Cécile Chaminade (1857- 1944)

 

 

Op mijn zoektocht naar een Franse componiste van wie (vocale)bladmuziek beschikbaar is en dan ook nog in een alt/mezzo ligging met pianobegeleiding, kwam ik al snel – via het boek van Veerle Janssens ‘Vrouw aan de piano’- terecht bij Cécile Chaminade: Een vergeten wereldster, vrouw of man? (1).

Het schrijven van Cécile`s biografie waarin iets meer staat dan op Wikipedia was echter niet zo makkelijk. Ik heb hiervoor, naast Internetgegevens, gebruik gemaakt van opmerkingen van Veerle Janssens. Veerle gebruikte bij het schrijven van haar boek Marcia Citron`s ‘Cécile Chaminade- A Bio-Bibliography’.  Veerle geeft aan dat dat boek weliswaar meer dan tweehonderd pagina`s bevat, maar dat er maar twintig over Cécile`s leven gaan. De rest gaat over haar oeuvre, concerten, recensies en opnames. Citron heeft op haar beurt weer gebruik kunnen maken van de (nooit uitgegeven) biografie uit 1948 van de kleindochter van Cécile`s broer, Antoinette Lorel. Deze baseerde zich op Cécile`s dagboek en een plakboek van Cécile`s moeder met krantenknipsels over haar optredens, maar deze persoonlijke documenten zijn helaas, op verzoek van Cécile, na haar dood vernietigd.

Gaarne zou ik zelf ook Citron`s boek willen lezen, maar het boek is niet te leen en in aanschaf nogal prijzig, waardoor ik daarvan heb afgezien.

Veerle gebruikte ook twee boeken om ‘uit te vinden’ hoe het komt dat er zo weinig werk van vrouwen bekend is, namelijk Gender and the Musical Canon, ook van Marcia J. Citron en The Woman Composer van Jill Halstead. Het boek van Halstead kent gelijke problemen qua verkrijgbaarheid als Citron`s boek over Chaminade. Veel van wat door Veerle opgemerkt dan wel geciteerd wordt over bovengenoemde vraag, heb ik reeds beschreven in mijn algemene artikel over vrouwelijke componisten en zal ik dan ook niet opnieuw benoemen.

Veel gegevens over de liederen (Mélodies) van Cécile heb ik ontleend aan het gedegen werk van Robin Smith uit 2012 The Mélodies of Cécile Chaminade: Hidden treasures for vocal performance and pedagogy’.

 

 

1850

1860

1870

1880

1890

1900

1910

1920

1930

1940

 

1857

        1865

         1875

          1887

  1892

1901-07/ 1908

11/   13 /14-18

  1924

       1938

1944

 

 

 

Bizet!

 

1ste

con-cert

 

dood

vader

 

Eng.

 

hu-

we-

lijk

VS

dood

moe-

der

 

W

O

I

 

 

 

Voet-

ampu

tatie

WO II

 

eerste composities van allerlei soort

(ook opera)

financiële problemen:

solo (p+l) composities en veel tournees

 

geldproblemen groter: tournee VS profijtelijk!

 

steeds slechtere gezondheid: nauwelijks nog composities

 

 

Cécile Louise Stéphanie Chaminade werd op 8 augustus 1857 geboren in Batignolles, vlakbij Montmartre in Parijs. Veerle Janssens geeft aan dat bijna alle biografische documenten uit die tijd haar echter –onterecht- geboren laten worden op 8 augustus 1861 (2). Ze was de derde van zes kinderen, waarvan er twee op jonge leeftijd stierven.

Haar vader, Pierre Hippolyte, was een –redelijk vermogende-  manager van het Parijse kantoor van een Londense verzekeringsfirma en hij speelde viool. Haar moeder, Marie Stéphanie Courtin, een pianiste en zangeres, gaf Cécile haar eerste pianolessen. Al vrij snel verhuisde het gezin naar (hun nieuwe tweede huis in) Le Vésinet, een dorp ten westen van Parijs, waar George Bizet hun buurman was.

Cécile componeerde al heel jong onder andere voor de plaatselijke katholieke kerk en op achtjarige leeftijd speelde ze wat van die muziek voor aan Georges Bizet, die onder de indruk was van haar talent en vond dat ze maar naar het conservatorium moest. Haar vader was hier zeer op tegen: ‘Zoiets paste niet voor een meisje van haar stand!’ Cécile zou eind jaren 1860 ook voor Franz Liszt gespeeld hebben (3). Een andere bron (4) meldt echter dat dat niet zeker is.

 

Pierre H. Ch met zijn zoon Henri in Vesinet 8169

georges bizet

Godard

Emmanuel Chabrier

ambroise thomas

photographiée par H.S. Mendelssohn à Londres en 1890

Moritz Moszkowski

l `anneau d`argent

Rosemonde gerard

1869: Pierre Hippolyte

met zoon Henri te Vësinet

Georges Bizet

 

Benjamin Godard

Emmanuel Chabrier

Ambroise Thomas

Cécile in 1890

Moritz Moszkowski

Cécile`s zwager, pianist en componist

 

L`Anneau

d`Argent:

1891

Rosemonde

Gërard

 

Ze studeerde eerst compositie bij Benjamin Godard. Later had ze (privé)les van Félix Le Couppey, Marie Gabriel Augustin Savard en Martin-Pierre Marsick. Ook Camille Saint-Saëns en Emmanuel Chabrier moedigden haar aan om door te zetten.

In 1870 vluchtte de familie Chaminade  naar Angoulè om te ontsnappen aan de Frans- Duitse oorlog (1870-71) en pas na afloop ervan keerde men terug naar Parijs.

 

Cécile gaf haar eerste concert in toen ze 18 jaar was en op 20 jarige leeftijd debuteerde ze als pianiste in de Salle Pleyel te Parijs en werd haar Étude, opus 1, gepubliceerd. Een jaar later speelde ze een concert met alleen maar werken van eigen hand: pianomuziek en enige liederen. Haar volgende succes was de uitvoering in 1880 van haar eerste pianotrio, opus 11, in de Salle Érard. In 1882 schreef ze de opera La Sévillane (de vrouw uit Sevilla), maar ondanks zeer gunstige kritieken van de vele genodigden, waaronder conservatoriumdirecteur Ambroise Thomas, kwam het nooit tot een volledige uitvoering ervan. Thomas verklaarde over haar: ‘Dit is geen vrouw die componeert, maar een componist die vrouw is’.

In 1886 verschenen, onder andere, haar (zeer romantische) Études de concerts, opus 35, waarvan Automne internationaal het meest gespeeld zou worden. In 1888 ging haar ballet Callirhoë Suite, opus 37 succesvol in première te Marseille, gevolgd door tweehonderd voorstellingen, maar geen daarvan in Parijs. In hetzelfde jaar volgde te Antwerpen de première van haar Concertstück voor piano en orkest, opus 40, in een concert samen met de ‘symphonie dramatique’ met koor, Les Amazones.

Dat het Concertstück een Duitse titel heeft in plaats van een Franse, had -volgens Veerle- mogelijk te maken met de invloed van de Duitse componist en pianist Moritz Moszkowski, die haar zwager was geworden. Door zijn huwelijk met haar jongste zus Henriette raakte de familie enorm verdeeld (5). Nog ingrijpender voor Cécile was het plotselinge overlijden van haar vader in 1887 waardoor financiële problemen ontstonden en het huis in Parijs verkocht moest worden om de woning in Le Vésinet te kunnen behouden. Ze ging zich daarna meer toeleggen op het componeren van piano solo stukken en liederen en op optredens om geld te verdienen voor zichzelf en haar moeder, die in 1912 overleed (6a).

 

Cécile maakte concerttournees –waarbij ze vaak uit haar hoofd speelde-  in België en ze trok via Berlijn en Wenen tot in de Balkan, Griekenland en Turkije en in 1892 debuteerde ze in Engeland, waar haar werk erg populair zou worden (6b). Ze werd er –ondanks dat ze geen Engels sprak- de favoriet van koningin Victoria, die haar uitnodigde op Windsor Castle. Aan diens jongste dochter, prinses Beatrice, droeg ze in 1899 haar lied Reste op. Op Victoria`s begrafenis in 1901 werd Céciles`s Prélude voor orgel, opus 78, gespeeld.

Cécile trouwde in 1901 onverwachts met de twintig jaar oudere muziekuitgever Louis- Mathieu Carbonel uit Marseille. Zij had hem voor het eerst ontmoet in 1899 toen haar moeder hem vroeg Cécile te vergezellen op een tournee, in plaats van haar. Omdat hij al op leeftijd was, wilde Cécile een platonische relatie met hem: zij bleef in Parijs en hij in Marseille. In 1903 liep Louis- Mathieu een longziekte op waaraan hij (vermoedelijk) stierf in 1907. Tussen 1903 en zijn overlijden heeft Cécile slechts drie liederen gecomponeerd, wellicht omdat ze in die tijd voor haar zieke man heeft gezorgd, wat zij niet ontkende. Ze hertrouwde niet meer. Uit financiële noodzaak componeerde ze vanaf dat moment bijna alleen nog maar liederen en karakterstukken voor piano, waarvan er veel opgenomen werden op pianorol voor de dan populaire pianola`s.

 

Al zeker vanaf 1892 waren haar liederen in de Verenigde Staten zeer bekend, want G. Schirmer heeft in 1892 al alle rechten. Aan het bezoeken van het land, waar men steeds om vroeg, kwam ze echter niet toe, met als motivatie o.a. de slechte gezondheid van haar moeder. In 1908 bezocht Cécile het land eindelijk, samen met de mezzosopraan Yvonne de St. André die ook haar tolk was, en de bariton Ernest Groom. Ze gaven er gedurende acht weken in twaalf steden concerten en Cécile speelde er haar Concertstück -sinds 1896 al bekend in Chicago- met het Philadelphia Orchestra. Haar composities waren uitermate populair bij het Amerikaanse publiek en veel (vooral vrouwelijke) amateur- muzikanten stichtten er ‘Chaminade Clubs’ (7a). In 1904 –dus nog vóór haar tournee naar de VS- schatte Cécile het aantal hiervan op tweehonderd. Ook nu nog bestaan er in een aantal landen van dit soort clubs(7b).

 

Hoewel Cécile in Frankrijk weliswaar meer succes had in de provincie dan in de Parijse muziekwereld, kreeg ze toch in 1913, als eerste vrouwelijke componist, het lidmaatschap van het Légion d`Honneur (8a). Tijdens WOI trok ze zich terug in het huis van haar overleden echtgenoot in de kustplaats Tamaris (bij Toulon) en verleende hulp aan soldaten in het herstellingsoord in Les Sablettes. In 1924 ging ze voor het laatst naar Engeland. Ondertussen verslechterde haar gezondheid: ze leed aan ontkalking van haar linkervoet, een gevolg van haar streng vegetarische (maar waarschijnlijk eerder veganistische) dieet, en toen ze bijna tachtig was (1938) moest haar voet geamputeerd worden, maar vervolgens weigerde ze een rolstoel te gebruiken. De nazi`s beroofden haar in WO II van een groot deel van haar inkomsten en uiteindelijk stierf  Cécile vrij eenzaam (8b) op 13 april 1944 in Monte Carlo, alwaar ze aanvankelijk ook werd begraven. Later werd ze overgebracht naar het Cimetière de Passy, waar ook Fauré en Debussy liggen (9). Opvallend is dat ze niet werd begraven in het familiegraf te Croissy terwijl Louis- Mathieu Carbonel daar bijvoorbeeld wel ligt.

 

La Villa Chaminade au Vésinet vers 1900.

download (1)

download

Mme Carbonel-Chaminade (1910)

John McCormack

amy beach

chaminade_pas13

Villa te Vésinet

ca. 1900

Chaminade clubs: vroeger en nu nog steeds

Mme Carbonel-

Chaminade

Tenor John McCormack

Cécile`s Collega Amy Beach

Cécile`s graf op Cimetière

de Passy

 

Cécile schreef een omvangrijk oeuvre: naast haar opéra comique en ballet ca. tweehonderd (karakter)stukken voor piano en honderdvijftig mélodies, die vrijwel allemaal werden uitgegeven, voor een groot deel bij Enoch & Cie te Parijs. Dat haar composities grotendeels in vergetelheid raakten tijdens de tweede helft van de 20e eeuw heeft volgens Robert Hillinck (10) te maken met het feit ‘dat men haar stukken afdeed als ‘salon muziek’, sentimenteel en oppervlakkig en vooral geschikt om thuis te spelen als ‘light entertainment of women’. Haar muziekstukken werden als minderwaardig beschouwd vanwege hun ‘vrouwelijkheid’. Haar Concertstück werd daarentegen als ‘te mannelijk’ betiteld! Zelfs de New Grove Dictionary of Music schreef nog in 1980 dat ‘notwithstanding the real charm and clever writing of many of Chaminade’s pieces, they do not rise above drawing room music’. Vanaf eind twintigste eeuw is er weliswaar meer belangstelling gekomen voor de muziek van vrouwelijke componisten in het algemeen, maar veel werk van Cécile Chaminade wacht nog op herontdekking, zeker in Nederland. Ik heb het idee dat men in de Verenigde Staten een stuk verder is wat dat betreft en ik hoop door dit artikel enigszins bij te dragen aan de bekendheid van haar liederen in ons land.

 

Cécile componeerde bij voorkeur voor ‘de middenstem’, maar heel vaak verschenen vrij direct ‘hoge’ en ‘lage’ versies van haar liederen en omdat ze wist dat haar muziek vaak gekocht zou worden door vrouwen thuis, componeerde ze haar liederen in verschillende moeilijkheidsgraad en ze gaf daarnaast ook aanwijzingen hoe ze uit te voeren (11). Maar ook mannen zongen haar liederen graag: Volgens veel bronnen zou de beroemde Ierse tenor John McCormack  l`Anneau d`Argent (The Silver Ring)-een van haar aller-beroemdste liederen- op elk concert sinds 1925 gezongen hebben!

 

Voor een overzicht van al Cécile`s werken, volg deze link. Voor een alfabetisch overzicht van haar ‘melodies’ deze link. Anne Sofie von Otter heeft in 2001 een aantal liederen opgenomen met Bengt Forsberg aan de piano: Mots d'amour.

 

Via ISMLP is heel veel bladmuziek van haar te vinden (12). Een deel van het werk van Cécile heeft een opus/nummer, een ander deel niet. Marcia Citron heeft aan alle werken een eigen catalogus nummer toegekend: Citron Catalog Number: W..

Cécile schreef ook een aantal duetten, o.a. voor de combinatie SA en zelfs AA en koorwerken voor SA koor met S en A solo`s.

Onder het ‘solo- schema’ volgt een overzicht daarvan en wellicht worden de duetten binnenkort ook verkend.

Ik ga aankomende maanden echter in ieder geval een aantal sololiederen van haar verkennen en zal vervolgens mijn bevindingen hieronder weergeven.

Opus/ W-nr.

Jaar uitgave /uitgever

Titel compositie

Op tekst van

Opmerkingen

Mijn mening

W265

1886 / Enoch  (1892 Schirmer USA!)

Ritournelle

François Coppée (1842-1908)

Dit Ritournelle wordt onterecht ook Opus 83 genoemd (13); niveau 1 *(15)

mooi

W284

1891 / Enoch  (1893 Schirmer)

L`Anneau d`Argent

Rosemonde Gérard (1871-1953) (14)

Enoch: ‘autobiografisch/ onvervulde huwelijksdroom C.; niveau 2* (15)

mooi

W290

1892/ Enoch  (1894 Schirmer)

Viens, mon bien-aimé!

Armand Lafrique (1858- 1911)

À Madame Watto (?); niveau 1* (15)

 

W293

1893/ Enoch

Ma première lettre

Rosemonde Gérard

À Mademoiselle Landi (sopraan);

niveau 2-3; geeft goede variatie in recital (15)

 

W298

? 1878/ Henri Tellier (1890? Schirmer) 1894 ? (zie 15)

Rosemonde

Marc Constantin (1810-1888)

Niveau 2 (15)

 

W302

1892 (of eerder) bij ?; 1892 Schirmer

1894 / Henri Tellier

Mignonne

Pierre de Ronsard (1524- 1585):

Ode à Cassandre

Wanneer precies in Fr. gedrukt is

onduidelijk. Schirmer heeft in 1892 al de rechten in de VS; niveau 1 (zie 11 en 15)

mooi

W331

1898/ Enoch

Mots d`amour

Charles Fuster (1866-1929)

À Monsieur Paul Pecquery (bariton); niveau 2 (15)

 

W357

1901/ Enoch

Alleluia

Paul Mariéton (1862- 1911)

À Mademoiselle Marcella Pregi

(Zwitserse sopraan; pseudoniem van Bertha Corrodi);  niveau 1 en zeer geschikt

als slotlied voor een Chaminade recital (15)

 

 

Op.64

1893

Martha et Marie

S- A

Niveau 2 (Robin Smith)

Smith vermeldt de uitgaven van de duetten

Op.65

1892

Nocturne Pyrénéen

M/A - A

Niveau 2

 

Op.71

1892

Duo d`étoiles

S- M/A

Niveau 2

 

Koorwerken voor SA koor:

 

Op.44

1890

Les feux de Sainte Jean

SA

 

 

Op.45

1890

Sous l`aile blanche des voiles

SA

 

 

Op.46

1890

Pardon Breton

SSA

 

 

Op.47

1890

Noce hungroise

SA

 

 

Op.48

1890

Noél des marins

SA

 

 

Op.49

1890

Les filles d`Arles

SA

 

 

Op.99

1903

Poèmes Évangéliques

SA

 

 

Op.133

1909

Ronde du crépuscule

SA

 

 

Op.159

1920

Les elfes des bois

SA

 

 

Op.167

1927

Messe pour deux voix égales

 

 

Via IMSLP

 

Aan deze tekst is het laatst gewerkt op 6 september 2018

Noten:

(1). Zie bronnenlijst

(2).1861, zie:  https://archive.org/stream/lesfemmescomposi00ebel#page/38/mode/2up.  Veerle Janssens p. 181. Zij vermeldt dat Marcia Citron in haar biografie oppert dat Cécile haar ware leeftijd misschien verborgen wilde houden

(3). Janssens p. 181 : Ze speelt voor Liszt die oordeelt dat haar stijl op die van Chopin lijkt.

(4). Zie: https://www.encyclopedia.com/people/literature-and-arts/music-history-composers-and-performers-biographies/cecile-chaminade

(5.) V.J. p. 184: het huwelijk van Cécile`s jongste zus met deze Duitse jood zorgt er o.a. voor dat vader Hippolyte met zijn dochter breekt, vanwege de niet verwerkte nederlaag in de Frans- Duitse oorlog (1870-71).

(6a). Volgens http://histoire-vesinet.org/chaminade-conde.htm :  ‘En 1910 la mort de sa mère, qui lui avait souvent tenu compagnie dans ses tournées, la laisse désespérée’;

https://www.geni.com/people/Marie-St%C3%A9phanie-Courtin/6000000020118946344  geeft 1911 . Het CD boekje, Veerle Janssen en https://open.library.ubc.ca/media/stream/pdf/831/1.0090908/3 geven 1912. Ik houd het voorlopig op 1912 maar ga nog wel verder speuren.

(6b).zie https://open.library.ubc.ca/media/stream/pdf/831/1.0090908/3 (p.6,7): Hierbij speelden vermoedelijk verschillende zaken een rol: De korte afstand Londen-Parijs, de verkrijgbaarheid (gedrukt) van haar liederen met Engelse tekst, geen ‘dominante’ Engelse componist op dat moment waardoor Cécile makkelijker toegang had en wellicht zagen de Engelsen haar als een noviteit: een succesvolle vrouwelijke componist

(7a). Volgens V.J.. Zij noemt een aantal Clubs van 100 tot 200 en https://www.encyclopedia.com/people/literature-and-arts/music-history-composers-and-performers-biographies/cecile-chaminade meldt: ‘These pieces also found a strong audience in the United States, where Chaminade Clubs—named for Chaminade but devoted to musical events of various kinds—began to spring up around 1900. By 1904 Chaminade estimated that there were 200 separate chapters. The clubs were mostly composed of female musical amateurs. Club members in Brooklyn, New York, made an anagram out of Chaminade's name (quoted in Marcia J. Citron's Cécile Chaminade: A Bio-Bibliography) to describe their aims: "C—Concentrated & Concerted Effort; H—Harmony of Spirit & Work; A—Artistic Ideals; M—Musical Merit Maintained; I—Inspiration; N—Notes (every kind except Promissory); A—Ardor & Aspiration; D—Devotion to Duty; E—Earnest Endeavor." New clubs were established at least through the 1930s’.

(7b). Zie: https://www.chaminademusicclub.org/home.html en https://www.chaminade.org/ms/studentactivities/clubsandorganizations

(8a). ‘Due to the public’s acceptance and the appeal of her compositions, Chaminade’s fame increased and she received many awards and honors for her contributions to the music world. In 1892 she was appointed an Officer of Public Instruction and in 1913 she received the highest civilian award in France, the Chevalière de la Légion d'Honneur, making her the first woman composer to receive such an award. Other honors received included the Order of St. John the Lateran from the Pope,26 the Laurel Wreath from the Athens Conservatory in Greece, and the Order of Chefekat from the Sultan of Turkey.27’ zie:  https://scholarworks.iu.edu/dspace/bitstream/handle/2022/14331/Smith_Robin_2012.pdf;jsessionid=2A9E53ABC5F16420DEE194C206CAFB7E?sequence=1 p.9

(8b). V.J. p. 187: ze klaagde hierover tegenover haar collega- componiste Amy Beach

(9). Zie http://www.histoire-vesinet.org/chaminade-famille.htm: Cécile ligt niet begraven in het familiegraf te Croissy, maar op het kerkhof van Passy te Parijs.

(10). http://www.listenmusicculture.com/mastery/cecile-chaminade: THE RISE AND FALL OF CÉCILE CHAMINADE: A HOPELESS ROMANTIC IN A TIME OF PROGRESS By Robert Hillinck: Chaminade found herself written off by the critical establishment as a composer of “salon music.” Critics used this term disparagingly in the twentieth century to suggest a piece was artistically derivative, marked by gushing sentimentality and empty virtuosic flourishes that were best consumed at home for the light entertainment of women. These musical attributes became coded as “feminine” in a system of sexual aesthetics that pervaded music criticism during Chaminade’s lifetime. While her character pieces were denounced as salon music, dismissed for their “femininity,” her concert works faced criticism for being fraudulently “masculine,” as in this 1889 review of her Concertstück: “A work that is strong and virile, too virile perhaps, and. . . I almost regretted not having found further those qualities of grace and gentleness that reside in the nature of women.” The following, which ran in the New York Evening Post, moves from sexual aesthetics to blatant sexism in its review of one of Chaminade’s 1908 Carnegie Hall performances: “[Chaminade’s music] has a certain feminine daintiness and grace, but it is amazingly superficial and wanting in variety. . . .  But on the whole this concert confirmed the conviction held by many that while women may some day vote, they will never learn to compose anything worth while. All of them seem superficial when they write music. . . .”

This kind of criticism was not strictly reserved for female composers. Chopin wrote scores of short works for piano, many of which are sentimental or strewn with his signature decorative flourishes. However, late nineteenth-century music critics took great pains to rehabilitate Chopin’s music, stressing that this was only one facet of his compositional genius by pointing to the rest of his oeuvre, and suggesting that his more sentimental music be played with more manly vigor. Even Arthur Rubinstein congratulated himself for disassociating Chopin from salon music.

(11). ‘Her sample graded list of a few mélodies appears in The Ladies’ Home Journal37 thus, making them the perfect pedagogical tool for vocal instructors’ (https://scholarworks.iu.edu/dspace/bitstream/handle/2022/14331/Smith_Robin_2012.pdf;jsessionid=2A9E53ABC5F16420DEE194C206CAFB7E?sequence=1 p.13) en idem p.17: ‘A unique feature about Chaminade is that actual interviews, with specific advice for singers and accompanists, on how to sing and perform her music have been published. Two articles, “How to Sing and Play My Compositions” 54 and “How to Play My Compositions,”55 both from The Ladies Home Journal, are very helpful for understanding how to perform her compositions. The latter is a condensed version of the first and since the articles are accessible, only a few highlights will be given in order to understand how to perform these mélodies with sincerity and authenticity. Most of the advice is for singers and Chaminade gives three directives for learning her pieces. First, she recommends that the singer read and understand the meaning of the poem because as a composer she chooses texts that make solid impressions or invoke sentiment. She is opposed to English translations of her songs because she carefully considers the expression of each word and prefers the original language, even if the pronunciation is not of good quality. After comprehending the text, she suggests playing through the melody line to become more familiar with it. Lastly, she suggests playing through the accompaniment and advocates that singers should study the piano in order to be more independent of their accompanist and become better musicians’

(12). In de OBA bevinden zich ook enige partituren  en verder is via Classical Vocal Reprint van alles te bestellen: Mélodies, Vol. 1 (med. Voice): Ritournelle, Madrigal, Les Rêves, L'Ideal, Voisinage, La Fiancée du Soldat, Plaintes D;Amour, Rêve D'Un soir, Tu Me Dirais, Chanson Slave, Auprès de Ma mie, Nice-la-Belle, Fleur Jetée, Amour D'Automne, Souhait, Colette, L'Absent, L'Anneau D'Argent, Amoroso, Sur la Plage; Voice, Pno. Classical Vocal Reprints C011 E1

Mélodies, Vol. 2 (med. Voice): Noël des Oiseaux, Si J'Etais Jardinier, Viatique, L'Amour Captif, Ma Première Lettre, Colette, Le Ciel Est Bleu, Ressemblance, Chanson Espagnole, Sans Amour, A L'Inconnue, Les Deux Coeurs, Malgré Nous, Toi!, Espoir, Mandoline, Berceuse, Ronde D'Amour, Viens Mon Bien-Aimé, Partout; Voice, Pno. Classical Vocal Reprints C012 E2

Mélodies, Vol. 3 (med. Voice): Amertume, Au Pays Bleu, Avril S'Eveille, Bleus, Chanson Triste, Couplets Bachiques, Espoir, Fleur du Matin, Immortalité, Jadis, Mon Coeur Chante, Mots D'Amour, Nuit D'Eté, Nuit Etoilée, Les Présents, Le Rendez-Vous, Reste!, Rêves Défunts, Serenata, Veux-Tu?; Voice, Pno. Classical Vocal Reprints C013 E3

Six Mélodies (2 vols: high Voice; med. Voice): Villanelle; Viens, mon bien-aimée; Sérénade Sévillane; Aubade; La Fiancée du soldat; L'été; Voice, Pno. Recital Publications

Selection of Songs (arr. Geehl): Les Fiancés, Madrigal, Chanson Espagnole, The Silver Ring, Ritournelle, Roundel; Voice, Orch (Pno/Voice sc). Kalmus A5501-40

(13). O.a. op de Wikipedia site. Opus 83 is echter de bewerking voor piano solo van Ritournelle uit 1896. Het lied is al in 1886 gepubliceerd bij Enoch en in 1892 heeft Schirmer al de rechten in de VS.

(14). Louise-Rose Gérard schreef Les Pipeaux in 1889. L`anneau d`argent is no. 28 van subdeel 3 daarvan: ‘l`éternelle chanson’.  Ze schreef ook Tu me dirais, Ma première lettre en Malgré nous (alle drie op ISMLP) en Vieux portrait

(15). Indien lied hieronder niet apart wordt geciteerd, zie: https://scholarworks.iu.edu/dspace/bitstream/handle/2022/14331/Smith_Robin_2012.pdf;jsessionid=2A9E53ABC5F16420DEE194C206CAFB7E?sequence=1 (=ook noot 11): ‘Alleluia, a short, through-composed piece, is like a hymn to spring that awakens love and illustrates all of the wonderful happenings in nature. The poet is refreshed and love is revived with the elements in nature that suggest spring. The song combines both short and long phrases that may be challenging for a young/beginning singer as phrases don’t always allow much time for renewal breaths before beginning a new phrase. It has been assigned to level one because the range and tessitura are easily accessible and can be sung comfortably by all voice types in their specific key. The melodic phrases are constructed in the form of an arch with ascending and descending notes that add to the anticipation and excitement of the season. The vocal line contains no interval beyond a fifth and receives support from the accompaniment in many areas. The piece, set at a moderate tempo, allows the student to master the French text without major difficulty. Another interesting feature is that it allows students to be expressive. It starts softly with contrasts of loud and soft in each section until building to a climax at the end, extolling the wonderful season of spring and the celebration of love. The accompaniment also adds some text painting after the words, je vous aime, enfant, aimez-moi, I love you child, do you love me; with playful, dance-like sixteenth notes that represent spring. The song climaxes at the end with a triple fortissimo in both the voice and piano extolling the return of spring and feelings of happiness. This selection would make a great closing piece for a Chaminade set on a recital and can easily be performed by all voice types’.

Ma première lettre: This mélodie is a striking contrast to the others because of its unique characteristics. The musical form is ABA and the A sections are recitative-like. This is a great way to introduce students to sing in recitative style in the French language. Ma première lettre is about the poet’s recollection of the first letter she wrote. Chaminade’s choice to set the A section in recitative style shows her brilliance and sensitivity to the text. The recitative style mimics the poet reading over the letter. Unfortunately, the poet doesn’t remember writing this letter and fears that she will also forget writing her first love letter. Although this piece is set simplistically, it is filled with sentimentality. Diction and expressivity are the most challenging elements of the piece and give students a chance to sing the text as if they were reading it. Chaminade also pays careful attention to dynamic markings when speaking about the little letter. She changes modes from a minor to A Major to signify the sweetness of the treasured letter. This piece offers variety within a set for a recital program because of its sharp contrast with other Chaminade mélodies’.

‘The text of Mots d’amour is about the poet’s use of words to his lover. Section A speaks of words having tears and their sadness gives them charm. The B section, which moves forward with a faster tempo, is about the poet using wild words filled with passion and fervor which can burn both heart and lips. The return of the A section returns to the slower tempo and speaks of the only words women want to hear: those that come from the soul. The musical form is ABA’ where the B section has shorter rhythmic values to illustrate the intensity of the passionate words the poet speaks to his lover. The composition of the A section is constructed somewhat delicately in both the accompaniment and vocal line. In the introduction, the accompaniment is delicate and shows conservation of notes which may symbolize the delicacy, impression and power that words possess. The accompaniment often doubles the voice and even imitates the melodic line in interludes. At times, especially at the end, the piece is reminiscent of Baroque harmonies and styles. Pedagogcially, this piece is not challenging but offers the student a chance to improve their French diction and expressivity skills. The melodic line, while simple, is interesting and paired with an accompaniment that is a delightful contrast to slower French mélodies’

Ritournelle: This is a good beginning song for an undergraduate baritone without a high tessitura. The melodic line stays mainly in the middle register with three occurrences of Eb , F and Gb near the end. The form is ABA’. There are no long sustained high notes or complicated rhythms. The vocalist receives some support from the accompaniment. The phrases are not long and give students an opportunity to work on refining their legato technique. The phrases are memorable and the melodic line is mostly stepwise motion. A transcription for piano also exists and was published by Enoch in 1896.

Rosemonde: This particular mélodie, with an ABA musical form, has a memorable tune that is quite simplistic in its construction to match the text. The text is about a girl waiting for her love and wondering why he has been delayed. She has obviously waited all day because the poet speaks of a sleeping village at night. The girl fears that her lover has been unfaithful to her and wonders if love might be better in heaven. The melodic line is mostly stepwise but contains some leaps of a sixth and an octave for emotional affect. The first significant leap occurs at the start in the third measure of the vocal line with the word quand, when, with an interval of an ascending sixth to demonstrate the girl’s longing for her lover to arrive. Other examples of text painting occur on the words pitié, pity (descending intervals), Dieu, God (ascending line), daignez, condescend (descending line), and the phrase, m’est-il infidel, is he unfaithful (ascending leap of a sixth). The accompaniment is chordal throughout providing a supporting role while the vocal line is sung independently above it. There are some long phrases that will require work with breath management and sostenuto techniques. The piece is quite charming with an ascending octave leap at the end. This is a great song to give young mezzos and bassbaritones because it does not tax them in their upper register allowing them to sing comfortably in their middle and lower registers.

N.B. Het is mij onduidelijk wanneer het lied waar voor het eerst is uitgegeven: Citron dateert het veel vroeger dan Robin Smith

Bronnen:

Geschreven literatuur:

Veerle Janssens, Vrouw aan de piano, Antwerpen, 2018

CD boekje bij Mélodies, CD van Anne Sofie von Otter met Bengt Forsberg, met o.a. liederen van Cécile Chaminade

The New Grove, London, 1980

 

Websites:

https://nl.wikipedia.org/wiki/C%C3%A9cile_Chaminade

https://archive.org/stream/lesfemmescomposi00ebel#page/40/mode/2up

http://www.listenmusicculture.com/mastery/cecile-chaminade

https://www.encyclopedia.com/people/literature-and-arts/music-history-composers-and-performers-biographies/cecile-chaminade

https://web.archive.org/web/20041205094623/http://www.home.earthlink.net:80/~cecilechaminade/bibliography.htm

https://web.archive.org/web/20041011152504/http://cecilechaminade.com:80/artiste.htm

http://www2.culture.gouv.fr/public/mistral/leonore_fr?ACTION=CHERCHER&FIELD_1=COTE&VALUE_1=19800035%2F136%2F17159

https://scholarworks.iu.edu/dspace/bitstream/handle/2022/14331/Smith_Robin_2012.pdf;jsessionid=2A9E53ABC5F16420DEE194C206CAFB7E?sequence=1: THE MÉLODIES OF CÉCILE CHAMINADE: HIDDEN TREASURES FOR VOCAL PERFORMANCE AND PEDAGOGY BY ROBIN SMITH (met uitstekende bronnenlijst) https://open.library.ubc.ca/media/stream/pdf/831/1.0090908/3

 

Terug naar de pagina Muziek