ANTONIA BEMBO (ca. 1640- ca. 1720)

 

Zoals blijkt uit het voorwoord van het boek van Claire Fontijn, Desperate Measures, The Life and Music of Antonia Padoani Bembo, is haar zoektocht naar leven en werken van Antonia Bembo  een langdurige en ingewikkelde geschiedenis geweest. De enige bron tot dan toe over haar was het door Fontijn geciteerde artikel van Yvonne Rokseth (1).

 

Antonia`s jaartallen in internationaal perspectief:

 

 

1600

1650

1667

1700

1750

A.Bembo

 

Ca.1640                                     naar Parijs                       1715/ 1720

 

 

Mantua:

Vinc.I

Franc.IV/Ferd.I/Vinc II/  Carlo II Gonzaga

          Ferdinando Carlo

 

 

Frankrijk:

H.IV

Lodewijk XIII

Anna van Oostenrijk 1643 -1661/ Lodewijk XIV 1638-1715                                          

                      

 

M.de  Savoie

 haar zoon: Lodewijk XV

 

Engeland:

Jacobus I

Karel/ Charles I

Cromwell

       Charles II

J.II

W/M

Anna

George I van Hannover/ George II

 

 

Net als dat van haar tijdgenoten Barbara Strozzi in Venetië en Élisabeth- Claude Jacquet de La Guerre in Parijs, is Antonia`s leven lang ‘onderbelicht’ gebleven, maar haar verhaal is nog veel duisterder dan dat van hen. Antonia had geen ‘familieconnectie’ met muziek in tegenstelling tot Strozzi (die een belangrijke plaats innam in het muzikale leven van haar vader) en La Guerre (die uit een muzikale familie kwam en koninklijke én publieke steun kreeg voor haar werk).

Claire Fontijn moest haar verhaal bijeenschrapen uit archiefstukken in Venetië en al Antonia`s composities moesten bestudeerd worden uit manuscripten in plaats van uit gedrukte uitgaven. Er zijn (dus) ook geen afbeeldingen van haar te vinden. De portretten die op internet staan bij de zoekopdracht van haar naam suggereren dat het afbeeldingen van Bembo zijn; echter bij enig doorzoeken blijkt het om afbeeldingen te gaan van Élisabeth- Sophie Chéron (waarover later).

Voor een goed begrip van Antonia`s positie in het tijdperk van Lodewijk XIV wordt aangeraden te voren wat meer hierover te lezen.

Het recent uitgekomen boekwerk van Luc Panhuysen over stadhouder koning Willem III en zijn verhouding tot Lodewijk XIV geeft een geweldig inzicht in deze hele periode.

Zoals in Panhuysen`s boek én in het eerder genoemde verhaal van Élisabeth- Claude Jacquet de La Guerre wordt aangegeven, is het erg belangrijk te kijken naar de invloed van (o.a.) Madame de Montespan en Madame de Maintenon op zijn handelen.

 

https://lh3.googleusercontent.com/fY0JmL6jq1vBF5clKf5zL0UrzwfnAZDIyucCZodzZJc0Ory97Gw63coxs1lA4O59PV3A=s85

download

download

Afbeeldingsresultaat voor pietro francesco cavalli

download

download

download (1)

download

(Zelf)portret van E.S. Chéron en niet van A. Bembo

Carlo II Gonzaga

Hertog van Mantua

Francesco Corbetta

(1615- 1681)

Francesco Cavalli (vermoedelijk)

1602-1676

Antonia`s trouwkerk: Chiesa del Santissimo Redentore

Anna van Oostenrijk

(1601-66), vrouw  van Lod XIII en moeder Lod. XIV

Henrietta Anne van Engeland (1644- 1670), gehuwd met Filips van Orléans, broer van Lod.XIV

Kardinaal Mazarin

(zie ook noot 6)

 

I.Biografie:

Antonia werd geboren als enige dochter van Giacomo Padoani (1603- 1666) en zijn vrouw Diana Paresco (1609- 1676). Giacomo, afkomstig uit Vicenza, was geneesheer en had de status van Venetiaans cittadino (burger) verkregen. Daarnaast was hij een goed redenaar.

Het is niet geheel duidelijk waar en wanneer Antonia werd geboren, maar Fontijn gaat uit van ca. 1640 en in Venetië. Blijkbaar had Antonia een nogal lastig karakter want ze weigerde vaak haar moeder te gehoorzamen. De familie woonde vanaf 1653 in het van Zan Francesco Balbi gehuurde huis in Dorsoduro in de parochie (Salizada) San Pantalon.

Spoedig na de verhuizing naar San Pantalon, nodigde Carlo II Gonzaga, Hertog van Mantua, Giacomo uit naar zijn hof te komen om daar als arts te werken. De briefwisseling hierover vermeldt naast berichten over de musici  Francesco Corbetta (gitarist en componist) en Francesco Cavalli, bijna altijd iets over Antonia, die al een paar jaar bij Cavalli zang studeerde. Corbetta was in1652 ook in Venetië geweest en wellicht heeft deze Carlo II verteld over Antonia`s (zang)kunnen. Het is onduidelijk wat er allemaal precies is gebeurd in deze periode, maar Giacomo`s benoeming aan het Gonzaga hof is in ieder geval niet doorgegaan.

 

In 1658 ontmoette Antonia de Venetiaan  Lorenzo Bembo (1637- 1703), die weliswaar van adel was maar wiens rijkdom grotendeels was weggesmolten. Antonia trouwde in 1659 met hem in de Chiesa del Santissimo Redentore op het eiland Giudecca en bracht een bruidsschat in met een waarde van 3000 gouden ducaten in goederen, geld en een verblijf van twee jaar in het familiehuis van de Padoani`s. Lorenzo bracht ook 3000 ducaten in (grotendeels bestaand uit een erfenis van zijn tante Orseta: een huis in Nanto en landerijen). Om een lang verhaal kort te houden: Lorenzo kreeg hierna aanvankelijk een baantje (op grond van zijn adellijke titel) als gerechtsdienaar, maar raakte in hevige geldnood omdat hij zelf weinig bezat en de erfenis van tante Orseta werd aangevochten.

Het kersverse echtpaar werd vervolgens na ruim een half jaar uit het familiehuis gezet vanwege het blijkbaar onuitstaanbare gedrag van Lorenzo (en dat van Antonia, die de kant van Lorenzo koos). Rond oktober 1663 werd hun eerste dochter, Diana, geboren, hun eerste zoon, Andrea Giacomo, te Padua in februari 1665 en hun laatste kind, Giacomo, ook te Padua in november 1666. Inmiddels was Antonia`s vader overleden, ook te Padua. Kort na de geboorte van zijn derde kind trad Lorenzo in dienst van de Venetiaanse Republiek om te vechten in de Oorlog van Candia (Kreta) (1631- 1669), waar hij een versplinterd been opliep. Ondertussen moest Antonia geld opnemen uit het Nanto bezit om zichzelf en haar kinderen te onderhouden. Uiteindelijk versloegen de Turken de Venetianen en keerde Lorenzo terug naar Venetië. Spoedig daarna kreeg hij weer wat baantjes waardoor hij wederom afwezig was en Antonia het weer financieel erg moeilijk had. In de herfst van 1672 daagde ze hem daarom voor het gerecht om een scheiding te verkrijgen. Maar Lorenzo ontkende alles, verhuurde snel zijn deel van het Bembo huis voor een periode van vijf jaar en zocht zijn toevlucht bij zijn stiefmoeder en halfbroers (2). Antonia kreeg haar scheiding niet.

 

Ergens in de winter van 1676-1677 ontsnapte Antonia uit Venetië, vermoedelijk met behulp van de reeds eerder genoemde Francesco Corbetta. Haar zonen bleven bij hun vader, maar haar dochter bracht ze onder in het San Bernardo klooster te Murano, waar ze ook een gedeelte van de erfenis van haar eigen moeder, waaronder juwelen, deponeerde. Antonia ging naar Parijs en woonde aanvankelijk in de buurt van ‘Notre Dame de Bonne Nouvelle te midden van andere Italiaanse emigranten.

Corbetta`s (Franse) netwerk bestond onder andere uit ‘Madame Henrietta’, Hertogin van Orleans (1644- 1670), de zus van de Engelse koning Charles II (3) en Marc`Antonio Romagnesi, (toneel)schrijver en zoon van Brigida Fedeli (4). Marc`Antonio - ook uit Mantua afkomstig-, was net als zijn moeder verbonden aan de Parijse commedia dell`arte en hij hielp wellicht bij het onderdak verschaffen aan Antonia toen ze net in Parijs was.

 

unnamed

images

http://www.theatre-architecture.eu/res/archive/176/020026_52_219060.jpg?seek=1373970152

download

https://encrypted-tbn2.gstatic.com/images?q=tbn:ANd9GcTQ3MkBiB7VGdqRh8dXJ9k1ZvsK7w5ryAWQpJySGU4_6OMji3smQHadbA

download

Afbeeldingsresultaat voor lodewijk de 14e zonnekoning

Marc`Antonio/

Marc-Antoine Romagnesi

Lodewijk XIV

(1638- 1715)

Hôtel/ Théatre de Bourgogne

De Église de Notre Dame de Bonne Nouvelle, waarvan de eerste steen in 1628 werd gelegd door Anne van Oostenrijk

Petite Union Chrétienne des Dames de Saint Chaumont; hoek St. Denis

Kostuum voor Lodewijk XIV als ‘Zonnegod’

 

Via bovengenoemd netwerk kreeg Antonia de kans te zingen voor Lodewijk XIV die haar een jaargeld schonk zodat ze haar toevlucht als ‘dame pensionaire’ kon nemen in een religieuze instelling, de ‘Petite Union Chrétienne des Dames de Saint Chaumont’. Deze gemeenschap, waarin zij en nog verschillende andere vrouwen verbleven als ‘lekenzusters’, werd ook nog apart financieel bijgestaan door Lodewijk. Antonia gaf er wellicht muziekles aan haar medebewoonsters. Er werden in de ‘Petite Union’ ook meisjes opgevangen die tegen de zin van hun familie katholiek geworden waren.

Over haar verdere leven en de exacte plaats en datum van Antonia`s overlijden is verder niets bekend.

 

‘Niet goed is te zeggen ‘(volgens Fontijn) ‘of Lodewijk`s ruimhartigheid tegenover vrouwelijke culturele prestaties verklaard kan worden uit het voorbeeld van zijn moeder Anna van Oostenrijk, uit zijn eigen interesse of dat die het gevolg was van de grote rijkdom verzameld tijdens zijn regeerperiode. In ieder geval kregen vrouwen als Antonia Bembo hierdoor zeer ruime kansen op cultureel gebied!’ Ik zou hier aan willen toevoegen dat naast de invloed van Lodewijk`s moeder Anne van Oostenrijk, zeker die van Madame de Montespan en Madame de Maintenon op het Franse (vrouwelijke) culturele leven niet onderschat mag worden!!! En vermeldenswaard is verder dat (zie boek Luc Panhuysen) dat Lodewijk`s interesse grotendeels is gevormd in zijn jeugd, door Kardinaal Jules Mazarin (oorspr. Giulio Mazzarino).

 

download

Afbeeldingsresultaat voor madame de maintenon

Afbeeldingsresultaat voor lodewijk xiv ballet

Afbeeldingsresultaat voor biografia de arcangelo corelli

Afbeeldingsresultaat voor françois couperin le grand

https://lh3.googleusercontent.com/_N_cDDBJ1euVdHk3OJQGp0ST4iSXAj_6OwZueFuXrIeM5Zj7d48GUXSWQdI0tvfCCPVO=s85

Afbeeldingsresultaat voor michel richard delalande

Afbeeldingsresultaat voor cplte harpsichord suites

Produzioni Armoniche

Della Doma Bembo Nobile Veneta

Consacrate al Nome Immortale

Di Luigi XIIII Il Grande

Rè di Francia e di Navarra(ca.1697)

Madame de Maintenon

(1635- 1719), 2de vrouw Lod. XIV sinds 1683

Jean- Baptiste Lully (1632- 1687):grondlegger van de Franse Stijl

(zie noot 6 en 7)

Arcangelo Corelli

(1653- 1713):

vertegenwoordiger van de Italiaanse Stijl (zie noot 6)

Francçois Couperin

(1668- 1733):

‘goûts réunis’

Marc Antoine

Charpentier

(1643- 1704)

Michel Richard Delalande

(1657- 1726)

Elisabeth-Claude Jacquet de La Guerre

(1665- 1729)

 

II.Haar werken:

1.Antonia`s eerste bundel muziekstukken, Produzioni Armoniche, bevat eenenveertig aria`s, cantates, motetten en serenata, vooral voor sopraan en b.c. die over een periode van zeker twintig jaar -dus ook nog gedeeltelijk in Venetië- zijn gecomponeerd. Zij droeg de Produzioni Armoniche ca. 1697 op aan Lodewijk XIV, die (samen met zijn familie) in de composities steeds wordt vergeleken met de Griekse goden (5).

Zij verheerlijkte (zie bijv. in Sonetto al Re, Al Re, Pour Saint Louis- nr. 1,2 en 3) Lodewijk`s permanente streven in zijn land de eenheid in Frankrijk te bewaren door het calvinisme (monster/ barbaren) te bestrijden ten gunste van het katholicisme. Romagnesi heeft Antonia -die in een behoorlijk moeilijke positie verkeerde als buitenlandse- vast geholpen door het schrijven van de gedichten hier voor, hoewel er (nog) geen bewijzen van zijn.

De bundel bevat drie ‘cantiques spirituels’ (Per il Natale, Lamento della Vergine, Martirio di S(an)ta Regina- nr. 5, 6, 7) die een reflectie zijn van de toenemende vroomheid van Lodewijk onder de invloed van Madame de Maintenon. Bij La Guerre zullen we zien dat deze hele boeken aan cantatas met religieuze thema`s ging wijden.

Het grootste deel van de Produzioni bevat aria`s met liefdesgedichten. Wellicht zit ook de hand van Romagnesi hierachter. Slechts van drie gedichten is de dichter echt bekend, namelijk Aurelia Fedeli, de reeds genoemde moeder van Romagnesi! Het betreft de aria`s In amor ci vuol ardir ,  E ch`havete bell`Ingrato en Non creder a sguardi a 2 (nr. 17,18 en 19).  

In ‘Franse’ stijl (6) zijn geschreven de Latijnse petits motets nos. 3-4 en 38-40 en de tot de Air sérieux behorende nr. 41 Ha, que l`absence. Dat lied staat vol Frans maniërisme. Antonia had hiervoor als voorbeelden haar tijdgenoten Lully, Couperin, Charpentier, Delalande en La Guerre.

Nr. 13 en 14 en 53 (A Madame la Duch(ess)a di Borgogna, Per le nozze di Mad(am)a la Duch(ess)a di Borgogna en Per le Nozze di Madama la Duchesa di Borgogna Epitalamio) zijn gewijd aan prinses Marie- Adélaïde de Savoie (van Savoye), die in 1697 –als onderdeel van een vredesverdrag op 12- jarige leeftijd naar Frankrijk kwam om te trouwen met Lodewijk, Hertog van Bourgondië. Marie- Adélaïde wordt in deze stukken de Deugd (Virtue) genoemd. Zij werd de eerste jaren aan het Franse hof opgevoed aan de school van Madame de Maintenon in Saint- Cyr, totdat zij ‘rijp’ werd verklaard om kinderen te krijgen. Komend van een hof dat het belang van muziek begreep, bracht zij een flink portie opwinding binnen aan het Franse hof: dans, muziek en maskerades, waarbij zij verscheen verkleed als de godin Flora. André Campra en Pascal Collasse schreven voor het carnavalsseizoen van 1699 en 1700 opera`s voor haar.

 

2. Toen Marie- Adélaïde in juni 1704 beviel van haar eerste zoon, Monsig(no)re il Duca di Bertagna (Bretagne), droeg Antonia Bembo aan haar (alla Sublime protettione di Vostra Altezza Reale et di tutta la Real familia) een Te Deum laudamus en een Divertimento op, met muziek in Italiaanse en Franse stijl. Grote festiviteiten werden ter ere van de nieuwe prins georganiseerd, maar helaas overleed het kind negen maanden later. Bij de geboorte van Marie- Adélaïde`s  tweede zoon in 1707 verbood Lodewijk XIV daarom alle festiviteiten.

 

https://lh3.googleusercontent.com/0D4cMtKGaLTKD18VnlnGa0mzyFa136S4zDqvNXfSBttkQCJMOmU1qUln8Ixl0BFy3-0lHg=s85

https://lh3.googleusercontent.com/gVG7bjXfRxXAN_JlMMytyym3jHZOkj8F3R-mvGAW2nkjjs8Rg2ROkICx85IfVxc60ZiUaBs=s105

https://lh3.googleusercontent.com/hKm3uvkeviBfjQe7ms9MnrokQCkPTvG6UFyGxTahK75-Kn3g_hTGG0aQX0tc8Wz56-ztJA=s115

https://lh3.googleusercontent.com/up5ZGzBeq3ZvkhEgo6S21RXNzqi1eEu1hky_CuUPAAWVP8F2JXybdYVIaaFvewPu-5SFMDM=s106

https://lh3.googleusercontent.com/5Vhlky5UVW9S_5tUkEblp3JykdYGTuxYRhw71m6OQMvIGr2e9I5zrBytEzdeAA2hronmaQ=s85

https://lh3.googleusercontent.com/JY0pmGde4agj3xIlwVI4glmk-RZcJ-3wkXt5P-ut5b0A1AGvsoU4aZNOx2ItYbtpibY_6Q=s107

https://lh3.googleusercontent.com/JczmN417jLQx-0_UaLACSh0SBFHbAsoUcLcoOGIDiHXhPB8tmCNOi9ANetpb9aLd5FnKow=s85

https://lh3.googleusercontent.com/dhavW1XPTy--PRV4M6BaIns--ngaEVnxtau4F7ZdMKlqEXihWty4VST2esn98fyQJ7jnkA=s85

Marie- Adélaïde van Savoye

(1685- 1712)

De bruiloft van Marie- Adélaïde en Lodewijk van Bourgondië op 7 dec. 1697

Ménagerie van Versailles, verbouwd door Lod. XIV voor o.a. Marie- Adélaïde

Te Deum voor M-A. de Savoye bij de geboorte van haar zoon

Élisabeth- Sophie Chéron

De Psalmenvertalingen van Chéron

André Campra

(1660- 1744)

Marin Marais

(1656- 1728)

 

3. Het (grand motet) Te Deum en Exaudiat te, Dominus (psalm 20), droeg Antonia op aan ‘Un Monarcha cosi Grande come Luigi quattordice,è tutta la Sua Familia Reale’, waarin zij Lodewijk XIV in plaats van met Apollo (zoals in de Produzioni) nu met Jupiter vergeleek. Wellicht bood ze hem deze werken aan om de Franse overwinning te vieren bij de inname van de Catalaanse stad Torrtosa in juli 1708. Ze componeerde de –steeds meer Franse stijl (noot)’-stukken naar voorbeeld van, met name, Delalande.

Terwijl Antonia`s petits motets in de Petite Union Chrétienne uitgevoerd kunnen zijn, is dat voor dit grand motet niet waarschijnlijk, omdat deze communiteit zich nooit genoeg voldoende - hiervoor gekwalificeerde- zangers kon veroorloven. Wellicht werd het uitgevoerd in de grote salon van de Hertogin van Bourgondië (Ménagerie).

 

4. Bembo schreef haar grootste en als enige precies gedateerde werk (het Madrigal), ‘Hercole amante’, in 1707, Ook dit werk werd opgedragen aan Lodewijk XIV. Lodewijk werd door Antonia nu met Hercules vergeleken. Ze schreef het stuk in navolging van haar leermeester Francesco Cavalli, die dezelfde tekst al veel eerder op muziek had gezet ter ere van de bruiloft van Lodewijk XIV met Maria Theresia in 1660. Antonia kon daarbij gebruik maken van de opera voorbeelden van Jean-Baptiste Lully (Atys -1676 en Proserpine -1680), La Guerre (Céphale et Procris-1694), André Campra (Tancrède- 1702) en Marais (Alcione -1706). Ook hier was sprake van ‘goûts réunis (7)’, waarbij ze de Franse stijl nastreefde, namelijk met een (gemengd)koor en dansen. In de Italiaanse publieke opera waren toen ter tijd geen koren meer, deels om financiële redenen.

 

Afbeeldingsresultaat voor louis xiv as apollo

https://lh3.googleusercontent.com/x5jKfxUYk8TVRXIaxRk8k7G5XjxJJPUQAYVuzE5VBekdX-E5FLBXayrF62N6nHW7873R4Q=s85

https://lh3.googleusercontent.com/zmTm9F7egvkCRQCXFvVuQm2H0eITHvyc_BurcAVtSL3vEGW74y1KzyXNdfKCeQmFkSgzOw=s112

https://lh3.googleusercontent.com/kn0Wq_nJyzenMnZXkfbDAgO77aY3VaH_KPGfENAfFRfnEkMWxgtds55bxreTAtY0hSvHKg=s85

https://lh3.googleusercontent.com/vQCqB6pVWkCq7IHnVkJV-5TprHYKbqCW2iplhueRJw9tN4ZyDt1pv-x_4iGVhZLJK_7Bz-8=s129

https://lh3.googleusercontent.com/zZFJbZeKaMV2QIPwNFNIU4MvcLWmmJu0A3OcWod2teeew9AMvH7hOqdbunLSbXbw4GkNjA=s98

https://lh3.googleusercontent.com/Qa2KO-limX2v03E8iuDlH9nHR4T7p-aUbQyEJH6W0bvFOOrKSd2UW2bveNIw3dmkZv_i9Q=s85

Lod.XIV als Apollo (Charles le Brun)

Lod.XIV als Jupiter

Lod. XIV als Hercules die

de Hydra verslaat

Apotheose

van Lod. XIV

(opname in hemel)

Francesco Cavalli: Hercole Amante

Een belangrijke uitgeverij voor muziek

van vrouwelijke

componisten!

John Glenn Paton, Italian Arias of the Baroque and Classical Eras

 

5. Ook haar (‘airs’) Les sept Pseaumes, de David (ca. 1710) op teksten van Élisabeth- Sophie Chéron (1648-1711), droeg Antonia op aan Lodewijk XIV. Ze vergeleek hem hierin met David. Dit ‘cantique spirituel’ paste bij de somberte, de financiële problemen, devotie en ziekte die de laatste jaren van diens regering kenmerkten. De tijd van de opera`s en balletten van Lully was nu definitief voorbij. 

Chéron was zeer geëerd  als geleerde, musicus (op o.a. luit, gitaar en klavecimbel), dichter en (miniatuur)schilder en ze sprak vloeiend Hebreeuws, Grieks en Latijn. Haar –geparafraseerde- psalmvertalingen dateren uit 1694. Het is nog steeds onduidelijk of Antonia Chéron, die een beroemde salon had, ook echt gekend heeft, maar het zou kunnen dat de Pseaumes in haar salon zijn uitgevoerd (8).

 

De meeste (solo)werken van Antonia Bembo zijn geschreven voor (haar eigen) sopraanstem, met b.c. begeleiding en derhalve aan de hoge kant voor de alt/mezzo stem.

Bijzonder weinig werk is tot nu toe gedrukt/bewerkt voor solo- stem met klavecimbel/ piano begeleiding. Het is de verdienste van de Hildegard Publishing Company dat het ‘petit motet’ Tota pulcra es  (nr. 39 uit de Produzioni) en de ‘air serieux’ Ha, que l`absence est un cruel martire (nr. 41) daar op die manier uitgegeven zijn, maar helaas slechts in de oorspronkelijke (hoge) ligging. Alleen de aria In amor ci vuol ardir (nr. 17) kent ook een uitgave voor low voice in de uitgave van John Glenn Paton `Italian Arias of the Baroque and Classical Eras`.

 

Noten:

(1). ‘Antonia Bembo, Composer to Louis XIV’ Musical Quarterly 23 (1937) : 147- 169.

(2).Lorenzo moest mee betalen aan het verblijf van zijn dochter Diane in het klooster, maar bleef geldproblemen houden. Hij kreeg een baantje bij de ‘Duitse Bank’ in Venetië, maar fraudeerde er zodanig dat hij in de gevangenis in eenzame opsluiting terechtkwam. Uiteindelijk stierf hij daar vermoedelijk aan complicaties van zijn oude voetverwonding.

(3). Henrietta`s eigen portret en een van haar samen met Anne van Oostenrijk, de moeder van Lodewijk XIV, hingen aan de wand van de Église de Notre Dame de Bonne Nouvelle.

(4). Brigida was actrice en dichter. Haar toneel- en schrijversnaam was Aurelia Fedeli. Ze was driemaal getrouwd. Haar tweede man was Augustin Romagnesi de vader van haar enige kind Marc` Antonio). Haar derde man was de acteur Marc`Antonio Bianchi, vandaar dat ze ook Brigida Bianchi werd genoemd (Fontijn p. 58 e.v.). Brigida en haar Italiaanse Commedia groep werden heel vaak (van eind jaren dertig- 1660) door Anne van Oostenrijk en Kardinaal Mazarin aan het Hof in Parijs uitgenodigd. O.a. Cavalli en Steffani maakten ook vaak gebruik van haar teksten.

(5). Fontijn bespreekt in haar boek uitgebreid de Produzioni per onderdeel: inhoud en aan wie opgedragen: Lodewijk, de Dauphin, zijn broer Philippe de hertog van Orléans. Voor degenen die deze stukken willen uitvoeren en beschikken over de juiste begeleiding is haar hoofdstuk ‘Harmonic Productions’ essentieel. Fontijn verdeelt op p. 131 de Produzioni armoniche in drie delen: 1. Establishment of her identity as an artisan of glory, nos. 1- 16; 2. Demonstration of her Italian heritage, nos. 17-34; 3. ‘Les goûts réunis’, the new path for the monarchy and for her, nos. 35-41

(6). Fontijn legt heel grondig uit op p. 183 e.v. wat er nog Italiaans en wat er allemaal al Frans is in deze stukken.

Voor een goed begrip van de politieke en culturele situatie in Parijs vlak voor haar komst (en later) is het belangrijk kennis te nemen van de Fronde beweging. Deze beweging streed tussen 1648 en 1653 (maar duurde in feite tot ca. 1733) over ‘le bon goût’. Het was een strijd tussen de ‘Lullistes’, aanhangers van de Italiaanse stijl en de ‘Ramistes’ aanhangers van de Franse stijl. Het hoogtepunt van de crisis was 1650.

De strijd ontstond omdat de (oorspronkelijk Italiaanse) Kardinaal Mazarin (gest. 1661) Italiaanse artiesten wilde introduceren aan het Franse Hof. Daarnaast begunstigde hij de Italiaanse opera met zijn dramatische inhoud, machinerieën en kostuums en recitatieven en lange aria`s (t.o. de korte Franse airs van toen). Toen Mazarin hoge belastingen ging heffen om o.a. de productie van de spektakel opera van Luigi Rossi ‘Orfeo’ mogelijk te maken (een van de zes opera`s tussen 1645-1662,

waarmee hij de Italiaanse factie aan het Franse Hof probeerde te versterken), brak de opstand in hevigheid uit. Orfeo ging in 1647 in première, waarbij slechts één Franse zanger mocht meedoen, nl. Anne Chabanceau de la Barre, een familielid van Jacquet de La Guerre. Mazarin, Rossi en diverse leden van het Franse Hof moesten Parijs ontvluchten om gevangenneming te voorkomen. Na 1700 kwam de Italiaanse stijl echter weer meer in de belangstelling.

(7). Lully had veel invloed op de invoering van deze stijl, Lully's vernieuwingen: hij behield Italiaanse componenten als de ouverture (maar met het 'Franse' schema langzaam-snel-langzaam), voegde introductiemuziek voor de dansers toe, voegde instrumentale delen bijeen tot symfonieën die sfeer of actie uitdrukten en introduceerde enkele Italiaanse dansstijlen. Hij verlevendigde de traditioneel opzichzelfstaande recitatieven en aria's door ze met de andere elementen te verweven; ook voegde hij koorfragmenten toe aan dramatische handelingen; hierdoor werd het dramatische effect nog versterkt. Verder versnelde Lully het tempo van het verhaal, wat meer aansloot bij de smaak van de Fransen.

In de opera Le triomphe de l'amour van 1681 introduceerde hij orkestrale begeleiding van het recitatief, wat erg in de smaak viel. Ook maakte hij hierin voor het eerst gebruik van professionele danseressen.

De Franse operastijl bleef een eeuw lang gehandhaafd en had grote invloed op het werk van andere componisten, zoals Händel en Henry Purcell. Ook Lully's orkestwerken, zoals de orkestsuites bestaande uit een ouverture en een serie dansen, hadden invloed op het werk van andere componisten. Verder introduceerde Lully verschillende nieuwe instrumenten in het strijkorkest zoals hout- en koperblazers, wat belangrijke nieuwe muzikale mogelijkheden bood (zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Jean-Baptiste_Lully).

(8).Fontijn p. 239: Er zal nooit bewezen kunnen worden of Bembo de salons van Fedeli, La Guerre, de hertogin van Bourgondië of van Chéron regelmatig bezocht.  La Guerre mixte ook de Italiaanse en Frans stijlen (goûts réunis), maar zij had geen direct contact met Italië (werkte dus ‘tweedehands’).

Bronnen:

Gedrukte:

Luc Panhuysen, Oranje tegen de Zonnekoning, Amsterdam, 2016

Claire Fontijn, Desperate Measures, The Life and Music of Antonia Padoani Bembo, OUP, 2006

 

Websites:

Diverse Wikipedia sites

Dit artikel is het laatst bijgewerkt op 22-03-2017

 

 

Terug naar de pagina   ‘muziek’