ÉLISABETH- CLAUDE JACQUET DE LA GUERRE (1665- 1729)

 

Achtergrondinformatie:

Voor een goed begrip van de politieke, economische en culturele situatie in Frankrijk en met name in Parijs vlak vóór en ten tijde van de geboorte van Élisabeth- Claude Jacquet de la Guerre wordt verwezen naar het artikel over Antonia Bembo waarin de Italiaanse en Franse stijl wordt besproken. In dit artikel is noot 6 over La Fronde van belang en de opmerking  ‘te voren wat meer over het bestuur van kardinaal Mazarin en Lodewijk XIV’ te lezen.

 

Verder: de voorganger van kardinaal Mazarin was kardinaal Richelieu (1585/ 1624- 1642). Deze had het culturele leven van Parijs reeds verrijkt met de bouw van het Koninklijke Paleis, de ontwikkeling van het Île de la Cité, de stichting van de Académie Française en de Académie Royale de Peinture et de Sculpture. Naast de Opéra Comique, de Nouvelle Comédie Italienne en het Nouveau Théâtre Italien, ontstonden de Académie Royale de Danse (1661), de Académie Royale des Inscriptions et Belles Lettres (1663), de Académie Royale des Sciences (1666), de Académie Royale d`Architecture (1671) en in 1669 de Académie Royale de Musique (hoewel deze pas officieel ‘Royal’ werd in 1672, toen Lully er aan het hoofd van kwam te staan).

 

Verder van belang te weten: hoewel  Élisabeth werd geboren in een oude wijdvertakte familie van meester- instrument- bouwers, zangers en instrumentalisten -waar de vrouwen in principe gelijkberechtigd waren, maar meestal klavecimbel of orgel speelden of zongen- , bezetten deze soort families, in de muziekwereld van die tijd als ‘ambachtslieden’ sociaal gezien de laagste plaats.

Midden 17de eeuw waren er ongeveer vijfhonderd Parijse instrumentalisten, met elkaar verbonden door bloedverwantschap, huwelijk of anderszins. In feite hadden ze daarmee ‘monopolies’. Ca. 1715 waren er tussen de 150 à 200 musici, waaronder aan aantal van de familie Jacquet en de familie La Guerre, in dienst van het hof. De klavecinisten en klavecimbelbouwers van de Jacquet familie woonden, net als de meeste ‘muziek’-families, in Île de la Cité tot aan de rechteroever van de Seine, in de parochie van St. Eustache. Omdat klavecimbels en luiten in die tijd de duurste instrumenten waren, verdienden de bouwers daarvan een goed loon en op deze manier heeft Élisabeth zeker geld via haar familie verkregen. Uiteindelijk stegen de instrumentalisten na 1650 een flink stuk op de sociale ladder.

 

 

1660

1670

1680

1690

1700

1710

1720

(Mazarin: 1642/43- 1661) Lodewijk XIV: 1643/ 1661- 1715

Philippe v.Orléans:

1715-1723 regent

Lodewijk XV:

1723- 1774

Louise de La Vallière /Lod XIV

Madame de Montespan

maîtresse van Lod. XIV:

samen 7 kinderen, mede opgevoed door Madame de Maintenon

Mad. de Maintenon

nu

maîtresse

Lod. XIV

Madame de Maintenon echtgenote van Lodewijk XIV (1683- 1715)

Main-

tenon

sterft

1719

 

Maximiliaan Emanuel II van Beieren: 1709-1715 verblijvend in Frankrijk. (Nog ) onduidelijk is hoe lang hij Élisabeth`s beschermheer was na Lod. XIV`s dood.

 

Koninklijke paleis in Parijs gesticht (1629)

1682: het Hof officieel weg uit Parijs naar Versailles

Hof weer naar Parijs

Hof terug naar

Versailles

 

                                                                                         Elisabeth- Claude Jacquet de La Guerre (1665- 1729)

 

 

 

Biografie:

Élisabeth-Claude Jacquet werd ca. 1665 in Parijs geboren. Haar exacte geboortedatum is niet bekend, maar wel de datum van haar doop (17 maart 1665) en die twee data zullen niet ver uit elkaar liggen gezien de grote kindersterfte toen (1).

Ze was het tweede kind, en de eerste dochter, van de organist en maître de clavecin Claude Jacquet (vóór 1650- 1702) en Anne de la Touche (1698 gest.) en ze kreeg vermoedelijk, net als haar twee broers Pierre en Nicholas en zus Anne, haar eerste muzieklessen van haar vader. In 1670 presenteerde vader Claude zijn dochter aan het hof van Lodewijk XIV.  Het ‘wonderkind’ kon volgens het toenmalige literaire tijdschrift ‘Mercure galant’ van juli 1677 al ‘de moeilijkste muziek van blad lezen, zichzelf en anderen begeleiden op het klavecimbel, transponeren in elke toonaard die men haar opgaf en componeren!’ en in december 1678 noemde Mercure haar ‘het wonder van onze eeuw’.

Lodewijk XIV plaatste haar onder de bescherming van de Madame de Montespan, zijn toenmalige favoriete maîtresse, die haar

- vermoedelijk net als de kinderen die zij met Lodewijk XIV had- een paar jaar lang een goede opvoeding gaf.

Tot haar huwelijk speelde Élisabeth klavecimbel en orgel in de Chapelle Royale en zong ze er. 

In 1684 trouwde ze met de organist Martin de la Guerre (1658- 1704), afkomstig uit een vooraanstaande dynastie van musici, en keerde terug uit Versailles naar Parijs. Ook na haar huwelijk bleef Élisabeth echter carrière maken, waarbij Lodewijk XIV haar steeds bleef aanmoedigen. Élisabeth droeg ook de meeste van haar composities aan hem op en hij nam deel aan diverse uitvoeringen van haar werk.

 

https://lh3.googleusercontent.com/auCIyp5Hd747u7HmQKzX3zc0bqmRddyoYg75aXu2YL5CC-ZqRY8YW5trPutewgHq7X1B=s94

https://lh3.googleusercontent.com/G1CDumAZq8YnSVrhatdubPTJ1-b4aWxWbz11DM3E8Vj1J9RLarwpAp9CDolMJjcbjtt3=s97

https://lh3.googleusercontent.com/2L1w6a0sGYf7rkNx6mNd4jcWjFG6eBT_IcN9SVG4RZ1INB9i5DDKyJXGJfxqpT_04gQ4=s85

https://lh3.googleusercontent.com/WuHMFaBs6zVFvd5Gm1JL5vcjN9tiA4R6hm16DfKMTk37eHegwWiPmt0HlVKB-onO5-4-_w=s116

https://lh3.googleusercontent.com/k0b5cE_bWxhxDlBgv9AMgdZbNXdJacAO0FmKC_k9CDMOUHXKy9EQwN75nESJVZHDGbDfEg=s85

https://lh3.googleusercontent.com/8cFB_ey25mz3qJdQdDVhY8bdts7Ttv4njubIjy_qW7Kt1g2F8ek-aoeGw1_My0WmXUpXIA=s85

https://lh3.googleusercontent.com/QZuhBS8wa2Pc0S9muM62sf4wn1MHVteu_Epo7hhOZ4Ot38QhG7XN1sfQ1Al3dXhfIFQZiw=s170

https://lh3.googleusercontent.com/9UVgyY8xft_njV2r-waYE-AKDxNdK9K1dq8UWRzyLzHintwxA1pyeGLD2i6LwmCPgvFbbQ=s85

E-C. Jacquet de La Guerre

Madame de Montespan en haar kinderen

Chapelle royale

Versailles

Madame de Maintenon

trouwt met Lodewijk

Marie de Lorraine (De Guise)

Marc- Antoine Charpentier

(1643-1704)

Céphale et Procris

Évrard Titon du Tillet (1677- 1762)

 

Pierre en Nicholas Jacquet werden organist en klavecinist en Anne (ca.1662-?) die op 12 jarige leeftijd femme de chambre werd van Marie de Lorraine ( Mademoiselle De Guise), speelde in Marie`s vijftienkoppige muziekensemble waartoe ook Marc- Antoine Charpentier behoorde. Het De Guise ensemble was in 1670 in het Marais district gevestigd. In de kapel van De Guise werd bijna elke middag een concert gegeven en soms ook `s avonds, vaak met gewijde (kerk) muziek. Sociaal gezien waren de leden van het ensemble echter van lagere status dan de musici van de koning en…de vrouwen van het ensemble waren in tegenstelling tot hun manlijke collega`s niet eens officieel ‘kapelmusici’ en ze werden ook niet betaald!

Anne bleef in het ensemble tot 1688, het jaar ook waarin De Guise stierf, en zij trouwde met Louis Yard (Hiard), eertijds de kamerdienaar  van De Guise.

 

Van 1684 tot 1701 organiseerde Madame de Maintenon, de ‘opvolgster’ van Madame de Montespan, privé concerten in Lodewijk`s appartement in Versailles, waar  Élisabeth vast bij aanwezig is geweest. Ook sponsorde De Maintenon (bijna) dagelijkse uitvoeringen van kamermuziek in haar eigen kamers op kasteel Meudon, een koninklijke residentie vlakbij Versailles.

 

In 1685 werd ‘een kleine opera’ van Élisabeth uitgevoerd in de appartementen van de Dauphin, Lodewijk van Frankrijk, waarbij Lodewijk XIV, de Dauphin en de Montespan aanwezig waren. In 1687 publiceerde Élisabeth haar eerste collectie klavecimbelwerken en in 1691 of 1692 werd haar opéra- ballet (gezongen ballet) Les Jeux à l'honneur de la victoire –waar alleen het libretto nog van bewaard is gebleven- vermoedelijk voor het eerst opgevoerd. In 1694 werd haar opera- in vijf- actes Céphale et Procris, gebaseerd op de Metamorphoses van Ovidius, uitgevoerd.

In hetzelfde jaar kreeg Élisabeth haar (enige) zoon, die ook al zeer jong een geweldige klavecinist was, maar helaas op tienjarige leeftijd stierf. Haar echtgenoot stierf vlak daarna. In 1705 verhuisde de weduwe naar de Rue Regrattière in de parochie St. Louis- en –Île, waar ze concerteerde en les gaf.

 

Zowel Les Jeux als Céphale et Procris werden na hun première niet vaak meer ten tonele gebracht. Het kan zijn dat het publiek moeite had met het misschien wat zwakke libretto, maar het kan ook door de veranderende situatie in Frankrijk komen: de uitgebreide fêtes met allegorieën op liefde en oorlog waren uit de gratie en  Parijs nam inmiddels de rol van Versailles over in het muziekleven, terwijl het hofrepertoire zich meer richtte op gewijde muziek (onder invloed van Madame de Maintenon) en Lodewijk nu wat minder aandacht had voor ‘grootse’ opera in Versailles. Ook is mogelijk dat Lully`s opera`s nog steeds domineerden in Parijs en/of dat Frankrijk steeds meer last begon te krijgen van economische problemen en grote militaire verliezen. Het kan verder nog zo zijn dat het Parijse publiek vooroordelen had met betrekking tot het opvoeren van het werk van een vrouw op hun operavloer! (In Straatsburg echter kreeg Céphale et Procris wel een goede ontvangst dankzij de componist/ muziektheoreticus en verzamelaar Sébastien de Brossard (1655- 1730), die in 1726 zijn hele muziekcollectie naliet aan de Bibliotèque Royale in Parijs).

 

Na 1700 begon Élisabeth met het componeren van haar Pièces de Clavecin qui preuvent se jouër sur le Viollon en de  Cantates françoises in de Italiaanse stijl (goût italien), waar de Fransen na de dood van Lully steeds meer belangstelling voor kregen. Lodewijk XIV en vooral zijn kleinzoon Philippe II, hertog van Orléans en regent na 1715, bevorderden deze.

Élisabeth`s (solo en duet) cantates, die eigenlijk een soort mini- opera`s waren, verschenen in drie delen: twee gebaseerd op Bijbelse onderwerpen (wellicht beïnvloed door Madame de Maintenon)  en een op ‘seculiere’ thema`s als ‘morele kwesties’. Deel (Livre) 1 bevat de cantates Esther, Le Passage de la Mer Rouge; Jacob et Rachel,  Jonas, Susanne et les Vieillards en Judith. Livre 2 bevat de cantates Adam, Le Temple Rebasti, Le Déluge, Joseph, Jephté en Samson. Voor de cantates gebruikte ze talrijke ‘symphonies’, instrumentale delen die een beschrijvend karakter hadden: geluiden van de veldslag (in Le Passage de la mer rouge), stormen (in Jonas) of de troostende belofte van slaap (in Judith).

 

Het derde deel van de Cantates met de cantates Sémélé, L`Île de Délos en Le Sommeil d`Ulisse , wellicht bedoeld om op toneel uit te voeren, dateert uit ca. 1715 en werd door Élisabeth opgedragen aan haar nieuwe beschermheer Maximiliaan Emanuel II van Beieren. Deze verbleef in Frankrijk van 1709- 1715 (2). De muziek was voor solo sopraan, viool en basso continuo en nog wat toegevoegde instrumenten. Bij de gelijktijdige publicatie van haar komische duet Le Raccommodement Comique de Pierrot et de Nicole voor bas en sopraan (korte versie van 1715 voor het Théâtre de Foire Saint- Germain), noteerde ze expliciet dat de vrouwelijke rol door een vrouw gezongen diende te worden! (3).

Van 1721- 1724 verschenen nog van haar hand: Air Sérieux, Printemps, ‘ Les Rossignols, des que le Jour Commence’; Air à Boire, Parodie sur la Bourée de Céphale et Procris ‘Tant que je Verrons ce Pot’ en Air à Boire, La Provençale ‘Entre nous mes chers amis’, Deuxième Air ‘Suivons nos désirs’ (Recueil d`Airs Sérieux et à Boire). In 1721 schreef Élisabeth ook een (verloren gegaan) Te Deum, bedoeld om het herstel van Lodewijk XV van de waterpokken te vieren (zie ook noot 4).

 

https://lh3.googleusercontent.com/Wm8I5JXD9ouQAzXJEtqMHDgU5S7ubz1WX4gWyzoN_MnIbElsZkQHJcC_qzEU5PmQ5HAQtdk=s103

https://lh3.googleusercontent.com/jdTyKzORdwyK2Ye66p5pzxBz9nAIhBOVxL9PXQOfNXilHj1PECWk4MVCp5g_0c1yrqPORA=s85

https://lh3.googleusercontent.com/24ocj9hZ3Fyp1Y-l-DShMp2yc7036LZrgU67xZz1klx8vE85dIBbHXJ0Kinyfk68JV13=s87

https://lh3.googleusercontent.com/27eqYQZ2c4IBZLk8_31-K7hixuvXKMhNg-45nXRmmXcp1VZKyt7KfcMDto3XUwal15lfjQ=s86

https://lh3.googleusercontent.com/99BjJ7m-GDlfA-kOQBj6jzQfQ9jH7Fv9bEQ2pe0RMN8Uo-cqfsEsWnGqdQ5sifJ88IuLEQ=s128

https://lh3.googleusercontent.com/DH6s7VhttaUIn0G_hL3VHurysyi0qPctkiojnwSu8DwQTRApx69SL3Z1JfGkF5QF2OGI=s85

https://lh3.googleusercontent.com/txlDoL_hjiawSSvpJFXKNg5h_ZDs8xwNKgD3G-uLGP7al2A08wYj9G8Gd0aVZSe6XvRctxs=s117

https://lh3.googleusercontent.com/OJRrpQGAsgGrcg3vqK2X87fSbc2cmQqwikaPpoZVC6eXCcfviEgFUd76Lv5XI0uClZ2BVl8=s85

Évrard Titon du

Tillet beschrijft Élisabeth

Évrard Titon du Tillet: Parnasse français (1732)

Medaillon voor Élisabeth (voor en achterkant)-van Titon du Tillet

Cantates Françaises Livre 1

Keurvorst

Maximiliaan

Emanuel II van Beieren

Élisabeth`s parochiekerk Saint- Eustache

 

Vijfentwintig jaar lang na het overlijden van haar man werkte Élisabeth stug door en behield ze haar onafhankelijkheid. Ze hertrouwde nooit. In 1727 verhuisde ze naar de parochie Saint- Eustache in de Rue des Prouvaires, waar ze een groot appartement bezat met elegante meubels, tapijten, schilderijen en een welvoorziene bibliotheek.

We weten niet hoe vaak en wanneer precies ze hier concerten gaf, maar wel is bekend dat ook hier veel prominente, professionele musici aanwezig waren.

In 1726 liet ze notarieel vastleggen dat haar broer Pierre Jacquet al haar composities, behalve haar opera en opera- ballet, na haar dood zou krijgen. Drie dagen voor haar overlijden op 27 juni 1729 benoemde ze echter in zijn plaats alsnog haar twee neven Hiard.

Élisabeth werd begraven in haar parochiekerk Saint Eustache.

Volgens Conrad Misch in zijn uitgave van Esther, zou Lodewijk XIV ! vlak na haar dood een herdenkingsmedaillon ter ere van haar hebben laten maken met de tekst: ‘Ze streed met de grootste musici om de prijs de beste te wezen’. Ik vermoed echter dat het Lodewijk XV moet zijn in plaats van Lodewijk XIV, omdat deze al gestorven was in 1715 (4). Verder vind ik in de literatuur alleen maar vermeldingen m.b.t. het medaillon bij Titon du Tillet.

 

Évrard Titon du Tillet plaatste haar in zijn Parnasse français (over belangrijke Franse dichters en musici) op het vierde niveau samen met o.a. André Campra, Michel- Richard Delalande en Marin Marais, onder het derde niveau met o.a. Corneille, Molière, Racine, La Fontaine en Lully als de negen muzen. Het geheel had eigenlijk een bronzen monument moeten opleveren met Lodewijk XIV op het hoogste niveau als Apollo, maar het bleef bij een (uitgebreide) beschrijving.

 

Verkrijgbare bladmuziek, geschikt voor de solo- alt-mezzostem, met (alleen) klavecimbel begeleiding:

In bovenstaand overzicht zijn niet al Élisabeth`s (vocale) werken vermeld. Voor een volledige opsomming zie bijv. p. 76 en 77 van het hoofdstuk over haar in het boek van Porter, of de lijst bij Wikipedia. Op internet/ IMSLP zijn diverse werken van haar te downloaden, o.a. de Cantates Françaises, livre 3.

Zoals eerder aangegeven is de meeste solomuziek in die tijd voor een sopraan geschreven en meestal bestaat de begeleiding ook uit meerdere instrumenten.

De cantate Esther is te koop in een uitgave voor mezzo en piano/klavecimbel (en te leen in de OBA); in de OBA zijn ook (bijna) alle delen van de Cantates Françaises aanwezig.

 

Noten:

(1). In het artikel in The New Grove van 1980 wordt als geboortejaar 1666 of 1667 genoemd. Gezien het feit dat haar doopdatum in 1665 ligt, is dat gegeven van 1666/1667( inmiddels) achterhaald. 1666/1667 zal wel ooit gekozen zijn omdat de Mercure galant in het artikel van juli 1677 haar leeftijd vermeldde als dat ze ‘pas 10 jaar oud was’. Maar zo`n artikel kan een stuk eerder al zijn geschreven. Google vermeldt haar doopdag als geboortedag…

De uitgave van Esther in de Furore editie vermeldt”ca. 1664 als geboortedatum en meldt ook nog dat de verschillende bronnen data geven lopend van 1659 tot 1667.

(2). Hij was van 1679 tot 1726 keurvorst van Beieren en van 1691 tot 1706 landvoogd van de Spaanse Nederlanden.

(3). Nu waren er wel al rollen voor vrouwelijke opera- sopranen in Frankrijk, hoewel er nog steeds volop over gediscussieerd werd of dat wel kon; voor vrouwelijke alten kwamen de mogelijkheden er pas in 1702 dankzij André Campra;  de zelfde situatie gold voor de operakoren.

(4). Aangezien Conrad Misch haar ook nog het Te Deum, dat voor het eerst geklonken zou hebben in 1721, laat componeren om het herstel van Lodewijk XIV van de waterpokken te vieren… twijfel ik ernstig aan de historische juistheid van zijn inleiding!

Bronnen:

Gedrukte:

Cecelia Hopkins Porter, Five Lives in Music, Women Performers, Composers, and Impresarios from the Baroque to the Present (Duchess Sophie-Elisabeth-North German Baroque;

Elisabeth-Claude Jacquet de La Guerre; Josephine Lang – Romanticism in South German Cultural Life; Maria Bach-Vienna from Imperial Splendor to the Second Republic; Ann Schein-An American Concert Pianist in Today`s World, 2012, University of Illinois USA

Edith Borroff`s artikel over Elisabeth-Claude Jacquet de la Guerre, in: The New Grove Dictionary of Music & Musicians, London 1980

Susan Erickson, Elizabeth- Claude Jacquet de la Guerre (1666 of 1667-1729)in:  James R. Briscoe, Historical Anthology of Music by Woman Indiana University Press, 1987

Conrad Misch, Uitgave van Elizabeth- Claude Jacquet de la Guerre: Esther, Première Cantate für eine Singstimme mit Instrumenten; Furore-Edition 556

 

Websites:

Wikipedia: diverse sites

http://www.sheetmusicplus.com/composers/elisabeth-claude-jacquet-de-la-guerre-sheet-music/1817839- voor verkrijgbare bladmuziek

 

                                                                                                    

 

                                                                                                    Laatst bijgewerkt op 18-01-2017

 

 

Terug naar de pagina  Muziek