AMY BEACH (1867-1944)

 

Het is ergens vreemd dat zo weinig mensen in Nederland iets weten van de composities –en men name de liederen- van Amy Marcy Cheney Beach. In de Verenigde Staten geldt zij als de belangrijkste componist van de Romantiek en ze was ook de eerste Amerikaanse vrouw die als componist belangrijke successen behaalde. In de V.S. is veel over haar gepubliceerd, in Nederland nauwelijks iets. Het belangrijkste boek over haar -ook in Nederland verkrijgbaar-  is dat van Adrienne Fried Block, Amy Beach, Passionate Victorian: The Life and Work of an American Composer 1867-1944. Ik heb geen enkele illusie iets nieuws over haar te zeggen, maar heb alleen geprobeerd in onderstaand verhaal voor mijzelf duidelijk te krijgen hoe haar leven is verlopen (in welke periodes) en hoe haar –vocale- composities daar in passen. Daarna heb ik geprobeerd een idee te krijgen van haar componeerstijl door een aantal liederen nader te bekijken.

 

1860

1870

1880

1890

1900

1910

1920

1930

1940

 

Amy M. Cheney: pianiste/compon.

Amy = :mrs. H.H.A. Beach:      componiste

Amy: Amy Beach; na 1914 weer H.H.A. Beach pianist/componiste; na 1931 mrs. H.H.A. Beach

 

 

Civil War

1861-65

 

 

 

 

 

 

 

 

WO I

 

 

 

WO II

 

 

Amy Marcy Cheney werd op 5 september 1867 in Henniker, New Hampshire, geboren als enig kind van –papiermaker- Charles Abbott Cheney en Clara Imogene Marcy (Cheney), amateur zangeres en pianiste. Haar grootmoeder was een hoge sopraan en haar tante ‘Franc’(Emma Francis (Marcy) Clement) alt. Amy kon –naar men zegt- op eenjarige leeftijd, nog voordat ze kon praten- al veertig liedjes ‘hummen’ en als tweejarige een altlijn improviseren bij haar moeders sopraan. Ze leerde zichzelf op driejarige leeftijd lezen en componeerde drie walsjes toen ze vier was (1). Ze kon ook alles op gehoor naspelen. Haar moeder wilde eigenlijk niet dat ze op de familiepiano speelde, want dat zou het ouderlijk gezag verder ondermijnen (2). Ze wilden dat Amy zo veel mogelijk als gewoon kind opgroeide. Uiteindelijk kreeg ze toch van Clara haar eerste pianolessen toen ze zes was en een jaar daarna trad Amy voor het eerst op. Ze speelde naast werken van Händel, Beethoven en Chopin ook eigen werken.

In 1871 verhuisde de familie naar Chelsea en daarna nog (in 1875) naar verschillende adressen in Boston (3) waar haar ouders het advies kregen Amy op een Europees conservatorium in te schrijven (4). Zij kozen ervoor haar in Boston pianoles te laten volgen bij Ernst Perabo. Van 1879 -1883 ging ze naar een gewone school, waardoor ze eindelijk in contact kwam met leeftijdsgenoten en zeer goed Frans en Duits leerde. Daarnaast werd ze lid van een literaire club voor meisjes, de Attic Club. Ook volgde ze –één jaar lang (1881-1882)- compositielessen bij Junius Welch Hill, kerkorganist, piano- en zangleraar. Vanaf 1882 kreeg ze pianoles van Carl Baermann, een goede vriend van Franz Liszt. Haar eerste gepubliceerde werk werd The Rainy Day, op een gedicht van Henry Wadsworth Longfellow.

In 1883, maakte ze op 16- jarige leeftijd haar professionele debuut als pianist in Boston en daarna trad ze, in 1885, als soliste op met het Boston Symphony Orchestra. Ook bij die gelegenheden zal ze waarschijnlijk alles uit haar hoofd hebben gespeeld, zoals ze haar hele leven heeft gedaan. Ze maakte veel indruk op andere (vrouwelijke) artiesten en Celia Thaxter, Elizabeth Porter Gould en Nora Perry gingen gedichten schrijven waarin ze Amy`s prestaties verheerlijkten.

Vanaf 1883 leerde Amy zichzelf de compositietheorie, vooral door klassieke stukken te bestuderen, zoals Bachs Wohltemperiertes Klavier en door het werk van Berlioz te vertalen. Wilhelm Gericke, net uit Wenen gearriveerd en nu dirigent van de Boston Symphony, had de familie namelijk geadviseerd dat ze het op deze manier moest doen.

Na Rainy Day werd in 1885 With Violets gepubliceerd, deze keer bij uitgever Arthur P. Schmidt, wat het begin van een bijna dertig jaar durende exclusieve relatie met hem zou worden. Schmidt was ook een goede vriend van haar toekomstige echtgenoot:

 

Een deel van de sociale en culturele elite van Boston, waartoe Longfellow, Oliver Wendell Holmes en William Mason behoorden alsmede Dr. Henry Harris Aubrey Beach - een chirurg uit Boston én amateur zanger en pianist- , hield haar ontwikkeling nauw in de gaten. Amy trouwde op 2 december 1885 met de 24 jaar oudere weduwnaar Beach en ze gebruikte hierna, zoals de gewoonte was in die tijd, voor zichzelf de naam Mrs. H.H.A. Beach.

 

new hampshire

amy beach 1

amy 2

amy en echtgenoot

marcella sembrich

Marcella Craft

cape cod

images

   Ligging New Hampshire

 Amy van klein (2 j.) tot groot

Amy en

Henry H. A. Beach

Marcella Sembrich

Marcella Craft

Grond in Cape Cod- dankzij Ecstacy

Amy en componisten

uit Boston

 

Henry wilde niet dat Amy ooit pianolessen zou geven en ze stemde er mee in haar optredens te beperken tot één of twee openbare recitals per jaar en de opbrengsten daarvan te doneren aan een liefdadig doel. Ze ging zich voortaan thuis wijden aan het componeren en vooral van ‘grote stukken’, zoals haar man wenste, waarbij Henry het wel goed vond dat ze er royalties voor ontving. Jaar na jaar werd hij verrast met een nieuw lied op zijn verjaardag (‘To H.’). Amy`s succesvolle eerste Mis in E majeur, die in 1892 door de Handel and Haydn Society werd uitgevoerd, leidde ertoe dat ze zich vanaf dat moment tot Amerika’s belangrijkste componisten mocht rekenen. De pianist Anton Rubinstein daarentegen vond het toenemend componeren door vrouwen een teken van verval van de kunst; vrouwen missen subjectiviteit en initiatief en imiteren vooral! Ook Dvořák, net gearriveerd in New York, benadrukte de vrouwelijke intellectuele inferioriteit: zij zouden nooit professionele componisten kunnen worden! (5).

Maar Amy kreeg nu allerlei opdrachten, zoals Festival Jubilate, Op. 17, voor de inwijding op 1 mei 1893 van de Women’s Building van de World‟s Columbian Exposition in Chicago (zie ook noot 5) en Song of Welcome, Op. 42 voor de Trans- Mississippi Exposition (1898). Dit waren de eerste gelegenheden waarop men veel composities van vrouwelijke componisten uitvoerde. De sopranen Emma Earnes en –de oorspronkelijk Poolse- Marcella Sembrich waren belangrijke vertolksters van haar werk, evenals de New Yorkse alt Mrs. Carl (Katie) Alves, die haar vroeg een aria te componeren gebaseerd op Schiller`s ‘Eilende Wolken’(Op.18-1892).

 

Henry gaf haar geen toestemming voor ‘formele instructies’: dat zou haar werk beroven van vrijheid en originaliteit!  Haar muzikaliteit was intuïtief, een gift, en geen aangeleerde bekwaamheid (6). Hij hielp haar door zijn mening over haar composities te geven en daarnaast bestudeerde ze zelf de bladmuziek van symfonieën en noteerde ze haar reacties op werken van Smetana, Strauss, Tsjajkovski,  Dvořak, Brahms en Max Bruch. Natuurlijk voelde ze zich beperkt door haar man, maar anderzijds gaf haar financiële situatie haar veel vrijheid, veel meer dan de meeste vrouwen hadden. Daarnaast had ze ook –zo gewild door Henry vermoedelijk- geen kinderen om voor te zorgen. Amy kocht met de opbrengst van ‘Ecstasy’ (1892) land in Centerville op Cape Cod –Massachussets en Henry leverde het geld voor een huisje, zonder stromend water en andere voorzieningen. Ze noemden hun nieuwe zomerhome ‘The Pines’. Na de dood van haar man in 1895 trok moeder Clara Cheney bij haar dochter en schoonzoon in en ze zat graag in de kamer terwijl Amy aan het werk was…..een heel ontspannen situatie lijkt me zo..….

Van 1892-1899 kwamen Amy`s ‘grote werken’ tot stand. ‘Variations on Balkan Themes’, haar langste en meest belangrijke solo- piano- werk, componeerde ze in 1904. Het was een antwoord op de opstand (van nationalistische Macedoniërs) op de Balkan tegen het Ottomaanse Rijk van de Turken. Wellicht vanwege de kritiek op haar Piano Concerto in 1899 of omdat ze haar eigen beperkingen kende, stopte ze na de dood van haar echtgenoot op 28 juni 1910 met het componeren van grote werken en ging ze weer piano spelen en liederen, pianostukken en kamerwerken componeren. Henry liet haar weinig geld na en daarom bivakkeerde Amy regelmatig bij haar grote vriendenkring.

 

MacDowell company

Marion Bauer

amy 3

Amy Beach (seated) with members of the Tollefson chamber group at the Brooklyn Chamber

amy 4

images (1)

Boston Shell 2

    MacDowell Colony

Marion Bauer

Amy componeert

1940: Amy met leden van de ‘Tollefson chamber group’

Amy en een Beach Club

Amy en vier vrouwelijke componisten

The Boston Hatch Memorial Shell

 

Na de dood van haar man en haar moeder (18 febr. 1911), vertrok ze naar Europa om uit te rusten en veranderde haar naam aldaar in ‘Amy Beach’. Ze reisde samen met Marcella (Marcia) Craft, een Amerikaanse sopraan die de ‘prima donna’ was geworden van de Koninklijke Opera in München. Pas vanaf 1912 speelde Amy weer op concerten, onder andere in Dresden, Műnchen. Hamburg, Leipzig en Berlijn, waar ze een aantal van haar eigen composities ten gehore bracht. Ze was vastbesloten om zich én als pianiste én als componiste een reputatie te verwerven. Bij het uitbreken van WO I besloten ze terug te keren naar de V.S (7), echter omdat Amy pas in september vertrok, werd een koffer vol manuscripten –door haar geschreven in Europa- geconfisceerd aan de Belgische grens (8).

Amy vestigde zich weer in het grote lege huis van Henry Boston te Boston, waar May Goodbar nu haar nieuwe sopraan soliste werd. In tegenstelling echter tot de Schotse componiste/pianiste Helen Hopekirk (geh. Wilson) die een groot voorvechtster was van het vrouwenkiesrecht, was Amy nooit actief in enige politieke beweging, tot 1915, toen ze meedeed aan een suffragette- optocht in Boston.

 

Al snel vertrok ze weer vanuit Boston naar New York, ging vervolgens door naar San Francisco en Los Angeles en weer terug naar San Francisco. In 1916 ging ze, om niet heel duidelijke redenen, met haar tante Franc en haar nicht Ethel (die al vrij snel erg ziek werd) wonen in Hillsborough, New Hampshire, van waaruit ze `s winters op tournee ging en waar ze zomers componeerde.

Toen de V.S. in 1917 de oorlog aan Duitsland verklaarde, besloot ze bij uitvoeringen ander repertoire te gaan spelen: niet haar gewoonlijke, met muziek van Duitse en Oostenrijkse componisten (Bach, Beethoven, Brahms), maar werk van Italiaanse, Franse, Engelse en Russische componisten en ‘echte Amerikaanse’ muziek. Ze werd vice- president van de Society for the Publication of American Music en haar Song of Liberty (op.49) werd (weer) een grote hit.

Ethel stierf in 1920, evenals Amy`s heimelijke liefde: ‘A’, Arthur Sewell Hyde, zanger en organist en koormeester van de Emmanuel Church in Boston en later van St. Bartholomew`s Episcopal Church in New York. Hij speelde graag haar muziek maar was van zijn kant niet op haar verliefd. Aan het Westelijk Front vechtend in 1918 kreeg hij zoveel gas naar binnen dat zijn longen werden aangetast en hij niet meer kon zingen. Hij stierf op 45 jarige leeftijd.

 

Een flink deel van haar tijd besteedde Amy vanaf 1921 aan de MacDowell Colony in Peterborough -New Hampshire (9), waar ze zomers een of twee maanden verbleef en waar ze vriendschap sloot met artiesten als Thornton Wilder en vrouwelijke componisten als Mabel Wheeler Daniels, Fannie Charles Dillon, Ethel Glenn Hier, Emilie Frances Bauer en Marion Bauer. Twintig jaar lang componeerde ze in de MacDowell Colony veel van haar werken, liefst in de buitenlucht. Beïnvloed door Marion begon Amy ook te experimenteren met ‘modern idioom’ (zie bijv. In the Twilight, op. 85), maar ze ging daarin niet zo ver als Varèse, Stravinsky en Schoenberg. Ze probeerde ook via Beach Clubs een alternatief te bieden aan kinderen en jongeren voor ‘jazz-muziek’ en ze gebruikte haar status als de belangrijkste vrouwelijke componist van Amerika om de carrière van jonge musici te bevorderen. Samen met de mezzo/alt Lillian Buxbaum trad zij voortaan op in locale recitals.

In 1924 werd ze gekozen in de American Society of Composers, Authors and Publishers en in 1925 werd ze de eerste president van de Society of American Women Composers, waarvan ‘Aunt Amy’ de leden ‘nichtjes’ noemde. Kort daarop stierf tante Franc, waarna Amy weer ‘vrij’ had en ze vertrok voor acht maanden naar Europa (Italië, Frankrijk en België). In 1928 ontving ze het eredoctoraat (Master of Arts) van de Universiteit van New Hampshire.

In 1928- 1929 reisde ze naar Rome, naar Helen Gifford, een nicht van Henry Beach. Daar werd Amy –net als Helen c.s.- een groot bewonderaar van Mussolini. Reizen, nieuwe gebieden ontdekken en nieuw publiek veroveren, waren haar lust en haar leven.

Vanaf 1930 verbleef ze `s winters in New York. De economische crisis bleek voor haar juist gunstig: men keerde zich af van de avant-garde in de muziek en zocht nu naar de ‘Amerikaanse’ stijl, vooral die gebaseerd op Engels- Amerikaanse volksmuziek.

In New York ‘moederde’ ze over David McKinley Williams (‘D’), organist en koormeester van St. Bartholomew’s Church en opvolger van ‘A’, en werkte ze nauw samen met Ruth Shaffner, sopraan soliste van dezelfde kerk, beiden nu behorend tot haar ‘family’. Samen met Ruth trad ze in 1934 en 1936 op in het Witte Huis voor Eleanor Roosevelt. Ruth reed Amy ook –tot het einde van haar leven-  overal heen. In 1937 ontmoette ze Nadia Boulanger die –op haar tweede reis naar de V.S.-  als eerste vrouw het Boston Symphony Orchestra zou dirigeren.

Hartfalen leidde ertoe dat ze zich in 1941 terugtrok van alle openbare optredens, hoewel ze nog wel bleef componeren. Amy stierf op 27 december 1944, in het bijzijn van Ruth. Ze werd, net als haar man, begraven op Forest Hills Cemetery in Jamaica Plain te Boston.

 

In Amy`s werk is de invloed terug te vinden van Laat Romantische Amerikaanse componisten als John Knowles Paine, Horatio Parker, Edward MacDowell, Arthur Foote en George Chadwick, gezamenlijk onofficieel bekend als ‘the Second New England School’. Samen met Amy werden ze bekend als ‘the Boston Six’. Ze hield zich –van jongs af aan- bezig met het bewaren, documenteren en transcriberen van Amerikaanse vogelzang. 

De New Grove noemt Amy`s componeer- stijl  ‘eclectisch’  omdat ze zich ook liet inspireren door Brahms, Wagner en Debussy. Ze gebruikte Schotse, Ierse, Amerikaanse en Europese volksmuziek in ca. 30 composities (o.a. Gaelic Symphony opus 32-1894-(10). Ze geloofde zelf niet in een zuiver ‘Amerikaanse’ school, maar meer in een ‘universele’ stijl die vrijelijk gebruik kon maken van de tradities van alle Europese landen (11). In haar latere werk, m.n. na 1921, experimenteerde ze wel, waarbij ze de tonaliteit verliet, gebruik maakte van chromatiek en exotische harmonieën en technieken, maar ze vond ook dat ‘hoe chaotischer de wereld was, hoe groter de behoefte was aan muziek die moed gaf ‘en niet de chaos weerspiegelde.

Amy schreef veel muziek voor gemengde koren, maar vooral veel voor vrouwenkoren, waarvan sommige haar naam aannamen. Het aantal vrouwenkoren groeide door de ‘women`s and music club movement’, vooral na 1900, en naast Amy componeerden ook Margaret Lang, Gena Branscombe en Cécile Chaminade voor hen. Daarnaast componeerde Amy orkestmuziek, pianowerken, de opera Cabildo, een vioolsonate en kamermuziek.

Het bekendst bij het grote publiek, en vooral bij vrouwen, was ze echter vanwege haar –circa 150 - liederen, die directer in stijl en simpeler zijn dan haar instrumentele stukken. Veel van haar piano- en vocale werken hebben iets van ‘natuur’ in de titel, zoals Blackbird, With Violets en The Clover. Veel liederen beginnen ook met het schetsen van een natuurbeeld of de menselijke liefde en eindigen met het aanroepen van het goddelijke: God, natuur en muziek werd in die tijd door velen als een Drie-eenheid gezien. Het belangrijkste vond ze verder dat een lied goed ‘zingbaar’ moest zijn.

 

Op 9 juli 2000 werd haar naam aan de granieten muur van ‘The Hatch Memorial Shell’ in Boston toegevoegd, waarop ze nu samen met 86 andere componisten als Bach, Händel, Chopin, Debussy, Edward MacDowell, en Beethoven staat vermeld. Ze is de enige vrouw op deze muur.

 

Hieronder volgt een overzicht van Amy`s liederen ‘for voice and piano’, waarbij –zoveel mogelijk- gekeken is naar de haalbaarheid voor de mezzo/altstem, alsmede koormuziek (twee- of meerstemmig) voor vrouwenstemmen.

Voor een (vrij) compleet overzicht wordt verwezen naar Adrienne Fried Block, Women in American Music, p. 82-84 (Choral music) en p. 89- 92 (Vocal music) en Amy Beach, Passionate Victorian.  Op Internet staat een lijst, gebaseerd op de werken van Adrienne Fried Block: https://www.amybeach.org/music/works-list/ .

Bij vergelijking van wat is gepubliceerd op ISMLP en bovenstaande lijsten, kwam ik wel verschillende opus nummers tegen voor hetzelfde werk (bijv. 76 =78?)(12). Het is (nu nog) niet gemakkelijk te bepalen welke muziek geschikt is voor alt/mezzo omdat

dat gegeven vaak ontbreekt in de beschrijvingen. Bij een aantal liederen heb ik al kunnen vinden dat ze alleen voor sopraan zijn uitgegeven, maar van een aantal weet ik het (nog) niet. Daarom staat bij veel liederen daarover nog geen indicatie. Daarnaast is ook nog niet zo makkelijk aan de bladmuziek te komen. LudwigMasters Publications heeft in ieder geval een aantal liederen/ bundels uitgegeven. Arthur P. Schmidt, die exclusief Amy`s werk uitgaf van 1885- 1910 (13), heeft in het verleden veel liederen uitgegeven in alt/bariton ligging, maar ik heb (nog) niet kunnen vinden wie nu wat precies doet: A-R Editions, Classical Vocal Reprint, Ditson, Hildegard, Masters Music, Presser, Recital, G. Schirmer, Schmidt, Subito en Walton houden zich allemaal bezig met het uitgeven van Amy`s muziek.

Jaar:

Opus

nr.

titel bundel/ lied       (op tekst van)

opgedragen aan:

uitgegeven door:

doe

ik:

Opmerkingen/

qua ligging:

1880

-

The rainy day (Longfellow) (14)

‘Aunt Franc’

ISMLP

x

1885- 1910:

 

A.Schmidt

1885-7

1

Four Songs: With violets (K. Vannah) (1885), Die vier Brüder (F. von Schiller) (1887), Jeune fille et jeune fleur (F.R. Chateaubriand) (1887), Ariette (P.B. Shelley) (1886)

1. Adelina Patti

1.IMSLP

(1)x

1.l.v.

1887

2

Three Songs: Twilight (A.M. Beach) (1887), When far from her (H.H.A. Beach) (1889), Empress of night (H.H.A. Beach) (1891)*; n.b. Empress of Night is op tekst van Henry en gewijd aan haar moeder Clara

 

(3)Furore

1.alto(=a)

Schmidt?

 

1890

10

Songs of the Sea (1890): A Canadian Boat Song (T. Moore), S, B, pf; The Night Sea (H.P. Spofford), S, S, pf; Sea Song (W.E. Channing), S, S, pf

 

 

 

 

1889-90

11

Three Songs (W.E. Henley): Dark is the night (1890), The Western Wind (1889), The Blackbird (1889)*

 

 

 

1887-

1891

12

Three Songs (R. Burns): Wilt thou be my dearie? (1889) Ye banks and braes o’ bonnie doon (1891), My luve is like a red, red rose, 1887 (1889)

 

3a:Schmidt

 

1891

13

Hymn of Trust (O.W. Holmes) (1891), rev. with vn obbl (1901)

 

a: Schmidt

 

 

1891

14

Four Songs, 1890 (1891): The Summer Wind (W. Learned), Le secret (J. de Resseguier), Sweetheart, sigh no more (T.B. Aldrich), The Thrush (E.R. Sill); nos.2–3 rev. (1901)

(1) + (3): H. (2) Mrs.W.F.Whit-ney (4) Mrs. L.H.Clement

Master Music Publications

x

1,3 en 4

1892-

1893

19

Three Songs (1893): For me the jasmine buds unfold (F.E. Coates), Ecstasy (A.M. Beach), 1v, pf, vn obbl, Golden Gates

2: Mrs. Carl Alves

2. IMSLP

3a. Schmidt

(2)x

zie tekst 1892

1894

20

(Villanelle) Across the World (E.M. Thomas) (1894), arr. 1v, vc obbl

 

a:Schmidt

 

 

1893

21

Three Songs (1893): Chanson d’amour (V. Hugo), arr. 1v, orch, arr. 1v, vc obbl (1899), Extase (Hugo), Elle et moi (F. Bovet)

 

 

 

1.treble?

1894

26

Four Songs (1894): My Star (C. Fabbri), Just for this (Fabbri), Spring (Fabbri), Wouldn’t that be queer (E.J. Cooley); no.4 arr. chorus (1919)

 

1-3 a.Schmidt

 

 

4. mezzo

1894

29

Four Songs, 1894 (1895): Within thy heart (A.M. Beach), The Wandering Knight (anon., Eng. trans., J.G. Lockhart), Sleep, little darling (Spofford), Haste, O beloved (W.A. Sparrow)

 

(1)Furore

(2)IMSLP

 

(2)x

1-4 a:Schmidt

1896

35

Four Songs, 1896 (1897): Nachts (C.F. Scherenberg), Allein! (H. Heine), Nähe des Geliebten (J.W. von Goethe), Forget-me-not (H.H.A. Beach)

 

 

 

1897

37

Three Shakespeare Songs (1897): O mistress mine, Take, O take those lips away, Fairy Lullaby; no.3 arr. chorus (1907)

 

(3)Furore

(7890)

(3)x

1. treble?

1898

41

Three Songs (1898): Anita (Fabbri), Thy beauty (Spofford), Forgotten (Fabbri)

 

1-3: a: Schmidt

 

 

1899-

1900

43

Five Burns Songs (1899): Dearie, Scottish Cradle Song, Oh were my love yon lilac fair!, Far awa’, My lassie; no.3 arr. 2 S, pf (1918); no.4 arr. chorus (1918), arr. 2vv (1918), arr. female vv (1918), arr. org, 1936, arr. pf, 1936

 

1-3: a:

Schmidt

 

 

1900

44

Three [R.] Browning Songs (1900): The year’s at the spring, Ah, love but a day, I send my heart up to thee; no.1 arr. S, A, pf (1900), arr. chorus (1928), arr. female vv (1928), arr. 1v, pf, vn (1900), arr. male chorus, pf (1933); no.2 arr. A, B, pf (1917), arr. S, T, pf (1917), arr. 1v, pf, vn (1920), arr. chorus by H. Norden (1949), nos.1–2 arr. chorus (1927)

1.opdracht van de Boston Browning Society

Schirmer

( IMSLP

1-3:a.

Schmidt

(1)x

Al erg populair tijdens haar leven;  1: m.v.

1902

48

Four Songs (1902): Come, ah come (H.H.A. Beach), Good Morning (A.H. Lockhart), Good Night (Lockhart), Canzonetta (A. Sylvestre)

 

1-4 mezzo

Schmidt

 

1902

49

A Song of Liberty (Frank Stanton) (15)- in 1918 weer zeer populair, evenals in WO II

 

a:Schmidt

 

l.v.

1903

51

Four Songs (1903): Ich sagte nicht (E. Wissman); Wir drei (H. Eschelbach), Juni/June (E. Jansen), Je demande à l’oiseau (Sylvestre); no.3 arr. v, pf, vn (1903), arr. 1v, orch, arr. chorus (1931)

 

IMSLP

1-4 a:

Schmidt

(3)x

l.v.

1904

56

Four Songs, 1903–4 (1904): Autumn Song (H.H.A. Beach), Go not too far (F.E. Coates), I know not how to find the spring (Coates), Shena Van (W. Black); no.4 arr. chorus (1917), arr. with vn obbl (1919) (16)

 

4. IMSLP

Ludwig MastersPu

(4)x

4.l.v.

LMP: hele bundel l.v.

1905

62

When soul is joined to soul (E.B. Browning) (1905)

 

 

 

1909

68

After (Coates) (1909), arr. vn, vc, arr. A, chorus, 1936, arr. S, A, chorus, org, 1936

 

 

 

 

1908

69

Two Mother Songs (1908): Baby (G. MacDonald), Hush, baby dear (A.L. Hughes)

 

 

 

 

1910

71

Three Songs (1910): A Prelude (A.M. Beach), O sweet content (T. Dekker), An Old Love-Story (B.L. Stathem)

 

 

 

1914- 1944:

1914-1921 Schirmer nieuwe uitgever van Amy

1914

72

Two Songs (1914): Ein altes Gebet, perf. 1914, Deine Blumen (L. Zacharias)

 

 

 

1914

73

Two Songs (Zacharias) (1914): Grossmütterchen, Der Totenkranz

 

 

 

1914-15

75

The Candy Lion (A.F. Brown), A Thanksgiving Fable (D. Herford), Dolladine (W.B. Rands), Prayer of a Tired Child (Brown) (1914); nos.1, 3 arr. female chorus (1915)

 

 

 

1914

76

Two Songs (1914): Separation (J.L. Stoddard), The Lotos Isles (Tennyson)); no.2 arr. pf

1.Marcella Craft

2.IMSLP

(2)x

m.v./ 1.treble?

1916

77

Two Songs (1916): I (C. Fanning), Wind o’ the Westland (D. Burnett)

 

1.Schirmer?

 

1917

78

Three Songs (1917): Meadowlarks (I. Coolbrith), Night Song at Amalfi (Teasdale), In Blossom Time (Coolbrith)

 

Schirmer?

 

1-3  treble?

Veelal composities uit MacDowell Colony:

na 1921 (dood A. Schmidt) Schmidt opnieuw haar uitgever

1922

-

A Song for Little May (E.H. Miller), 1922

 

 

 

 

1922

-

The Arrow and the Song (H.W. Longfellow), 1922

 

 

 

 

1922

-

Clouds (F.D. Sherman), 1922

 

 

 

 

1922

85

In the Twilight (Longfellow) (1922)

 

 

 

 

1922

93

Message (Teasdale) (1922)

 

 

 

treble?

1923

99

Four Songs (1923): When Mama Sings (A.M. Beach), Little Brown-Eyed Laddie (A.D.O. Greenwood), The Moonpath (K. Adams), The Artless Maid (L. Barili)

 

IMSLP

x

Nr. 4 te hoog

1924

100

Two Songs (1924): A Mirage (B. Ochsner); Stella viatoris (J.H. Nettleton), S, vn, vc, pf

 

 

 

 

1925

112

Jesus my Saviour (A. Elliott) (1925)

 

 

 

 

1921

113

Mine be the lips (L. Speyer) (1921)

 

IMSLP

x

m.v.

1925

115

Around the Manger (Davis), 1v, pf/org (1925), also version for chorus

 

 

 

 

1925

117

Three Songs (M. Lee) (1925): The Singer, The Host, Song in the Hills

 

 

 

 

1926

-

Birth (E.L. Knowles), 1926

 

 

 

 

1928

120

Rendezvous (Speyer), 1v, vn obbl (1928)

Leonora Speyer

 

 

 

1929

-

Mignonnette (1929)

 

 

 

 

1929

124

Springtime (S.M. Heywood) (1929)

 

 

 

 

1930-4

125

Two Sacred Songs: Spirit of Mercy (anon.) (1930), Evening Hymn: The shadows of the evening hours (A. Procter) (1934); no.2 arr. chorus (1936)

1.Lillian Buxbaum

 

 

 

1932

131

Dark Garden (Speyer) (1932)

 

 

 

 

1932

135

To one I love (1932)

 

 

 

 

1932-3

136

Fire and Flame (A.A. Moody), 1932 (1933)

 

 

 

 

1932-3

137

Baby (S.R. Quick); May Flowers (Moody); 1932 (1933)

 

 

 

 

1934

-

Evening song, 1934

 

 

 

 

1935

-

April Dreams (K.W. Harding), 1935

 

 

 

 

1935

-

The Deep Sea Pearl (E.M. Thomas), 1935

 

 

 

 

1936-7

142

I sought the Lord (anon.), 1v, org, 1936 (1937)

 

 

 

 

1932

143

I shall be brave (Adams) (1932)

 

 

 

 

?

145

Dreams

 

 

 

 

1941

152

Though I Take the Wings of Morning (R.N. Spencer), 1v, org/pf (1941)

Ruth Shaffner

Comp Press?

 

medium voice

-

The heart that melts

 

 

 

 

-

The Icicle Lesson

 

 

 

 

-

If women will not be inclined

 

 

 

 

-

Time has wings and swiftly flies

 

 

 

 

-

Whither (W. Müller) [after Chopin: Trois nouvelles études, no.3]

 

 

 

 

-

Du sieh’st, B, pf [frag.]

 

 

 

 

Twilight = te laag of te hoog voor alt/mezzo; Chanson d’amour= wellicht geschikt; Mine be the lips= geschikt voor alt/mezzo; l.v.= low voice ; m.v. =medium voice

x = doe ik wellicht binnenkort

 

Sacred Choral for female chorus:

 

 

 

1923

96

The Lord is my shepherd (Ps xxiii), female chorus 3vv, org (1923)

 

 

 

1925-9

115

Around the Manger (R. Davis), 4vv, org/pf (1925), version for 1v, pf/org (1925); rev. female chorus 3vv, org/pf (1925), rev. female chorus 4vv, org/pf (1929)

 

 

 

1944

-

Pax nobiscum (E. Marlatt), (female chorus 3vv)/(male chorus 3vv/4vv), org (1944)

 

 

 

Secular Choral for female chorus:

 

 

 

1891

9

The Little Brown Bee (M. Eytinge), female chorus 4vv (1891)

 

 

 

1919

26/4

Wouldn’t that be queer (E.J. Cooley), female chorus 3vv, pf (1919) [arr. of song]

 

 

 

1895

-

An Indian Lullaby (anon.), female chorus 4vv (1895)

 

 

 

1896

30

The Rose of Avon-Town (C. Mischka), S, A, female chorus 4vv, orch, ps (1896): to the Caecilia Ladies Vocal Society of Brooklyn N.Y.

IMSLP

 

Groots!

1896

31

Three Flower Songs (M. Deland), female chorus 4vv, pf (1896): The Clover, The Yellow Daisy, The Bluebell

 

 

 

1907

37

Fairy Lullaby (W. Shakespeare), female chorus 4vv (1907)

 

 

 

1897

39

Three Shakespeare Choruses, female chorus 4vv, pf (1897): Over hill, over dale, Come unto these yellow sands, Through the house give glimmering light

IMSLP

(3) CPDL

 

 

1918

43/4

Far Awa’ (R. Burns), female chorus 3vv, pf (1918) [arr. of song]

 

 

 

1909-27

44/ 1-2

The year’s at the spring (R. Browning), female chorus 4vv, pf (1909); Ah, love, but a day (Browning), female chorus 4vv, pf (1927)

 

 

 

1917/8

49

A Song of Liberty. Op. 49. (Women’s voices) c1917 (17)

A.Schmidt

 

 

1931

51/3

Juni (E. Jensen), 4vv, pf (1931), version for female chorus 3vv (1931) [arr. of song]

 

 

 

1917

56/4

Shena Van (W. Black), female chorus 3vv/male chorus 4vv (1917) [arr. of song]

 

 

 

1904

57/

1-3

Only a Song (A.L. Hughes), One Summer Day (Hughes), female chorus 4vv (1904)

 

 

 

1904

59

The Sea-Fairies (A. Tennyson), S, A, female chorus 2vv, orch, org ad lib, 1904, ps (1904), acc. arr. hp, pf

Boosey& H.

 

 

1907

66

The Chambered Nautilus (Holmes), S, A, female chorus 4vv, orch, org ad lib, ps (1907), ed. A.F. Block (Bryn Mawr, PA, 1994)

 

zeer populair!

(metafoor voor Amy`s eigen leven)

1915

75/ 1,3

The Candy Lion (A.F. Brown), Dolladine (W.B. Rands), female chorus 4vv (1915) [arrs. of songs]

IMSLP

 

 

1917

82

Dusk in June (S. Teasdale), female chorus 4vv (1917)

IMSLP

 

 

1923

101

Peter Pan (J. Andrews), female chorus 3vv, pf (1923)

 

 

 

1932

129

Drowsy Dream Town (R. Norwood), S, female chorus 3vv, pf (1932)

 

 

 

1935/7

144

This morning very early (P.L. Hills), female chorus 3vv, pf, 1935 (1937)

 

 

 

1944

-

The Ballad of the P.E.O. (R.C. Mitchell) female chorus, 1944

 

 

 

 

download

PROCLAMATION:

‘I, Martin J. Walsh, Mayor of Boston, do hereby declare September 5, 2017 to be: Amy Beach Day in the City of Boston. I urge all my fellow Bostonians to join me in recognizing and honoring Amy Beach as one of the most successful American composers’.

women`s building

Women’s Building van de World‟ s Columbian Exposition in Chicago 1893. Een zeer belangrijk plaats/ moment voor de promotie van vrouwen!!!

images (2)

download (1)

Pianiste- componiste Helen Hopekirk (1856-1945)

Ruth Shaffner en Amy

Ruth Shaffner en

Amy, 1930

adrienne f.block

Adrienne Fried Block, Amy Beach, Passionate Victorian

 

 

 

 

Aan dit artikel is het laatst gewerkt op 5 februari 2019

 

 

Noten:

(1): ze componeerde de walsjes op de boerderij bij haar grootvader, zonder piano!. Toen ze weer thuis was, speelde ze de muziek, uit haar hoofd.

(2)::zie https://en.wikipedia.org/wiki/Amy_Beach -met verwijzing naar boek Adrienne Fried Block(A.F.B.) (1998),p. 7; Amy beheerste toch al enorm het huishouden: zij stelde –als eenjarige- al  eisen over welke muziek er gezongen moest worden en hoe.

(3): 1871 volgens https://library.umkc.edu/Manuscripts/Collections/HelpingAid/beach-finding-aid.pdf , maar 1875 volgens Nederlandse Wikipedia; New Grove 2001: 1871 naar Chelsea, Massachusetts en 1875 naar Boston; echter volgens: https://en.wikipedia.org/wiki/Amy_Beach:  In 1875, the Cheney family moved to Chelsea, a suburb just across the Mystic River from Boston.(Fried Block p. 9); 1871: http://www.kapralova.org/journal15.pdf; noot 32 p. 325 geeft een oplossing voor de verwarring in data: volgens de gegevens van Boston City woonde Charles in Chelsea van 1870-75; maar er is geen adres voor de periode 1870-3; in 1874 was het adres 36 Marlborough Street; in 1875 38 Marlborough Street. Er zijn geen eigendomsaktes te vinden in Chelsea (1871-5) en Boston (1875-95).

(4): Het moest natuurlijk wel een ‘Duits georiënteerd’ conservatorium zijn.  Denise von Glahn geeft aan dat het niet naar Europa gaan wellicht vanwege de kosten was, of vanwege de druk op de familie: scheiding voor lange tijd (en Amy was toch al zo gevoelig!), en wellicht ook jaloezie was van moeder jegens dochter (p. 332 noot 2)

(5): Amy gaf hem o.a. als antwoord, dat hij het vast op dat moment te druk had met zijn eigen werk, maar dat vrouwen van 1675- 1885 al 153 werken hadden gecomponeerd (opera`s. cantates, enz.) en dat Cécile Chaminade, Augusta Holmès en zij zelf te horen zouden zijn op programma`s van de komende World`s Columbian Exposition in Chicago-1893 (A.F.B. p. 72)

(6): men geloofde in die tijd dat vrouwen instinctieve, intuïtieve schepsels waren, niet in staat te profiteren van intellectuele strenge training- ( zie Von Glahn). Daarnaast was hij wellicht bang dat een manlijke leraar compositie een te bedreigend bondgenootschap met zijn jonge vrouw zou vormen en was hij qua leeftijd van een eerdere generatie en wilde hij haar weerhouden van experimenteren van nieuwe vormen en stijlen (A.F.B. p. 51-2) 

(7): volgens Nederlandse Wikipedia in 1924 maar dat is vast een verschrijving voor 1914

(8): Craft was al meteen naar de VS gegaan met een aantal composities van Amy in haar bagage; iemand anders zou nog een aantal werken in veiligheid brengen, maar diens koffer werd in beslag genomen door de Duitsers. Amy kreeg de koffer met manuscripten weer terug in 1929 (zie: https://en.wikipedia.org/wiki/Amy_Beach)

(9): https://en.wikipedia.org/wiki/MacDowell_Colony

(10).Volgens Wikipedia artikel over Amy Beach daterend uit 1893, echter volgens een ander (apart)Wikipedia artikel over de Symphony werd deze geschreven in 1894 en voor het eerst uitgevoerd in 1896. The New Grove (1980) geeft 1896 als jaartal. New Grove (2001): 1897: full score!

(11): https://www.americancomposers.org/beach_article.htm:  Dvořák, who arrived in September, 1892, in New York named his preferred source for an "American" concert music, telling the press that American composers could find every emotion and mood in the melodies of African-Americans, specifying plantation songs (i.e., spirituals and work songs) and minstrel show music.. .. Amy Beach….. noted that, over the centuries, vernacular music had reinvigorated art music, and agreed with Dvořák about the need for a distinctive American music based on ethnic and traditional idioms. She disagreed, however, with Dvorák's recommendation because of her lack of familiarity with black music. She wrote: "We of the North should be far more likely to be influenced by the old English, Scotch, or Irish songs, inherited with our literature from our ancestors." By her choice of themes for her "Gaelic" Symphony, she was following her own advice; A.F.B. p. 126: in 1907 gebruikte Amy voor het eerst toch ‘Native’ Amerikaanse (Inuit) melodieën.

(12): zie: https://imslp.org/wiki/4_Canticles%2C_Op.78_(Beach%2C_Amy_Marcy)

(13): zie ook http://www.kapralova.org/journal15.pdf  en https://imslp.org/wiki/Arthur_P._Schmidt

(14): volgens New Grove 2001 behoort dat lied tot de Juvenilia (Jeugdwerken) en staat het niet op de lijst van de Songs. Hier voor het gemak echter wel.

(15): alleen gevonden in : https://library.umkc.edu/Manuscripts/Collections/HelpingAid/beach-finding-aid.pdf p. 16

16): William Black, Shena Van, The Story of a Daughter, ‘Stripverhaal’ in The Illustrated London News in 1883

(17): vermelding voor female voices alleen gevonden in:

https://www.library.unh.edu/find/archives/collections/amy-cheney-beach-mrs-hha-beach-papers-1835-1956#series-VI-subseries-A

 

Bronnen:

Gedrukte:

Artikel van Judith Tick in: S. Sadie, The New Grove Dictionary of Music & Musicians, London 1980.

Artikel van  Adrienne Fried Block in The New Grove, London 2001 (zeer uitgebreid artikel)

Adrienne Fried Block, Amy Beach, Passionate Victorian: The Life and Work of an American Composer, 1867-1944.New York and Oxford: Oxford University Press, 1998 (in ATRIA)

Het boek is gedigitaliseerd te lezen op Internet.

Adrienne Fried Block, Dvořák, Beach and American Music: https://www.americancomposers.org/beach_article.htm

Women in American music : a bibliography of music and literature,  compiled and edited by Adrienne Fried Block and Carol Neuls-Bates, Westport, Conn. : Greenwood Press, 1979

Denise von Glahn, Music and the Skillful Listener, Bloomington: Indiana University Press, 2013: Amy Marcy Cheney Beach: p.32- 47

Nicole Marie Robinson, To the Girl Who Wants to Compose: Amy Beach as a Music Educator, Florida State University Libraries, 2013 (PDF op Internet)

Esther Megargel, Amy Marcy Cheney Beach (1867- 1944), A Bibliography of Research, 2011 (PDF op Internet)

 

Bladmuziek (gedrukt):

15 More American Art Songs with a companion recording of piano accompaniments/ Richard Walters, New York, low voice : G. Schirmer (2013)

Furore 7850: Weihnachtslieder von Komponistinnen band 3, ed. Elisabeth Goell (2010)

Furore 7890: Weihnachtslieder von Komponistinnen band 4, ed. Elisabeth Goell (2010)

Four Songs for voice and piano by Amy Beach, opus 14, Master Music Publications (2000)

 

Websites:

Wikipedia, de Nederlandse en de –veel completere- Engelse pagina over Amy Beach

https://www.amybeach.org/

https://imslp.org/wiki/Category:Beach,_Amy_Marcy

http://www.lieder.net/lieder/get_settings.html?ComposerId=174

https://www.library.unh.edu/find/archives/collections/amy-cheney-beach-mrs-hha-beach-papers-1835-1956

https://library.umkc.edu/archival-collections/beach

https://library.umkc.edu/Manuscripts/Collections/HelpingAid/beach-finding-aid.pdf

https://songofamerica.net/composer/beach-amy-marcy/

http://www.kapralova.org/journal15.pdf

 

uitgeverije vrouwenmuziek: https://ocwomenschorus.org/women-composers/

 

afbeeldingen: https://www.flickr.com/photos/unhlibrary/sets/72157650163621065/

 

Terug naar de pagina ‘muziek