het vrouwenkiesrecht even te laten rusten. In ruil voor de vrijlating van de gearresteerde activistes mobiliseerde de Women`s Social and Political Union vrouwen voor het arbeidsproces zodat de mannen konden gaan vechten. De oorlogsinspanning van de vrouwen én de angst voor een terugkeer van het geweld van de suffragettes, leidde ertoe dat na WOI het vrouwenkiesrecht werd ingevoerd.

Vanwege WO I besloot Ethel naar Frankrijk te gaan en ze werkte er van 1915 tot 1918 in de buurt van Vichy als verpleegster en röntgenassistente. Aldaar ontdekte zij haar andere talent: het schrijven van autobiografische werken. Direct na de publicatie daarvan boekte zij groot succes, wat tot bijeffect had, dat vanwege haar populariteit na 1920, veel van haar composities uitgevoerd werden. Er werden radioproducties met haar werken gemaakt en Thomas Beecham nam het werk The Prison (8) voor de BBC in productie.

 

feministische optocht

March of the women

Ethel in Egypte 1913

keizerin eugenie

Ethel Smyth latere leeftijd

Smith Opnames BBC 1928

Ethel Smyth en Virginia Woolf

Feministische optocht

March of the Women

Ethel in Egypte

1913

Keizerin

Eugénie

Ethel op latere leeftijd

      BBC opnames 1928

Ethel en Virginia Woolf

 

In 1922 werd Ethel –als eerste vrouwelijke componist- benoemd tot Dame Commander of the Order of the British Empire (DBE). Ze ontving ook eredoctoraten van de Universiteiten van Durham en Oxford.

In haar memoires beschrijft ze haar relaties met vrouwen als Pauline Trevelyan, keizerin Eugénie (haar buurvrouw in Farnborough), Winnaretta Singer, Lady Mary Ponsonby (privésecretaresse van koningin Victoria), Edith Somerville, en Virginia Woolf.

Ethel moest vanaf 1914 steeds meer haar muzikale carrière opgeven vanwege een toenemende doofheid. Ze stierf op 8 mei 1944, stokdoof,  aan diabetes, bronchitis en longontsteking te Woking en na de crematie aldaar werd haar as –op eigen verzoek- verspreid in het bos naast de golfbaan (9).

 

Verschillende in memoriam- schrijvers van Ethel worstelden na haar dood met de vraag of ze uiteindelijk van groter belang voor de literatuur dan wel voor de muziek is geweest. Haar buurvrouw en componiste, Kathleen Dale gaf aan dat Ethels werk vooral ook gezien moest worden als verdienste van een vrouw die hard heeft moeten knokken en die ook een belangrijke rol heeft gespeeld in het politieke en sociale leven. Kathleen bewonderde vooral haar moed.

 

Ethel schreef in de laatromantische traditie. Naast orgelwerken schreef ze, orkest- en kamerwerken, piano, cello en vioolmuziek en  liederen.

 

Liederen voor alt/ mezzo met pianobegeleiding (n.b. onderstaand overzicht is niet helemaal betrouwbaar, vanwege onduidelijke bronnen ):

c.1877

opus 3

Lieder und Balladen with piano:

1. "Vom Berge" anon. (trad)

2. "Der verirrte Jäger" by Joseph Freiherr von Eichendorff

3. "Bei einer Linde" by Joseph Freiherr von Eichendorff

4. "Es wandelt was wir schauen" by Joseph Freiherr von Eichendorff

5. "Schön Rohtraut" by Eduard Mörike

 

Peters, Leipzig 1886

 

 

c.1877

opus 4

Lieder with piano:

1. "Tanzlied" by Georg Büchner

2. "Schlummerlied" by Ernst von Wildenbruch

3. "Mittagsruh" by Joseph Freiherr von Eichendorff

4. "Nachtreiter" by Klaus Groth

5. "Nachtgedanken" by Paul Heyse

‘Meiner Mutter

Gewidmet’

Peters, Leipzig 1886

 

 

c.1877

 

Eight songs

niet bij Ronald Crichton /op Wikepedia.nl

 

 

1878-84

 

Nine Rounds (Duitse teksten, niet geidentificeerd)

 

 

 

 

1888

opus 8

Song of Love (Song of Songs)

 

?

 

 

1899-1901

 

Spring Canticle (Wood Spirits`Song)

 

Schott,Mainz 1903

 

 

1908

 

Songs: 1. Odette (Régnier), 2. La Danse (Régnier), 3. Chrysilla (Régnier), 4. Ode Anacréonntique (anon)

1.Madame Bulteau; 2.Mary Hunter; 3.H.B. Brewster; 4.Madame la Princesse Alexandre de Caraman Chimey

London 1909

 

 

1910

 

Hey Nonny No!

Violet Woodhouse

Leipzig 1911

 

 

1910

 

Sleepless Dreams (Rossetti)

Maurice Baring

Wenen, 1912

 

 

1910

 

The March of the Women , met optionele pianobegeleidng, (Cicely Hamilton),

Women`s Social and Political Union

Londen 1911

 

 

1913

 

Three Songs:

1. "The Clown" with piano, by Maurice Baring

2. "Possession" with piano, by Ethel Carnie Holdsworth

3. "On the Road: a marching tune" with orchestra, by Ethel Carnie Holdsworth

 

1.-

2.to E.P (Emmeline Pankhurst)

3.to C.P (Christabel Pankhurst)

Wenen 1913

 

 

 

imslp

 

1920

 

Dreamings     (part-song SSA)

 

Londen 1920

 

 

1923

 

Soul`s Joy  (uit Fête galante) (John Donne); unacc. choir

 

Londen 1923

 

 

 

aan dit artikel is voor het laatst gewerkt op 18 april 2019

 

Noten:

(1). Engelse Wikipedia: While April 22 is the actual day of her birth, Smyth habitually stated it was April 23, the day that was celebrated by her family, as they enjoyed the coincidence with William Shakespeare's; elders: 23 april in Londen geboren (https://scholarworks.iu.edu/dspace/bitstream/handle/2022/17573/Moon%2C%20Sarah%20%28DM%20Organ%29.pdf?sequence=1&isAllowed=y-relatie); D. Roster, p. 247: 23 april 1858; http://www.sandscapepublications.com/intouch/ethelsmyth.html:  Born on April 23, 1858 in England in Rectory (Middlesex), London, or Foots Gray (Kent), depending on the source

Crichton p. 23: Ethel vermeldt zelf 23 april; het geboortecertificaat vermeldt 22 april

(2). Ethel Smyth, the fourth of the eight children of Major-General John Hall Smyth (1815–1894) and his wife, Emma Struth Smythe (1824–1891), was born at 5 Lower Seymour Street, London, on 22nd April 1858  (zie: https://spartacus-educational.com/Jsmythe.htm).

(3). https://scholarworks.iu.edu/dspace/bitstream/handle/2022/17573/Moon%2C%20Sarah%20%28DM%20Organ%29.pdf?sequence=1&isAllowed=y-relatie meldt Nina; https://www.dbnl.org/tekst/_vla016200001_01/_vla016200001_01_0064.php geeft als naam Nina; elders gevonden: Emma Struth Smythe , had de Franse nationaliteit, waardoor Ethel later beter Frans dan Engels sprak (https://www.surreyinthegreatwar.org.uk/story/ethel-smyth/)

V.J.(Veerle Janssen) p. 212: Ethels grootmoeder van moederskant –Madame de Stracey- had een Salon in Parijs waar Chopin en Rossini over de vloer kwamen

Samenvatting noot 3 en 4: zie https://www.exploringsurreyspast.org.uk/wp-content/uploads/2010/02/Ethel-Smyth-family-notes-by-LO.pdf; op deze  site ook de namen van de andere kinderen

(4). V.J. p. 212: Ethel was de tweede oudste in een victoriaans gezin van zeven kinderen. Dit is in tegenspraak met 4de van een gezin van acht kinderen. V.J. zit denk ik fout. Wel is zo dat haar oudste broer in 1875 overleed.

(5). ‘Herzogenberg's wife, Lisl, became Smyth's first great love and the two women grew very close. Another biographer, Ronald Crichton, has commented: "On the whole it seems that the greatest and most enduring of her 'passions' were for older women with whom, through character or circumstance or both, physical gratification was out of the question even to one of her on-coming disposition."( https://spartacus-educational.com/Jsmythe.htm)

(6). https://spartacus-educational.com/Jsmythe.htm:  Ethel Smyth was a passionate supporter of women's rights and was a close friend of the three sisters, Millicent Garrett Fawcett, Elizabeth Garrett Anderson and Agnes Garrett. All the women were members of the National Union of Suffrage Societies. Ethel went to live with them at Firs Cottage. As Ethel pointed out: "Agnes and Rhoda Garrett, who were among the first women in England to start business on their own account and by that time were well-known house decorators of the Morris school... Both women were a good deal older than I, how much I never knew - nor wished to know, for Rhoda and I agreed that age and income are relative things concerning which statistics are tiresome and misleading.".  Dat Ethel Smyth was a passionate supporter of women's rights was, wordt ontkend door andere bronnen. Ze was het slechts van 1910- 1912. Elizabeth was onze ‘Aletta Jacobs’. Millicent en Agnes hadden een onderneming ín binnenhuisarchitectuur/kunstnijverheid’; zie ook: Crichton p. 114- 116

(7). Bestaat in eenstemmige en meerstemmige versie. De melodie is van Prince Edmond de Polignac. ‘The most famous, though least public performance of The March of the Women occured in Holloway prison in London in 1912: over 100 suffragists, including Emmaline Pnkhurst and Ethel Smyth, who in March 1912 had smashed windows of suffrage opponents' homes in well-coordinated simultaneous incidents all over London, were arrested, tried, and sentenced to two months' imprisonment. Ethel Smyth found her time in prison an exalting experience of communal determination and sacrifice by women of all ages and classes. One day, while the prisoners were taking their outdoor exercise, Ethel Smyth appeared at a window overlooking the prison yard, and conducted their singing of the suffrage battle anthem by waving her toothbrush.’(Engelse Wikipedia)

(8) The Prison: zie noot hierboven

(9). Golfen was een van haar hobby’s, naast tennis, bergbeklimmen, fietsen en bridge

 

Bronnen:

Gedrukte:

Crichton, Ronald. The Memoirs of Ethel Smyth. London: Viking Press, 1987

Veerle Janssen, Vrouw aan de piano, Antwerpen, 2018

Danielle Roster, Die grossen Komponistinnen, Insel Taschenbuch 2116, 1998

 

DVD: Serietitel: Women, word for word: The wreckers / regie Kate Broome: Ethel Smyth and Sarah Bennet (30’), 2003

 

Websites:

http://www.sandscapepublications.com/intouch/ethelsmyth.html

http://www.bach-cantatas.com/Lib/Smyth-Ethel.htm

https://www.revolvy.com/page/List-of-compositions-by-Ethel-Smyth

https://spartacus-educational.com/WgarrettA.htm

https://spartacus-educational.com/Jsmythe.htm

https://scholarworks.iu.edu/dspace/bitstream/handle/2022/17573/Moon%2C%20Sarah%20%28DM%20Organ%29.pdf?sequence=1&isAllowed=y-relatie

 

Terug naar de pagina ‘muziek